Leroy’s Laatste Rit
Leroy’s Laatste Rit
— een zonnig doordreamverhaal vol motorolie en lichtverwarring
Leroy was een man van simpele genoegens: een volle tank, een lege weg, en de geur van vers gemaaid gras die zich mengde met de vage zweem van motorolie en vrijheid.
Die ochtend, oh man, die ochtend was perfect. De zon scheen alsof hij speciaal voor hem gereserveerd was. De bijen applaudisseerden zacht met hun vleugeltjes, de bloemen bogen hoffelijk in de bermen, en zelfs een verdwaald koolmeesje leek “yeahhh buddy” te fluiten toen hij langs suisde.
Hij dacht nog: “Wat een dag. Dit is zo’n dag dat je denkt: laat mij maar lekker verdwijnen in de horizon.”
En het universum dacht blijkbaar: “Oké dan.”
Want daar was-ie. Een bestelbus. Uit het niets. Alsof iemand de sneltoets voor rampspoed had ingedrukt.
Klap.
Knipper.
Weg moment. Maar gelukkig niet geraakt.
Dus toen — reed Leroy gewoon verder.
Hij keek achterom.
Geen deuk, geen sirene, geen opdringerige ambulancebroeder met een naamsticker waarop “Gerben” stond.
Weird… maar whatever.
Hij reed door. En hoe!
Alles voelde… luchtig. Zijn helm zat niet meer strak. Zijn jas flapperde zonder weerstand. Zijn lichaam voelde als een suikerspin in de zon, maar dan zonder het plakkerige.
Hij kreeg geen honger.
Zijn tank raakte niet leeg.
Zijn blaas protesteerde niet, zelfs niet na 3 denkbeeldige koppen koffie.
De tijd?
Tijd was op vakantie.
Pas uren later, toen hij een derde keer langs exact hetzelfde lachende koeienveld reed, dacht Leroy:
“Hé… waarom is het eigenlijk nog steeds middag? Waarom heb ik geen dorst? Waarom zweven mijn voeten een beetje boven de pedalen?”
Hij parkeerde. Dacht diep na. Of nou ja, zo diep als Leroy kon denken na een halve dag mentale zonneslag.
Toen zag hij het.
Een bord aan de kant van de weg:
Welkom in de Postmortale Polder – waar het altijd lekker rijdt.
Geen stoplichten. Geen files. Geen belastingdienst.
Hij haalde zijn schouders op.
“Tja. Had erger gekund.”
Sindsdien is Leroy een soort legende in de ether.
Af en toe zie je hem in een flits op een verlaten landweggetje: een vage gedaante, spiegelende pilotenzonnebril, glimlach, haar wapperend in een niet-bestaand briesje.
Hij zwaait soms naar andere motorrijders.
En niemand weet waarom, maar je krijgt dan een heel fijn gevoel. Alsof je eventjes, héél eventjes, hebt meegesurfd op een andere frequentie.
Leroy zelf?
Die rijdt nog steeds.
Geen helm nodig. Geen regen. Geen haast.
Alleen maar eindeloze zon, een brullende motor, en een hoofd vol rust.
Einde.
Of nou ja, voortgang. 😎


