De slachtofferrol voorbij

De slachtofferrol voorbij

-Wat is narcistisch misbruik?
,,Het is een vorm van psychologische mishandeling die moeilijk valt aan te tonen. Een mens met een narcistische persoonlijkheidsstoornis kleineert, manipuleert, controleert, buit uit en is vaak lichamelijk en seksueel agressief. Anders dan fysieke mishandeling laat narcistisch misbruik geen zichtbare sporen na. Een narcist herken je aan talrijke kenmerken, ik vat ze samen als liefdeloos gedrag. Hij of zij – meestal is het een hij – geeft nooit onvoorwaardelijke liefde. En doet-ie lief, dan is dat uit eigenbelang.-

Kinderen van een narcistische vader (of moeder) zijn oprecht slachtoffers van hun vader en zijn ziekte.

Vaak cijferen kinderen zichzelf maar weg, omdat ze leren dat hun vader alleen maar blij is als het om hem draait.

Als volwassenen hebben ze hierdoor een lage eigenwaarde ontwikkeld, zijn ze extreem onzeker en ervaren ze een gevoel van leegte als het op henzelf aankomt.

Hun eigen identiteit moesten ze immers opzij zetten in hun pogingen om de ‘liefde’ van hun vader te verdienen.

Mensen die opgroeien met een narcistische vader zijn vaak te aardig en te ruimdenkend.

Ze weten niet goed hoe ze hun eigen gezonde grenzen moeten aangeven, want deze werden in hun jeugd continu overschreden. Ze voelen zich zelfs schuldig als ze dit wel doen.

Doordat ze zich in hun jeugd nooit goed genoeg hebben gevoeld, zullen ze dit als volwassene ook niet voelen.
(mooi artikel)

Lees verder bij de bron:

https://vitaalgezond.com/narcistische-vader/

Dit zijn 30 gevolgen van een narcistische opvoeding

Dit zijn volgens Karyl McBride 30 gevolgen van een narcistische opvoeding:

  1. Het kind voelt zich niet gehoord of gezien.
  2. De gevoelens en de werkelijkheid van het kind worden niet erkend.
  3. Het kind wordt meer als een accessoire dan als een persoon behandeld door de ouder.
  4. Het kind wordt meer gewaardeerd voor wat hij doet (meestal voor de ouder) dan voor wie hij is als persoon.
  5. Het kind leert niet om zijn eigen gevoelens te identificeren en te vertrouwen en groeit op met een belemmerende zelftwijfel.
  6. Het kind leert dat het belangrijker is hoe hij eruit ziet dan hoe hij zich voelt.
  7. Het kind is bang om zichzelf te zijn, en leert dat imago belangrijker is dan authenticiteit.
  8. Het kind leert geheimen te bewaren om de ouder en familie te beschermen.
  9. Het kind wordt niet aangemoedigd om zijn eigenwaarde te ontwikkelen.
  10. Het kind voelt zich emotioneel leeg en niet gekoesterd.
  11. Het kind leert om anderen niet te vertrouwen.
  12. Het kind voelt zich gebruikt en gemanipuleerd.
  13. Het kind is er voor de ouder, in plaats van omgekeerd zoals het zou moeten zijn.
  14. De emotionele ontwikkeling van het kind wordt belemmerd.
  15. Het kind voelt zich meer bekritiseerd en veroordeeld dan geaccepteerd en geliefd.
  16. Het kind raakt gefrustreerd in zijn onsuccesvolle zoektocht naar liefde, goedkeuring en aandacht.
  17. Het kind groeit op met het gevoel niet goed genoeg te zijn.
  18. Het ontbreekt het kind aan een rolmodel voor gezonde emotionele verbindingen.
  19. Het kind leert niet wat acceptabele grenzen zijn in relaties.
  20. Het kind leert niet om op gezonde wijze voor zichzelf te zorgen, maar loopt het risico om co-dependent te worden (zorgen voor anderen en niet voor zichzelf).
  21. Het kind heeft moeite met het noodzakelijke losmaken van de ouder als hij opgroeit.
  22. Het kind leert om buiten zichzelf bevestiging te zoeken, en niet in zichzelf.
  23. Het kind krijgt de gemengde en gekmakende boodschap ‘Doe je best en maak me trots -als verlengstuk van de ouder- maar doe het niet tè goed, overtref mij niet’.
  24. Als het kind de ouder overtreft, ondervindt hij jaloezie van de ouder.
  25. Het kind leert niet om trots op zichzelf te zijn wanneer hij dat wel verdient.
  26. Het kind zal uiteindelijk een bepaald niveau van posttraumatisch stress syndroom (PTSS), depressie en/of angst ervaren op volwassen leeftijd.
  27. Het kind groeit op met het geloof dat hij waardeloos en niet geliefd is, want als mijn ouder niet van me houdt, wie dan wel?
  28. Het kind wordt vaak beschaamd en vernederd door de ouder en groeit op met een laag gevoel van eigenwaarde.
  29. Het kind wordt vaak een perfectionist/ambitieus persoon of een zelfsaboteur, of beide.
  30. Het kind heeft traumaverwerking nodig en zal zichzelf moeten heropvoeden op volwassen leeftijd.

https://www.omstandersvan.nl/2018/06/04/30-gevolgen-van-een-narcistische-opvoeding/

Je kent het vast wel:

  • Als je ook maar 1 seconde aan jezelf denkt, noemt de narcistische persoon jou telkens weer ‘egoïstisch en gemeen’
  • Jij mag alleen maar dienstbaar zijn; geven, geven, geven (en gehoorzamen)
  • Jij mag jezelf niet liefhebben, voeden en beschermen; je leerde immers dat je waardeloos bent…
En dat allemaal omdat jouw minderwaardigheidscomplex de perfecte voedingsbodem vormt voor hún eigenwaarde en geluk… Hoe slechter jij je voelt, hoe beter zij zich voelen…

Zoveel als jij weg gaf, geef jij nu aan JEZELF!

Dát laten we niet langer gebeuren: vanaf nu ga jij eindelijk leven en jezelf liefhebben!

 

Want jij werd jarenlang waardeloos genoemd, maar je BENT het niet! Daarom ga jij alle liefde die jij weggaf en nooit terugkreeg, nu aan JEZELF geven:

  • Zo veel liefde als jij de ander altijd gaf, geef jij nu aan jezelf
  • Zo goed als jij voor de ander zorgde, zo goed zorg jij nu voor jezelf
  • Zo veel begrip, empathie en aandacht als jij voor de ander had, heb jij nu voor jezelf
Je gaf altijd extra veel, maar nu is er dus ook extra veel om aan jezelf te geven!

https://www.omstandersvan.nl/werkboeken/

Op welke manieren had het narcisme van je moeder een impact op je jeugd?

“In plaats van dat ik beschermd en gesteund werd, moest ik mij weren tegen haar. Niet zozeer fysiek, maar meer psychisch. Ik werd geremd in het ontwikkelen van mijn interesses en talenten. Want alles wat ik deed, zei of vond, werd afgekraakt. Ik kreeg nooit een compliment of iets positiefs te horen. Dat maakte mij onzeker en neerslachtig. Ik begon te geloven dat ik inderdaad niks waard was en niemand van mij hield. Doordat mijn moeder geregeld zonder aanleiding woede-uitbarstingen had, liep ik voortdurend op eieren. Ik werd iemand die zich liever op de achtergrond hield. Naast haar woedeaanvallen kon mijn moeder mij ook dagenlang negeren. Ik werd steeds somberder en ook op school begon het op te vallen dat mijn schouders inmiddels lager hingen dan mijn knieën. Naarmate ik meer bij vrienden over de vloer kwam en zag dat gezinssituaties ook anders konden zijn, besefte ik dat er iets niet goed zat bij ons thuis. Maar waarom het bij ons anders was, begreep ik niet. En het was zo goed als onmogelijk om aan andere mensen uit te leggen hoe mijn moeder tegen mij deed, want zij kenden haar enkel als charmant, hartelijk en joviaal. Niemand die geloofde dat die aardige vrouw thuis een kreng was. Dat maakte dat ik mij eenzaam voelde en geen uitweg zag.”

 

Hoe belemmerde deze situatie jouw ontwikkeling als mens?

“Als je steeds afgekraakt wordt, durf je op den duur geen nieuwe dingen meer uit te proberen. Mijn moeder hoefde op een gegeven moment niet eens meer te zeggen dat iets mij toch niet zou lukken, omdat ik dat zelf al was gaan denken. Dat er maar iemand was die echt om mij gaf, geloofde ik ook niet meer. Potentiële vriendjes poeierde ik dan ook af. Bovendien begon ik gedrag van mijn moeder te kopiëren. Zo dacht ik lange tijd dat je een discussie voerde door te schreeuwen en met deuren te slaan. Vrienden moesten mij anders leren. Daartegenover staat dat ik als kind geleerd heb van niemand afhankelijk te zijn. Dat is gedeeltelijk positief, maar in mijn geval betekent het ook dat ik weinig mensen voor de volle honderd procent vertrouw. Ik zal in een relatie altijd een achterdeur openhouden en mijn onafhankelijkheid bewaren. Daarmee schep ik een afstand tussen mij en anderen. Ik laat ze nooit te dicht bij me komen. Eveneens dubbel: doordat ik mij steeds in alle bochten wrong om mijn moeder het naar haar zin te maken, ben ik enorm flexibel. Maar laat ik óók altijd andere mensen voorgaan. Ik was, ben, te gedienstig. Cijfer mezelf te gemakkelijk weg. Een voordeel is wel dat ik erg goed kan zien of iemand liegt.”

 

Inmiddels heb je alle contact met je moeder verbroken. In die zin heb je je aan haar ontworsteld. Wat merk je tegenwoordig nog van je vroegere ervaringen?

“Toen ik een paar jaar geleden besefte dat zij een narcist is, heb ik een boek geschreven over het opgroeien onder een narcistische moeder: ‘De immateriële erfenis van een narcist’. Tijdens het schrijven zag ik steeds meer verbanden tussen het gedrag van mijn moeder en haar stoornis én van mijn reacties op haar gedrag. Gedrag dat ik nu nog steeds af en toe vertoon. Te timide zijn, eerst de kat uit de boom kijken, denken dat niemand wil dat je erbij bent et cetera. Toen zag ik pas hoeveel invloed haar stoornis op mij heeft gehad. Logisch, ze is immers de meeste invloedrijke persoon in mijn leven als kind geweest.”

 

Tips voor kinderen en partners van narcistische ouders?

“Gelukkig bestaat er tegenwoordig internet waarop al heel veel informatie te vinden is. Herkennen en weten wat voor stoornis iemand heeft, maakt al zoveel verschil. Je weet dan zeker dat het niet aan jou ligt. Mijn advies is om je niet te laten isoleren door een narcist. Bewaar, en liever nog cc, e-mails, zodat anderen zien hoe de narcist zich tegen jou gedraagt. Als je het kan, lok dan om dezelfde reden het gedrag dat de narcist normaliter alleen in jouw nabijheid toont, uit in het gezelschap van anderen. Als je alleen met de narcist bent, probeer dan diens rotopmerkingen te negeren, want een reactie is alles voor de narcist. Een discussie of verbaal gevecht win je nooit. Laat je daar dus niet toe verleiden en verspil er ook geen energie aan. Neem het vertoonde gedrag niet persoonlijk. Weet dat de narcist een kronkel in het hoofd heeft. Die kronkel zorgt ervoor dat deze zich zo gedraagt. Als het niet tegen jou is, dan wel tegen een ander. Het liefst zeg ik echter: negeer de narcist geheel en verdwijn uit zijn of haar leven. De narcist zal namelijk nooit veranderen. Kies voor jezelf. Wees niet bang. Wat de narcist ook beweert: je kunt zonder hem of haar.”

 

Meer info: Anne van ’t Duycke – ‘De immateriële erfenis van een narcist’ (Uitgeverij Boekenbent, 2014) Petra Roelofsen – ‘Ben ik nou gek?’ (Uitgeverij Boekenbent, 2013)

Gerelateerde Berichten