Gezondheid 5

 

Epilepsie
Epilepsie heeft te maken met verschillende dingen die in elkaar grijpen. Ik zal proberen het verhaal zo goed mogelijk uit te leggen 

De hypofyse is een heel belangrijke klier die in je hoofd zit. Hij regelt op lichamelijk niveau de hormoonhuishouding. Daarnaast heeft hij ook nog een geestelijke werking en die is te vergelijken met de werking van een vertaalbureau. De epifyse (ook een klier in je hoofd) vangt geestelijke informatie op, het is als het ware een antenne. Deze informatie geeft de epifyse door aan de hypofyse. De hypofyse gaat vervolgens met die geestelijke informatie aan de slag en vertaalt deze naar, voor het menselijk lichaam begrijpelijke taal. De hormonen vervolgens verdelen dan deze informatie door het hele lichaam. Heel simpel dus: informatie opvangen en doorgeven – vertalen in begrijpelijke taal – verzending. 

Het denken, je verstand zit ook in je hoofd. En kenmerkend voor het denken is dat het denkt dat hij het allerbelangrijkste is. Het denken is ervan overtuigd dat er niets boven het denken uit gaat en dat hij alles kan, wil en moet kunnen bevatten en beredeneren én onder controle houden. Het is soms echt een potentaat. Het denken is hét instrument wat bewustzijnsvernauwing (verkramping van epi- en hypofyse) veroorzaakt. Dat ken je vast ook zelf wel. Je hebt een probleem en je kunt erover nadenken wat je wil maar je komt er niet uit. Na een tijdje geef je het op en ineens (meestal midden in de nacht of als je met iets compleet anders bezig bent, in ieder geval als je niet denkt) weet je de oplossing van het probleem. Het schiet je ineens te binnen. Wat er gebeurt is dat het denken loslaat waardoor er ruimte komt om informatie door te laten, geestelijke informatie. 

Iemand die gevoelig is voor epilepsie heeft vaak de neiging om alles in eigen hand te willen houden, alles onder controle. Hierdoor ontstaat er als het ware een chronische verkramping van epi- en hypofyse. De geestelijke informatie kan hierdoor heel moeilijk tot je doordringen en je blijft een beetje in je eigen cirkeltje ronddraaien. 

 Als de situatie heel spannend wordt of emotioneel geladen. Als je helemaal niet weet wat je ermee aan moet, komt je eigen engel (of je innerlijke leiding) je als het ware te hulp. Hij gaat gewoon geestelijke informatie voor je halen. Hierdoor schrikt je lichaam: “o jee, ik zit zonder leiding” en schiet in een spasme. Ook je hypofyse doet mee met deze paniekaanval. Reflexmatig echter bijt je automatisch op je tong. Toevallig zit op je tong het reflexpunt van je hypofyse waardoor deze weer ontkrampt en je innerlijke leiding weer terug kan komen. Terug van weggeweest, met een boodschappentas vol informatie. Dat is ook wat je vaak ziet, epileptici zijn na een aanval enorm geïnspireerd en komen vaak na een insult op de meest fantastische ideeën.

————
Een schat van een tomaat
  

Zijn alle tomaten hetzelfde? Onderzoek toont aan van niet. 

Hoewel alle tomaten een rijke bron zijn van belangrijke nutriënten, zoals lycopeen, blijkt dat er tussen tomaatsoorten onderling een behoorlijk verschil kan zitten. De kleine cherrytomaatjes blijken de rijkste schat aan flavonolen te zijn. 

Flavonolen zijn antioxidanten die je lichaamscellen beschermen tegen veroudering en ziekte. Er is weliswaar geen aanbevolen dagelijkse hoeveelheid van deze stoffen, maar het eten van veel verse groenten zorgt ervoor dat je een behoorlijke hoeveelheid binnenkrijgt. 

 Rijke bronnen zijn bijvoorbeeld rode uien, rode druiven en tomaten.

 ———
Een positief wijntje
 

Als je dan toch een wijntje gaat drinken is het goed om te weten dat in het blad Nature onlangs een artikel stond dat de verklaring geeft voor het feit dat een glaasje rode wijn de kans op hart- en vaatziekten vermindert. 

Rode wijn blijkt stoffen te bevatten (polyfenolen) die de aanmaak van een bepaald eiwit verhinderen. Dit eiwit vernauwt de bloedvaten en bevordert aderverkalking. 

De onderzoekers hebben grondig werk verricht. Ze testten namelijk 23 soorten rode wijn, 4 witte wijnen, een rosé en druivensap. De vorming van het eiwit werd alleen geremd door de rode wijnen. 

 Wellicht dat dit meespeelt in het minder voorkomen van hart- en vaatziekten in Frankrijk

 ———-

E-Nummers
 
E-Nummers [ 3/2/2003 13:22 | /¥Isis¥\ ]
Tabel: Additieven en hun functie 

E100-180
Kleurstoffen
Kleurstoffen geven een product kleur of versterken de bestaande kleur (bijvoorbeeld rode kleurstof in aardbeienyoghurt) 

E200-252
Conserveermiddelen
Conserveermiddelen verlengen de houdbaarheid van een voedingsmiddel door bederf als gevolg van bacteriën, schimmels en/of gisten tegen te gaan (bijvoorbeeld nitriet in vleeswaren) 

E260-297 en 322-385
Voedingszuren
Voedingszuren komen van nature voor in voedingsmiddelen en het lichaam en hebben een veelzijdige werking. Ze verhogen de zuurtegraad van een product, versterken de werking van antioxidanten en conserveermiddelen en werken kleurbehoudend. 

E300-321
Antioxidanten
Antioxidanten vergroten de houdbaarheid van een product door bederf en kleurveranderingen tegen te gaan (bijvoorbeeld het geel en ranzig worden van boter). 

E400-495
Geleermiddelen, emulgatoren, stabilisatoren en verdikkingsmiddelen
Geleermiddelen geven producten een gelei-achtige structuur (bijvoorbeeld jam). Emulgatoren maken het mogelijk twee niet-mengbare stoffen (water en olie) te mengen (dit is bij sauzen nodig). Stabilisatoren zorgen ervoor dat de menging van twee niet-mengbare stoffen gehandhaafd blijft. 

E500-585
Zuurteregelaars, antiklontermiddelen en rijsmiddelen
Zuurteregelaars houden de zuurtegraad van een product binnen bepaalde grenzen. Anti-klontermiddelen voorkomen het klonteren van levensmiddelen in poedervorm (bijvoorbeeld zout en instantproducten). Rijsmiddelen (bakpoeder) laten deeg tijdens de voorbewerking en het bakken rijzen. 

E620-650
Smaakversterkers
Smaakversterkers versterken de natuurlijke smaak van een product en worden bijvoorbeeld in kant-en-klaar producten gebruikt. 

E900-914
Glansmiddelen en anti-schuimmiddelen
Glansmiddelen geven het product een glanzend laagje en worden gebruikt op bijvoorbeeld snoep. Anti-schuimmiddelen voorkomen dat een product (bijvoorbeeld frituurvet) gaat schuimen of verminderen de schuimvorming. 

E920-928
Meelverbeteraars
Meelverbeteraars worden aan meel of deeg toegevoegd om de bakeigenschappen te verbeteren of het meel witter te maken. 

E938-948
Verpakkingsgassen
Verpakkingsgassen verlengen de houdbaarheid van producten doordat het contact met zuurstof voorkomen wordt (bijvoorbeeld voorgesneden verpakte groente). Op het etiket staat meestal aangegeven “verpakt onder beschermende atmosfeer”. 

E950-967 en 420-421
Zoetstoffen
Zoetstoffen geven een product een zoete smaak zonder de hoeveelheid calorieën sterk te verhogen (vooral gebruikt in ‘light’-producten en kauwgum). 

E900-1520
Overige hulpstoffen (o.a. gemodificeerde zetmeel en enzymen)
Gemodificeerd zetmeel (niet te verwarren met ‘genetisch gemodificeerd’) worden door chemische, fysische of enzymatische behandeling verkregen uit natuurlijk zetmeel (tarwe-, maïs-, aardappel-, rijst- of tapiocazetmeel) en kunnen een functie hebben als verdikkingsmiddel, stabilisator, emulgator of bindmiddel (gebruikt in bijvoorbeeld snoep, vla, sauzen en kant-en-klaar gerechten). 

 Aroma’s
Geur- en smaakstoffen
Geur- en smaakstoffen – die op de ingrediëntenlijst worden aangeduid met ‘aroma’ – zijn volgens de Warenwet geen additieven maar ingrediënten en hebben daarom geen E-nummer. Ook aroma’s moeten aan veiligheidseisen voldoen.

 ————
Dik zijn anders bekeken
 
Afvallen 

Te dik 

Veel mensen moeten letten op hun gewicht.
Te veel eten is een factor, maar verklaart lang niet alles. Er zijn immers ook mensen die heel veel eten en broodmager blijven, terwijl anderen van water al dik schijnen te worden. 

Te dik zijn kan de gezondheid beïnvloeden (hoge bloeddruk, hoog cholesterolgehalte, diabetes, enz.)
Vanuit de Chinese geneeskunde zijn er meerdere verklaringen voor het te dik worden. Indien een persoon in balans is en goed uitgebalanceerd eet zal hij/zij niet geneigd zijn om te veel te eten en niet dik worden.
In het lichaam wordt voedsel omgezet tot energie (Qi). Voor de omzetting (transformatie) van het voedsel en de verplaatsing (transport) van de omgezette stoffen zijn bepaalde energieën nodig. Milt-Yang-Qi* is een belangrijke energie die een rol speelt bij de vertering. Een tekort aan deze energie kan leiden tot vele klachten en dik worden. Het lichaam ‘voelt’ dat het moeite heeft om bepaalde stoffen te verteren; je krijgt al gauw een opgeblazen gevoel. Aangezien het lichaam daardoor niet alles opneemt (en tekorten ontstaan m.b.t. bepaalde stoffen) ontstaat er eerder een hongergevoel en de behoefte tot meer/vaker eten. Als je vele malen op één dag gaat eten (tussendoorjes), dan moet het lichaam telkens weer de spijsverteringsenergieën opstarten. Milt Yang Qi wordt daardoor nog meer uitgeput. In geval van Milt-Qi-verstoringen ontstaat er dikwijls een behoeft aan zoet. Veel zoet eten put op zijn beurt de Milt Qi uit. Piekeren, studeren, TV-kijken en lezen onder het eten doen dat ook.
Een flinke verstoring van de Milt Qi kan er toe leiden dat de problemen op het gebied van ‘transport en transformatie’: voedsel wordt slechts gedeeltelijk omgezet tot energie (de rest wordt o.a. omgezet naar vet) en vocht word slecht getransporteerd (veel vocht blijft in het lichaam). Vet en vocht maken zwaar, terwijl het lichaam tegelijkertijd tekorten heeft (o.a. vermoeide benen en slechte concentratie).
Sommige mensen met een flinke Milt Qi leegte kunnen ‘van water dik worden’. Ook andere Qi systemen (van Lever, Nieren en Maag) hebben een flinke invloed op de spijsvertering. Dikwijls beïnvloeden ze ook de bovengenoemde Milt Qi. Mensen met een Lever Qi stagnatie hebben dikwijls zin in chocolade: zij ‘eten zich door de stagnatie heen’. 

Gewoon gaan lijnen met een aanwezige energieverstoring (zoals de bovenvermelde Milt Yang Qi) kan leiden tot tekorten in het lichaam. Het lichaam heeft immers moeite om alle bouwstoffen op te nemen. Het lichaam zal gaan ‘knagen’ . Het lichaam blijf om voedsel vragen. Door de aanwezige onbalans ben je psychisch minder sterk en heeft het lichaam extra zin in bepaalde stoffen (b.v. zoet).
Via de brede aanpak van de Chinese Geneeswijze lukt het menigeen wel om af te vallen. 

Afvallen via de Chinese Geneeskunde: 

De therapeut probeert eerst een beeld te krijgen van de aanwezige onbalans. Door het stellen van vragen en kijken naar verschillende tongkenmerken en het karakter van de polsslag op verschillende plaatsen wordt dit beeld gevormd. Afhankelijk van de kennis en ervaringen zal gekozen worden voor een behandeling die het energiesysteem weer in evenwicht brengt. Acupunctuur wordt vaak toegepast. Ooracupunctuur eveneens. Met name als er sprake is van een psychische gedrevenheid om te gaan eten (eetverslaving) dan kunnen acupunctuurpunten in de oren een goede invloed hebben. Afhankelijk van de energetische verstoringen en de psychische motieven om te gaan eten worden punten gekozen, die geprikt worden. Behandeling van de punten met Laser-apparatuur werkt eveneens goed. Behandeling van lichaamspunten kan de balans heel goed herstellen.
Chinese kruidenformules die gericht zijn op het harmoniseren van de verstoorde energieën en aanvullen van de tekorten kunnen waardevol zijn.
Dikwijls worden tevens voedingsadviezen gegeven [ b.v. mijden van te veel voeding die de Milt Yang Qi uitputten en/of tot blokkades leiden t.g.v. vochtopeenhopingen, enz.]. 

 Een betere vertering kan de aanzet zijn tot afvallen en de drang tot (blijven) eten verminderen. Correcties van energie-punten die doorwerken op de psyche maken het makkelijker om de eetbehoeftes te weerstaan en de energiebalans te handhaven.
De behandeling is een steun in de rug. De rest zul je zelf moeten doen: zelf minder eten, zelf goede voeding eten (waarin alle noodzakelijke voedingstoffen voldoende aanwezig zijn en datgene wat bij jou past) en geen tussendoorjes.

 )* Orgaannamen in dit artikel, die beginnen met een hoofdletter hebben betrekking op energiesystemen volgens de Chinese geneeskunde. Denk hierbij niet aan het orgaan zelf: Tekort aan Milt Qi zegt niets over het functioneren van het orgaan de milt.

——————————————————————————– 

© Jan Reinders, Groesbeek 2002-2003 Integraal overnemen/ kopiëren/ afdrukken met bronvermelding en deze copyrights-regels, toegestaan. Het is niet toegestaan zonder bronvermelding de tekst van dit artikel geheel of gedeeltelijk te kopiëren, of over te nemen/ te gebruiken in electronische verspreidingsbronnen (internet, CD-ROM, enz). . 

——-

Dementie
Dementie is een klacht waar veel ouderen last van hebben. Ze gaan als het ware weer terug naar hun kinderjaren en vergeten min of meer de tussenliggende tijd. 

Geestelijke achtergronden
Een mens moet in zijn leven alle stadia van ontwikkeling doormaken. In de kinderjaren is een mens volop in ontwikkeling. Dat zie je ook bij kinderen, ineens zijn ze een periode erg dwars of ze zijn een periode alléén maar met zichzelf bezig. 

Spelen en ontdekken helpen een kind met zijn “buik” ontwikkeling. Ze helpen hem dingen te beleven, te voelen, te ervaren. Onze maatschappij echter is snel geneigd om spelen niet naar waarde te schatten. De tafel van elf is belangrijker. Dit is voor sommige kinderen een té-mente benadering, het dwingt het kind zich met de ontwikkeling van het hoofd bezig te houden. Het haalt het kind uit zijn beleving, uit zijn “buik”. 

Wat je ziet bij sommige ouderen is dat ze de-ment zijn geworden, uit het denken als het ware. Ook zie je dat ze vaak vasthouden aan een bepaald gedeelte uit hun jeugd. Ze moeten en willen persé schommelen en die ingeving krijgen ze niet zomaar. Deze belangrijke stap in hun kindertijd hebben ze (om de één of andere reden) over geslagen. Ze zijn als het ware met een inhaal slag bezig. Het enige wat ze nodig hebben uit hun omgeving is acceptatie. 

 Regulier medische behandeling
Validation is een nieuwe benadering in de omgang met gedesoriënteerde ouderen. Het is een vorm die door Naomi Feil bekend is gemaakt en overgewaaid is uit Amerika. Op dit moment zet de stichting Validation (Apeldoorn) zich in om deze benadering verder uit te dragen en in de Nederlandse zorgpraktijk te introduceren. De ervaringen met deze haast natuurgeneeskundige manier van werken zijn erg positief. Effecten die worden gemeld zijn: meer rust aan de kant van dementerenden, meer contacten en aanwijsbaar meer initiatief. Bij de verpleegkundigen leidt Validation tot minder machteloosheid en daardoor tot meer voldoening. Bij familieleden leidt Validation tot meer inzicht in wat er aan de hand is met de dementerende. Het verdriet en de problemen worden niet kleiner maar de beleving ervan verandert.

 ————-

De pest en Aids
 
Gisteravond een zeer interessant programma gezien op tv, discovery geloof ik? 

Ging over de pest, nu hebben ze uitgedokterd waarom sommige mensen de pest overleefden…
dat had met een speciaal Gen te maken…. 

Dit gen hadden nog vele nakomelingen in hun DNA …. 

Het vreemde van dit al was dat Aids bv leek op de pest van vroeger….zelfde manier van ziekmaken…en het virus drong in de witte bloedlichaampjes om zo door het lichaam mee te reizen en kwaad aan te kunnen richten…. 

Nu zijn er mensen die geen aids krijgen en wat bleek deze mensen hadden dus hetzelfde gen dat verantwoordelijk was
in vroeger tijden om mensen imuun te maken tegen de pest!!! 

gen 132 ofzoiets? 

Dus in feite waren deze mensen nakomelingen van mensen die de pest overleeft hadden danwel geleeft hebben in Europa.. 

 De Zwarte Dood

 De Zwarte dood: Toen de Pest in Europa woeddeDe grootste ramp in de geschiedenis van de mensheid waren niet de wereldoorlogen van de 20e eeuw, maar een epedimie, die Europa in de 14 eeuw teisterde en als de zwarte dood de geschiedenis in ging. Een kwart van de toenmalige bevolking van Europa, 25 miljoen mensen, werd in 5 jaar tijd, – 1347 tot 1352 – door de pest weggerukt. Tegenwoordig weet men dat deze zwarte infectieziekten door vlooien wordt overgebracht, die op knaagdieren tieren.

– De straf van God: 

 De belangrijkste overdrager van de pestbacterie is de rattenvlo. Mensen raakten door de beten van de vlo of door het inademen van geinfecteerde lucht besmet. In de 14e eeuw wist men echter niets van dit alles. Destijds gold de epidimie als de straf van god voor de zonden van de mensheid. Handelskaravanen brachten de pest van Centraal-Azie tot aan de Krim. Van daaruit kwam de ziekte met de handelsschepen naar de kusten van de Middellandse Zee en verspreidde zich verder over Europa. Het dagelijks werk kon niet meer worden verricht, de akkers konden voor het grootste gedeelte niet langer bebouwd worden en het houden van vee was bijna onmogelijk geworden.

– Het eerste slachtoffer: 

De eerste slachtoffers van de pest werden in ijltempo in haastig opgeworpen graven, of bleven geruime tijd op straat liggen. Het leven in de stad kwam tot stilstand, toen de epidimie zich steeds verder uitbreidde, en de mensen ontvluchtten hun huizen. De lucht leek eveneens verpest te zijn door 

‘een ondraaglijke stank, zo afschuwelijk, dat men er door bevangen raakt’. 

Slechts weinig steden en landstreken bleven gespaard. In Milaan bijvoorbeeld verordonneerde de aartsbisschop de eerste drie huizen, die door de pest getroffen werden, samen met de bewoners dicht te metselen. ( hoge geestelijken staan er in de geschiedenis nu eenmaal niet om bekend erg barmhartig te zijn en namen wel vaker drastische beslissingen, vooral omdat ze het gewoon mochten, er was immers niets of niemand die hen tegenhield? ) Zijn verordening werd opgevolgd en Milaan bleef zodoende gevrijwaard van de pest. Zonder te weten hoe de pest zich uitbreidde, had de aartsbisschop toch een afdoend middel tegen de epidemie gevonden; het isloeren oftewel quarantaine. maar ook isolering bleek goed te werken, indien gezonde mensen zich tijdig van de buitenwereld afzonderden. 

– Het bestrijden van de pest: Isolering en Vuur 

De Italiaanse dichter Giovani Boccacio beschrijft in zijn meesterwerk Decamerone een landhuis, waarin zeven dames en heren bijeen waren gekomen om de pest in Florence te ontlopen. Terwijl ze op het wijken van het gevaar wachtten, doodden ze de tijd met het aan elkaar vertellen van verhalen. 

Ook op grotere schaal bewees afzondering een uitstekend middel te zijn; grote delen van Polen bleven hierdoor wellicht verschoond, want de bestuurders hadden hier een quarantaine ingesteld. Ook paus Clemens VI, die zijn residentie in het zuidfranse Avignon had, redde zijn leven door isolering. Op aanraden van zijn arts trok hij zich in zijn privevertrekken terug, waar hij verscheidene weken in eenzaamheid doorbracht. Ondanks de hitte van de zomer brandden hier constant twee grote vuren. Deze geneeskundige raad ws zeer zinvol, want de hitte weerde de vlooien af. Een Engelse edelman redde ook door vuur zijn leven. Onbarmhartig liet hij een nabijgelegen dorp waar de pest was uitgebroken plat branden. Noch de vlammen, noch de vlooien bereikten zijn huis. 

Oorzaken van de pest: 

 De beschreven gevallen waren echter uitzonderingen. De pest eiste een verschrikkelijke tol, toen deze golf door Europa trok. De loop der geschiedenis toont aan dat dergelijke catastrofen, die zoveel mensenlevens eisten, vaak vooraf werden gegaan door perioden van grote overbevolking en / of door economische nood. Als er teveel mensen op een te klein gebied samenelven, braken niet zelden epidemieen of oorlogen uit, waarin veel mensen het leven lieten. Nadat de pestepidemie voorbij was, veranderde de houding tussen heer en knecht op een beslissende manier. Ongeveer 1/3 van de bevolking van Europa was omgekomen, zodat de arbeiders hogere loon konden eisen en de grootgrondbezitters tevreden moesten zijn met lagere prijzen, want de vraag naar de belangrijkste gebruiksgoederen was danig afgenomen. Er ontstond – met name in de lagere klassen – economische en sociale onrust.

– Hoe men de pest bestreed: 

De artsen uit de 14e eeuw waren niet geheel onervaren. Ze kondne tanden trekken, botbreuken genezen en zelfs huid transplanteren. Maar ze stonden machteloos tegenover de pest. Tegenwoordig onderscheid men drie soorten pest: 

1. de builen of bubonenpest: hierbij zwellen de lymfvaten in de lies, oksel en nek op en vormen zogenaamde bubonen of builen. 

2. de longpest: mals de pestbacterie in de longen terecht komt kan de long geinfecteerd raken. De longpest kan echter ook door het inademen van de pestepidemie veroorzaakt worden. 

3. de pestsepsis: de derde vorm van pest is nog zeldzamer, hierbij is het bloed verrijkt met pestbactierien en kunnen er huidbloedingen voorkomen 

 Hoe bestreed men de Pest?
De artsen in de Middeleeuwen probeerde het ‘gif’ door aderlating, laxeermiddelen of clisteer uit het lichaam te verwijderen. Bubonen werden geopend of met hete verbanden afgedekt. Er werden verschillende geneesmiddelen voorgeschreven. Men verbrandde geurende stukken hout om de lucht te reinigen en de grond werd met rozenwater en azijn besprenkeld – beide maatregelen (hoe kan het ook anders?) de stank van het rottende vlees af. Verschillende voedingsmiddelen werden aanbevolen om te verhinderen dat men aan de pest ging lijden. Het kan soms wel eens gewerkt hebben, omdat de betrokkenen meer weerstand kregen tegen infecties. Maar de beste bescherming tegen de pest vond men toch in de geestelijke vrede met God. Inderdaad kwamen de artsen in de ziekenkamers op de tweede plaats, want eerst smeekte de priester Gods hulp af voor pestlijders en namen deze de biecht af. De mensen wilden dat nu eenmaal zo, omdat ze wisten dat hun toestand hopeloos was. En in hun vertwijfeling smeekten ze om een plaatsje in het hiernamaals, voor het geval de geneesmiddelen niet zouden helpen.

Londen 1665: 

 Toen in het jaar 1665 Londen door de pest bezocht werd, waren de artsen niet beter uitgerust dan in de eeuwen ervoor. Duizende werden het slachtoffer. Vreemd genoeg werden in de 17e eeuw tallozen katten gedood, om op deze wijze de pest te bestrijden. Daarbij waren dat juist de dieren die het bestand ratten hadden kunnen terugbrengen, waarop de vlooien, die de pestbacterie overdragen, welig tierden. In 1894 werd de verwekker van de pest ontdekt. Pas daarna kon men de fatale ziekte afdoende bestrijden.

——
de Nieren en tranen…

 

De nieren hebben als functie het reguleren van de samenstelling en het volume van verschillende lichaamsvloeistoffen. 

Een storing van de samenstelling zorgt voor ophoping van urinezuren in weefsel vloeistoffen. Huidziekten zijn een uitingsvorm hiervan. In een verder gevorderd stadium veroorzaakt een storing ophoping tussen gewrichten en aanhechting in bloedvaten. Dit uit zich bijvoorbeeld in aderverkalking, jicht of reuma. 

Een storing in het volume veroorzaakt ophoping van vloeistoffen in weefsels. Dit kan oedemen in de benen en onder de ogen tot gevolg hebben. 

Zoals je ziet speelt het element water een grote rol bij de nieren. Water dat niet stroomt, vertroebelt of verdampt. Het is daarom van belang dat het water in beweging blijft. Water wordt ook wel geassocieerd met gevoelens, met emoties. E-motie betekent in beweging zijn en een kenmerk van emoties is dat ze stromen. 

De nieren regelen de vochthuishouding én de emotionele huishouding. Je emotionele en psychische gesteldheid heeft dan ook invloed op de samenstelling van de lichaamsvochten (het water). De lichaamsvochten kunnen verontreinigd raken door slechte voeding. Ze kunnen echter ook vervuilen door niet goed verwerkte emoties. 

Je nieren zorgen voor een emotioneel evenwicht op lange termijn. Aangezien de nieren bij het basisgevoel horen hebben ze het vooral zwaar te verduren bij niet goed verwerkte emoties die ontstaan in gevoelsmatig belangrijke relaties (huwelijk, vriendschappen). Je huwelijk zou je kunnen zien als je basis. Van hieruit ga je dingen ondernemen. Het is je thuisfront. 

Vrachtwagenchauffeurs hebben vaak last van de nieren, je zou kunnen zeggen: heimwee naar de basis, ze missen het thuisfront. 

 Je ogen zijn de overloop van de nieren. Zij zorgen voor het emotionele evenwicht op de korte termijn. Huilen is, zou je kunnen zeggen een acute emotionele ontgifting.

  Angelloving —
Kan me herinneren dat ik advies heb gegeven veel te drinken bij het verwerken van emoties om zo de emotionele huishouding schoon te vegen.
Met dit stukje wordt maar weer bevestigd dat dit dus klopt.

 ——×¥AngelWings¥×

dingen die opvallen je aantrekken…
bv zoeken naar plaatjes over regen…en waterdruppels…
bizar onbewust maar zo werkt het wel… 

 Heb jij er trouwens baat bij gehad je gevoels te kunnen uiten door meer te gaan drinken????

 Re: de Nieren en tranen Angelloving
Ja zeker weten. Nou moet ik zeggen dat ik tot ca. 2 jaar geleden heel weinig dronk, nu drink ik ongeveer 2 ltr vocht per dag. Water, thee en vruchtendranken. Af en toe een kopje koffie maar dat drijft af dus meestal thee. Ondanks alle verdriet die we hebben gehad ben ik niet echt de put ingegaan. Ik ben zelfs mijn “hooikoorts” kwijt.
Denk dus dat ik vooral een loopneus had omdat ik niet huilde en alles binnen hield. Volgens mij heeft mijn lichaam toen een andere manier genoemen om af te voeren.

 ————

Darmen en angst
 
Spijsvertering 

Maag
De boterham die je eet komt eerst in je maag terecht, daar wordt hij opgevangen. Je maag is het zogeheten verzamelpunt, niet alleen van je voedsel maar van ook van de indrukken die je opdoet. Hier wordt alle informatie die je binnen laat komen opgevangen. Sommige informatie ligt zwaar op de maag en andere informatie kan zelfs (letterlijk en figuurlijk) aan je gaan vreten. Dat laat je binnenkomen en dat geef je niet terug. 

Twaalfvinger darm
De twaalfvinger darm zit als het ware tussen je maag en je dunne darm in. Het voedsel uit je maag komt na een tijdje in je twaalfvinger darm en wordt daar uitgebreid bekeken, bevoeld en gekeurd. Je twaalfvinger darm is een heel specialistisch stuk van je dunne darm. Hier vindt de analyse plaats. Hier wordt gekeken wat er allemaal is binnengekomen. De zaak wordt gekeurd. En, dat gebeurt niet alleen met je boterham maar ook met de indrukken die je opgedaan hebt. Je twaalfvinger darm is een echte analyticus en soms een muggenzifter. Je twaalfvinger darm wil héél precies weten wat er allemaal inzit en maakt daar ook werk van. Pas als alle lichten op groen staan, als alles als het ware tot in detail in kaart is gebracht, gaat het voedsel verder en opent de maagportier zich om nieuwe aanvoer uit je maag mogelijk te maken 

Dunne darm
De dunne darm kijkt vervolgens wat je twaalfvinger darm uitgezocht heeft en gaat daar nog een tijdje op door lopen borduren. Je dunne darm neemt echter ook duidelijke beslissingen. Dit vind ik wel de moeite waard – dat mag door voor opname, dit niet – dat mag weg, en dit bewaar ik nog even voor later – dit parkeer ik even. 

Interactie
Je begrijpt dat de ene mens wat meer eigenschappen heeft die aansluiten bij de kwaliteiten van de twaalfvinger- en de dunne darm dan de ander. De een gaat heel makkelijk om met de dingen die hij/zij meemaakt, een ander blijft er als het ware in (z’n hoofd mee) ronddarren. Die blijft analyseren en laat aan de lopende band de “wat, als dan” en “als ik dit, dan” scenario’s de revue passeren. Die blijft als het ware op een oude situatie zitten.
De werking van je twaalfvinger- én je dunne darm speelt in op jouw “analyseren” op jouw vermogen dingen “in kaart te brengen” om dingen “los te laten” en jouw “muggenzifterij” en “vasthouden aan bekende dingen” speelt in op de werking van je twaalfvinger en je dunne darm. Je kunt die dingen niet los zien, al zou je dat soms graag willen. 

Blindedarm
De informatie die je dunne darm heeft bestempeld met “dat bewaar ik nog even voor later” komt terecht in je blinde darm. Daar kunnen dan ook veel onverwerkte zaken in zitten. Dingen die je vroeger hebt meegemaakt en die je gevoelsmatig (onbewust) “even geparkeerd” hebt. Ze blijven daar als het goed is niet eeuwig liggen. Zo af en toe wordt de zaak onder de loep genomen en komt er iets naar boven zetten. Oud zeer waarvan je dan ineens denkt “hé ik wist niet dat ik daar nog mee rond liep”. Daar moet je dan ineens iets mee. Dat wordt je je bewust. 

 Dikke darm
De dikke darm is gespecialiseerd in twee dingen: opnemen en loslaten. Dat principe gaat ook op voor de informatie die je binnenkrijgt en de dingen die je daarbij wel of niet loslaat. Vasthouden aan oude zaken werkt dan ook direct in op de werking van je dikke darm. Dat kan obstipatie maar ook diarree tot gevolg hebben. Je houdt alles vast of je laat alles ongezien los, je laat alles lopen. In beide gevallen is het moeilijk voor je om de zaken echt in je op te nemen. Om er dat uit te halen wat echt van belang is en de rest los te laten. Angst kan hier zeker ook een rol in spelen. Angst voor het onbekende, angst voor dat wat er gebeurt als je zaken werkelijk beleeft en tot je door laat dringen.

———— 
Cranberry’s

Cranberry’s zitten vol hartversterkende voedingsstoffen, zoals flavonoïden (ook anthocyaniden), flavonols en proanthocyaninen. Allemaal stofjes met een sterke antioxidantwerking die helpen de vorming van aanslag in je vaten te voorkomen. 

Kies zoveel mogelijk voor verse cranberry’s en niet voor kant-en-klare saus. Hier zitten minder nutriënten in. 

 Natuurlijk kun je cranberry’s het hele jaar door gebruiken. Zowel de saus als gedroogde besjes smaken heerlijk bij vlees, maar ook in toetjes, (fruit)shakes en bij ijs.

————- 
Calorieen onzin….
 
De mythe van de calorieën, valkuil voor mensen die gewicht willen verliezen
zondag, 04 augustus 2002 om 17:34 CEST
In zijn boek “Ik ben slank want ik eet”, introduceert de franse Kok en auteur Michel Montignac de kreet Mythe van de calorieën. Hij noemt hier de theorie van de calorieën de grootste wetenschappelijke vergissing van de 20e eeuw. 

En hij heeft gelijk want de hypothese die in 1930 door de twee Amerikaanse Arsten Newburgh en Johnston van de Universiteit van Michigan werd gelanceerd met veelzeggende titel “Vetzucht voornamelijk het resultaat van een te calorierijke voeding, dan van een onvolwaardige stofwisseling”, had op moment van publicatie nog geen wetenschappelijke, onweerlegbare waarheid. Toen de twee onderzoekers jaren later zelf hun vraagtekens bij hun eigen theorie zetten werden ze niet gehoord. Hun theorie was al opgenomen in de medische opleidingsprogramma’s van de meeste westerse landen, en heeft daar nog steeds een stevige positie. 

Om zicht te krijgen op de theorie van de calorieën die hele generaties, voornamelijk vrouwen, heeft geterroriseerd dienen we eerst te kijken naar wat deze theorie zegt. 

De theorie van de calorieën luidt als volgt:
Als de energiebehoefte van een mens 2500 calorieën bedraagt en hij er maar 2000 inneemt, ontstaat er een tekort aan 500 calorieën. Om dit tekort aan te vullen haalt het lichaam een gelijkwaardige hoeveelheid energie uit de vetreserves wat gewichtsverlies tot gevolg zal hebben. Omgekeerd, als een mens per dag 3500 calorieën opneemt, terwijl zijn behoefte maar op 2500 ligt, creëert hij een overschot van 1000 calorieën, die automatisch opgeslagen worden in de vorm van vetweefsel.
De theorie gaat er dus vanuit dat er geen energieverlies is. Dit is een mechanisch model gestoeld op de theorie van “Lavoisier” over de wetten van de thermodynamica.
Als het bovenstaande waar is, hoe hebben dan de mensen in concentratiekampen bijna vijf jaar kunnen overleven op maximaal 800 calorieën per dag? Als de theorie van de calorieën juist zou zijn, zouden ze hebben moeten sterven zodra hun vetreserves waren uitgeput, d.w.z. na enkele maanden. Zo kan men zich ook afvragen waarom grote eters die 5000 calorieën per dag eten niet dikker zijn. Volgens de theorie zouden die grote eters van calorieën na enkele jaren 500 kilo moeten wegen. En hoe is het te verklaren dat bepaalde mensen dik blijven en steeds dikker worden hoewel ze steeds minder eten? 

De verklaring:
Waarom er geen gewichtsverlies optreedt als er minder calorieën binnenkomen of waarom je niet afvalt van lijnen?
Het eerste wat er gebeurd is inderdaad een gewichtsafname.
Wat er vervolgens gebeurd is hetgeen onze onderzoekers uit Amerika over het hoofd zagen.
Ons lichaam is een ingenieus systeem dat zich aanpast aan de omstandigheden van de omgeving. Als er plotseling minder calorieën zijn om te verbranden dan schakelt het lichaam over op een lagere verbrandingsstand, het lichaam denkt namelijk dat er een tijd van schaarste en tekorten aankomt en om die te kunnen overleven dient er zuinig met de brandstof te worden omgesprongen. Je verbranding, juist datgene wat ervoor zorgt dat je je energiek en lekker voelt gaat op een lager niveau functioneren. Het is als de thermostaat van de centrale verwarming lager zetten. Gevolg is dat je je minder energiek voelt, je voelt jezelf loom en slap, je hebt geen zin om te bewegen en uiteindelijk begint ook je humeur te lijden onder deze waakstand van je stofwisseling. Kortom, vermindering van calorieën betekent inactiviteit. 

Door minder calorieën tot je te nemen heb je er dus voor gezorgd dat je lichaam zuiniger met de calorieën omgaat die binnenkomen terwijl de bedoeling juist was om de calorieën die opgeslagen liggen in de onderhuidse vetweefsels te verbranden. Je hebt ervoor gezorgd dat je minder zin hebt om actief te zijn terwijl de bedoeling juist is dat je meer calorieën gaat verbranden door meer te gaan bewegen. De inactiviteit zorgt er ook voor dat je langzaam spieren verliest, spieren die je juist nodig hebt voor de verbranding van calorieën. Netto ben je misschien afgevallen, maar dat komt omdat er spierweefsel verloren gegaan is en geen vetweefsel. 

Om een lang verhaal kort te maken.
Minder calorieën innemen betekent, minder verbranding, betekent minder beweging, betekent minder spieren, betekent minder lichaamsweefsel om energie te verbranden, betekent meer vet. Je zit gevangen in een negatieve vicieuze cirkel die zich elke keer herhaalt als je op deze manier tracht af te vallen.. 

 Conclusie:
Lijnen op basis van een verminderde calorie-inname is zeer ongezond en heeft uiteindelijk tot gevolg:
– Een verslechterde voedingstoestand.
– Een gewichtstoename.
– Verstoring in de grondstofwisseling.

 0 reacties

 ——————————————————————————–

Blinden zien dankzij tong????
 
De tong is een prachtige toegangspoort tot het brein, vindt neuroloog Paul Bach-y-Rita. Hij bouwde een prototype van een apparaat waarmee blinden met hun tong kunnen kijken. Alleen is het beeld dat zij zien, nog niet bijster scherp.
Kijken met je tong
Elektronisch oog in mond
vrijdag 7 september 2001 

Blind bij geboorte had Marie-Laure Martin geleerd om uit de buurt te blijven van kaarsen. De vlam kon ze weliswaar niet zien, maar met de tastzin van haar handen was wel goed vast te stellen waar die zich bevond. Een grote, ronde vuurbal, dacht ze. Toen ze vorig jaar voor het eerst de vlam zag, was ze dan ook verbaasd dat die zo klein was. Anderen vonden het verbazingwekkender hoe ze keek: met haar tong. 

Martin was een van de proefpersonen die een apparaat testte dat aan de Amerikaanse Universiteit van Wisconsin-Madison in Madison is ontwikkeld. In de huidige uitvoering zet een webcam beelden om in zwakke elektrische signalen, die via een platte strook kabels aankomen in 144 elektroden. Leg je die op de tong, waar het speeksel de stroom goed geleidt, dan zijn de signalen na enige training te ervaren als visuele beelden. 

“Je kijkt niet met je ogen, maar met je hersenen,” zegt Bach-y-Rita. Wanneer de zintuigcellen van het netvlies door licht worden geprikkeld, sturen ze een signaal naar de hersenen – precies hetzelfde soort signaal als de zenuwen op de tong afgeven als die met de elektrodes worden geactiveerd. Om te kunnen zien, moeten de hersenen leren de signalen in visuele beelden om te zetten. 

Bach-y-Rita testte zes blinden en zes mensen die kunnen zien, maar een blinddoek droegen. Iedereen kreeg ruime trainingstijd om de stroompjes in beelden om te leren zetten. Gemiddeld was daar vijftig uur voor nodig, zei hij tegen Amerikaanse media. De proefpersonen ervaren de stroompjes aanvankelijk als koolzuurgas in champagne, maar dat gevoel verandert langzaam in de beleving van een driedimensionale ruimte. Er is octrooi op het ontwerp aangevraagd, en de National Institutes of Health, een door de Amerikaanse overheid gesubsidieerde organisatie van gezondheidsinstituten, stelt 100.000 dollar ter beschikking voor verder onderzoek. 

Hoe het komt dat het brein visuele beelden van prikkels van de tong maakt, is onduidelijk. Feit is wel dat de hersenen erg flexibel zijn. Schijnbaar gespecialiseerde gebieden als de visuele cortex staan ook open voor signalen uit andere zintuigen, zoals de oren. Wellicht is dat ook de reden dat sommige mensen ‘synesthetisch’ zijn, ‘verwarde zintuigen’ hebben en van nature bijvoorbeeld kleuren ruiken of geuren zien. 

Toch is de tong geen echte vervanger van de ogen. De zes proefpersonen die kunnen zien, spreken van schimmige beelden die hun tong opwekt. Ook de resolutie is nogal zwak, maar Bach-y-Rita verwacht dat te kunnen verbeteren door een toekomstige versie van het apparaat met vier keer zoveel elektroden uit te rusten. 

“Dit is nog maar een begin,” zegt hij. Over vijf jaar wil hij het onhandige formaat van het huidige apparaat ook hebben verkleind. Hij denkt aan cameraatjes op een bril, die de signalen door een dun draadje naar de tong geleiden. Of het een succes wordt, hangt verder af van wat blinden aankunnen. De beelden van de camera’s in het experiment waren stilstaand, opgenomen in een rustig laboratorium. Of de chaotische indrukken van bijvoorbeeld een wandeling over straat niet te veel hooi op de vork blijken, durft hij niet te voorspellen. “Dat is een enorme hoeveelheid visuele informatie die je te verwerken krijgt. We kunnen de techniek verfijnen, maar het blijft afwachten hoe de hersenen daar op reageren.” 

 Marc Koenen

—————  

Blaasontsteking
 

Blaasontsteking is niet alleen een ziekte, maar vooral een symptoom. Bacteriën die de kans krijgen om via de urinebuis de blaas te bereiken kunnen, als je niet helemaal lekker in je vel zit, daar explosief groeien en de nodige problemen veroorzaken.
In je blaas wordt urine verzameld. Een afvalproduct van je nieren. Urine is een lichaamsvocht wat nauw verbonden is met emoties. Je weet zelf wel hoe een bezoekje aan de tandarts of een examen (spannend) op je blaas werkt. Je lichaam produceert urine om niet alleen lichamelijke afvalstoffen maar ook geestelijke afvalstoffen te kunnen afvoeren. Die afvalstoffen komen allemaal in je blaas terecht en moeten dan worden losgelaten – uitgeplast. Je huilt als het ware met je blaas.
Soms echter is het moeilijk voor je om bepaalde emoties los te laten. Om bepaalde gevoelens of emotionele gebeurtenissen als zodanig te erkennen en te verwerken. Je blijft er als het ware mee rondlopen en ze gaan een beetje een eigen leven leiden. 

Ga even na wanneer, na welke emotioneel ingrijpende gebeurtenis, je voor het eerst last had van blaasontsteking. Was dat in de kindertijd, het begin van regelmatige geslachtsgemeenschap, de zwangerschap, de periode na een bevalling, na een operatie, na een scheiding of na een sterfgeval? Het kan ook zijn dat je “denkt” dat het emotioneel niet zo spannend was maar dat je “gevoel” daar een ander idee over heeft. Probeer er even bij stil te staan en te voelen hoe dat voor je is. Hoe het zit met je verdriet daarin, met je angst misschien. Misschien dat dat een bepaalde duidelijkheid en opluchting geeft. 

Voeding
Niet elke zogeheten blaasontsteking is een echte blaasontsteking. Sommige vrouwen hebben last van overmatige blaasprikkeling door het gebruik van witte bloem, witte suiker, cake, koekjes, gebak, chocolade, zoete dranken en snoep. Ook citrusvruchten, zacht fruit of gekruid eten kunnen een overgevoelige blaas enorm prikkelen. Wanneer er geen afwijking gevonden wordt en er er toch sprake is van voortdurende klachten, kan een dieet dat geen granen, uien of peulvruchten bevat, vaak wonderen doen.
Molkosan, melkzuurhoudende groentesappen, yoghurt en karnemelk hebben daarnaast een zeer gunstig effect bij blaasontstekingen. 

Andere invloeden
Gewaarschuwd moet worden tegen vaginale spray, geparfumeerde en gekleurde zeepsoorten, antiseptische oplossingen, anti-jeukzalven en glijmiddelen. Ook tampons en gekleurd toiletpapier kunnen irritaties opwekken. Ook kan de huid op den duur door met chemische wasmiddelen gewassen ondergoed geïrriteerd raken.
Maatregelen 

 Als je aandrang voelt meteen gaan plassen, niet ophouden of uitstellen
Suiker en suikerhoudende producten laten staan
Geen tabak of alcohol gebruiken
Zorg voor warme onderkleding en houd vooral de voeten warm
Drink minimaal 2-3 liter water per dag
Vermijd synthetisch ondergoed en panty’s en draag geen strakke broeken
Neem in één keer een drievoudige dosis vitamine C in. Het zuur uit dit vitamine dood bacteriën en maken het milieu in de blaas weer “schoon”
Guldenroede is een kruid wat je nieren stimuleert en je blaas als het ware schoonspoelt. Gebruik per dag maximaal 1 eetlepel guldenroede en zet
daar thee van. Na een maand stoppen of overstappen op een ander kruid.

 —————–
Bijholteontsteking en iets over euchineaforce!!!!!!!!!!
Bijholteontsteking (sinusitis) 

Je bijholtes zitten in je hoofd en zijn in de regel gevuld met lucht. Je bijholtes hebben dan ook een zeer specifieke functie. Je sinussen of bijholtes kun je ook wel bestempelen als je denk- en ideeën holtes. In die holtes zit als het ware een frisse wind, verse ideeën en verfrissende gedachten. En dat kan soms heel handig zijn. Als je ontstoken sinussen hebt echter ziet de wereld er beduidend anders uit dan normaal. Je holtes zitten vol met slijm en je hoofd voelt zwaar en je voelt ook een zekere druk op je hersenen en hoofd. Vaak ook heb je last van een bonzende hoofdpijn en een verstopte neus. Kortom, je hoofd heeft het benauwd en krijgt als het ware geen lucht meer. Je kunt niet meer goed denken, het is allemaal even zwaar en moeilijk. 

Nu is zo dat je je kunt afvragen wat er het eerst was: de verstopping van je holtes waardoor je niet meer “fris” kunt denken of de verstopping van je denken waardoor je holtes niet meer doorwaaien. 

Vaak zijn dat lastige kwesties waar je niet zo één twee drie een antwoordt op kunt vinden. Wat je wel kunt doen is nagaan hoe dat bij jouw zit. Ben je geneigd om de dingen zélf onder controle te willen houden? Is denken over iets makkelijker dan voelen hoe iets is? Heeft je verstand het voor het zeggen en ken je het fenomeen: jezelf gek-denken en malen? Ben je vrij vasthoudend in bepaalde denkbeelden? Zo is het nou eenmaal en niet anders? 

Je denken is iets wat vrij dwingend aanwezig kan zijn. Ook laat je denken zich niet zomaar aan de kant zetten. Je denken is soms ook een beetje een dictator. Het denken denkt dat hij het allerbelangrijkste is. Voelen is een uiting van zwakte en beleven kan al helemaal niet. Je moet het allemaal kunnen beredeneren en onder controle houden (althans volgens je denken). Denken is in veel situaties erg handig (als je de trein op tijd moet halen bijvoorbeeld) in andere situaties is het weer wat minder handig (als je verdriet hebt of als je je geraakt voelt door een beleving, als je iets wilt voelen.) 

Je denken speelt zich met name af in je hoofd. Het maakt dat je een beetje topzwaar wordt. Het klinkt raar maar denken dat je minder zou moeten denken werkt niet. Gewoon negeren is lastig. Wat wel werkt is gewone simpele “doe” dingen. Dingen met je handen of je voeten, met je lijf. Aardse dingen. Spitten in de tuin, flinke wandelingen maken, zwemmen. Dingen waar je niet bij na hoeft te denken. Afrikaanse dans, grondingsoefeningen, tegen een boom gaan zitten en voelen hoe dat is, stom kleien (geen mooie sculpturen willen maken wat dat is wel weer veel denkwerk). Stampen op de grond en voelen hoe het met je voeten gaat. Als je zit op een stoel, voelen hoe je onderrug voelt. Voetreflexmassage etc. etc. 

Praktische zaken
Een stoombad met kamillethee geeft zeer snel verlichting, zeker in de beginfase van een bijholteontsteking. Ook een uien compres dat je ’s nachts om de hals bindt kan zorgen dat het slijm oplost. Verder kunnen ook oorkaarsen een aanzienlijke verlichting geven.
In de regel is het zo dat je veel minder last hebt van verslijmingen als je de dierlijke eiwitten (melk, kaas, vlees, vleeswaren) laat staan. De klachten lossen in dat geval ook veel sneller op. 

Ter aanvulling
Er zijn veel zaken die op een lichaam inwerken en sommige dingen geven bij de één wel problemen en bij de ander niet (denk aan allergische reakties op voedingsmiddelen). Een hele bekende veroorzaker van chronische sinisitus is het veelvuldig gebruik van Echinacea (of Echinaforce). Het lijkt onschuldig maar dat is het niet. Het heeft wel degelijk een werking en als je er een gewoonte van maakt om Echinacea tinctuur te gebruiken dan kan dat erg vervelende gevolgen hebben. Je lichaam krijgt dan een zogenaamd geneesmiddelenbeeld. Simpel gezegd gaat je lichaam dan die symptomen vertonen die je juist probeert te behandelen met Echinacea (holteontsteking, snotteren, verkouden etc). De enige manier om van deze verschijnselen af te komen is “afkicken” van Echinacea. Je lichaam heeft daar wel enige tijd voor nodig en in de regel worden de klachten de eerste tijd wel ernstiger. Je kunt dit proces eventueel ondersteunen met algemene reinigingsmaatregelen. 

—————- 

Bekkeninstabiliteit en geen steun hebben vanuit omg
 

Tijdens je zwangerschap rust je baby als het ware in je bekken. Dat heeft daar z’n plek, z’n basis. Daar zit je baby ook heel veilig, hij/zij voelt zich als het ware gedragen. Op een zeker moment maakt je lichaam stoffen aan om het kraakbeen, dat de linker- en de rechterkant van je bekken aan elkaar houd, te verweken. Dit is nodig om een doorgang voor de baby te creëren.
De baby moet er tenslotte op een zeker moment ook uit. Bij sommige vrouwen gaat dit iets te radicaal waardoor de verbinding zó week wordt dat er geen enkele sprake meer is van stabiliteit, van stevigheid. Je hebt dan met een mooi woord last van bekken instabiliteit. Het genezingsproces duurt vaak heel lang en de meest simpele dingen zijn ineens lastig om uit te voeren.
Hoe komt dat nou, vraag je je af. En hoe komt het dat je bij de ene zwangerschap geen last hebt en bij de andere ineens wel. Uiteraard heeft het altijd óók te maken met een lichamelijke component. De “verwekende” factor om het simpel uit te drukken. De invloed van hormonen. Daarnaast is er echter ook altijd sprake van een innerlijke factor, de geestelijke kant van het proces. 

Geestelijke achtergronden
Zoals gezegd, je bekken is je basis, niet alleen voor je kindje maar ook voor jezelf. Ga maar na, ook jouw hele lichaam rust in je bekken (tellen we de benen even niet mee). Je bekken houd je lichaam als het ware op z’n plek, in model. Zou je bekken er niet zijn dan zouden al je organen zo ongeveer rond je enkels hangen. Er is dus bij bekkeninstabiliteit iets aan de hand met je basis, met dat wat jou in de lucht houd. Met dat wat jou steunt.
Een zwangerschap is een heel ingrijpende gebeurtenis. Je leven staat als het ware helemaal op de kop. Er moet veel geregeld worden. Je lichaam stelt zich ineens heel anders in en wil ook andere dingen dan normaal. Het is allemaal wennen. Je bent min of meer bezig om je eigen hoofd boven water te houden. Je hebt zelf niet meer de energie om de zaak bij elkaar te houden. En dat is, in bepaalde omstandigheden, ook erg logisch. En wie steunt jou? Voel jij je wel gedragen door je omgeving, door je directe partner? Of heb je het gevoel dat je er alleen voor staat, dat het allemaal op jouw schouders (of jouw basis) neerkomt? 

 Bekkeninstabiliteit heeft vaak een achtergrond van het “zich niet gedragen weten” in een moeilijke periode. De oorzaak van dit gevoel is heel persoonlijk. Het kan zijn dat je omgeving niet weet dat je steun van ze verwacht omdat je, heel stoer, alles alleen moet kunnen van jezelf. Dat gevoel bespreekbaar maken kan dan helpen. Het kan ook zijn dat je daadwerkelijk niet gesteund wordt in jouw situatie, in jouw keuze. Erg gemeen, maar jouw lichaam regelt dan als het ware een situatie waarbij je wel steun moet vragen aan een ander. Een situatie waarbij je daadwerkelijk geconfronteerd wordt met het gevoel dat je er (niet) alleen voor staat, dat je (niet) gedragen wordt.

————– 

Bierbuik?Tussen je oren…

Hebt u een appel- of een peerfiguur? Onderzoek van het AMC en het Nederlands Instituut voor hersenonderzoek laat zien dat bij de vetverdeling een beslissende rol is weggelegd voor het parasympatische zenuwstelsel
Appels en peren
Bierbuik zit tussen je oren
donderdag 19 december 2002 

Vet is niet louter een vervelende lillende massa rond de billen en benen. Het is een heus orgaan, dat met de hersenen communiceert door middel van hormonen en zenuwen. Jammer genoeg staat het vet alleen in contact met een deel van de hersenen waar wij geen controle over hebben: het autonome zenuwstelsel, dat de werking van de inwendige organen reguleert. 

Het autonome zenuwstelsel is opgebouwd uit het sympathische zenuwstelsel, dat het lichaam in staat van paraatheid brengt, en het parasympathische zenuwstelsel, dat voor rust en herstel van het lichaam zorgt. Een aantal jaar geleden werd ontdekt dat het sympathische zenuwstelsel betrokken was bij de afbraak van vet. Een overmatige opbouw van vet, beredeneerde men, zou dus het gevolg zijn van een tekort aan stimulatie door het sympathische zenuwstelsel. 

Maar dat is niet zo. Het vetweefsel communiceert namelijk niet alleen met het sympathische maar ook met het parasympathische zenuwstelsel, ontdekte een groep Nederlandse wetenschappers van het AMC en het Nederlands Instituut voor Hersenonderzoek. En het parasympathische zenuwstelsel lijkt betrokken te zijn bij de opbouw van vet. Bovendien, ontdekten de wetenschappers, communiceren aparte delen van het brein met de verschillende soorten vetkwabben van het lichaam. De hersenen zijn daarmee niet alleen betrokken met de opbouw en afbraak van vet, maar mogelijk ook met de verdeling ervan. 

Om de aanwezigheid van zenuwcellen in het vet te onderzoeken, gebruikten de wetenschappers een kleurstofdragend virus, dat de uiteinden van zenuwbanen infecteert, en dan via de zenuwcellen omhoog klimt naar de hersenen. Nadat ze bij een proefdier alle sympathische zenuwbanen in een bepaalde vetkwab hadden doorgeknipt, injecteerden ze die vetkwab met het virus. Toen ze naar de hersenen van het proefdier keken, zagen ze dat de kleurstof aanwezig was in het gebied van de hersenen waar de parasympathische zenuwbanen ontspringen. Er moesten dus parasympathische zenuwen door de vetkwab lopen. 

Maar wat was de functie van die zenuwbanen? Om dat te ontdekken, sneden de wetenschappers juist de parasympathische zenuwen in een vetkwab door. Toen ernaar keken, zagen ze dat die in een energieverbruikende, oftewel vetverbrandende toestand was gekomen. Op grond daarvan concludeerden de wetenschappers dat het parasympathische zenuwstelsel een rol moet spelen bij het besparen van energie, oftewel bij het opslaan van vet. 

Het parasympathische zenuwstelsel is mogelijk ook verantwoordelijk voor het feit dat sommigen een appelvorm krijgen (veel buikvet) terwijl anderen een peerfiguur ontwikkelen (veel onderhuids vet). De twee soorten vet communiceren namelijk via gescheiden zenuwbanen met de hersenen, ontdekten de wetenschappers, weer met behulp van het kleurstofdragende virus. Ze sneden bij een aantal proefdieren in alle vetkwabben de sympathische zenuwcellen door. Vervolgens injecteerden ze het buikvet met een kleurstofdragend virus van een kleur, en het onderhuidse vet met een kleurstofdragend virus van een andere kleur. Toen ze naar de hersenen van de proefdieren keken, zagen ze beide kleuren terug. Maar wel strikt gescheiden. De verschillende vetkwabben worden dus apart tot groeien aangestuurd. Of je wel of niet een bierbuik krijgt, wordt dus door je hersenen bepaald. 

Marieke Hohnen 

————- 

 
Begin de dag: pers een sinaasappel

Doe je bloeddruk een plezier en begin de dag met een glas sinaasappelsap. 

Antioxidanten zoals vitamine C lijken bij te dragen aan een goede hart- en bloedvaatconditie. Uit onderzoek blijkt dat mensen met hoge spiegels vitamine in het bloed een kleinere kans hebben op het krijgen van hoge bloeddruk. 

Hoge bloeddruk is een serieus probleem. Als gedurende lange tijd de druk in de vaten te hoog is, veroudert dit systeem te snel. 

Regelmatig sporten, minder stress en gezond eten kunnen je helpen je bloeddruk onder controle te houden. 

—————– 

Beenmergcellen
 
Beenmergcellen blijken soms uit te kunnen groeien tot menselijke neuronen, zo leert Amerikaans onderzoek. Die kennis kan op een dag van pas komen bij het bedenken van nieuwe behandelingen voor beroertes en degeneratieve hersenziektes als Alzheimers en Parkinson. Dick Swaab, directeur van het Nederlands Instituut voor Hersenonderzoek, waarschuwt voor al te hoog gespannen verwachtingen.
Breincellen uit beenmerg
Stamcellen worden neuronen
dinsdag 21 januari 2003 

Het lijkt te vreemd voor woorden: beenmergcellen die veranderen in echte hersencellen. Toch is dat precies wat er bij beenmergtransplantaties soms gebeurt, stellen Eva Mezey en collega’s van de Amerikaanse National Institutes of Health vast in het vakblad ‘Proceedings of the National Academy of Science’. 

Het artsenteam bestudeerde de hersenen van vier overleden vrouwen die eerder een beenmergtransplantatie kregen van een mannelijke donor. Mannelijke cellen zijn te herkennen aan hun Y-chromosoom, en dat was dan ook precies wat de onderzoekers aantroffen in de hersenen van de overledenen: klompjes hersencellen met een Y-chromosoom erin. Blijkbaar was een aantal beenmergcellen na de transplantatie veranderd in ‘gewone’ hersencellen. 

Het gaat daarbij dan ook niet om zomaar wat cellen – maar om zogeheten ‘stamcellen’: primitieve lichaamscellen die nog geen functie hebben. In het laboratorium is al aangetoond dat stamcellen kunnen uitgroeien tot zulke uiteenlopende soorten als spier-, huid-, lever-, long- en hersencellen. Stamcellen komen onder meer voor in embryo’s en in het beenmerg van volwassenen 

Eerder toonden Mezey en haar collega’s aan dat stamcellen ook in levende knaagdieren kunnen uitgroeien tot werkende hersencellen. 

Directeur prof. Dick Swaab van het Nederlands Insituut voor Hersenonderzoek (NIH) noemt de vondst ‘zeer interessant’, maar waarschuwt ook direct tegen al te hooggespannen verwachtingen. “We zijn nog lang niet zo ver dat we hersenen een-twee-drie kunnen repareren. De waarde van dit onderzoek zit hem er vooral in dat deze onderzoekers erin zijn geslaagd een belangrijk principe aan te tonen.” 

Overigens vindt Swaab de resultaten ‘ook weer een beetje tegenvallen’. De Amerikanen vonden immers maar een handvol hersencellen terug. “Je bent natuurlijk blij met ieder neuron”, zegt Swaab. “Maar om schade te repareren heb je er miljoenen nodig.” 

Veruit de meeste getransplanteerde beenmergcellen die de Amerikanen terugvonden waren helemaal geen hersencellen geworden, maar ‘gewone’ weefselcelletjes. Zelfs in de patiënt met de meeste nieuwe hersencellen troffen de onderzoekers slechts zeven breincelletjes aan per tienduizend. Swaab wijst erop dat dat aantal bij proeven met knaagdieren ongeveer vijf keer zo hoog lag. Maar Mezey wijst erop dat de patienten snel na de beenmergtransplantatie overleden. “In knaagdiertijd is dat het equivalent van een paar dagen – en wij hebben maandenlang naar onze proefmuizen gekeken!” 

Hersenen die uit zichzelf aangroeien. Ook Mezey benadrukt dat het pas op de lange tot zeer lange termijn te verwachten is. Toch acht Swaab het ‘niet irreëel’ dat het ooit echt zover komt. Swaab wijst erop dat het lichaam is toegerust met allerlei mechanismen om schade op het spoor te komen en te repareren. Zo krijgen neuronen bij laesies soms aanwijzingen van het lichaam om naar het beschadigde gebied toe te gaan en de schade te herstellen. “Het idee van een zichzelf reparerend brein ligt wat dat betreft ver van ons af, maar is wel voorstelbaar.” 

Voorlopig is er nog een waslijst van problemen, stelt ook onderzoekster Mezey vast. “We hebben nog een hoop te leren. Voor nu is de belangrijkste boodschap dat er in het beenmerg van volwassenen cellen zitten die in staat zijn om het brein binnen te komen en neuronen te worden. We moeten bestuderen hoe dit gebeurt en hoe we het proces kunnen stimuleren, in onze pogingen het brein ertoe te bewegen zichzelf bij bepaalde ziektes te repareren.” 

Afgezien daarvan bestaat het gevaar dat er virussen meekomen met de getransplanteerde cellen, en loopt de patiënt het risico dat zijn immuunsysteem de nieuwe cellen aanvalt. 

Stamcellen worden algemeen gezien als de grote kanshebber voor nieuwe medische behandelingen. Ze zijn de voornaamste reden waarom veel medisch-onderzoekers zo graag mensen willen klonen: in embryo’s komen veel stamcellen voor. Misschien is het toch praktischer om de cellen uit beenmerg te halen, meent Swaab. “Je kunt je voorstellen dat je stamcellen uit het beenmerg van de patiënt zelf haalt. Daarmee voorkom je allerlei ethische dilemma’s rond klonen.” 

 Maarten Keulemans

—————– 

DEPRESSION: CAYCE’S HOLISTIC APPROACH
 

 By Susan A. Lendvay

The Edgar Cayce readings, in looking at depression holistically, consider the mind, body, and spirit equally in diagnosing its causes and recommending treatment, reports David McMillin, a mental health clinician who researched the readings for his book, The Treatment of Depression: A Holistic Approach. Despite advances in research and clinical application, depression remains a devastating illness which takes its toll on millions of individuals. Thus the unique approach presented in the Cayce readings may yet prove valuable. 

“Generally speaking, the readings did not view depression as a condition that an individual could heal on their own,” notes McMillin. “Nor was the responsibility of healing placed on the shoulders of a healthcare professional. Typically, the healing process was portrayed as a cooperative venture.” 

The information McMillin found in over 100 case studies suggests that mainstream psychiatric and psychological diagnosis and treatment may be missing some key elements. For example, if spinal misalignment plays a significant role in certain cases of depression, these cases might respond poorly or not at all to established psychotherapeutic treatments. The major themes of the Cayce approach are: 

* Mind, body, and spirit interface at definite centers within the human anatomy. 

* The mind is not synonymous with the brain–the mind uses the brain and nervous system, thus maintaining the mind/body interface. 

* Spirit interfaces with body through the functioning of the glandular system. 

* To think of mind, body, and spirit as separate distorts the wholeness of the self. Dysfunction in any one of these necessarily affects the whole being. 

The readings strongly emphasize the physical aspect of depression, writes McMillin. Essentially, they view depression as a literal “depressing” or inhibition of nerve impulses. The visceral organs and sensory nervous system are emphasized as playing key roles in such physical symptoms as disturbed sleep and appetite, listlessness, headaches, backaches, etc. A wide variety of causative factors are noted as producing these symptoms. Toxemia (accumulated poisons), sometimes produced by reabsorption of toxins due to faulty eliminations, and glandular dysfunctions–most often adrenal, thyroid, and pineal–are commonly cited as contributing to the pathological process. 

Psychological problems (dysfunctional attitudes) are often a prominent component, either as an effect produced by physical dysfunction or as a primary cause. There can be a psychosomatic aspect, where pathological thinking or attitudes eventually cause degeneration in the nerve impulse, inducing a pathological condition in the physical. Self-condemnation was noted as a particularly destructive mental pattern. “Mind is the builder” is a prominent theme in the readings and points up the inherent link between mental processes and the nervous system, in this case. 

 Negative life events, loss of meaning in life, and hopelessness are noted in several cases. The readings typically referred to these factors as a loss of ideals, or more specifically, as a failure to establish a spiritual ideal around which to center one’s life. This sense of spiritual malaise could lead to despair, negative mental patterns, and eventually to mild physical symptoms which the readings labeled “dis-ease.” Prolonging this pathological trend could produce disease.

THE BASIC TREATMENT PLAN 

The treatment recommended by the readings is suitable for most cases and may be entirely sufficient for low-level depression, says McMillin, who maintains a private practice in Virginia Beach. It is also appropriate as a maintenance plan or preventative to reduce the likelihood of relapse. One benefit of this program is that it is relatively safe–producing few, if any, harmful side effects. Many of these suggestions can also be integrated with contemporary mental health resources–for example, the spinal manipulations and diet can be combined with antidepressants that have been prescribed, or with ongoing psychotherapy, without ill effects. 

* Improving eliminations is a high priority since the readings cite toxemia as one of the most common causative factors associated with depression. The main therapies for this are hydrotherapy (drinking plenty of water, steam baths, epsom salt baths, colonics), manual therapy (osteopathy and chiropractic), massage, castor oil packs, and diet. 

* Manual therapy and massage help coordinate the central and peripheral nervous systems and correct what the readings called a “lapse in the nerve impulse.” 

* The radial appliance (a non-electrical device described in the readings, said to balance the body’s own energies) may prove helpful in cases where restlessness, fatigue, or insomnia are significant symptoms. 

* Moderate outdoor exercise was consistently emphasized as important for relaxation, improving eliminations, and, in certain cases, as a form of phototherapy (the treatment of disease with light). 

* The ideals exercise is an important intervention for establishing priorities, not only within the therapeutic regimen, but also for long-term health maintenance. This is also an excellent means of recognizing and correcting dysfunctional attitudes and beliefs. 

* Prayer and meditation, the spiritual phase of treatment, encourages a broader perspective on the immediate situation. The readings often encouraged not just the patient but the therapist also to pray. 

* Service to others provides a sense of interpersonal connectedness which can be extremely therapeutic in the treatment of depression. 

* Bibliotherapy–reading Deuteronomy 30 and John 14-17 was recommended, as these selections speak of the closeness of God and promise help for those who have faith. Any positive and constructive reading matter, offering help and hope, was also encouraged. 

 * Visualization–it was recommended to “see” healing occurring during treatments, whether spinal adjustments or castor oil packs.

SUPPLEMENTARY TREATMENTS 

Supplemental therapies of a more curative nature can be used for specific needs, as the clinician sees fit, writes McMillin. They include: 

* The environment must be conducive to healing when depression is severe. If the home situation is not appropriate, hospitalization may be required. 

* Companion therapy may be helpful in severe cases when the individual is unable to follow the treatment suggestions and requires supervision. The companion can be a sympathetic nurse or attendant who models healthy behaviors and exhibits spiritual qualities such as gentleness, patience, and kindness. 

* Suggestive therapeutics may increase cooperation, especially with oppositional or noncompliant behaviors. This can be professional hypnosis, or informal hypnotic suggestion during early stages of sleep or while administering other therapies. 

* A blood- and nerve-building diet may help individuals suffering from general debilitation. Some examples given to individuals in the readings are beef juice, green vegetables, alkaline producing foods, citrus, buttermilk, honey, etc. Cayce avoided megavitamins or extreme diets. 

* The wet cell battery with gold may be useful for persons who exhibit impairment of awareness–any aspects of perception, thinking, or memory. 

* The violet ray is a high voltage, low amperage source of static electricity in common use during the 1920’s and 1930’s. It is particularly helpful in cases of general debilitation, and should be coordinated with other therapies in cycles of usage–for example, massage and osteopathic treatments. 

* Atomidine (a special water-based iodine formula given in the Cayce readings) is useful for normalizing glandular dysfunctions, which may present as disrupted biological cycles and/or abnormal results on endocrine tests. 

* Jerusalem artichoke added to the diet was recommended in several cases to normalize glandular imbalance and improve assimilations and eliminations. 

* Hydrotherapy is indicated for extreme toxemia, to aid in eliminations through the skin, colon, and respiratory system. 

* Spinal manipulation–back pain should always be paid serious attention, as it is a valuable clue in locating and treating spinal subluxation related to the depression. Sensory system involvement (disturbed hearing, sight, taste, or smell) was also noted in many cases, and these require skilled manipulative therapy. 

* Medications–the formulas given in the readings were aimed at restoring the body’s own ability to heal. The readings showed a profound respect for the body’s biochemistry–only when the systems of the body were drastically impaired did Cayce recommend “outside forces” such as drugs. Lithium was suggested on at least three occasions, due to its propensity to reduce toxemia by improving eliminations. The antidepressant effects of this naturally-occurring salt are well established historically and clinically. 

One disadvantage of trying to apply the Cayce recommendations is the shortage of professional resources available to provide his unique treatment. Most physicians are not open to the information given in the readings and have significant philosophical differences in the nature of healing and the role of the physician. In addition, most osteopaths and chiropractors are not familiar with some of the therapeutic techniques and principles recommended in the readings which may have been common 50-60 years ago. David McMillin’s book, available from the A.R.E. Bookstore (757-428-3588, ext. 7231), is written for healthcare professionals, and provides the principles, techniques, and case studies required to provide effective treatment. There are physicians and therapists within the A.R.E. community who may be willing to work with these concepts. A list of such practitioners is available to A.R.E. members. Contact A.R.E. Membership Services at 1-800-333-4499, or the A.R.E. Clinic in Phoenix, Arizona, (602) 955-0551. 

Brought to you by Cayce.com 

 Reprinted permission by Venture Inward, Virginia Beach, VA.

—————  

Schildklier
 
Schildklierproblemen 

Het verband met ziekten van de 21e eeuw 

SCHILDKLIERPROBLEMEN ZIJN VANWEGE HUN COMPLEXITEIT MOEILIJK TE BEHANDELEN. VAAK WORDEN ZE OOK DOOR ARTSEN OVER HET HOOFD GEZIEN. ER ZIJN AANWIJZINGEN DAT NIET-GEDIAGNOSTICEERDE EN DUS NIET BEHANDELDE SCHILDKLIERPROBLEMEN DE OORZAAK ZIJN VOOR ÉÉN VAN DE MODERNE ZIEKTEN VAN DE 20E EN 21E EEUW. DIE ZO LANGZAMERHAND EPIDEMISCHE PROPORTIES AANNEEMT: ME. 

Schildklierproblemen zijn een behoorlijke uitdaging voor de meeste artsen. Het is niet alleen van belang dat de arts voldoende kennis in huis heeft over de klier zelf, hij moet ook het gehele endocriene systeem, inclusief de complexe werking van de diverse biochemische mechanismen, goed begrijpen. Helaas is het endocriene systeem, of de hormoonhuishouding van het lichaam, maar een betrekkelijk klein onderdeel van de meeste geneeskundige opleidingen. Het is daarom niet verrassend dat er maar weinig artsen zijn die de kennis en ervaring hebben die voor de behandeling van de uiteenlopende schildklierproblemen vereist zijn. Een van de gevolgen daarvan is dat er steeds meer mensen met ongediagnosticeerde schildklieraandoeningen rondlopen. Volgens de laatste berichten is het niet ondenkbaar dat schildklierproblemen een belangrijke rol spelen bij veel van de tot nu toe onbegrepen moderne ziekten zoals myalgische encefalomyelitis (ME)/chronisch vermoeidheidssyndroom (CFS) of het fibromyalgiesyndroom (FMS). Dit is des te zorgwekkender aangezien onbehandelde, of onvoldoende behandelde schildkIierproblemen fatale gevolgen kunnen hebben’ In medische kringen bestaat er een controverse over de mate van onderfunctioneren van de schildklier als patiënten normale bloedonderzoeken hebben. maar wel de klinische tekenen en symptomen van hypothyroïdie (onvoldoende werking van de schildklier) vertonen. Deze aandoeningen worden beschreven als ‘biochemisch normaal, maar klinisch hypothyroïde. Een dergelijk vorm van subklinische hypothyroïdie komt vrij vaak voor, vooral bij oudere vrouwen. De aanwezigheid van deze aandoening of van schildklierantilichamen verhoogt het risico om de klinische vorm van hypothyroïdie te krijgen. Als er sprake is van zowel de subklinische vorm en de antilichamen dan is het risico zelfs nog groter. Vooral tijdens de zwangerschap is screening op hypothyroïdie van belang omdat de aandoening negatieve gevolgen kan hebben voor de foetus. Een van de redenen dat hypothyroïdie zo vaak onopgemerkt blijft, is de veelvoorkomende misvatting dat een diagnose alleen op basis van bloedonderzoek plaats kan vinden. Maar er zijn veel situaties te bedenken waardoor de hoeveelheid in het bloed circulerende schildklierhormonen kan afwijken van de normale situatie: van zwangerschap, het volgen van een dieet en nierproblemen tot geneesmiddelen en bepaalde ziekten. In die gevallen zijn tests op schildklierfunctie volstrekt nutteloos. Vooral bij oudere patiënten, die soms tumoren in de hypofyse vertonen of bij wie de hypofyse niet of onvoldoende werkt, is het uitsluitend testen op THS (schildklierstimulerend hormoon) waarschijnlijk niet voldoende. Tenzij een arts een uitgebreid klinisch onderzoek doet en daarbij ook rekening houdt met de medische voorgeschiedenis van de patiënt, zal de diagnose hypothyroïdie zeer waarschijnlijk gemist worden. Bij patiënten die een schildklierhormoonvervangingskuur ondergaan kunnen bovendien andere medicijnen de benodigde hoeveelheid of de mate van absorptie beïnvloeden. Uit een studie bij vrouwen met een onvoldoende werkende schildklier die met thyroxine werden behandeld, bleek dat wanneer zij tegelijkertijd een oestrogeentherapie ondergaan de normale hoeveelheden thyroxine niet toereikend zijn. 

ME: het verband met de schildklier Schildklierproblemen zouden wel eens de boosdoener kunnen zijn bij ‘onverklaarbare’ ziekten als ME/CFS en FMS. In de meeste gevallen maken de gezondheidsproblemen die deze patiënten ondervinden deel uit van een onderliggende disfunctie, zoals primaire beschadiging van de hypothalamus of hypofyse als gevolg van een infectie en/of een andere oorzaak. In zijn boek Basic Endocrinology: An lntegrative Approach, zegt auteur J.M. Neal, dat deze verschillende manieren waarop een schildklierdisfunctie zich manifesteert, in het bijzonder in het geval van hypothyroïdie, allemaal hun eigen, specifieke behandeling vereisen. Psychiaters blijven in artikelen in de vooraanstaande Britse bladen beweren dat ME/CFS en FMS een psychiatrische oorsprong hebben. In een recent artikel’ suggereren de auteurs dat de problemen die optreden bij aandoeningen als prikkelbare darm syndroom, premenstrueel syndroom, meervoudige chemische overgevoeligheid (MCS), CFS en FMS allemaal alleen tussen de oren bestaan. Met deze houding negeren de auteurs algemeen geaccepteerd onderzoek, dat Iaat zien dat de afwijkingen bij ME/CFS-patiënten wellicht aan schildklier, bijnier- of andere hormonale disfuncties te wijten zijn. E.G. Dowsett, een vooraanstaande CFS-onderzoeker, stelde vast dat vijf procent van de vrouwelijke ME-patiënten een ontstoken schildklier hebben. Byron Hyde, de Canadese toponderzoeker op dit gebied, rapporteert dat glucose- en TSH-tests uitwijzen dat tot en met de helft van de ME-patiënten op een bepaald moment schildklierproblemen krijgt. 

“Een reden waarom deze schildklierafwijking bij ME-patiënten vaak over het hoofd gezien wordt, is dat het met de gebruikelijke neuro-endocriene tests niet gedetecteerd kan warden,” 

op dezelfde conferentie lieten Belgische onderzoekers zien dat bij CFS-patiënten onder andere de TSH-gehaltes verhoogd waren. In Why ME? (Craflon Books, 1989), erkent de auteur, dr. Belinda Dawes, dat bij ME en andere allergische aandoeningen de schildklierfunctie verstoord is en dat supplementen met schildklierhormonen, in combinatie met andere supplementen, aan te bevelen zijn. Andere vooraanstaande wetenschappers hebben aangetoond dat de hormoonhuishouding bij ME/CFS-patiënten is verstoord. Een verschijnsel dat bij al deze patiënten optreedt, is een defect in de hypothalamus-hypofyse-bijnieras, ofwel de HPA -as (hypothalamic-pituary -adrenal )14,15. In een studie werd met behulp van CT-scans aangetoond dat allebei de bijnieren van ME-patiënten tot 50 procent kleiner waren dan bij de controlegroep. Een reden waarom deze schildklierafwijking bij ME-patiënten vaak over het hoofd gezien wordt, is dat het met de gebruikelijke neuro-endocriene tests niet kan worden gedetecteerd. In een recente studie concludeerden de onderzoekers dat deze tests niet geschikt zijn voor ME/CFSpatiënten. De beschikbare data suggereren dat deze patiënten geen volledig normaal functionerende schildklier hebben (‘euthyroïde’), maar wellicht lijden aan het zogenaamde ‘euthyroïde syndroom’. Mogelijk hebben deze patiënten problemen bij de conversie van T4 naar T3, een proces dat in de lever plaatsvindt met behulp van diverse enzymen. Specifieke micronutriënten moeten er bovendien voor zorgen dat het proces gestroomlijnd verloopt. De waarschijnlijk meest volledige lijst van veel voorkomende symptomen van ME/CFS/FMS/MCS is gepubliceerd op de website van de American Association of Clinica 1 Endocrinologists, Merck Manual, Thyroid Foundation of America. Professor Thimothy Dinan, van het University College in Cork, Ierland, heeft een toenemende prevalentie van subklinische hypothyroïdie bij CFS-patiënten waargenomen. Tijdens een conferentie van de Royal Society of Medicine in oktober 2001 meldde hij zijn constatering dat er bij CFS sprake is van een afwijkende regulering van de HPA-as en dat dit verschijnsel gepaard gaat met verminderde orgaanfunctie. In een recente gerandomiseerde en dubbelblinde studie heeft een Amerikaans team 72 FMS-patiënten behandeld in verband met hun subklinische aandoeningen van schildklier-, geslachtsklier- of bij nierdisfunctie, verstoorde slaap, een hoge bloeddruk door neurale oorzaken, opportunistische infecties en een vermoedelijk gebrek aan bepaalde voedingsstoffen. De toestand van de patiënten die wel behandeld werden, verbeterde aanzienlijk, vergeleken bij de placebogroep. Van de 38 behandelde patiënten ontvingen er 33 schildkliervervangingstherapie, wat wederom aantoont dat hypothyroïdie een belangrijke rol speelt bij aandoeningen als FMS en CFS. Uit een eerdere studie door hetzelfde team kwamen vergelijkbare resultaten naar voren. Een onderzoeker beweerde zelfs dat CFS, FMS en het Perzische Golf Syndroom een zelfde onderliggende oorzaak hebben: magnesiumgebrek in combinatie met een toxische overmaat aan fluoride. Sommige artsen en onderzoekers behandelen hun patiënten met een schildkliervervangingstherapie die bestaat uit het gebruikelijke synthetische thyroxine (T4) of met natuurlijke schildklierhormonen zoals Annour Thyroid, een preparaat dat alle schildklierhormonen bevat, onder andere het veel krachtigere T3. In Groot-Brittannië stelt dr. Gordon Skinner, een van de meest bekende artsen op dit gebied, voor om patiënten die biochemisch gezien gezond lijken, maar klinisch aantoonbare hypothyroïdie hebben, met thyroxine in lage doses te behandelen. De behandeling van Skinner heeft veel aandacht gekregen na de publicatie van het boek van Diana Holmes, Tears Behind Closed Doors (Avon Books, 1998), waarin zij beschrijft hoe bij haarzelf jarenlang de verkeerde diagnoses gesteld werden voor dat erkend werd wat zij werkelijk had en vervolgens door dr. Skinner behandeld werd. Later hebben Skinner en zijn collega’s de resultaten van hun onderzoeken met patiënten als Holmes gepubliceerd. Dr. Barry Durant-Peatfield gebruikte een vergelijkbaar behandelingsregime. Tot voor kort schreef hij aan alle patiënten met klinische hypothyroïdie (niet alleen patiënten met CFS/ME/FMS) schildkliervervangingstherapie voor, en bijniersupplementen voor degenen die dat nodig hadden. Hij verwierf zich een goede reputatie voor succesvolle behandeling van veel CFS/ME/FMS-patiënten, maar ook voor patiënten met andere schildklier- en bijnierdisfuncties. In zijn eigen informatiebrochure schrijft Peatfield: “Als de hypothalamus-hypofysebijnier-as is beschadigd, kan het immuunsysteem nooit volledig herstellen; het resultaat: de patiënt is vaak ziek, met ogenschijnlijk steeds terugkerende virusinfecties of andere ziektes, onder andere ook parasieteninfecties.” Desondanks stuitte Skinners benadering op veel weerstand van artsen die op het gebied van de endocrinologie en de klinische biochemie opereren. Zelfs de medisch directeur van de ME Association, een van de twee grote ME-verenigingen, ageerde tegen Skinners behandelingen omdat de resultaten niet bewezen en potentieel gevaarlijk zouden zijn. Kort geleden werd Peatfields medische licentie ingetrokken, waarmee hij het meest recente slachtoffer is geworden van de heksenjacht die het General Medical Council geopend lijkt te hebben op artsen die volgens onorthodoxe methoden werken. Ondanks de overweldigende hoeveelheid aanwijzingen dat er bij ME sprake is van verstoorde schildklierfunctie en andere afwijkingen van de HPA-as (vooral bijnierdeficiënties) was de medisch directeur van de ME Association kort geleden coauteur van een brochure waarin wordt beweerd: “Er zijn geen aanwijzingen dat er bij ME/CFS sprake zou zijn van een verstoorde schildklierfunctie en het gebruik van schildkliervervangingstherapie bij mensen waarin tijdens een schidkliertest geen afwijkingen gevonden worden is een controversiële behandelingsmethode die een aantal risico’s met zich mee brengt, onder andere de potentiële complicatie van een Addisoniaanse crisis bij patiënten met hypocortisolaemie [verminderde productie van cortisol door de bijnieren]” 

Fybromyalgie en de schildklier
Veel onderzoek bij PMS-patiënten wijst erop dat schildklierproblemen een verborgen oorzaak van de aandoening kunnen zijn. In een recente studie wordt gemeld dat bijna alle hormonale feedbackmechanismen die door de hypothalamus gecontroleerd worden, door de aandoening uit balans worden gebracht. Dat houdt onder meer in: verhoogde concentraties ACTH, follikelstimulerend hormoon (FSH) en cortisol (hydrocortison), maar ook verlaag, de concentraties insuline-achtige groeifactor (IGF)-I, somatomedine C, vrij triiodothyrodine (F3) en oestrogeen” Verschillende studies hebben laten zien dat schildklierafwijkingen, en vooral hypothyroïdie, en een veranderde reactiviteit van de HPA-as bij FMS-patiënten veel voorkomende verschijnselen zijn”. Or John Lowe heeft zijn ervaringen met FMS-patiënten en zijn onderzoek met betrekking tot Fybromyalgie in een 1260 pagina dik boek beschreven, The Metabolic/ Treatment of Fibromyalgia/ (McDowell Publishing, 2000). In dit boek worden overtuigende argumenten aangevoerd dat Fybromyalgie hoofdzakelijk veroorzaakt wordt door ontoereikende regulering van weefselfuncties door schildklierhormonen. De medische instanties hebben inmiddels vier ‘mandaten’ opgesteld, die als richtlijnen moeten gelden voor de diagnose en behandeling van hypothyroïdie:
1. Een schildklierhormoon deficiëntie is de enige oorzaak van symptomen en tekenen die kenmerkend zijn voor hypothyroïdie
2. Artsen zouden patiënten met ‘normale’ schildkliertests niet mogen toestaan om schildklierhormonen te gebruiken
3. Hypothyroïdiepatiënten zouden schildklierhormonen uitsluitend in ‘vervangingsdoses’ (doseringen waardoor TSH binnen de hormonale concentratiegrenzen blijft)
4. Hypothyroidiepatiënten zouden alleen thyroxine (T4) moeten gebruiken. Om de duizenden patiënten te helpen die niet binnen deze strikte definities vallen, moesten dr. Peatfield en andere artsen de grenzen van de geaccepteerde medische praktijk overtreden, in de wetenschap dat zij daarmee een suspensie of het intrekken van hun licenties riskeerden. Een arts zegt zelfs dat strikt naleven van de ‘mandaten’ bijdraagt aan de plotselinge toename van nieuwe ziekten. FMS, CFS, ME en andere vergelijkbare syndromen zitten misschien niet zo zeer tussen de oren van patiënten, maar veeleer in de nek, omdat ze het resultaat zijn van een schildklierprobleem dat niet afdoende behandeld werd. 

Hoe werkt de schildklier?
Het complexe proces van de schildklierwerking begint bij de hypothalamus en wordt gecontroleerd door de hypofyse. Dit zijn allebei ‘meesterklieren’, die niet alleen de schildklier control maar ook de bijnier, de eierstokken en de testis. Bovendien integreert de hypothalamus-hypofysebijnier-as (HPA) het centrale zenuwsysteem en het endocriene systeem, De schildklier is de grootste endocriene klier van het lichaam, De klier scheidt schildklierhormonen uit die het lichaam nodig heeft vaar de groei en de stofwisseling, Vaar het grootste deel goot het daarbij om T4 (L-tetraiodathyronine), Daarnaast scheidt de schildklier ook een kleine hoeveelheid T3 (triiadothyronine) uit, maar het grootste deel daarvan wordt door T4 geproduceerd zodra het de schildklier verlaten heeft, T3 heeft een veel krachtigere werking don T4, De schildklier heeft jodium nodig om deze twee hormonen te produceren, De synthese verloopt in twee stappen, Vervolgens zijn nog twee stappen vereist voordat het ‘inactieve’ T4 opgeslagen kan worden, Circa 70 procent van de schildklierhormonen wordt in het bloed getransporteerd door het schildklierbindingshormoon (TG) Tijdens deze processen kan er veel misgaan, Als dat gebeurt is, het resultaat meestal ofwel hypothyroïdie (abnormaal lage concentraties schildklierhormonen) danwel hyperthyroïdie (te veel schildklierhormonen in het bloed), Het meest toegediende medicament voor hypothyroïdie is synthetisch thyroxine (Eltroxine in Groot-Brittannië) aflithathyronine, maar thyroxine brengt op zijn beurt weer een aantal problemen met zich mee, Hyperthyroïdie kan warden behandeld met anti-schildklier-geneesmiddelen, radioactief gelabeld jodium en met een operatie, Het meest gebruikte anti-schildklier-geneesmiddel is carbimazole (Neo-Mercazole): andere middelen zijn propanolol, propylthiourocil, dibromatyrosine, dilodatyrosine, fluarotyrosine,jodium af kalium af natriumjodine, Geen van deze geneesmiddelen is geheel zander bijwerkingen, zools beenmergsuppressie die tat een reductie van het aantal bloedleukocyten leidt, maar aak huiduitslag, bronchitis, pijn in de gewrichten, geelzucht en syndromen die veel lijken op systemisch lupus erythematasus, 

Schildklierproblemen Hypolllyroidie: veel voorkomende symptomen . Slapheid: vennoeidheid: kaude-intolerontie: constipatie: gewichtsveranderingen: depressie: menorragie {avennatige bloeding tijdens de menstruatie); scharlleid . Droge, koude. gele en opgeblazen huid; weinig wenkbrauwharen; gezwollen tang: bradycardia (lage hartslag): vertraagde terugga'” van peesref/exen . Anemie: hyponatriëmie . Langzame T4 en radio jodium opname . Bij primair myxoedeem (wasachtige zwelling van de huid. waarin geen putjes kunnen warden gedrukt, in combinatie met een venninderd basaal metabolisme. geassocieerd met hypothyrofdie) is de TSH-cancentratie verhoogd. 

Vroege symptomen . Slapheid: vermoeidheid: arthralgieën af myalgieën: spierkrampen; koude-intolerantie: constipatie: lethargie; droge huid: hoofdpijn; menorragie . Opvallende kenmerken: dunne. breekbare nagels: uitdunnend haar: bleekheid met slappe huid; vertraagde teruggave van peesreflexen. Weinig andere fysieke aanwijzingen. 

Late symptomen . Langzaam praten: gebrek aan transpiratie; constipotie; perifeer oedeem: bleekheid: verminderd smaak- en reukvermogen: spierkrampen; pijn; apneu (zware ademhaling): gewichtsveranderingen (meestal toename, maar gewichtsverlies kamt ook vaak vaar); doofheid. Vrouwen kunnen onregelmatige menstruatie krijgen . Fysieke bevindingen zijn ander meer een opgeblazen gezichten oogleden: gele huidskleur: uitdunnen van de buitenste helft van de wenkbrauwen; zwelling van de tang; harde, gepitte oedemen (zwellingen) en vloeistoflekkage naar de long, de borst enfafde harthaltes toe, hartvergroting en gewrichtsvergroting: langzame hartslag; mogelijke hypothennie: vergroting van de hypofyse. 

Hyperthyrofdie: symptomen en kenmerken . Nervositeit: rusteloosheid; hitte-intolerontie; versterkte transpiratie; “,nnoeidheid: slapheid; spimrampen; frequente stoelgang: gewichtsveranderingen (meestol gewichts”,rlies) . Mogeiijk hartkloppingen af angina pectaris: onregelmatige menstruatie; periodieke hypokaliëmische verlamming (“,raarzaakt daar een te laag kaliumgehalte): mogelijk staar en achterolijven van een ooglid; tachycardia af atriale fibrillaties: lichte vingertrillingen: vochtige, wanne huid; overdreven reflexen: dun haar: anychallsis (nagelverlies); in zeldzame gevallen hartstilstond: mogelijk acropachydennie (verdikking van de huid) van de vingers; ten gevalge van de chronische schildklIertoxicose kan osteoporose ontstoon . Bij mannen kan een venninderde geslachtsdrift waameembaar zijn: impotentie; venninderde spennagehalteen gynaecamastasie (a”,nnatigegroei van de zoogklieren). 

De vergiftigde schildklier
We weten van tenminste twee zeer giftige stoffen dot ze de normole functie van de schildklier emstig kunnen versto~; fluoride en kwik. Dit wordt door de gongbore geneeskunde keer op keer over het hoofd gezien. 

fluoride Vanaf de 30 en 40 van de varige eeuw werd fluoride gebruikt om hyperthyroidie en schild. kliertumoren te behondelen. Toen erkende men dat dit tot leverproblemen ieidde. wont daar vindt het grootste deel van de omzetting van T4 naarD plaots. Minderen Gordonoffmaakten melding van een .antogomisme tussen jodium en fluor”‘ fluor is met ofstand het meest reactieve element uit de groep van de halogenen en het is bekend dat het jodium kan vervangen en het jodiumtronsport kan remmen’. Zelfs nu bestaan er nag geneesmiddelen op bosis van fluor ter contrale van hyperthyroïdie (zools fluorotyrosine)’. als antidepressiva (fluoxetine [ProzacJ) en ols ontipsychotica (flupenthixal. trifluoperozine) Andreas Schuld. directeur van de organisotie Parents of fluoride-Paisoned Children. heeft gegevens uit een groot aantal onderzoeken verzameld waaruit duidelijk blijkt dat de symptomen van fluorvergiftiging identiek zijn aan die van hypothyroïdie en schildklierafwijkingen’. Zijn laatste literotuuronderzoek heeft veel aanwijzingen aan het licht gebracht over hoe fluaride de activitei. ten von schildklierstimulerend hormoon (TSH) nabootst. vaoral wonneer fluordeeltjes zich in water aan aluminium hechten. Daardoorworden cetaïne-eiwitten geactiveerd die de activiteit van T3 in cel/en kunnen remmen. 

Kwik Diverse studies hebben melding gemaakt van hoge kwikconcentroties in de hypofyse van tand. artsen. Daarbij ging het om post-mortem onderzoeken en werden de concentraties in de hypa. fyse vergeleken met die in andere delen von de hersenen. Dphoping van kwik in de hypofyse is van bijzonder belang. aangezien de contrale die deze klier uitoefent over de productie van veel hormonen (waaronderschildklier- en bijnierharmonen) praktisch al/e lichaomsfuncties beïnvloedt’. Een van de geciteerde studies meldde dat de kwikconcentrotie in weefsels die maar een kleine fractie van het totale in het lichaam aangetroffen kwik bevatten. vaok hoger is dan die in de grootste orgonen. Onderzoek van de hypofyse van mijnwerkers in kwikmijnen onthulde dat de hypofyse en de schildklier de hoogste concentraties bevatten. grotere concentraties bijvoorbeeld dan in de nieren. longen en delen van de hersenen. 

Referenties… 

Alternatieve schildklierbehandelingen . Volg een gezond, op natuurlijke voedingsmiddelen gebaseerd, dieet dat rijk is aan voedingsstoffen, ter aanvulling van een conventionele behandeling voor een betere schildklierfunctie: . Eet voedingsmiddelen die veel jodium bevatten, zoals zeewier; zeevis, eieren en melk. Kelp en zeegroenten hebben een hoog jodiumgehalte. . Vermijd rauwe kool, rapen, koolrabi,pindas en mosterd (deze voedingsmiddelen remmende opname van jodium) . Eet voedingsmiddelen die veel B vitamines en seleen bevatten zoals boekweit, orgaanvlees, peulvruchten, linzen, sojaolie, levertraan, noten, avocado’s en eieren . Overweeg voedingssupplementen met de voornaamste vitamines plus calcium, magnesium, seleen en zink. Vitamine A (niet caroteen) in combinatie met eiwitten is essentieel voor de omzetting van T4 naar T3, net als magnesium, seleen en zink. Wie geen of nauwelijks schildklierfunctie heeft, kan geen vitamine B12 absorberen. Als een dergelijke deficiëntie ernstige vormen aanneemt kan dit geestesziekten, neurologische afwijkingen, neuralgie, neuritis en bursitis tot gevolg hebben. . Neem Armour Thyraid, een natuurlijk schildklierhormoon gewonnen uit varkens als u geen synthetische hormoonvervangingstherapie wenst te ondergaan. Dit preparaat bevat T3 en T 4. In Engeland kan het door elke huisarts worden voorgeschreven. . Overweeg alternatieve geneeskunde. Kinesiologie, een techniek die gebaseerd is op het idee dat orgaan disfuncties zich manifesteren als spierzwakte, is een veilige, zachte en ontspannende behandelingsmethode en men beweert dat het schildklierafwijkingen en verstoringen in de nutriëntenbalans weet op te sparen. Bach Bloesem en andere homeopathische remedies, energiebalancing en  osteopathie zouden eveneens kunnen helpen. Een andere mogelijkheid is reflexologie. . Het boek YourGuide to Metabalic Health, bevat een grote hoeveelheid zelfhulp informatie

Gerelateerde Berichten

Wordpress Theme Nulled -

Mersin escort

-

Eskişehir escort

-

Kayseri escort

-

Adana escort

-

Escort Adana

-

Mersin escort

-

Eskişehir escort

-

Bursa yeni escort

-

İzmir çarşı escort

-

İzmir merkez escort

-

Mersin üniversite yolu escort

-

Eskişehir kapalı escort

-

İstanbul türbanlı escort

-

İzmir anal yapan escort

-

Antalya yabancı escort

-

escort izmir bayan

-

escort bayan bodrum

-

bodrum merkez escort

-

izmir sınırsız escort

-

çeşme grup escort

-

Alarm