Atlantis![]()
Atlantis en Energieën
Geluidslevitatie
In de beginperiode van hun beschaving, toen lichaam en geest volledig bewust en evenwichtig op elkaar afgestemd waren, vervolmaakten de Atlantiërs de methode van geluidslevitatie voor het optillen van grote en zware objecten die in hun monumenten en bouwwerken werden verwerkt.
Dit bericht op Instagram bekijken
Zij maakten gebruik van intensieve groepsconcentratie om de energie van geluidsgolven te benutten voor het zonder mechanische hulpmiddelen optillen en op hun plaats brengen van kolossale steenblokken. Verscheidene mensen haakten de armen ineen en begonnen, op het geluid van trommels en bekkens, rondom een steenblok te dansen. Daarbij spraken zij op een exact voorgeschreven manier luidkeels recitaties uit. Terwijl zij hun aandacht concentreerden op het zware steenblok, gebruikten zij hun mentale kracht in combinatie met de energie uit de geluidstrillingen om het zware object te ‘manipuleren’.
Ingenieurs slaagden er op den duur in gongs te maken die waren afgestemd op de juiste eigenfrequentie van de trillende moleculaire massa, als aanvulling en uiteindelijk zelfs vervanging van de trillingen van de luide stemmen en stampende voeten. Als er op zo’n gong werd geslagen, waarvan de toon zodanig was afgestemd dat de trillingen resoneerden met de te verplaatsen steenmassa, en het geluid langdurig werd aangehouden terwijl iedereen zich bleef concentreren, werd de zwaartekracht overwonnen en kon het zwevende object naar de gewenste plaats worden gebracht.
Het is mogelijk dat dit vermogen om zware objecten met behulp van geluidstrillingen en mentale concentratie te verplaatsen nog werd gepraktiseerd bij de bouw van de Egyptische piramiden. In Soemerische kleitabletten wordt verklaard dat “geluid steenblokken kan verheffen”.
Moderne Experimenten

Op kleinere schaal kunnen we nog reconstrueren hoe de Atlantiërs hun voordeel deden met geluidstrillingen en mentale energie. Russische onderzoekers experimenteerden met geconcentreerde geestkracht, waarbij mensen kleine objecten konden verplaatsen zonder ze aan te raken (telekinese).
Een ander voorbeeld komt uit het dorp Shivapur in het westen van India, waar bezoekers kunnen participeren in het opheffen van een brok graniet dat bijna zestig kilo weegt. Na zorgvuldig te zijn geïnstrueerd, posteren elf personen zich rondom dit brok graniet, dat ze slechts met de rechterwijsvinger aanraken. Onder het luidkeels reciteren van de naam van Qamar Ali Derwisj, de beschermheilige van de nabije moskee, komt het brok graniet langzaam van de grond, totdat het met een bons terugvalt. Andere klanken hebben geen enkele invloed op de macht die de aardse zwaartekracht over dit brok graniet uitoefent.
Overleveringen uit zowel Midden- als Zuid-Amerika vertellen dat er heel lang geleden gebruik werd gemaakt van geluid om immense bouwblokken van steen op te heffen en te vervoeren. Een oud Chinees gedicht luidt:
In de Oude Tijd konden rotsen lopen. Is dit waar of onwaar?
In de Oude Tijd konden rotsen lopen. Dit is waar, niet onwaar.
Geluid als Energiebron
Op diverse andere manieren treedt de energie in geluidstrillingen aan het licht. In 1891 startte John Worrell Keeley een motor in zijn laboratorium in New York met de energie uit de geluidstrillingen van vioolsnaren. Alleen als de juiste noten werden gespeeld, startte de motor, die zich op zes meter afstand van de viool bevond. Valse noten waren voldoende om de motor te doen afslaan.
Keeley experimenteerde ook met innovatieve, geslaagde procedures voor het overwinnen van de zwaartekracht. Ondanks zijn ongeëvenaarde resultaten (of misschien juist daardoor) werd hij het mikpunt van genadeloze spot. Op een avond was hij zo ontmoedigd en depressief dat hij al zijn paperassen verbrandde, zijn modellen en apparaten vernietigde en stierf.
Van recentere datum is het gebruik van geluidstrillingen in een ruimteveer. Een zwevend brok glas werd met behulp van geluidsgolven veilig op zijn plaats gehouden terwijl het bij wijze van proef werd verhit tot het was gesmolten en de vorm van een fraaie lens kreeg. Deze proef slaagde dankzij het feit dat in een ruimteveer geen zwaartekracht aanwezig is, zodat er minder intense geluidstrillingen nodig zijn om iets op zijn plaats te houden door middel van mentale kracht. Als deze procedure geperfectioneerd is, zullen optische ingenieurs ongetwijfeld in staat zijn dunnere, gecompliceerdere lenzen te vervaardigen met minder lagen materiaal.
Ultrasone Energie

Elektromagnetische transductoren, piezo-elektrische kwartskristallen en speciale fluitjes zijn andere voorbeelden van de energie van geluidstrillingen. Ze brengen allemaal sterke ultrasone trillingen voort die buiten het bereik van ons gehoor vallen. Sonar, een uiterst nuttig hulpmiddel voor het in kaart brengen van de oceaanbodem, is een bekende methode voor het benutten van ultrasone trillingen.
Bij oordeelkundig gebruik kunnen ultrasone trillingen worden benut om de vibraties van vloeistofmoleculen te versnellen, hitte te genereren, vaste stoffen te splijten en ziektekiemen te doden. Ultrasone trillingen vormen ook de basis voor een diagnostische techniek die artsen in staat stelt beelden van inwendige organen te verkrijgen. Als de trillingen sterk genoeg zijn, kunnen mensen en dieren er zelfs door worden gedood, zoals ook geldt voor krachtige infrasone trillingen beneden de menselijke gehoorgrens.
Nu we volop bezig zijn om weer vertrouwd te raken met de kracht van geluidsgolven, kunnen we wellicht gemakkelijker begrijpen hoe het mogelijk was dat de Atlantiërs deze kracht benutten voor het verplaatsen van immense rotsblokken.
Gassen en Lasers
Het volk van Atlantis experimenteerde voortdurend met de winning van energie uit natuurlijke bronnen. Na de laatste conferentie, gehouden in 50.722 v.Chr., toen zij pogingen deden om hun land te bevrijden van de gevaarlijke grote dieren die heel Atlantis onder de voet dreigden te lopen, werkte de ene generatie geleerden na de andere intensief aan de ontwikkeling van wapens ter verdediging tegen de monsters.
Tot de eerste pogingen in die richting behoorden gifgassen. Zodra de eerste partijen gereed waren voor gebruik, maakten optimistische Atlantiërs gebruik van de wind om deze gifgassen te laten doordringen in de grotten waarin de gevreesde dieren huisden. Alleen de jonge dieren stierven, maar grillige windvlagen joegen de levensgevaarlijke gassen terug naar de mensen die het resultaat van hun poging afwachtten. Tegelijkertijd stormden de gestoorde volwassen dieren de grotten uit en vielen woedend iedereen aan die ze te pakken konden krijgen.
Honderden jaren bleven de Atlantiërs op zoek naar doeltreffender methoden om met deze monsters af te rekenen. Ze ontwikkelden verscheidene soorten explosieven, die weliswaar grote vernietigingskracht bezaten, maar bijna even moeilijk te beheersen waren als de dieren zelf.
Edgar Cayce beschrijft ‘vervaarlijke staven’ (die aan lasergeweren doen denken) die de Atlantische technici vanuit een centraal punt op de verscheurende dieren richtten. Het intense licht uit deze ‘staven’ doodde een aantal dieren, maar lang niet genoeg om het probleem de baas te worden. Lasers behoren tot de vele dingen in de readings van Cayce die voor de periode waarin hij ze beschreef heel onwaarschijnlijk leken, maar die inmiddels heel plausibel zijn geworden. De laser werd in de jaren zestig opnieuw uitgevonden, ruim dertig jaar nadat Cayce ze had beschreven.

Kernenergie
Voortgezette proeven leidden uiteindelijk tot de ontwikkeling van de technologie voor het gebruik van kernenergie. Zeevarende kooplieden brachten uit mijnen nabij in zee uitmondende rivieren uraniumerts naar de laboratoria in Atlantis. Een van die mijnen was gelegen in Gabon, West-Afrika, niet ver van Atlantis, waar in de prehistorie intensieve mijnbouw is bedreven.
Vermoedelijk met raad en daad bijgestaan door hun buitenaardse bezoekers, stelden de Atlantische geleerden het gevaarlijke materiaal bloot aan intense zonne-energie en slaagden erin het atoom te splitsen. Niet veel later beschikte Atlantis over kernenergie. Deze kracht bleek waardevol voor de strijd tegen de monsters, maar volgens Cayce leidde het misbruik ervan al spoedig tot aardbevingen en hevige vulkaanuitbarstingen, die rond 50.700 v.Chr. de stoot gaven tot de eerste cataclysmische verwoesting van de (eerste) Atlantische beschaving.
Ook in de laatste beschavingsperiode van Atlantis was er kernenergie beschikbaar, want de gruwelijke gevolgen van de vernietigingswapens die de Atlantiërs tijdens hun oorlog in India gebruikten, zijn tot in alle bijzonderheden in de Mahabharata en de Ramayana beschreven. In die geschriften wordt de voorstelling opgeroepen van een verwoed conflict dat culmineerde in de verblindende explosie van een machtige bom, waarna er een rookzuil opsteeg die zich langzamerhand in steeds wijder uitbollende cirkels verdikte. Brandende olifanten stortten ter aarde; door de lucht vliegende vogels werden in een klap wit. Menselijke overlevenden haastten zich rivieren in, in een poging zich van de radioactieve as die neerdwarrelde te ontdoen. Later vielen hun nagels en haren uit.

Onder de prehistorische steden Mohenjodaro en Harappa (nu in Pakistan gelegen) werden in onze tijd geraamten opgegraven die radioactief bleken te zijn. Uit de houdingen van deze overblijfselen kon worden opgemaakt dat zij zijn gevallen toen zij voor iets onbekends op de vlucht waren.
Er zijn nog andere verhalen over verwoestingen die blijkbaar het gevolg waren van het gebruik van atoombommen in de prehistorie. In 1947 verrichtten archeologen opgravingen in het dal van de Eufraat. Nadat zij door talloze cultuurlagen heen hadden gegraven, legden zij een cultuur van holbewoners bloot die op een hard oppervlak van gesmolten glas hadden geleefd. De samenstelling van deze bodemlaag onder hun nederzettingen kwam vrijwel overeen met die van de woestijnbodem in Alamogordo in New Mexico, zoals die na de eerste atoomproef was geworden.
Zecharia Sitchin gelooft dat buitenaardsen verantwoordelijk waren voor enkele atoombomexplosies op het schiereiland Sinaï, die zich daar in het jaar 2023 v.Chr. moeten hebben voorgedaan. Soemerische teksten beschrijven een dichte wolk die opsteeg naar de hemel, gevolgd door ‘hete rukwinden’ en een gruwelijke storm die alles verschroeide. In de periode die erop volgde stierf alles uit, op enkele ziekelijke planten aan de oevers van de Eufraat en de Tigris na.
Toen aan dr. Robert Oppenheimer – de man die de leiding had over het Manhattan Project dat tot de constructie van de eerste moderne atoombom leidde – na de eerste geslaagde atoomproef werd gevraagd of dit de eerste atoomexplosie ooit was geweest, zou hij naar verluidt hebben geantwoord dat het de eerste in de moderne geschiedenis was.
Kristalenergie
Gedurende hun langdurige beschavingen ontwikkelden de Atlantiërs nog andere methoden om energie te genereren. Deze zijn voor ons nog tamelijk nieuw. Tijdens de periode van moeizaam herstel omstreeks 48.000 v.Chr. maakten de toenmalige geleerden graag gebruik van de hulp van buitenaardse wezens bij hun onderzoek naar het benutten van zonne-energie met behulp van kristallen.
Zij installeerden een enorm blok van nauwkeurig in vorm geslepen bergkristal in de piek van een toren waarin een installatie voor het omzetten van lichtenergie was ondergebracht. Op die hoogte, boven aardse obstakels die belemmerend konden werken, konden de facetten van het kristal het zonlicht invangen en bundelen, zoals onze paraboolspiegels dat ook kunnen. Dit bouwwerk in Atlantis was bekleed met een materiaal dat verwant is aan chrysotiel (het mineraal waaruit asbest wordt gewonnen), mogelijk antigoriet.
Edgar Cayce beschreef het kristal en de behuizing ervan gedetailleerd, met de toevoeging dat het dak boven de steen uitschuifbaar was om naar behoefte zonlicht toe te kunnen laten.

De Atlantische ingenieurs gebruikten deze zonne-energie voor een verscheidenheid aan nuttige machines die geen milieuvervuiling veroorzaakten. Omstreeks 28.000 v.Chr. deed zich een tragisch ongeval voor toen grote hoeveelheden van deze onderaards opgeslagen energie explodeerden. De daardoor veroorzaakte schokgolf verstoorde het labiele seismische evenwicht in de aardkorst en vormde de aanzet tot aardbevingen die de altijd gevaarlijke vulkanen tot uitbarsting brachten.
De kennis van de energiewinning via kristallen bleef echter zorgvuldig bewaard, en gedurende een groot deel van de twintigduizend jaar lange geschiedenis van de derde en laatste beschaving in Atlantis leverde de zon opnieuw schone energie aan de Atlantiërs.
Het is mogelijk dat er in het noordelijk deel van de Atlantische Oceaan nog altijd kristallen functioneren die energiestromen omzetten en in bepaalde banen leiden. In 1989 meldde de bemanning van een Sovjetrussische onderzeeër, bezig met het filmen van de oceaanbodem, dat de machines plotseling stilvielen, terwijl de instrumentnaalden trilden en zelfs achterwaarts uitsloegen. Dit gebeurde enkele honderden kilometers ten oosten van de Azoren.
De bemanning gedroeg zich vreemd en voelde zich niet lekker. Deze stand van zaken hield een minuut of vijftien aan, waarna de omstandigheden weer normaal werden. Het was alsof de onderzeeër binnen het bereik van een geheimzinnig veld van energie was gekomen. De gezagvoerder vroeg en kreeg toestemming om de haven van Ponta Delgada op de Azoren binnen te lopen en daar zijn hevig geschrokken bemanningsleden toe te vertrouwen aan de hoede van psychiaters.
De Bermudadriehoek en Kristalarchieven

Ook de bemanningen van schepen en vliegtuigen die door de Bermudadriehoek — een groot gebied in de Atlantische Oceaan ten oosten van Florida en de Bahama’s — varen of eroverheen vliegen, vertellen dergelijke verhalen. Er zijn veel schepen en laagvliegende vliegtuigen in de Bermudadriehoek verdwenen: geregeld vallen er ‘zomaar’ machines of motoren uit, beginnen kompassen in het rond te tollen en gedraagt ook andere navigatieapparatuur zich grillig of weigert volledig dienst.
Op 9 november 1956 verdween een patrouillebommenwerper van het type P5M met een bemanning van tien koppen. De missie van de vlucht was geheim, maar aan boord was een instrument voor het bestuderen van de dichtheid van magnetische stromen of aardmagnetische afwijkingen.
De mogelijkheid bestaat dat we later meer bijzonderheden aan de weet zullen komen over de geslaagde toepassingen van kristallen in Atlantis, met name over de omzetting van zonne-energie in fysische energie. Volgens de readings van Edgar Cayce zijn er archieven over hun zonlichtconvertoren toegankelijk op drie plaatsen op aarde:
- Een daarvan is het onderzeese deel van Atlantis bij Bimini.
- Een ander archief bevindt zich in de Egyptische ‘Tombe der Archieven’, die deel uitmaakte van de Archiefzaal, die nog niet is ontdekt. Deze Archiefzaal bevindt zich tussen — of langs — de toegang vanaf de Sfinx tot de tempel of de piramide; uiteraard in een eigen piramide.
- Met betrekking tot het derde archief zei Cayce in een reading van 20 december 1933:
“In Yucatan bevindt zich hetzelfde embleem. Laten we dit ophelderen, want dit zal wellicht gemakkelijker te vinden zijn, want zij zullen naar dit Amerika worden gebracht, naar deze Verenigde Staten. Een deel ervan zal worden overgebracht, naar onze bevindingen, naar het Pennsylvania State Museum. Een [ander] deel zal worden overgebracht naar de instanties te Washington die voor het behoud van dergelijke vondsten verantwoordelijk zijn, of naar Chicago.”
Van dit alles is nog niets concreet aan het licht gebracht, hoewel recent onderzoek het bestaan van holle ruimten onder de Sfinx en eromheen heeft aangetoond.
Magneetvelden en Leylijnen
De Atlantiërs respecteerden hun omgeving en kwamen door toedoen van hun wichelroedelopers op de hoogte van het feit dat het hele aardoppervlak wordt omspannen door een netwerk van natuurlijke energiestromingen. De bron van deze tellurische energie is het gesmolten ijzer in de buitenste mantel van de aardkern. De onophoudelijke trillingen van vrije elektronen in dit vloeibare ijzer genereren een stroom die een magnetisch veld opwekt.
De intensiteit van dit magnetisch veld aan het oppervlak van de aarde varieert zowel van plaats tot plaats en van dag tot dag als over langere perioden. Deze sterkte — weergegeven op isomagnetische landkaarten — wordt zowel horizontaal als verticaal gemeten. De schommelingen in het aardmagnetisch veld verstoren radioverbindingen en zijn soms verantwoordelijk voor het ontstaan van het Noorderlicht (Aurora Borealis): onwaarschijnlijk mooie en steeds veranderende ‘vlammen’ van gekleurd licht in zachte pasteltinten boven de poolcirkel.
In ons tijdsgewricht neemt de sterkte van het aardmagnetisch veld iedere honderd jaar met circa 6 procent af.
Magnetisme, Leylijnen en Verborgen Technologieën

Als deze trend zich in het huidige tempo voortzet, zal er over vijftienhonderd jaar helemaal geen aardmagnetisch veld meer zijn.
UFO’s verplaatsen zich vaak in rechte lijnen — met magnetische kenmerken — ten opzichte van het aardoppervlak. Het is waarschijnlijk dat Atlantis van buitenaardse bezoekers heeft geleerd de fluctuerende magnetische energiestromen rondom de aarde te benutten als ‘banen’ ter voortstuwing.
Er zijn geen aanwijzingen dat er in de prehistorie nog een beschaving is geweest die geavanceerd genoeg was om de ‘magneetbanen’ te construeren die tegenwoordig bekendstaan als leys. De leys in Engeland zijn tamelijk bekend, maar deze volmaakt rechte lijnen — die door mensen zijn aangelegd — zijn op elk continent vanuit de lucht te zien. Ze strekken zich over afstanden van vele honderden kilometers uit, door de meest uiteenlopende terreingesteldheden, met inbegrip van diepe dalen en linea recta tegen steile hellingen op.
In het Verenigd Koninkrijk en elders zijn de locaties van kerken, grafheuvels, kruispunten, begraafplaatsen, grensstenen, kastelen en doorwaadbare plaatsen aanwijzingen voor het verloop van de leys. Hoewel die herkenningspunten in het landschap op aanzienlijke afstanden van elkaar zijn gelegen, zijn ze nauwkeurig uitgelijnd in een richting.
Latere beschavingen hebben grote delen van de leys overdekt met wegen, maar aangezien ze recht over alle natuurlijke obstakels heen lopen — zoals steile heuvels — en niet de contouren van heuvels en dalen volgen, kan dit niet hun enige oorspronkelijke doel zijn geweest. Over het nut van leys is weinig bewaard gebleven, behalve dat er raadselachtige energiestromen (wellicht gekanaliseerde tellurische energie) langs deze banen hebben gevloeid.
Gelet op de onvoorstelbare inspanningen en tijd die de aanleg van deze leys moet hebben gekost, moeten ze een functie hebben gehad die voor onze voorgangers meer dan de moeite waard was — wellicht als communicatieverbindingen of krachtlijnen voor het transport van mensen en goederen.
Oude legenden verhalen dat soms, als de zon recht op een van deze banen neerscheen, druïden loskwamen van de grond en zich langs deze banen verplaatsten. In Australië verplaatsen de Aboriginals zich langs lange, kaarsrechte routes die zij al duizenden jaren gebruiken. Wanneer zij deze oude paden volgen, doen zij onder het lopen nieuwe energie op, zodat zij langere en moeilijkere voetreizen kunnen maken dan over nieuw gebaande wegen.
Het bewustzijn van mensen op locaties met veel natuurlijke energie voert extra kracht toe aan hun lichaam als zij vol overtuiging geloven dat een handeling uitvoerbaar is. Als zij werkten met een combinatie van mentale energie en geluid, is het voorstelbaar dat de Atlantiërs en hun nakomelingen ook in staat waren zware objecten en zichzelf langs leys door de lucht te verplaatsen.
Feng Shui en Drakenkracht
Ook in China wemelt het van de leys. In dit land is de kracht van het aardmagnetisme bekend gebleven toen de rest van de wereld daar allang geen herinnering meer aan bewaarde. De Chinezen noemen het de ‘drakenkracht’ en houden er terdege rekening mee in de discipline die bekendstaat als feng shui — de kunst van plaatsing en harmonisatie (geomantie).
Om zich een idee te vormen van de kracht van het magnetisch veld op een bepaalde locatie, analyseren zij de kenmerken van het landschap en betrekken ook allerlei astrologische invloeden in hun overwegingen. Aan de hand van het eindresultaat van hun analyse oriënteren de Chinezen ieder bouwwerk zorgvuldig met het oog op waterpartijen, heuvels, boomgroepen en rotsblokken in de naaste omgeving, om te zorgen dat alles in harmonie is met de geometrie van het aardoppervlak.
In het verleden ontstond op deze vindingrijke en zorgvuldige manier een harmonieus landschap met een delicaat evenwicht dat in staat was een grote bevolking te voeden en huisvesten. In navolging van volken uit de prehistorie bouwden de Chinezen steden, woningen en graftombes waar zij en de geesten van hun voorouders in harmonie met de natuur konden leven en voordeel hadden van de energie die het product is van de subtiele krachten van het aardse magnetisme.
Moderne Experimenten met Magnetisme
Hoewel het aardmagnetisch veld momenteel veel zwakker is dan in de tijd dat de Atlantiërs er gebruik van maakten, beginnen onze hedendaagse geleerden iets van de kennis uit het verleden te herontdekken bij hun experimenten met deze potentiële krachtbron.
Een aantal jaren geleden meldde Lowell Ponte, een voormalige onderzoeker van het Pentagon die zich had gespecialiseerd in buitenlandse wapentechnologie, dat de Sovjets een krachtbron hadden gebouwd die bedoeld was om een verandering te bewerkstelligen in het aardmagnetisch veld op de lengtegraad van de piramide van Gizeh — die ook de lengtegraad is van het Griekse Saloniki. Kort daarna, in 1978, werd Saloniki getroffen door krachtige aardbevingen.
De onverwachte experimentele resultaten van onze hedendaagse onderzoekers van het aardmagnetisme en het verband tussen magnetisme en tijd maken duidelijk dat we nog lang niet toe zijn aan het ten volle benutten van deze beschikbare bron van energie. De Atlantische beschaving heeft veel en veel langer dan de onze bestaan voordat zij in staat was tijd en ruimte te manipuleren of gebruik te maken van de sterke stromingen van magnetische energie rondom de aarde.
Het Rainbow Project en Montauk

In een poging een eind te maken aan de Tweede Wereldoorlog heeft de Amerikaanse marine — in het kader van het zogeheten Rainbow Project — eens geprobeerd een schip onzichtbaar te maken voor radarinstallaties. Naar aanleiding van de problemen die twee proeven teweegbrachten, een experiment op 22 juli en een op 12 augustus 1943, werd dit project radicaal afgebroken.
Op de eerstgenoemde datum lag het schip dat voor de proeven werd gebruikt, de USS Eldridge, in de haven van Philadelphia toen de enorme generatoren die een sterk magnetisch veld rond het schip moesten opwekken, voor korte tijd werden ingeschakeld. Meteen verdween het schip van de radarschermen, maar… het was ook onzichtbaar geworden voor het menselijk oog!
Nadat de generatoren waren uitgeschakeld, bleken de bemanningsleden mentaal flink van slag te zijn geraakt. Sommigen hadden op gruwelijke wijze de dood gevonden, waarbij hun lichaam leek te zijn geïntegreerd in het ijzer van waterdichte schotten; andere lijken werden brandend aangetroffen of zweefden door de lucht.
Ondanks uitgebreide rehabilitatieprogramma’s bleven de overlevenden voorgoed mentaal gedesoriënteerd, zodat zij als ‘mentaal ongeschikt’ naar huis werden gestuurd.
Soortgelijk geheim onderzoek is gedurende drie decennia verricht op de niet meer gebruikte luchtmachtbasis van Montauk op Long Island. De onderzoekers realiseerden zich uiteindelijk dat hun proefnemingen met magnetisme — met het doel tijd en ruimte te manipuleren — onherstelbare schade toebrachten aan de betrokken mensen, en het project werd gestaakt.
Er werd gefluisterd dat er ‘wezens van Sirius’ bij deze uiterst geheime onderzoekingen betrokken waren, en dat er nog andere buitenaardsen een rol bij hadden gespeeld.
Tellurische Energie en Heilige Plaatsen

Er is tellurische energie gemeten bij oude steencirkels en andere heiligdommen op de snijpunten van leys — plaatsen waar zowel kosmische als tellurische energie voorhanden is. Deze oude heilige plaatsen vallen vaak samen met centra van magnetische activiteit, waar de energiestromen die vlak boven het aardoppervlak cirkelen op elkaar inwerken.
Markeringsstenen die zijn uitgelijnd op astronomische gebeurtenissen — zoals de opkomst van de zon of de maan, of de opkomst van een sterrenconstellatie bij een solstitium — zijn ook omgeven door een zwak energieveld dat ervan uit lijkt te gaan. Onze vroege voorouders richtten megalieten op of bouwden tempels en kerken boven locaties waar diepe onderaardse stromen elkaar kruisten. Deze monumenten werkten min of meer als acupunctuurnaalden, die spiralende energiestromen uit de kosmos en het inwendige van de aarde naar de biosfeer van de aarde brachten.
Langzamerhand beginnen onze geleerden verklaringen voor deze verschijnselen te vinden, nu zij ontdekken dat deze stenen zuilen een soort elektrische energie aantrekken. In het verleden is op sommige plaatsen zelfs kennelijk zoveel hitte ontstaan dat de stenen met elkaar versmolten, zoals het geval is bij Maughold op het eiland Man.
De nakomelingen van de Atlantiërs — die de krachtvelden in de locaties met sterke magnetische energie bespeurden — gebruikten deze plaatsen voor religieuze activiteiten en bouwden er uiteindelijk tempels. Met het verstrijken van de eeuwen bouwden nieuwe beschavingen, die eveneens de krachten van deze oeroude heilige plaatsen hadden ontdekt, hun godshuizen op zulke locaties, bovenop de oorspronkelijke fundamenten.
De kathedraal van Chartres en vele andere heiligdommen staan op zulke krachtige prehistorische locaties. Ook de meeste kleine kerken op kruispunten in Engeland staan op plaatsen waar gedurende meer dan tweeduizend jaar religieuze activiteiten hebben plaatsgevonden.
Sterrenkracht en Kosmische Invloed

Terwijl sommige onderzoekers van Atlantis gebruikmaakten van de natuurlijke stromen van energie die door het aardoppervlak vloeien, concentreerden andere geleerden zich op de astrologie en de astronomie. Intensief opgeleide academici bestudeerden aandachtig de sterrenhemel, in de overtuiging dat de zon, de maan en de sterren — als expressievormen van de ene en almachtige god — invloed hadden op de aarde en haar bewoners.
Op de bovenste verdieping van de Poseidontempel in de Stad der Gouden Poorten hadden deze astrologen en astronomen de beschikking over een uitstekend geoutilleerd observatorium. Zij gebruikten hun tijd voor het zo accuraat mogelijk vastleggen van de bewegingen van hemellichamen en groepen sterren, in de hoop aan de hand hiervan de wensen van de goden te kunnen voorspellen die over de ‘bewoners van de sterren’ heersten.
De tekens van de dierenriem en de namen van de sterrenconstellaties waaraan de tekens hun namen hebben ontleend, stammen uit de tijd van vóór 10.000 v.Chr., toen de Atlantische astronomen van de Poseidontempel (wellicht geholpen door buitenaardsen) bepaalde sterrenconstellaties begonnen te zien als de persoonlijke eigenschappen van goden. Daardoor gingen ze als dierenriemtekens een eigen leven leiden.
Toen zij de constellaties namen begonnen te geven, hielden zij bijvoorbeeld rekening met de verering van de Pleiadanen voor de stier en noemden hun plaats van oorsprong Taurus (Stier). Duizenden jaren later, toen de Soemeriërs met hun ‘hemelgoden’ samenwerkten, verdeelden zij de dierenriem in twaalf segmenten en gebruikten precies dezelfde namen voor de constellaties.
Op een kleitablet uit Soemerië dat tot de collectie van het Berlijnse Museum behoort (VAT.7847), begint de lijst van dierenriemtekens met het tijdperk Leeuw, dat loopt van 10.970 tot 8810 v.Chr. (het duurde dus 2160 jaar). De Griekse geleerden — de bron van veel van onze informatie — dankten hun astronomische kennis aan de Soemeriërs, met inbegrip van de dierenriem en de manier om zonsverduisteringen te voorspellen.
Fragmenten van de astronomische kennis van de Atlantiërs, die ooit werd bewaard in de enorme bibliotheken van de beschaafde wereld uit de prehistorie, waren ook toegankelijk voor de Griekse geleerden.
Astronomische Kennis en Symboliek
Ook nu nog zijn resten van de astronomische kennis van de Atlantiërs bewaard gebleven. De ‘god’ Atlas was een astroloog, wiens inzicht dat de wereld een ronde bol is tot uiting komt in de mythe dat hij de wereld op zijn schouders torste.
In botten gegraveerde maankalenders uit de periode van 28.000 v.Chr. in West-Europa demonstreren hoe exact de waarnemingen van de sterrenkundigen uit die tijd zijn geweest — om nog maar te zwijgen van het vermogen van de toenmalige mensen om abstracte wiskundige berekeningen voor astronomische voorspellingen te maken.
Een fresco op het gewelf van een kapel van de Tempel van Dendera in Egypte, niet ver van Luxor (het vroegere Thebe), toont ons de dierenriemtekens zoals ze aan de hemel zichtbaar zijn geweest tussen 10.970 en 8810 v.Chr., met Leeuw op het punt van de nachtevening. Deze eeuwenoude tempel rust op het fundament van oudere gebouwen van vóór 3000 v.Chr. In 1821 hebben archeologen het complete gewelf van de tempel met de dierenriem verwijderd en overgebracht naar Frankrijk, waar het fresco nu te bewonderen is in het Louvre.
Kosmische Invloed op Energie
Er was nog een andere reden voor het grote belang dat in Atlantis werd gehecht aan de astronomie. De hoeveelheid energie in het aardmagnetisch veld wordt beïnvloed door de relatieve posities van de zon, de maan en de overige planeten. Zo is bij volle maan de magnetische activiteit rond het middaguur sterker, en minder sterk bij zonsondergang. Bij een verduistering — als de magnetische activiteit die normaal gesproken wordt gestimuleerd door het verduisterde hemellichaam afneemt — neemt ook de energiestroom in sterkte af.
Voorkennis van verduisteringen of eclipsen was voor de Atlantiërs van essentieel belang, want als er zich een eclips voordeed, nam de langs de leys stromende energie vrij plotseling in sterkte af en kwamen alle transporten langs deze banen stil te liggen. De kans bestond dus dat in de lucht zwevende mensen of objecten neer zouden storten.
Symbolen en Hun Energie

Enkele, dubbele en drievoudige spiralen — in Atlantis veelgebruikte symbolen — waren afspiegelingen van de natuurkrachten en fysische energie. Overal waar de Atlantiërs heen reisden, leerden de mensen die met hen te maken hadden deze symbolen in verband te brengen met onzichtbare krachten, en met Atlantis zelf, de opgerold slapende Slang.
Zoals de opgerolde Slang het symbool was voor Atlantis, zo was de Draak het symbool voor China. De Ierse overlevering heeft een oeroud gezegde bewaard:
“Kennis, onder de heerschappij van de Gouden Slang, was vooral te vinden in het Westen; wijsheid, iets van heel andere orde, was te vinden onder de heerschappij van de Gouden Draak, in het Oosten.”
De inheemse bevolking van de landen die door Atlantis werden beïnvloed, bleef de Slang als een symbool van kracht zien, lang nadat dit machtige rijk was ondergegaan. Slangsymbolen sieren talrijke monumenten in het Verenigd Koninkrijk en Noord-Amerika.
In het Oude Egypte stond het serpent met de gevorkte tong en dubbele penis model voor de eenheid van het hogere en lagere bewustzijn. De Vikingen — afstammelingen van de zeevarende Atlantiërs — tooiden de boeg van hun schepen met gebeeldhouwde slangen. De Azteken van Midden-Amerika aanbaden het heilige serpent, en toen een vreemdeling met een witte baard uit de oceaan in het oosten kwam en hun beschaving bracht, gaven zij hem de naam Quetzalcoatl. Quetzal stond voor de quetzal-vogel, de hemel, en coatl betekende slang — het serpent dat model stond voor de ontzagwekkende krachten van de aarde.
Grote kristallen die met zonne-energie waren geladen, verspreidden na zonsondergang in Atlantis een blauwwit licht om de duisternis op afstand te houden. Dit vermogen tot het creëren van kunstlicht bestond nog ten tijde van het Oude Egypte, waar het de ijverige kunstenaars van die beschaving in staat stelde uren achtereen in donkere graftomben en andere duistere ruimten te werken aan schitterende muur-fresco’s. Nergens is ooit een spoor gevonden van de roet van olielampen of brandende toortsen.
Onze beschaving heeft inmiddels lampen ontwikkeld die werken met een mengeling van tritiumgas en fosfor: deze kunnen een generatie of nog langer zonder elektriciteit licht verspreiden.
De Vier Elementen als Energiebron

Uit de vier natuurlijke elementen — aarde, lucht, vuur en water — genereerden de Atlantiërs energie om in hun behoeften te voorzien en de kwaliteit van hun leven te verbeteren:
- Aarde bood tellurische energie, maar ook materiaal voor gifgassen en kernenergie.
- Lucht plantte geluidstrillingen voort.
- Vuur van de zon werd via kristallen gebundeld en geconverteerd in fysische energie.
- Water bevatte de energie van rivieren, watervallen en getijdenstromingen.
De beschaving van de intelligente, vindingrijke en intuïtief hoogbegaafde Atlantiërs nam een hoge vlucht.
Atlantis en Huwelijk
In overeenstemming met de morele waarden van het gezinsleven en het belang van de mogelijkheid om de tijd die hun op dit ondermaanse was vergund door te brengen met anderen, koesterden twee Atlantiërs van verschillend geslacht die liefde voor elkaar hadden opgevat, in de regel de wens om de rest van hun leven samen te blijven.
Mannen of vrouwen die er de voorkeur aan gaven alleen te blijven, sloten zich gewoonlijk aan bij een tempelgemeenschap, om hun leven te wijden aan hun spirituele en mentale ontwikkeling en aan het geven van geestelijke leiding aan anderen.
In Atlantis werden homoseksuelen over het algemeen geaccepteerd. De Atlantiërs geloofden in reïncarnatie. Zij gingen ervan uit dat iemand met een homoseksuele geaardheid na een eerder leven in een lichaam van een lid van het andere geslacht, er de voorkeur aan gaf zich in dit nieuwe leven niet te verenigen met iemand van datzelfde geslacht. Omdat zij dus in feite trouw waren aan een vroeger aspect van zichzelf, werden zij over het algemeen bewonderd om hun loyaliteit.
Met andere woorden: stel dat je in dit leven een vrouw bent, maar dat je in een bevredigend vorig leven het lichaam van een man hebt gehad. De herinnering aan dit eerdere bestaan als man is hecht verankerd in je onderbewustzijn. Dergelijke onbewuste herinneringen zijn zelfs sterker dan je gehechtheid aan je huidige status als vrouw. Uit zelfrespect geef je er daarom in dit leven de voorkeur aan je niet te verenigen met een andere man.
Atlantis: Huwelijk, Rituelen en Symboliek
Het Huwelijk als Vereniging

Het huwelijk werd betiteld als een vereniging. Twee geliefden die zich wensten te verenigen, bezochten gewoonlijk een plaatselijke priester(es), die zijn of haar hoger ontwikkelde intuïtie benutte om hun spirituele ontwikkelingsgraad te beoordelen en zo vast te stellen in hoeverre de partners bij elkaar pasten. Een huwelijk had een betere overlevingskans als beide partners eenzelfde niveau van spirituele (geestelijke) ontwikkeling hadden bereikt. Dit was vooral belangrijk wanneer de partners zich in eerste instantie om fysieke, seksuele redenen tot elkaar aangetrokken voelden.
De Iroquois-, Cherokee- en Zwartvoet-Indianen — wier verre voorouders uit Atlantis stamden — pasten tot honderd jaar geleden nog een soortgelijk gebruik toe. Paren die hoopten met elkaar te trouwen, hadden eerst een ontmoeting met de medicijnman van hun stam. Deze bestudeerde hun aura’s (het complexe veld van in verschillende kleuren oplichtende energieën in en rondom hun lichaam) om vast te stellen welke kans van slagen deze beoogde combinatie zou hebben.
Na goedkeuring door de Atlantische priester kreeg het paar zijn zegen en reikte hij hun ieder een verenigingsarmband uit, die zij om de linkerarm moesten dragen. Beide partners waren gelijkwaardig, hoewel de man de morele plicht had voor zijn vrouw te zorgen en over haar te waken zolang zij zwanger was.
In de laatste periode van de derde Atlantische beschaving was het een man toegestaan twee vrouwen te hebben — mogelijk omdat veel mannen buiten Atlantis moesten vechten. Zulke huishoudens waren doorgaans harmonieus: kinderen werden opgevoed met het idee dat de tweede echtgenote van hun vader en haar kinderen hun genegenheid en respect verdienden, terwijl de tweede vrouw zich inspande om de kinderen van de eerste vrouw te behandelen alsof het haar eigen kinderen waren.
Echtscheiding en Zorg voor Kinderen
Als een Atlantisch echtpaar niet gelukkig was met elkaar, keerden zij terug naar de priester, die dan probeerde hen te helpen om in harmonie met elkaar samen te leven. Bleek dat niet mogelijk, dan verwijderde hun geestelijk leidsman de verenigingsband om hun arm en gingen man en vrouw als ‘onverenigbaar’ uiteen.
De Atlantiërs vonden het niet nodig dat iemand zijn of haar hele leven moest lijden voor een op jeugdige leeftijd genomen besluit dat verkeerd bleek te zijn geweest. Als een echtpaar met kinderen uiteenging en geen van de partners bereid was de kinderen groot te brengen, werd die taak in de regel overgenomen door oudere mensen, wier eigen kinderen al volwassen waren. Ook verwaarloosde wezen vonden onderdak bij ouderen die op kinderen gesteld waren.

Couvade: Het Mannenkraambed
Een in onze ogen vreemde zede, bekend als het ‘mannenkraambed’ (Frans: couvade), was in prehistorische tijden populair genoeg om tot in onze tijd aan weerszijden van de Atlantische Oceaan te kunnen voortbestaan.
Na de geboorte van een kind hield de nieuwbakken vader het bed en at een aantal dagen heel weinig, terwijl zijn vrouw voor hem zorgde. Na deze periode van licht vasten onderwierpen soms zijn vrienden, buren of de leider van de gemeenschap hem aan een beproeving, waarbij hem met een mes of ander scherp instrument bijzonder pijnlijke verwondingen werden toegebracht.
Als hij deze behandeling moedig doorstond, oogstte hij de bewondering en het respect van alle leden van de gemeenschap; men geloofde dan namelijk dat zijn jongste kind niet of nauwelijks last zou hebben van pijn. Als hij deze bizarre behandeling niet goed doorstond, liepen zowel hij als de baby risico’s.
Gedurende het eerste levensjaar van het kind zag de vader af van het gebruik van scherpe voorwerpen of deelname aan agressieve activiteiten zoals de jacht, want men geloofde dat hij het kind ernstig in gevaar kon brengen als hij zelf gewond raakte.
Couvade was in zwang in Mexico, onder de Cariben en Arawaks in Midden-Amerika, en ten oosten van Atlantis in Ierland, onder de Iberiërs in het noordelijk deel van Spanje, in Frankrijk, en — tot zeer recent — onder de Basken.
Besnijdenis als Ritueel

Dit gebruik ontstond in het warme klimaat van Atlantis als een hygiënische maatregel. Het heeft zich later naar Egypte verspreid, en Egyptische priesters verzekerden Herodotus in de vijfde eeuw v.Chr. dat deze zede in de vroegste Oudheid was ontstaan.
In het oude Egypte was besnijdenis niet verplicht, tenzij een man de opleiding tot priester wilde volgen. Het ritueel werd gewoonlijk uitgevoerd als de jongen veertien jaar oud was, hoewel de keuze aan de ouders werd overgelaten.
Vanuit Egypte verspreidde de rituele besnijdenis zich naar de Feniciërs en de Hebreeën. Ignatius Donnelly schrijft dat de Hebreeuwse rabbijnen — ook toen er overal ter wereld al metalen messen beschikbaar waren — de ceremonie met een stenen mes bleven uitvoeren. Donnelly meent dat dit een aanwijzing is dat het gebruik al in de Steentijd moet zijn ontstaan.
Atlantis: Huwelijk, Rituelen en Geluidslevitatie
Huwelijk als Vereniging
Het huwelijk werd betiteld als een vereniging. Twee geliefden die zich wensten te verenigen, bezochten gewoonlijk een plaatselijke priester(es), die zijn of haar hoger ontwikkelde intuïtie benutte om hun spirituele ontwikkelingsgraad te beoordelen en zo vast te stellen in hoeverre de partners bij elkaar pasten.
Een huwelijk had een betere overlevingskans als beide partners eenzelfde niveau van spirituele (geestelijke) ontwikkeling hadden bereikt. Dit was vooral belangrijk wanneer de partners zich in eerste instantie om fysieke, seksuele redenen tot elkaar aangetrokken voelden.
De Iroquois-, Cherokee- en Zwartvoet-Indianen — wier verre voorouders uit Atlantis stamden — pasten tot honderd jaar geleden nog een soortgelijk gebruik toe. Paren die hoopten met elkaar te trouwen, hadden eerst een ontmoeting met de medicijnman van hun stam. Deze bestudeerde hun aura’s (het complexe veld van in verschillende kleuren oplichtende energieën in en rondom hun lichaam) om vast te stellen welke kans van slagen deze beoogde combinatie zou hebben.
Na goedkeuring door de Atlantische priester kreeg het paar zijn zegen en reikte hij hun ieder een verenigingsarmband uit, die zij om de linkerarm moesten dragen. Beide partners waren gelijkwaardig, hoewel de man de morele plicht had voor zijn vrouw te zorgen en over haar te waken zolang zij zwanger was.
In de laatste periode van de derde Atlantische beschaving was het een man toegestaan twee vrouwen te hebben — mogelijk omdat veel mannen buiten Atlantis moesten vechten. Zulke huishoudens waren doorgaans harmonieus: kinderen werden opgevoed met het idee dat de tweede echtgenote van hun vader en haar kinderen hun genegenheid en respect verdienden, terwijl de tweede vrouw zich inspande om de kinderen van de eerste vrouw te behandelen alsof het haar eigen kinderen waren.
Echtscheiding en Zorg voor Kinderen
Als een Atlantisch echtpaar niet gelukkig was met elkaar, keerden zij terug naar de priester, die dan probeerde hen te helpen om in harmonie met elkaar samen te leven. Bleek dat niet mogelijk, dan verwijderde hun geestelijk leidsman de verenigingsband om hun arm en gingen man en vrouw als ‘onverenigbaar’ uiteen.
De Atlantiërs vonden het niet nodig dat iemand zijn of haar hele leven moest lijden voor een op jeugdige leeftijd genomen besluit dat verkeerd bleek te zijn geweest. Als een echtpaar met kinderen uiteenging en geen van de partners bereid was de kinderen groot te brengen, werd die taak in de regel overgenomen door oudere mensen, wier eigen kinderen al volwassen waren. Ook verwaarloosde wezen vonden onderdak bij ouderen die op kinderen gesteld waren.

Couvade: Het Mannenkraambed
Een in onze ogen vreemde zede, bekend als het ‘mannenkraambed’ (Frans: couvade), was in prehistorische tijden populair genoeg om tot in onze tijd aan weerszijden van de Atlantische Oceaan te kunnen voortbestaan.
Na de geboorte van een kind hield de nieuwbakken vader het bed en at een aantal dagen heel weinig, terwijl zijn vrouw voor hem zorgde. Na deze periode van licht vasten onderwierpen soms zijn vrienden, buren of de leider van de gemeenschap hem aan een beproeving, waarbij hem met een mes of ander scherp instrument bijzonder pijnlijke verwondingen werden toegebracht.
Als hij deze behandeling moedig doorstond, oogstte hij de bewondering en het respect van alle leden van de gemeenschap; men geloofde dan namelijk dat zijn jongste kind niet of nauwelijks last zou hebben van pijn. Als hij deze bizarre behandeling niet goed doorstond, liepen zowel hij als de baby risico’s.
Gedurende het eerste levensjaar van het kind zag de vader af van het gebruik van scherpe voorwerpen of deelname aan agressieve activiteiten zoals de jacht, want men geloofde dat hij het kind ernstig in gevaar kon brengen als hij zelf gewond raakte.
Couvade was in zwang in Mexico, onder de Cariben en Arawaks in Midden-Amerika, en ten oosten van Atlantis in Ierland, onder de Iberiërs in het noordelijk deel van Spanje, in Frankrijk, en — tot zeer recent — onder de Basken.
Besnijdenis als Ritueel
Dit gebruik ontstond in het warme klimaat van Atlantis als een hygiënische maatregel. Het heeft zich later naar Egypte verspreid, en Egyptische priesters verzekerden Herodotus in de vijfde eeuw v.Chr. dat deze zede in de vroegste Oudheid was ontstaan.
In het oude Egypte was besnijdenis niet verplicht, tenzij een man de opleiding tot priester wilde volgen. Het ritueel werd gewoonlijk uitgevoerd als de jongen veertien jaar oud was, hoewel de keuze aan de ouders werd overgelaten.
Vanuit Egypte verspreidde de rituele besnijdenis zich naar de Feniciërs en de Hebreeën. Ignatius Donnelly schrijft dat de Hebreeuwse rabbijnen — ook toen er overal ter wereld al metalen messen beschikbaar waren — de ceremonie met een stenen mes bleven uitvoeren. Donnelly meent dat dit een aanwijzing is dat het gebruik al in de Steentijd moet zijn ontstaan.
Geluidslevitatie
In de beginperiode van hun beschaving, toen lichaam en geest volledig bewust en evenwichtig op elkaar afgestemd waren, vervolmaakten de Atlantiërs de methode van geluidslevitatie voor het optillen van grote en zware objecten die in hun monumenten en bouwwerken werden verwerkt.
Zij maakten gebruik van intensieve groepsconcentratie om de energie van geluidsgolven te benutten voor het zonder mechanische hulpmiddelen optillen en op hun plaats brengen van kolossale steenblokken.
Verscheidene mensen haakten de armen ineen en begonnen, op het geluid van trommels en bekkens, rondom een steenblok te dansen. Daarbij spraken zij op een exact voorgeschreven manier luidkeels recitaties uit. Terwijl zij hun aandacht concentreerden op het zware steenblok, gebruikten zij hun mentale kracht in combinatie met de energie uit de geluidstrillingen om het zware object te ‘manipuleren’.
Ingenieurs slaagden er op den duur in gongs te maken die waren afgestemd op de juiste eigenfrequentie van de trillende moleculaire massa, als aanvulling en uiteindelijk zelfs vervanging van de trillingen van de luide stemmen en stampende voeten.
Als er op zo’n gong werd geslagen, waarvan de toon zodanig was afgestemd dat de trillingen resoneerden met de te verplaatsen steenmassa, en het geluid langdurig werd aangehouden terwijl iedereen zich bleef concentreren, werd de zwaartekracht overwonnen en kon het zwevende object naar de gewenste plaats worden gebracht.
Geluidsenergie en Mentale Kracht

Het is mogelijk dat het vermogen om zware objecten met behulp van geluidstrillingen en mentale concentratie te verplaatsen nog werd gepraktiseerd bij de bouw van de Egyptische piramiden. In Soemerische kleitabletten wordt immers verklaard dat “geluid steenblokken kan verheffen.”
Op kleinere schaal kunnen we nog reconstrueren hoe de Atlantiërs hun voordeel deden met geluidstrillingen en mentale energie. Russische onderzoekers experimenteerden met geconcentreerde geestkracht, waarbij mensen kleine objecten konden verplaatsen zonder ze aan te raken (telekinese).
Een ander voorbeeld komt uit het dorp Shivapur in het westelijk deel van India, waar bezoekers kunnen participeren in het opheffen van een brok graniet dat bijna zestig kilo weegt. Na zorgvuldig te zijn geïnstrueerd, posteren elf personen zich rondom dit brok graniet, dat ze slechts met de rechterwijsvinger aanraken. Onder het luidkeels reciteren van de naam van Qamar Ali Derwisj, de beschermheilige van de nabije moskee, komt het brok graniet langzaam van de grond, totdat het met een bons terugvalt. Andere klanken hebben geen enkele invloed op de macht die de aardse zwaartekracht over dit brok graniet uitoefent.
Overleveringen uit zowel Midden- als Zuid-Amerika vertellen dat er heel lang geleden gebruik werd gemaakt van geluid om immense bouwblokken van steen op te heffen en te vervoeren. Een oud Chinees gedicht luidt:
In de Oude Tijd konden rotsen lopen. Is dit waar of onwaar?
In de Oude Tijd konden rotsen lopen. Dit is waar, niet onwaar.
Toepassingen van Geluidstrillingen
Op diverse andere manieren treedt de energie in geluidstrillingen aan het licht. In 1891 startte John Worrell Keeley een motor in zijn laboratorium in New York met de energie uit de geluidstrillingen van vioolsnaren. Alleen als de juiste noten werden gespeeld, startte de motor, die zich op zes meter afstand van de viool bevond. Valse noten waren voldoende om de motor te doen afslaan.
Keeley experimenteerde ook met innovatieve, geslaagde procedures voor het overwinnen van de zwaartekracht, maar ondanks zijn ongeëvenaarde resultaten (of misschien juist daardoor) werd hij het mikpunt van genadeloze spot. Op een avond was hij zo ontmoedigd en depressief dat hij al zijn paperassen verbrandde, zijn modellen en apparaten vernietigde en stierf.
Van recentere datum is het gebruik van geluidstrillingen in een ruimteveer. Een zwevend brok glas werd met behulp van geluidsgolven veilig op zijn plaats gehouden terwijl het bij wijze van proef werd verhit tot het was gesmolten en de vorm van een fraaie lens kreeg. Deze verbazingwekkende proef slaagde dankzij het feit dat in een ruimteveer geen zwaartekracht aanwezig is, zodat er minder intense geluidstrillingen nodig zijn om iets op zijn plaats te houden door middel van mentale kracht. Als deze procedure geperfectioneerd wordt, zullen optische ingenieurs ongetwijfeld in staat zijn dunnere, gecompliceerdere lenzen te vervaardigen met minder lagen materiaal.
Ultrasone Energie en Technologie

Elektromagnetische transductoren, piezo-elektrische kwartskristallen en speciale fluitjes zijn andere voorbeelden van de energie van geluidstrillingen. Ze brengen allemaal sterke ultrasone trillingen voort die buiten het bereik van ons gehoor vallen.
Sonar, een uiterst nuttig hulpmiddel voor het in kaart brengen van de oceaanbodem, is een bekende methode voor het benutten van ultrasone trillingen. Bij oordeelkundig gebruik kunnen ultrasone trillingen worden benut om de vibraties van vloeistofmoleculen te versnellen, hitte te genereren, vaste stoffen te splijten en ziektekiemen te doden.
Ultrasone trillingen vormen ook de basis voor een diagnostische techniek die artsen in staat stelt beelden van inwendige organen te verkrijgen. Als de trillingen sterk genoeg zijn, kunnen mensen en dieren er zelfs door worden gedood — zoals ook geldt voor krachtige infrasone trillingen beneden de menselijke gehoorgrens.
Nu we volop bezig zijn om weer vertrouwd te raken met de kracht van geluidsgolven, kunnen we wellicht gemakkelijker begrijpen hoe het mogelijk was dat de Atlantiërs deze kracht benutten voor het verplaatsen van immense rotsblokken.
Gassen en Lasers als Wapens
Het volk van Atlantis experimenteerde voortdurend met de winning van energie uit natuurlijke bronnen. Na de laatste conferentie, gehouden in 50.722 v.Chr., toen zij pogingen deden om hun land te bevrijden van de gevaarlijke grote dieren die heel Atlantis onder de voet dreigden te lopen, werkte de ene generatie geleerden na de andere intensief aan de ontwikkeling van wapens ter verdediging tegen de monsters.
Tot de eerste pogingen in die richting behoorden gifgassen. Zodra de eerste partijen gereed waren voor gebruik, maakten optimistische Atlantiërs gebruik van de wind om deze gassen te laten doordringen in de grotten waarin de gevreesde dieren huisden. Alleen de jonge dieren stierven, maar grillige windvlagen joegen de levensgevaarlijke gassen terug naar de mensen die het resultaat van hun poging afwachtten. Tegelijkertijd stormden de gestoorde volwassen dieren de grotten uit en vielen woedend iedereen aan die ze te pakken konden krijgen.
Honderden jaren bleven de Atlantiërs op zoek naar doeltreffender methoden om met deze monsters af te rekenen. Ze ontwikkelden verscheidene soorten explosieven, die weliswaar grote vernietigingskracht bezaten, maar bijna even moeilijk te beheersen waren als de dieren zelf.
Edgar Cayce beschrijft ‘vervaarlijke staven’ (die aan lasergeweren doen denken) die de Atlantische technici vanuit een centraal punt op de verscheurende dieren richtten. Het intense licht uit deze ‘staven’ doodde een aantal dieren, maar lang niet genoeg om het probleem de baas te worden.
Lasers behoren tot de vele dingen in de readings van Cayce die voor de periode waarin hij ze beschreef heel onwaarschijnlijk leken, maar die inmiddels heel plausibel zijn geworden. De laser werd in de jaren zestig opnieuw uitgevonden, ruim dertig jaar nadat Cayce ze had beschreven.
Kernenergie in Atlantis

Voortgezette proeven leidden uiteindelijk tot de ontwikkeling van technologie voor het gebruik van kernenergie. Zeevarende kooplieden brachten uit mijnen nabij in zee uitmondende rivieren uraniumerts naar de laboratoria in Atlantis. Een van die mijnen was gelegen in Gabon, West-Afrika, niet ver van Atlantis, waar in de prehistorie intensieve mijnbouw is bedreven.
Vermoedelijk met raad en daad bijgestaan door hun buitenaardse bezoekers, stelden de Atlantische geleerden het gevaarlijke materiaal bloot aan intense zonne-energie en slaagden erin het atoom te splitsen. Niet veel later beschikte Atlantis over kernenergie.
Deze kracht bleek waardevol voor de strijd tegen de monsters, maar volgens Edgar Cayce leidde het misbruik ervan al spoedig tot aardbevingen en hevige vulkaanuitbarstingen, die rond 50.700 v.Chr. de stoot gaven tot de eerste cataclysmische verwoesting van de Atlantische beschaving.
Ook in de laatste beschavingsperiode van Atlantis was er kernenergie beschikbaar. De gruwelijke gevolgen van de vernietigingswapens die de Atlantiërs tijdens hun oorlog in India gebruikten, zijn tot in alle bijzonderheden beschreven in de Mahabharata en de Ramayana. In die geschriften wordt een verwoed conflict beschreven dat culmineerde in de verblindende explosie van een machtige bom, waarna een rookzuil opsteeg die zich in steeds wijder uitbollende cirkels verdikte.
Brandende olifanten stortten ter aarde; vogels in de lucht werden in een klap wit. Menselijke overlevenden haastten zich rivieren in om zich van de radioactieve as te ontdoen. Later vielen hun nagels en haren uit. Onder de prehistorische steden Mohenjodaro en Harappa (nu in Pakistan gelegen) werden in onze tijd geraamten opgegraven die radioactief bleken te zijn. Uit de houdingen van deze overblijfselen kon worden opgemaakt dat zij zijn gevallen toen zij voor iets onbekends op de vlucht waren.
Er zijn nog andere verhalen over verwoestingen die blijkbaar het gevolg waren van het gebruik van atoombommen in de prehistorie. In 1947 verrichtten archeologen opgravingen in het dal van de Eufraat. Nadat zij door talloze cultuurlagen heen hadden gegraven, legden zij een cultuur van holbewoners bloot die op een hard oppervlak van gesmolten glas hadden geleefd. De samenstelling van deze bodemlaag kwam vrijwel overeen met die van de woestijnbodem in Alamogordo, New Mexico, zoals die na de eerste atoomproef was geworden.
Zecharia Sitchin gelooft dat buitenaardsen verantwoordelijk waren voor enkele atoombomexplosies op het schiereiland Sinaï, die zich daar in het jaar 2023 v.Chr. moeten hebben voorgedaan. Soemerische teksten beschrijven een dichte wolk die opsteeg naar de hemel, gevolgd door “hete rukwinden” en een gruwelijke storm die alles verschroeide. In de periode die erop volgde stierf alles uit, op enkele ziekelijke planten aan de oevers van de Eufraat en de Tigris na.
Toen aan dr. Robert Oppenheimer — de man die leiding gaf aan het Manhattan Project — na de eerste geslaagde atoomproef werd gevraagd of dit de eerste atoomexplosie ooit was geweest, zou hij naar verluidt hebben geantwoord:
“Het was de eerste in de moderne geschiedenis.”
Kristalenergie in Atlantis
Gedurende hun langdurige beschavingen ontwikkelden de Atlantiërs nog andere methoden om energie te genereren. Deze zijn voor ons nog tamelijk nieuw. Tijdens de periode van moeizaam herstel omstreeks 48.000 v.Chr. maakten de toenmalige geleerden graag gebruik van de hulp van buitenaardse wezens bij hun onderzoek naar het benutten van zonne-energie met behulp van kristallen.
Zij installeerden een enorm blok van nauwkeurig in vorm geslepen bergkristal in de piek van een toren waarin een installatie voor het omzetten van lichtenergie was ondergebracht. Op die hoogte — boven aardse obstakels — konden de facetten van het kristal het zonlicht invangen en bundelen, zoals onze paraboolspiegels dat ook kunnen.
Dit bouwwerk in Atlantis was bekleed met een materiaal dat verwant is aan chrysotiel (het mineraal waaruit asbest wordt gewonnen), mogelijk antigoriet. Edgar Cayce beschreef het kristal en de behuizing ervan gedetailleerd, met de toevoeging dat het dak boven de steen uitschuifbaar was om naar behoefte zonlicht toe te kunnen laten.
De Atlantische ingenieurs gebruikten deze zonne-energie voor een verscheidenheid aan nuttige machines die geen milieuvervuiling veroorzaakten. Omstreeks 28.000 v.Chr. deed zich een tragisch ongeval voor toen grote hoeveelheden van deze onderaards opgeslagen energie explodeerden. De daardoor veroorzaakte schokgolf verstoorde het labiele seismische evenwicht in de aardkorst en vormde de aanzet tot aardbevingen die gevaarlijke vulkanen tot uitbarsting brachten.
De kennis van energiewinning via kristallen bleef echter zorgvuldig bewaard. Gedurende een groot deel van de twintigduizend jaar lange geschiedenis van de derde en laatste beschaving in Atlantis leverde de zon opnieuw schone energie aan de Atlantiërs.
Het is mogelijk dat er in het noordelijk deel van de Atlantische Oceaan nog altijd kristallen functioneren die energiestromen omzetten en in bepaalde banen leiden. In 1989 meldde de bemanning van een Sovjetrussische onderzeeër, bezig met het filmen van de oceaanbodem, dat de machines plotseling stilvielen, terwijl de instrumentnaalden trilden en zelfs achterwaarts uitsloegen.

Dit gebeurde enkele honderden kilometers ten oosten van de Azoren. De bemanning gedroeg zich vreemd en voelde zich niet lekker. Deze toestand hield een minuut of vijftien aan, waarna de omstandigheden weer normaal werden. Het was alsof de onderzeeër binnen het bereik van een geheimzinnig veld van energie was gekomen.
De gezagvoerder vroeg en kreeg toestemming om de haven van Ponta Delgada op de Azoren binnen te lopen en daar zijn hevig geschrokken bemanningsleden toe te vertrouwen aan de hoede van psychiaters.
De Bermudadriehoek en Kristalarchieven
Ook de bemanningen van schepen en vliegtuigen die door de Bermudadriehoek — een groot gebied in de Atlantische Oceaan ten oosten van Florida en de Bahama’s — varen of eroverheen vliegen, vertellen dergelijke verhalen. Er zijn veel schepen en laagvliegende vliegtuigen in de Bermudadriehoek verdwenen: geregeld vallen er ‘zomaar’ machines of motoren uit, beginnen kompassen in het rond te tollen en gedraagt ook andere navigatieapparatuur zich grillig of weigert volledig dienst.
Op 9 november 1956 verdween een patrouillebommenwerper van het type P5M met een bemanning van tien koppen. De missie van de vlucht was geheim, maar aan boord was een instrument voor het bestuderen van de dichtheid van magnetische stromen of aardmagnetische afwijkingen.
Volgens de readings van Edgar Cayce zijn er archieven over de zonlichtconvertoren van Atlantis toegankelijk op drie plaatsen op aarde:
- Het onderzeese deel van Atlantis bij Bimini.
- De Egyptische ‘Tombe der Archieven’, onderdeel van een nog niet ontdekte Archiefzaal, die zich bevindt tussen — of langs — de toegang vanaf de Sfinx tot de tempel of piramide, uiteraard in een eigen piramide.
- In Yucatan, waar zich volgens Cayce hetzelfde embleem bevindt. Hij voorspelde dat delen van dit archief naar de Verenigde Staten zouden worden gebracht, onder andere naar het Pennsylvania State Museum, en mogelijk ook naar instanties in Washington of Chicago.
Hoewel er nog niets concreet aan het licht is gebracht, heeft recent onderzoek het bestaan van holle ruimten onder de Sfinx en eromheen aangetoond.
Magneetvelden en Leylijnen
De Atlantiërs respecteerden hun omgeving en kwamen — door toedoen van hun wichelroedelopers — op de hoogte van het feit dat het hele aardoppervlak wordt omspannen door een netwerk van natuurlijke energiestromingen. De bron van deze tellurische energie is het gesmolten ijzer in de buitenste mantel van de aardkern. De onophoudelijke trillingen van vrije elektronen in dit vloeibare ijzer genereren een stroom die een magnetisch veld opwekt.
De intensiteit van dit magnetisch veld aan het aardoppervlak varieert van plaats tot plaats, van dag tot dag en over langere perioden. Deze sterkte — weergegeven op isomagnetische landkaarten — wordt zowel horizontaal als verticaal gemeten. Schommelingen in het aardmagnetisch veld verstoren radioverbindingen en zijn soms verantwoordelijk voor het ontstaan van het Noorderlicht (Aurora Borealis): onwaarschijnlijk mooie en steeds veranderende ‘vlammen’ van gekleurd licht in zachte pasteltinten boven de poolcirkel.
In ons tijdsgewricht neemt de sterkte van het aardmagnetisch veld iedere honderd jaar met circa 6 procent af. Als deze trend zich in het huidige tempo voortzet, zal er over 1500 jaar helemaal geen aardmagnetisch veld meer zijn.
Leylijnen en UFO’s
Opgemerkt is dat UFO’s zich vaak in rechte lijnen — met magnetische kenmerken — ten opzichte van het aardoppervlak verplaatsen. Het is waarschijnlijk dat Atlantis van buitenaardse bezoekers heeft geleerd de fluctuerende magnetische energiestromen rondom de aarde te benutten als ‘banen’ ter voortstuwing.
Er zijn geen aanwijzingen dat er in de prehistorie nog een beschaving is geweest die geavanceerd genoeg was om de ‘magneetbanen’ te construeren die tegenwoordig bekendstaan als leys. De leys in Engeland zijn tamelijk bekend, maar deze volmaakt rechte lijnen — die door mensen zijn aangelegd — zijn op elk continent vanuit de lucht te zien. Ze strekken zich uit over afstanden van honderden kilometers, door de meest uiteenlopende terreingesteldheden, inclusief diepe dalen en steile hellingen.
In het Verenigd Koninkrijk en elders zijn de locaties van kerken, grafheuvels, kruispunten, begraafplaatsen, grensstenen, kastelen en doorwaadbare plaatsen aanwijzingen voor het verloop van de leys. Hoewel deze herkenningspunten op aanzienlijke afstanden van elkaar liggen, zijn ze nauwkeurig uitgelijnd in een richting.
Latere beschavingen hebben grote delen van de leys overdekt met wegen, maar aangezien ze recht over alle natuurlijke obstakels heen lopen — en niet de contouren van heuvels en dalen volgen — kan dit niet hun enige oorspronkelijke doel zijn geweest. Over het nut van leylijnen is weinig bewaard gebleven, behalve dat er raadselachtige energiestromen (mogelijk gekanaliseerde tellurische energie) langs deze banen hebben gevloeid.
Leylijnen, Magnetisme en Verborgen Krachten
Gelet op de onvoorstelbare inspanningen en tijd die de aanleg van deze leys moet hebben gekost, moeten ze een functie hebben gehad die voor onze voorgangers meer dan de moeite waard was — wellicht als communicatieverbindingen of krachtlijnen voor het transport van mensen en goederen.
Oude legenden verhalen dat soms, als de zon recht op een van deze banen neerscheen, druïden loskwamen van de grond en zich langs deze banen verplaatsten. In Australië verplaatsen de Aboriginals zich langs lange, kaarsrechte routes die zij al duizenden jaren gebruiken. Wanneer zij deze oude paden volgen, doen zij onder het lopen nieuwe energie op, zodat zij langere en moeilijkere voetreizen kunnen maken dan over nieuw gebaande wegen.
Het bewustzijn van mensen op locaties met veel natuurlijke energie voert extra kracht toe aan hun lichaam als zij vol overtuiging geloven dat een handeling uitvoerbaar is. Als zij werkten met een combinatie van mentale energie en geluid, is het voorstelbaar dat de Atlantiërs en hun nakomelingen ook in staat waren zware objecten en zichzelf langs leys door de lucht te verplaatsen.
Feng Shui en Drakenkracht
Ook in China wemelt het van de leys. In dit land is de kracht van het aardmagnetisme bekend gebleven toen de rest van de wereld daar allang geen herinnering meer aan bewaarde. De Chinezen noemen het de ‘drakenkracht’ en houden er terdege rekening mee in de discipline die bekendstaat als feng shui — de kunst van plaatsing en harmonisatie (geomantie).
Om zich een idee te vormen van de kracht van het magnetisch veld op een bepaalde locatie, analyseren zij de kenmerken van het landschap en betrekken ook allerlei astrologische invloeden in hun overwegingen. Aan de hand van het eindresultaat oriënteren zij ieder bouwwerk zorgvuldig met het oog op waterpartijen, heuvels, boomgroepen en rotsblokken in de omgeving, om te zorgen dat alles in harmonie is met de geometrie van het aardoppervlak.
In het verleden ontstond op deze vindingrijke en zorgvuldige manier een harmonieus landschap met een delicaat evenwicht dat in staat was een grote bevolking te voeden en huisvesten. In navolging van volken uit de prehistorie bouwden de Chinezen steden, woningen en graftombes waar zij en de geesten van hun voorouders in harmonie met de natuur konden leven en voordeel hadden van de energie die het product is van de subtiele krachten van het aardse magnetisme.
M
oderne Experimenten met Magnetisme
Hoewel het aardmagnetisch veld momenteel veel zwakker is dan in de tijd dat de Atlantiërs er gebruik van maakten, beginnen onze hedendaagse geleerden iets van de kennis uit het verleden te herontdekken bij hun experimenten met deze potentiële krachtbron.
Een aantal jaren geleden meldde Lowell Ponte, een voormalige onderzoeker van het Pentagon, dat de Sovjets een krachtbron hadden gebouwd die bedoeld was om een verandering te bewerkstelligen in het aardmagnetisch veld op de lengtegraad van de piramide van Gizeh, die ook de lengtegraad is van het Griekse Saloniki. Kort daarna, in 1978, werd Saloniki getroffen door krachtige aardbevingen.
De onverwachte experimentele resultaten van hedendaagse onderzoekers van het aardmagnetisme en het verband tussen magnetisme en tijd maken duidelijk dat we nog lang niet toe zijn aan het ten volle benutten van deze beschikbare bron van energie.
Het Rainbow Project en Montauk
De Atlantische beschaving heeft veel en veel langer dan de onze bestaan voordat zij in staat was tijd en ruimte te manipuleren of gebruik te maken van de sterke stromingen van magnetische energie rondom de aarde.
In een poging een eind te maken aan de Tweede Wereldoorlog heeft de Amerikaanse marine — in het kader van het zogeheten Rainbow Project — geprobeerd een schip onzichtbaar te maken voor radarinstallaties.
Op 22 juli 1943 werd het schip USS Eldridge in de haven van Philadelphia uitgerust met enorme generatoren die een sterk magnetisch veld moesten opwekken. Toen deze werden ingeschakeld, verdween het schip van de radarschermen — en werd ook onzichtbaar voor het menselijk oog.
Na uitschakeling van de generatoren bleken de bemanningsleden mentaal ernstig van slag. Sommigen waren op gruwelijke wijze omgekomen, waarbij hun lichaam leek te zijn geïntegreerd in het ijzer van waterdichte schotten. Andere lichamen werden brandend aangetroffen of zweefden door de lucht.
Ondanks uitgebreide rehabilitatieprogramma’s bleven de overlevenden voorgoed mentaal gedesoriënteerd en werden zij als ‘mentaal ongeschikt’ naar huis gestuurd.
Soortgelijk geheim onderzoek werd gedurende drie decennia verricht op de voormalige luchtmachtbasis van Montauk op Long Island. Uiteindelijk realiseerden de onderzoekers zich dat hun experimenten met magnetisme — met als doel tijd en ruimte te manipuleren — onherstelbare schade toebrachten aan de betrokken mensen, en het project werd gestaakt.
Er werd gefluisterd dat er ‘wezens van Sirius’ bij deze uiterst geheime onderzoeken betrokken waren, evenals andere buitenaardsen.
Heilige Plaatsen en Tellurische Energie
Er is tellurische energie gemeten bij oude steencirkels en andere heiligdommen op de snijpunten van leys — plaatsen waar zowel kosmische als aardse energie voorhanden is. Deze heilige plaatsen vallen vaak samen met centra van magnetische activiteit, waar energiestromen die vlak boven het aardoppervlak cirkelen op elkaar inwerken.
Markeringsstenen die zijn uitgelijnd op astronomische gebeurtenissen — zoals de opkomst van de zon, de maan of een sterrenconstellatie bij een solstitium — zijn vaak omgeven door een zwak energieveld dat ervan uit lijkt te gaan.
Onze vroege voorouders richtten megalieten op of bouwden tempels en kerken boven locaties waar diepe onderaardse stromen elkaar kruisten. Deze monumenten werkten min of meer als acupunctuurnaalden, die spiralende energiestromen uit de kosmos en het inwendige van de aarde naar de biosfeer van de aarde brachten.
Langzamerhand beginnen onze geleerden verklaringen te vinden voor deze verschijnselen, nu zij ontdekken dat deze stenen zuilen een soort elektrische energie aantrekken. In het verleden is op sommige plaatsen zelfs kennelijk zoveel hitte ontstaan dat de stenen met elkaar versmolten, zoals bij Maughold op het eiland Man.
De nakomelingen van de Atlantiërs — die de krachtvelden in deze locaties bespeurden — gebruikten deze plaatsen voor religieuze activiteiten en bouwden er tempels. Eeuwen later bouwden nieuwe beschavingen hun godshuizen op deze krachtige plekken, bovenop de oorspronkelijke fundamenten.
De kathedraal van Chartres en vele andere heiligdommen staan op zulke prehistorische krachtplaatsen. Ook de meeste kleine kerken op kruispunten in Engeland staan op locaties waar al meer dan tweeduizend jaar religieuze activiteiten plaatsvinden.
Sterrenkracht en Kosmische Invloed

Terwijl sommige onderzoekers van Atlantis gebruikmaakten van de natuurlijke stromen van energie die door het aardoppervlak vloeien, concentreerden andere geleerden zich op astrologie en astronomie. Intensief opgeleide academici bestudeerden aandachtig de sterrenhemel, in de overtuiging dat de zon, de maan en de sterren — als expressievormen van de ene almachtige god — invloed hadden op de aarde en haar bewoners.
Op de bovenste verdieping van de Poseidontempel in de Stad der Gouden Poorten hadden deze astrologen en astronomen de beschikking over een uitstekend geoutilleerd observatorium. Zij gebruikten hun tijd voor het zo accuraat mogelijk vastleggen van de bewegingen van hemellichamen en sterrenclusters, in de hoop aan de hand hiervan de wensen van de goden te kunnen voorspellen die over de ‘bewoners van de sterren’ heersten.
De tekens van de dierenriem en de namen van de sterrenconstellaties waaraan de tekens hun namen hebben ontleend, stammen uit de tijd van vóór 10.000 v.Chr., toen Atlantische astronomen — wellicht geholpen door buitenaardsen — bepaalde constellaties begonnen te zien als de persoonlijke eigenschappen van goden. Zo kregen ze als dierenriemtekens een eigen leven.
Toen zij de constellaties namen begonnen te geven, hielden zij bijvoorbeeld rekening met de verering van de Pleiadanen voor de Stier, en noemden hun plaats van oorsprong Taurus. Duizenden jaren later, toen de Soemeriërs met hun ‘hemelgoden’ samenwerkten, verdeelden zij de dierenriem in twaalf segmenten en gebruikten precies dezelfde namen.
Op een kleitablet uit Soemerië (VAT.7847), dat tot de collectie van het Berlijnse Museum behoort, begint de lijst van dierenriemtekens met het tijdperk Leeuw, dat liep van 10.970 tot 8810 v.Chr. (een periode van 2160 jaar). De Griekse geleerden, bron van veel van onze informatie, dankten hun astronomische kennis aan de Soemeriërs — inclusief de dierenriem en de methode om zonsverduisteringen te voorspellen.
Fragmenten van de Atlantische sterrenkunde, ooit bewaard in de enorme bibliotheken van de prehistorische wereld, waren ook toegankelijk voor de Grieken.
Oude Astronomische Sporen
Ook nu nog zijn resten van de astronomische kennis van de Atlantiërs bewaard gebleven. De ‘god’ Atlas was een astroloog, wiens inzicht dat de wereld een ronde bol is tot uiting komt in de mythe dat hij de wereld op zijn schouders torste.
In botten gegraveerde maankalenders uit de periode van 28.000 v.Chr. in West-Europa tonen hoe exact de waarnemingen van de sterrenkundigen uit die tijd waren — en hoe zij in staat waren tot abstracte wiskundige berekeningen voor astronomische voorspellingen.
Een fresco op het gewelf van een kapel van de Tempel van Dendera in Egypte, niet ver van Luxor (het vroegere Thebe), toont de dierenriemtekens zoals ze zichtbaar waren tussen 10.970 en 8810 v.Chr., met Leeuw op het punt van de nachtevening. Deze eeuwenoude tempel rust op fundamenten van oudere gebouwen van vóór 3000 v.Chr. In 1821 werd het complete gewelf met de dierenriem verwijderd en overgebracht naar Frankrijk, waar het nu te bewonderen is in het Louvre.
Astronomie en Magnetisme

Er was nog een andere reden voor het grote belang dat in Atlantis werd gehecht aan astronomie: de hoeveelheid energie in het aardmagnetisch veld wordt beïnvloed door de relatieve posities van de zon, de maan en de planeten.
Bij volle maan is de magnetische activiteit rond het middaguur sterker, en minder sterk bij zonsondergang. Bij een verduistering, als de magnetische activiteit die normaal gesproken wordt gestimuleerd door het verduisterde hemellichaam afneemt, neemt ook de energiestroom in sterkte af.
Voorkennis van eclipsen was voor de Atlantiërs van essentieel belang, want als er zich een eclips voordeed, nam de langs de leys stromende energie plotseling af en kwamen alle transporten langs deze banen stil te liggen. De kans bestond dus dat in de lucht zwevende mensen of objecten neer zouden storten.
Symbolen en Hun Energie
Enkele, dubbele en drievoudige spiralen — in Atlantis veelgebruikte symbolen — waren afspiegelingen van natuurkrachten en fysische energie. Overal waar de Atlantiërs heen reisden, leerden de mensen die met hen in contact kwamen deze symbolen te verbinden met onzichtbare krachten, en met Atlantis zelf: de opgerolde slapende slang.
Zoals de opgerolde slang het symbool was voor Atlantis, zo was de draak het symbool voor China. De Ierse overlevering bewaart een oud gezegde:
“Kennis, onder de heerschappij van de Gouden Slang, was vooral te vinden in het Westen; wijsheid, iets van heel andere orde, was te vinden onder de heerschappij van de Gouden Draak, in het Oosten.”
De inheemse bevolking van landen die door Atlantis werden beïnvloed, bleef de slang als symbool van kracht zien, lang nadat het rijk was ondergegaan. Slangsymbolen sieren monumenten in het Verenigd Koninkrijk en Noord-Amerika.
In het Oude Egypte stond het serpent met gevorkte tong en dubbele penis model voor de eenheid van hoger en lager bewustzijn. De Vikingen, afstammelingen van zeevarende Atlantiërs, tooiden hun schepen met gebeeldhouwde slangen. De Azteken vereerden het heilige serpent, en toen een vreemdeling met een witte baard uit de oceaan in het oosten kwam en hun beschaving bracht, noemden zij hem Quetzalcoatl — Quetzal voor de hemelvogel, coatl voor slang.

Kristallen en Kunstlicht
Grote kristallen die met zonne-energie waren geladen, verspreidden na zonsondergang in Atlantis een blauw-wit licht om de duisternis op afstand te houden. Dit vermogen tot het creëren van kunstlicht bestond nog ten tijde van het Oude Egypte, waar kunstenaars urenlang in donkere graftomben werkten aan schitterende muurfresco’s — zonder sporen van roet van olielampen of toortsen.
Onze beschaving heeft inmiddels lampen ontwikkeld die werken met een mengeling van tritiumgas en fosfor: deze kunnen een generatie of langer zonder elektriciteit licht verspreiden.
De Vier Elementen als Energiebron
Uit de vier natuurlijke elementen — aarde, lucht, vuur en water — genereerden de Atlantiërs energie om in hun behoeften te voorzien en de kwaliteit van hun leven te verbeteren:
- Aarde bood tellurische energie en materiaal voor gifgassen en kernenergie.
- Lucht plantte geluidstrillingen voort.
- Vuur van de zon werd via kristallen gebundeld en geconverteerd in fysische energie.
- Water bevatte de energie van rivieren, watervallen en getijdenstromingen.
De beschaving van de intelligente, vindingrijke en intuïtief hoogbegaafde Atlantiërs nam een hoge vlucht.


