Dronken van vermoeidheid
Lees je dit met slaperige ogen, terwijl je wanhopig wacht op de cafeïneboost die je vermoeide zelf weer op gang moet helpen om de volgende dag te doorstaan? Misschien herinner je je nog levendig dat uitgeputte gevoel dat je achtervolgde en die zeurende pijn achter je ogen? De behoefte om je ogen te sluiten en weg te zakken in een diepe, rustgevende slaap.

Het enige wat je wilde was je ogen sluiten en de vermoeidheid laten verdwijnen, gehuld in de amnesische werking van de slaap, zodat je eindelijk verlost zou zijn van de nachtmerrie die je in zijn greep hield. Maar die slaap lukte je nooit. Je bijna constante angst zorgde ervoor dat je, liggend in bed, gespannen was, klaar om te reageren op de volgende belediging of manipulatie.
Je hoorde een klik. Was dat ik die eindelijk de studeerkamer verliet en naar de slaapkamer kwam, of was het gewoon het huis dat zich zette? Je was extreem alert en je kon je niet meer herinneren hoe lang die toestand had geduurd, maar je wist wel dat het elke nacht een strijd veroorzaakte waarbij je probeerde te slapen, maar elk geluid je deed schrikken en je klaarmaken voor de volgende ochtend.
Soms moet je in slaap zijn gevallen, zo uitgeput was je, en droomde je, en toen werd je plotseling wakker. Wat was er gebeurd? Waarom werd je zo plotseling wakker? Je draait je om en ziet me daar liggen, diep in slaap, onbezorgd.
Zelfs nu wil je me nog aanraken in de hoop dat mijn hand op je schouder rust en mijn arm je omarmt, waardoor je je weer veilig en geborgen voelt, zoals vroeger. Je hebt echter geleerd om dat niet meer te doen, want de gevolgen van het wakker maken van mijn slaap zijn het niet waard om nog eens mee te maken. In plaats daarvan trok je trillende hand zich terug en keek je op de klok. Je zuchtte berustend toen je besefte dat je onrustige slaap maar ongeveer een uur had geduurd.
Je lag daar, met prikkende ogen en een zwaar hoofd, dankbaar dat het niet een van die nachten was waarop ik je herhaaldelijk in je rug prikte om je wakker te houden. Hoe lukte het me om dat te doen en vervolgens verfrist en vol energie uit bed te springen terwijl jij als een zombie opstond? Hoe had ik je slaap de hele nacht kunnen verstoren door je te porren, terwijl ik zelf nog vol energie zat?
Sliep ik overdag als een vampier die zich voor het zonlicht verstopte? Gelukkig slaap ik deze keer wel en ben je de af en toe storende prik in je rug bespaard gebleven. Dat is een kleine opluchting, want de vragen en gedachten razen door je hoofd, zoals altijd midden in de nacht. Waarom gebeurt dit? Wat is er misgegaan? Waarom doe ik dit? Wanneer houdt het op? Hoe kun je het stoppen? Moet je me vragen erover te praten, of riskeer je daarmee weer een ruzie? Hoeveel kun je nog verdragen? Wanneer heb je voor het laatst goed geslapen? Deze vragen, en nog veel meer, wervelen door je hoofd en hebben zich in je greep.
Je blik dwaalt af naar de stille televisie in de hoek van de kamer en je overweegt om iets te kijken, maakt niet uit wat, gewoon om het aanhoudende gerommel in je hoofd te doorbreken. Maar zelfs met het volume op een nauwelijks hoorbaar niveau weet je dat het mij zal storen en dat het dan weer jouw schuld is.
Je kijkt naar de deur die nu gesloten is. Je hebt je verzet tegen het plaatsen van een slot op de slaapkamerdeur, bang voor de verdere verschrikkingen die je te wachten stonden als je de deur niet meer uit kon. Maar elke dag ben je bang dat je bij thuiskomst een rekening van een timmerman op de keukentafel aantreft en dat er toch een slot is geplaatst.
Je overweegt of je naar beneden moet gaan om te kijken of je op de bank in slaap valt, of dat je in ieder geval je koptelefoon kunt opzetten en naar een hoorspel of muziek kunt luisteren. Dat zou een beetje rust bieden, maar toch, alsof je een zesde zintuig hebt, weet je dat ik zal verschijnen en eisen te weten wat je midden in de nacht beneden doet. Hoe diep ik ook lijk te slapen, het is alsof ik je afwezigheid voel en je kom zoeken.
Dan word je ervan beschuldigd dat je achter mijn rug om met een man hebt ge-sms’t, terwijl je telefoon niet bij de hand is. Het maakt toch niet uit wat de feiten zijn? Ik vind altijd wel een manier om de schuld op jou af te schuiven. Nee, je kunt niet stiekem naar beneden sluipen en in plaats daarvan moet je stokstijf in bed blijven liggen, terwijl je ogen de onophoudelijke voortgang van de tijd gadeslaan en de slaap je ontwijkt. Je voelt je hart in je borst bonzen. Hoewel er niets gebeurt en alles stil en rustig is, blijft dat gevoel van onheilspellendheid hangen. Een koude hand van angst heeft je hart gegrepen en knijpt, waardoor je geen adem meer krijgt en angst zich door je heen verspreidt.
Misschien moet je naar de dokter gaan en vragen of hij je iets kan voorschrijven? Je moet dat wel in het geheim doen, anders beschuldig ik je ervan dat je aandacht zoekt door zonder eerst met mij te overleggen naar de dokter te gaan. Ik weet natuurlijk wat het beste voor je is en ik beoordeel alles wat je doet voordat ik besluit of ik het goedkeur. Je weet dat je ertegen moet vechten, maar je bent zo moe, zo uitgeput en je hebt de weinige kracht die je nog hebt nodig om de dag door te komen zonder op een mijnenveld te trappen en een woede-uitbarsting te veroorzaken. Het wordt steeds moeilijker.
Je vergeet dingen nu. Je geheugen was vroeger uitstekend, of tenminste, dat denk je. Zelfs nadenken wordt een hele opgave en soms zit je gewoon voor je uit te staren, gevangen tussen wakker zijn en hypnose. Als je maar één nacht rust kon krijgen, als deze angst, deze vrees, deze achterdocht je maar losliet en je wat kracht kon opdoen, dan zou je deze fouten niet maken en zou ik niet boos zijn. Misschien zouden we dan weer zijn zoals vroeger.
Je kunt je dat nog steeds herinneren en hoopt met heel je hart dat deze situatie op de een of andere manier kan worden rechtgezet. Je voelde je toen nooit moe. Je liep nooit met een slepend pasje of zette de melk per ongeluk in de vaatwasser. Je vergat niet dat je aan het bakken was, totdat de scherpe rooklucht je uit je dagdromen rukte en je naar de keuken rende, je eigen stomme fouten vervloekend en je je meteen afvragend of je nog een nieuwe lading kon bakken voordat ik thuiskwam en weer een van je mislukkingen zou zien.
De klok slaat 5 uur ’s ochtends aan en de slaap wil maar niet komen. De doffe kloppende pijn midden op je voorhoofd blijft. Je moet over een uur toch al opstaan. Het heeft geen zin om nu nog te proberen te slapen. Je ziet de eerste zonnestralen door de gordijnen heen sijpelen en een nieuwe dag is aangebroken. Je kunt net zo goed opstaan en de dag doorkomen, welke dag het ook is, is het woensdag of donderdag? Je weet het niet meer precies. Je schuift je voeten van het bed en gaat rechtop zitten, terwijl je over je schouder naar me kijkt. Mijn rug is nu naar je toegekeerd, mijn lichaam rijst en daalt in een gestaag ritme terwijl ik doorslaap, me niet bewust van jouw vermoeidheid. Je staat op en wiegt een beetje heen en weer terwijl je je klaarmaakt voor weer een dag vol vermoeidheid.
Herkenbaar helaas

