50 Doden door vuil apparaat Ziekenhuizen!!!

50 doden door vuil apparaat

 

Wereldwijd zijn circa 50 patiënten overleden door een bacterie die tijdens openhartoperaties in hun lichaam terechtkwam. Onder de doden zijn twee Nederlanders.

Als de slopende ziekte niet wordt behandeld, raak je langzaam uitgeteerd
Jakko van Ingen
De levensgevaarlijke bacterie Mycobacterium chimaera zat in een apparaat dat tijdens openhartoperaties wordt gebruikt om het bloed op temperatuur te houden, zogeheten heater-cooler units. Dat blijkt uit een internationaal onderzoek, geleid door het Radboudumc in Nijmegen.

De apparaten raakten vervuild in een fabriek in Duitsland, waar ze gemaakt worden. De bacterie nestelde zich in het waterreservoir en werd – eenmaal in de ziekenhuizen – door een krachtige ventilator rondgeblazen in de operatiekamers. Zodoende raakten ruim 100 hartpatiënten in binnen- en buitenland besmet.

Inmiddels is ongeveer de helft overleden. In Nederland gaat het om drie besmette hartpatiënten in het Isala-ziekenhuis in Zwolle en één in het Erasmus in Rotterdam. Inmiddels zijn twee patiënten van het Isala overleden, vertelt onderzoeker en arts-microbioloog van het Radboudumc Jakko van Ingen.

Na de operatie duurt het vaak minstens een jaar voor de eerste klachten opspelen. Van Ingen: ,,De patiënten krijgen koorts, verliezen gewicht, zweten veel, zijn enorm moe, verliezen hun conditie; het is een langzaam slopende ziekte die je kunt vergelijken met tuberculose. Als hij niet wordt behandeld, raak je langzaam uitgeteerd.”

Onverklaarbaar
De eerste gevallen kwamen in 2014 aan het licht. Zes Zwitserse patiënten die in de maanden of jaren daarvoor een nieuwe hartklep kregen, hadden plots onverklaarbare klachten. De boosdoener bleek de Mycobacterium chimaera. Daarna volgden ook Duitsland, Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Canada en de Verenigde Staten.

Begin 2015 haalden alle Nederlandse hartcentra de apparaten van hun operatiekamers weg. Toch moeten de artsen nog dik twee jaar alert zijn op infecties bij patiënten, zegt Jakko van Ingen. ,,We hebben bij andere patiënten gezien dat ze soms pas vijf jaar na de infectie ziek worden. Omdat we de heater-coolers begin 2015 uit de ok’s hebben gehaald, blijft het tot begin 2020 mogelijk dat openhartpatiënten zich melden met deze infectie.”

Ook bij de twee overleden patiënten uit Nederland duurde het lang voordat de eerste klachten zich manifesteerden, vertelt de arts.

De twee kregen eind 2012/ begin 2013 een nieuwe hartklep, maar bijna twee jaar later werd pas de bacterie ontdekt. Eén patiënt overleed vrij snel, de ander bijna een jaar na de diagnose. De infectie is te behandelen met drie antiobiotica, vertelt de arts. ,,Die moet je minstens twee jaar gebruiken en zelfs dan is het helaas niet altijd mogelijk om de infectie onder de duim te krijgen.”

Claims
Het Isala Ziekenhuis bevestigt één dode, de ander is ‘waarschijnlijk’ in het Zwolse ziekenhuis besmet geraakt, aldus een woordvoerder. De diagnose en behandeling vonden echter in het Radboudumc plaats. Het Isala benadrukt dat patiënten ‘zich niet ongerust hoeven te maken, omdat in de afgelopen jaren de vereiste maatregelen genomen zijn en er ook geen nieuwe patiëntbesmettingen zijn geconstateerd.’

In de Verenigde Staten, waar de meeste besmettingen waren, zijn volgens Van Ingen al enkele claims bij ziekenhuizen neergelegd. Maar of er sprake is van schuld, betwijfelt hij. ,,Dit was geen opzet, maar botte pech. De fabrikant heeft controles gedaan, maar daar detecteer je deze zeldzame bacterie niet mee. De keiharde les is: bakken met water wil je niet op je ok.”

De bewuste fabrikant, Livanova, heeft niet gereageerd op vragen van deze krant.

http://www.ad.nl/binnenland/50-doden-door-vuil-apparaat~a181e9ee/

Nee stel je voor excuses aanbieden oid of schadevergoeding?

Vreemd dat de ziekenhuizen de patienten niet even waarschuwen!?????
Lijkt me toch wel logischer allemaal.

Hm in 2015 wisten ze dit al

https://www.health.belgium.be/sites/default/files/uploads/fields/fpshealth_theme_file/hgr_advies_9327_myco-chimaera.pdf

Een ontsmetting van de HCU’s is mogelijk via zware en dure procedures waarvan de
modaliteiten op dit ogenblik door de fabrikant zijn vastgelegd

-Ah duur tjah?

De patiënten die tijdens hartchirurgie een risico op besmetting met M. chimaera liepen
gepast opvolgen voor een periode van 4 jaar. De gedetailleerde maatregelen
betreffende de follow-up worden onder paragraaf 9 van hoofdstuk IV in dit advies
beschreven.(Zonder dat ze het weten dus)

 

a. Elementen die een rol spelen in de kostprijs van de maatregelen
 Gebrek aan reële analyse van de risico’s (verband tussen endocarditis door M.
chimaera en besmetting van HCU zonder zekerheid over de overdrachtswijze, enz.)
 voorlopige maatregelen in afwachting van afdoende epidemiologische studies.
 De bijkomende terugkerende kosten voor de maatregelen die worden voorgesteld om
het risico te voorkomen zijn zeer hoog, met name wat betreft het bijkomend personeel
dat nodig is om die uit te voeren. De personeelskost kan geschat worden op bijna 9
u./maand per HCU in werking, hetzij 1 voltijds equivalent (VTE) van gespecialiseerd
personeel (verpleegkundige-perfusionist) voor het merendeel van de gespecialiseerde
centra.
 De kostprijs van de reconditionering door het bedrijf Sorin/LivaNova van een HCU dat
als besmet wordt beschouwd, bedraagt ongeveer € 5.000 per HCU. De berekening
van de kosten voor reconditionering van alle besmette HCU’s in België zou oplopen
tot ongeveer € 150.000.
b. Er is niet alleen een risico op besmetting met M. chimaera via besmette HCU’s tijdens het
plaatsen van hartimplantaten, maar ook bij coronaire chirurgie onder ECC. Deze
besmetting kan vormen van endocarditis met zich meebrengen, maar ook andere diepe
niet-cardiale infecties (spondylodiscitis, enz.).
c. Andere medische toestellen zijn mogelijk betrokken (ECMO …), alsook andere pathogene
kiemen (Legionella, Pseudomonas, enz.).

https://www.hartstichting.nl/hartziekten/bacteriele-endocarditis

Andere mechanismen voor de overdracht naar de patiënt dan de overdracht via de lucht:
 Een besmetting via handcontact tijdens de handelingen om de HCU te verbinden,
ontkoppelen, vullen, kan ook in aanmerking worden genomen. De kiem op de
handschoenen en/of op de handen kan door de operator verspreid worden op de
oppervlakken en de toestellen van de operatiezaal en in de.operatiestreek
 Een rechtstreekse besmetting door circulerend besmet water in het extracorporaal
oxygenatietoestel is niet realistisch gezien de volledige afwezigheid van uitwisseling
tussen het watercircuit en de patiënt zelf.
 Een besmetting van het prothesemateriaal bij de vervaardiging werd aangetoond in
twee case reports van endocarditis door snelgroeiende NTM (Strabelli et al., 2010;
Vukovic et al., 2013), maar deze infectiebron kan redelijkerwijze buiten beschouwing
gelaten worden in de beschreven gevallen van laattijdige endocarditis door M.
chimaera.
9 Follow-up van risicopatiënten
Aanbevelingen voor het onderzoek naar M. chimaera bij patiënten met een vermoedelijke
endovasculaire infectie na hartchirurgie.
9.1. Definitie van een verdacht geval (2 noodzakelijke criteria)
 De patiënt heeft in het verleden (tot 4 jaar geleden) een cardiovasculaire ingreep
ondergaan waarbij een bypass nodig was.
 De patiënt heef klinische, biologische of radiologische symptomen die overeenstemmen
met een diepe infectie, meer bepaald een
o endocarditis van de hartklepprothese;
o infectie van de vasculaire prothese;
o infectie van de plaats van sternotomie;
o mediastinitis;
o gedissemineerde infectie.
9.2. Definitie van een risicogeval
 De patiënt heeft in het verleden een cardiovasculaire ingreep ondergaan waarbij een
bypass nodig was die werd uitgevoerd met een a posteriori besmet beschouwde HCU.
 Doe onderzoek naar vermoedelijke endocarditis (klinisch onderzoek, echografie, enz.) en
naar een vermoedelijke systeeminfectie aan de hand van bloedonderzoeken
(bezinkingssnelheid, CRP, leukocytose, enz.) In het geval van een bevestigd vermoeden
(1 criterium voldoende) wordt de patiënt als een verdacht geval beschouwd.
9.3. Uit te voeren bacteriologische onderzoeken bij elk verdacht geval
 Een conventioneel bacteriologisch onderzoek moet simultaan worden uitgevoerd met
het opsporen van NTM. Indien dit onderzoek op voorhand werd uitgevoerd moet deze
negatief of niet bijdragend zijn. Het onderzoek omvat minstens 3 buisjes van bloedkweken
(aeroob, anaeroob) die gedurende 21 dagen geïncubeerd worden.
 Het wordt aanbevolen om 3 bloedkweken op mycobacteriën uit te voeren. Ter indicatie:
de buisjes voor bloedkweken BD MycoF/Lytic (BD) en BacT/ALERT MB zijn aangepast
voor het opsporen van mycobacteriën via bloedafnames en zijn compatibel met de meeste
automaten die in de Belgische laboratoria beschikbaar zijn. De laboratoria die niet over
deze kweekmediums beschikken worden verzocht om contact op te nemen met het
Nationaal Referentielaboratorium (WIV) om geval per geval de technische mogelijkheden
te bespreken.
 Als er een gerichte afname wordt uitgevoerd of als de geïnfecteerde prothese
verwijderd wordt, moet het microbiologisch onderzoek bestaan uit een klassiek
bacteriologisch onderzoek en een specifieke opsporing van mycobacteriën. Dit onderzoek
omvat minstens een rechtstreeks onderzoek en een kweek in een vloeibaar of vast
medium. De incubatie duurt 42 dagen op 35 – 37 °C. Er bestaat geen commerciële
moleculaire methode die voldoende gevoelig is voor het opsporen van mycobacteriën via
polymerase chain reaction (PCR). Bepaalde laboratoria in België hebben technieken
ontwikkeld die kunnen bijdragen tot de diagnose ter aanvulling van bovengenoemde
methoden. De laboratoria worden verzocht om contact op te nemen met het Nationaal
Referentielaboratorium (WIV) om geval per geval de technische mogelijkheden te
bespreken.
 Als de kweekuitslag positief is voor een mycobacterie, moet de definitieve identificatie
van M. chimaera op basis van het sequencen van minstens twee doelregio’s van het DNA
van de bacterie gebeuren, meer bepaald ITS, 16S RNA, rpoB en hsp65. Parallel kunnen
andere identificatiemethodes (commerciële kits of MALDI-TOF MS) gebruikt worden,
maar ze moeten bevestigd worden door sequencing. De laboratoria die niet over deze
technieken beschikken worden verzocht om contact op te nemen met het Nationaal
Referentielaboratorium (WIV) om geval per geval de technische mogelijkheden te
bespreken.
 Als een geval van diepe infectie veroorzaakt door M. chimaera bevestigd is, moet dit
enerzijds gemeld worden aan de dienst materiovigilantie overeenkomstig de procedure
beschreven op de website van het FAGG en anderzijds wordt het laboratorium verzocht
om rechtstreeks contact op te nemen met het Nationaal Referentielaboratorium. Dit laatste
verzekert er zich van dat alle nodige onderzoeken zijn uitgevoerd en zal de nodige
contacten opnemen met het ECDC.

 

 

Related posts