web analytics
AngelWings Verhalen

De kat en de gender kraai

Max de kat was geboren in Zeeland.

Afbeelding van verhaalpin

In Zeeland woonden ze dicht bij de zee, en dat vond Max heerlijk. Bijna elke dag liep hij naar het strand om naar de golven te kijken. Hij kon urenlang staren naar het water dat kwam en ging.

De zee verveelde nooit.

Op een dag kwam er een kraai aanvliegen.

Zijn naam was Krasja.

Tenminste, dat zei hij.

Krasja kwam uit een ver land, maar waar precies vandaan wilde hij nooit vertellen.

Gerelateerde artikelen

“Dat is een lang verhaal,” zei hij altijd geheimzinnig.

Krasja had een wat vreemde stem. Voor een kraai klonk die nogal hoog.

Vaak zat hij in een boom terwijl Max beneden in het gras lag.

Dan filosofeerden ze urenlang over de wereld.

Waarom de wind waaide.

Waarom mensen altijd haast hadden.

Waarom sommige dieren gelukkig waren en andere niet.

Waarom er oorlog was.

Waarom er vrede was.

En waarom meeuwen altijd zo schreeuwden.

Op een dag werd Krasja ineens heel serieus.

“Ik moet je iets vertellen,” zei hij.

Max keek op.

“Ik ben eigenlijk Krasjana.”

“Wat?”

“Ik ben eigenlijk een vrouwelijke kraai.”

Max knipperde met zijn ogen.

“Maar waarom noem je jezelf dan Krasja?”

Krasjana zuchtte diep.

“Mijn moeder wilde liever een zoon.”

“Dat is vervelend.”

“Ja,” zei Krasjana. “Ze heeft zo vaak tegen mij gezegd dat ik een jongen was, dat ik het uiteindelijk zelf ook ben gaan geloven.”

Max dacht even na.

“Maar je bent toch gewoon een vrouwelijke kraai?”

Krasjana schudde fel haar kop.

“Nee! Ik ben een hij!”

Ze keek trots om zich heen.

“Ik zal het bewijzen.”

Voorzichtig trok ze wat veren opzij bij haar pootjes.

Daar zat een klein takje tussen geklemd.

“Zie je wel?” zei ze gewichtig.

“Ik ben een hij.”

Max keek naar het takje.

Toen keek hij weer naar Krasjana.

Toen weer naar het takje.

Hij moest moeite doen om niet te lachen.

“Eh…”

“Nou?” vroeg Krasjana.

Max grijnsde.

“Je bent geen mannetje hoor.”

Krasjana verstijfde.

“Wat?”

“Dat snap je zelf toch ook wel?”

De kraai begon zenuwachtig met haar vleugels te fladderen.

Max ging verder.

“Als ik tegen jou zeg dat ik eigenlijk een hond ben, dan wordt dat toch ook niet ineens waar?”

“Dat is heel anders!”

“Nee hoor.”

Max kauwde op een grasspriet uit het grasveld.

“Ik kan wel fantaseren dat ik een hond ben. Ik kan blaffen. Ik kan achter een stok aanrennen. Maar ik blijf gewoon een kat.”

Krasjana werd rood onder haar zwarte veren.

“Dat is niet hetzelfde!”

“Waarom niet?”

“Dat is gewoon niet hetzelfde!”

“Volgens mij wel.”

Krasjana begon te stotteren.

Ze probeerde iets te zeggen.

Toen nog iets.

En nog iets.

Maar er kwamen geen woorden meer uit.

Ze werd steeds bozer.

Woester.

Verontwaardigder.

Met een harde kras vloog ze plotseling op.

Weg.

Hoger en hoger.

Zonder nog één keer achterom te kijken. Voor altijd weg.

Tijdens het wegvliegen liet ze per ongeluk het takje vallen.

Het dwarrelde naar beneden en landde voor Max op het gras.

Lang bleef hij ernaar kijken.

Toen schudde hij langzaam zijn hoofd.

“Vreemde vogel.”

Hij stond op.

Liet het takje liggen waar het lag.

En liep rustig naar huis.

Terwijl achter hem de zee onverstoorbaar bleef golven.

Gerelateerde artikelen

Back to top button