Niet Morgen Maar Nu
Geloof je dat je geest van jou is? (Hoofdstuk 1)
Heb je je eigen gevoelens onder controle? (Hoofdstuk 1)
Ben je meer van binnenuit dan van buitenaf gemotiveerd? (Hoofdstuk 7)
Heb je geen behoefte aan de goedkeuring van anderen? (Hoofdstuk 3)
Stel je je eigen gedragsregels op? (Hoofdstuk 7)
Ben je vrij van het verlangen naar gerechtigheid en eerlijkheid? (Hoofdstuk 8)
Kun je jezelf zonder klagen aanvaarden? (Hoofdstuk 2)
Ben je vrij van heldenverering? (Hoofdstuk 8)
Ben je meer iemand van de daad dan een criticus? (Hoofdstuk 9)
Verwelkom je het mysterieuze en onbekende? (Hoofdstuk 6)
Kun je het vermijden jezelf in absolute termen te beschrijven? (Hoofdstuk 4)
Kun je te allen tijde van jezelf houden? (Hoofdstuk 2)
Kun je op eigen benen staan? (Hoofdstuk 10)
Heb je je losgemaakt van alle afhankelijke verhoudingen? (Hoofdstuk 10)
Is er in je leven geen plaats voor het schuld zoeken bij en schuld geven aan anderen en omstandigheden? (Hoofdstuk 7)
Ben je vrij van schuldgevoelens? (Hoofdstuk 5)
Kun je het vermijden je zorgen te maken over de toekomst? (Hoofdstuk 5)
Kun je liefde geven en ontvangen? (Hoofdstuk 2)
Kun je in je leven verlammende woede vermijden? (Hoofdstuk 11)
Heb je talmen en dralen als levensstijl overwonnen? (Hoofdstuk 9)
Heb je geleerd effectief te falen? (Hoofdstuk 6)
Kun je je spontaan, zonder dat je een plan hebt, vermaken? (Hoofdstuk 6)
Kun je humor waarderen en creëren? (Hoofdstuk 11)
Word je door anderen behandeld zoals je door hen behandeld wilt worden? (Hoofdstuk 10)
Ben je meer gemotiveerd door je mogelijkheid tot groei dan door de drang je onvolkomenheden te verbeteren? (Hoofdstuk 1)
Op elk ogenblik in je leven kun je de keuze maken ja te zeggen op alle bovengenoemde vragen, als je bereid bent veel van dat ‘moet’ en dat ‘hoort’ te herroepen dat je in je leven hebt aangeleerd. De feitelijke keus is: wil je persoonlijk vrij worden of geketend blijven aan de verwachtingen die anderen van je hebben.
Een vriendin van me, Doris Warshay, schreef nadat ze een lezing van me had bijgewoond een gedichtje voor me dat ze New Directions noemde:
I want to travel as far as I can go,
I want to reach the joy that’s in my soul,
And change the limitations that I know,
And feel my mind and spirit grow;
I want to live, exist, ‘to be’,
And hear the truths inside of me.1
Ik vertrouw erop dat dit boek je zal helpen je te ontdoen van alle ‘wormen’ of oogkleppen die je afhouden van heerlijke nieuwe ervaringen en dat het ertoe zal bijdragen je eigen nieuwe richtingen te ontdekken en te kiezen.
1 Ik wil reizen zover ik kan gaan,
Ik wil de vreugde vinden die in mijn ziel ligt,
En de beperkingen doorbreken die ik ken,
En mijn geest en gedachten voelen groeien;
Ik wil leven, bestaan, ‘zijn’,
En de waarheden in mij verstaan.
1 Leid je eigen leven
De essentie van grootheid is het vermogen om
persoonlijke vervulling te kiezen in omstandigheden waarin anderen krankzinnigheid kiezen.
Kijk eens achterom. Je zult een voortdurende metgezel zien. Noem hem bij gebrek aan een betere naam Je Eigen Dood. Je kunt deze bezoeker vrezen of hem tot je eigen persoonlijk voordeel gebruiken. De keus is aan jou.
Daar de dood een eeuwigdurend gegeven is en het leven adembenemend kort, moet je jezelf eens afvragen: ‘Moet ik dingen laten die ik eigenlijk doen wil?’ ‘Moet ik mijn leven leven zoals anderen dat van mij verlangen?’ ‘Is bezit vergaren belangrijk?’ ‘Is je afzijdig houden de beste manier van leven?’ Er is alle kans dat je antwoorden in een paar woorden kunnen worden samengevat: Leef… Wees jezelf… Geniet… Heb lief.
Je kunt, vruchteloos, je dood vrezen, of je kunt hem gebruiken om te leren effectief te leven. Luister naar Tolstojs Iwan Iljitsj die op de grote nivelleerder wacht en nadenkt over een verleden dat geheel door anderen werd beheerst, een leven waarin hij zich geheel ondergeschikt heeft gemaakt aan een systeem.
‘En als mijn hele leven nu eens verkeerd is geweest?’ De gedachte kwam bij hem op dat wat tevoren volkomen onmogelijk had geleken, namelijk dat hij zijn leven niet had geleefd zoals hij had behoren te doen, uiteindelijk wel eens waar kon zijn. De gedachte kwam bij hem op dat zijn nauwelijks waarneembare impulsen, die hij onmiddellijk had onderdrukt, wel eens echt konden zijn en de rest vals. En zijn beroepsbezigheden, en de indeling van zijn leven en dat van zijn gezin, en zijn sociale en ambtelijke interesses, waren misschien allemaal vals. Hij probeerde dit alles voor zichzelf te verdedigen en plotseling voelde hij hoe zwak het was wat hij verdedigde. Er viel niets te verdedigen…
De volgende keer dat je wikt en weegt, wanneer je je afvraagt of je al of niet het heft van je leven in handen zult nemen, een eigen keus zult maken, stel jezelf dan eens deze belangrijke vraag: ‘Hoe lang zal ik dood zijn?’ Met dat eeuwige perspectief voor ogen, kun je nu je eigen keus maken en het getob, de angst, de vraag of je je het al of niet veroorloven kunt en de schuldgevoelens overlaten aan degenen die wel het eeuwige leven hebben.
Als je dergelijke stappen niet gaat ondernemen, staat je te wachten dat je je hele leven zult leiden zoals anderen zeggen dat je leven moet. Omdat je verblijf op aarde maar zo kort is, moet het op zijn minst aangenaam voor je zijn. Kortom, het is jouw leven; doe ermee wat jij wilt.
Geluk en je eigen IQ
Je eigen leven in handen nemen houdt in: afrekenen met enkele heersende mythen. Een van de belangrijkste hiervan is het idee dat intelligentie wordt afgemeten aan je capaciteit om ingewikkelde problemen tot een oplossing te kunnen brengen; om te kunnen lezen, schrijven en rekenen op een bepaald niveau; en om abstracte vergelijkingen snel te kunnen oplossen. Bij deze visie op intelligentie worden formeel onderwijs en boekengeleerdheid gezien als de ware maatstaven voor zelfvervulling. Het moedigt een soort intellectueel snobisme aan dat tot enkele demoraliserende resultaten heeft geleid. We zijn gaan geloven dat iemand die meer diploma’s heeft, die een kraan is in de een of andere tak van onderwijs (wiskunde, natuurkunde), die een uitgebreide vocabulaire heeft, een geheugen voor oppervlakkige feiten, of die snel leest) ‘intelligent’ is. Toch zitten de psychiatrische inrichtingen vol met patiënten die alle mogelijke diploma’s hebben én met patiënten die geen enkel papiertje bezitten. De juiste barometer voor intelligentie is een effectief, gelukkig leven, elke dag opnieuw en elk moment van elke dag.
Als je gelukkig bent, als je uit elk moment haalt wat eruit te halen valt, dan ben je een intelligent mens. Problemen oplossen is een nuttige bijkomstigheid voor je geluk, maar als je weet dat het je niet gegeven is een bepaalde moeilijkheid op te lossen en je kunt toch geluk voor jezelf kiezen, of minstens weigeren voor ongelukkig zijn te kiezen, dan ben je intelligent. Je bent intelligent omdat je het beslissende wapen bezit tegen de grote zenuwinzinking.
Misschien verbaast het je te horen dat er niet zoiets als een zenuwinstorting bestaat. Zenuwen storten niet in. Snij iemand open en zoek de ingestorte zenuwen. Je zult ze niet vinden. ‘Intelligente’ mensen krijgen geen zenuwinstorting omdat ze zichzelf in de hand hebben. Ze weten hoe ze geluk boven depressiviteit kunnen kiezen, omdat ze weten hoe ze met de problemen in hun leven moeten omspringen. Let op, ik zeg niet de problemen oplossen. Hun intelligentie meten ze niet af aan hun capaciteit om het probleem op te lossen, maar eerder aan hun capaciteit om gelukkig en waardevol te blijven, of het probleem nu opgelost wordt of niet.
Je kunt aan jezelf als echt intelligent gaan denken op basis van hoe je je wenst te voelen onder moeilijke omstandigheden. De levensstrijd is voor ieder van ons ongeveer hetzelfde. Iedereen die met andere menselijke wezens in willekeurig welk sociaal verband betrokken is, heeft soortgelijke moeilijkheden. Meningsverschillen, conflicten en compromissen horen bij het mensenleven. Ook geld, oud worden, ziekte, sterfgevallen, natuurrampen en ongelukken zijn allemaal gebeurtenissen die voor alle menselijke wezens problemen scheppen. Maar sommige mensen slaan zich er goed doorheen, weten verlammende neerslachtigheid en ongelukkig zijn ondanks dergelijke gebeurtenissen te vermijden, terwijl anderen bezwijken, apathisch worden of een zenuwinstorting krijgen. Degenen die problemen erkennen als een onderdeel van het menselijk leven en geluk niet afmeten aan aanwezigheid van problemen, zijn de meest intelligente mensen die we kennen; en ook de zeldzaamste.
Leren jezelf totaal onder controle te hebben, zal een geheel nieuw denkproces vereisen, een proces dat moeilijk kan blijken omdat te veel krachten in onze maatschappij samenspannen tegen individuele verantwoordelijkheid. Je moet vertrouwen op je eigen capaciteit om emotioneel te voelen wat je verkiest te voelen, op welk tijdstip in je leven ook. Dit is een radicaal denkbeeld. Je bent waarschijnlijk opgegroeid met het geloof dat je je eigen emoties niet onder controle kunt houden; dat woede, angst en haat, evenals liefde, extase en vreugde dingen zijn die je overkomen. Een individu beheerst die dingen niet, hij accepteert ze. Wanneer droevige gebeurtenissen plaatsvinden, moet je je natuurlijk bedroefd voelen en maar hopen dat zich gauw een gelukkige gebeurtenis voordoet zodat je je weer goed kan gaan voelen.
Kiezen hoe je je voelen wilt
Gevoelens zijn niet gewoon emoties die je overvallen. Gevoelens zijn reacties die je verkiest te hebben. Als je je emoties beheerst, hoef je geen zelfvernietigende reacties te kiezen. Als je eenmaal geleerd hebt dat je kunt voelen wat je verkiest te voelen, ben je op weg naar ‘intelligentie’: een weg die geen zijpaden kent die naar een zenuwinstorting leiden. Deze weg zal nieuw zijn omdat je een bepaalde emotie eerder zult zien als een keuze dan als iets onvermijdelijks. Dit is de kern van persoonlijke vrijheid.
Je kunt de mythe van het niet onder controle hebben van je emoties met logica doorprikken. Door het gebruik van een eenvoudige syllogisme (een formulering in de logica die bestaat uit een major premisse, een minor premisse en een conclusie gebaseerd op de overeenkomst van de twee premissen) kun je beginnen aan het proces om jezelf onder controle te krijgen, verstandelijk zowel als emotioneel.
Logisch syllogisme
major premisse:
Aristoteles is een man.
minor premisse:
Alle mannen hebben gezichtshaar.
conclusie:
Aristoteles heeft gezichtshaar.
Onlogisch syllogisme
major premisse:
Aristoteles heeft gezichtshaar.
minor premisse:
Alle mannen hebben gezichtshaar.
conclusie:
Aristoteles is een man.
Het is duidelijk dat je er bij logica voor zorgen moet dat je major en minor premissen overeenkomen. In het tweede voorbeeld zou Aristoteles een aap of een mol kunnen zijn. Hier volgt een logische redenering die voor altijd het idee kan uitschakelen dat je je eigen emotionele wereld niet in je macht hebt.
major premisse:
Ik kan mijn gedachten beheersen.
minor premisse:
Mijn gevoelens vloeien voort uit mijn gedachten.
conclusie:
Ik kan mijn gevoelens beheersen.
Je major premisse is duidelijk. Je hebt de macht te denken wat je in je hoofd wilt laten opkomen. Als je zo maar iets te binnen ‘schiet’ (je verkoos dat iets naar binnen te laten komen, hoewel je misschien niet weet waarom), heb je nog altijd de macht om het te verdrijven en daarom beheers je nog steeds je geestelijke wereld. Ik kan tegen je zeggen: ‘Denk aan een roze antilope,’ en je kan er een groene van maken of een aardvarken, of gewoon aan iets heel anders denken als je dat wilt. Alleen jij hebt het voor het zeggen wat als een gedachte je hoofd mag binnenkomen. Als je dit niet gelooft, beantwoord dan eens de volgende vraag: ‘Als je je gedachten niet beheerst, wie beheerst die dan wel?’ Is het je echtgenoot of je baas of je moeder? En als zij je gedachten beheersen, zorg dan dat ze therapie krijgen en jij bent ogenblikkelijk genezen. Maar je weet wel beter. Jij en jij alleen beheerst je denkapparaat (met uitzondering van extreme hersenspoelingen of gedragsexperimenten die buiten je leven vallen). Je gedachten zijn van jezelf, uitsluitend van jou, je kunt ze voor je houden, veranderen, mededelen of erover nadenken. Niemand anders kan in je hoofd binnendringen en jouw gedachten kennen zoals jij die ervaart. Je beheerst inderdaad je eigen gedachten, en je kunt je hersenen gebruiken als je daartoe beslist.
Over je minor premisse valt nauwelijks te debatteren als je onderzoeksresultaten en je eigen gezonde verstand laat spreken. Je kunt geen gevoel (emotie) hebben zonder eerst een gedachte te hebben ervaren. Neem je hersens weg en je mogelijkheid om te ‘voelen’ is uitgevaagd. Een gevoel is een fysieke reactie op een gedachte. Als je huilt, of bloost, of hartkloppingen krijgt of willekeurig welke van die eindeloze reeks emotionele reacties, heb je eerst een signaal van je denkcentrum ontvangen. Wanneer je denkcentrum beschadigd of uitgeschakeld is, kun je geen emotionele reacties meer ervaren. Bij bepaalde stoornissen in de hersenen kun je zelfs geen lichamelijke pijn meer voelen, en dan zou je je hand letterlijk boven een gasvlam kunnen branden zonder ook maar iets van pijn te voelen. Je weet dat je, wanneer je je denkcentrum uitschakelt, geen gevoelens in je lichaam kunt ervaren. Je minor premisse is dus waar. Elk gevoel dat je hebt, werd voorafgegaan door een gedachte en zonder hersens kun je geen gevoelens hebben.
Ook je conclusie is onvermijdelijk. Als je je gedachten beheerst, en je gevoelens voortkomen uit je gedachten, dan ben je in staat je eigen gevoelens te beheersen. En je heerst over je gevoelens door aan de gedachten te werken die eraan voorafgingen. Eenvoudig gezegd, je gelooft dat dingen of mensen je ongelukkig maken, maar dat is niet juist. Je maakt jezelf ongelukkig door de gedachten die je hebt over de mensen of dingen in je leven. Een vrij en gezond mens worden houdt noodzakelijk in anders te leren denken. Als je eenmaal je gedachten kunt veranderen, zullen ook nieuwe gevoelens naar boven komen, en heb je de eerste stap ondernomen op de weg naar persoonlijke vrijheid.
Laten we om het syllogisme meer praktische inhoud te geven het geval Cal nemen, een jonge ambtenaar die zich eindeloos kwelt met de gedachte dat zijn baas hem stom vindt. Cal voelt zich erg ongelukkig omdat zijn baas geen hoge dunk van hem heeft. Maar als Cal niet wist dat zijn baas hem stom vindt, zou hij dan nog ongelukkig zijn? Natuurlijk niet. Hoe zou hij zich ongelukkig kunnen voelen om iets wat hij niet weet? Daarom maakt wat zijn baas denkt of niet denkt hem niet ongelukkig. Wat Cál denkt maakt hem ongelukkig. Bovendien maakt Cál zich ongelukkig door zichzelf voor te houden dat wat iemand anders denkt belangrijker is dan wat hij zelf denkt.
Dezelfde logica is van toepassing op alle gebeurtenissen, voorvallen en gezichtspunten. Iemands dood op zich maakt je niet ongelukkig; je kunt niet ongelukkig zijn voor je weet dat iemand gestorven is, dus is het niet de dood op zich maar wat je jezelf over deze gebeurtenis aanpraat. Orkanen zijn op zich niet deprimerend; depressiviteit is iets uniek menselijks. Als je gedeprimeerd raakt door een orkaan, vertel je jezelf dingen die je gedeprimeerd maken. Dat wil niet zeggen dat je jezelf voor de gek moet houden en van een orkaan moet gaan genieten, maar vraag jezelf af: ‘Waarom zou ik depressiviteit verkiezen? Helpt het me om meer doelmatig op te treden?’
Je bent opgegroeid in een cultuur die je geleerd heeft dat je niet verantwoordelijk voor je gevoelens bent, hoewel de syllogistische waarheid is dat je het altijd bent geweest. Je hebt een reeks gezegdes geleerd om jezelf tegen het feit te verdedigen dat je je gevoelens wel degelijk beheerst. Hier volgt een korte lijst van dergelijke uitspraken die je telkens weer gebruikt. Bekijk de boodschap die ze uitzenden.
‘Je kwetst mijn gevoelens.’
‘Het is jouw schuld dat ik er de pest in heb.’
‘Ik kan er niets aan doen dat ik het zo voel.’
‘Ik ben gewoon kwaad, vraag me niet waarom.’
‘Ik word ziek van hem.’
‘Ik heb hoogtevrees.’
‘Je maakt me verlegen.’
‘Ze maakt me gewoon opgewonden.’
‘Je hebt me openlijk voor schut gezet.’
De lijst is in feite eindeloos. Elk gezegde heeft de ingebouwde boodschap dat jij niet verantwoordelijk bent voor hoe je je voelt. Nu gaan we de lijst accuraat herschrijven, zodat deze het feit weerspiegelt dat je wel verantwoordelijk bent voor hoe je je voelt en dat je gevoelens voortspruiten uit de gedachten die je over iets hebt.
‘Mijn gevoelens zijn gekwetst door dat wat ik mezelf wijs maakte over jouw reacties op mij.’
‘Ik maak mezelf beroerd.’
‘Ik kan er wel iets aan doen hoe ik me voel maar ik heb besloten overstuur te raken.’
‘Ik heb besloten kwaad te worden, omdat ik doorgaans anderen met mijn kwaadheid manipuleren kan, omdat zíj dan denken dat ik hen in mijn macht heb.’
‘Ik maak mezelf ziek.’
‘Ik praat mezelf aan dat ik hoogtevrees heb.’
‘Ik vind mezelf verlegen.’
‘Ik wind mezelf op wanneer ik in haar buurt ben.’
‘Ik zette mezelf voor schut door jouw mening over mij belangrijker te vinden dan die van mezelf, en door te geloven dat anderen hetzelfde dachten.’
Misschien geloof je dat de punten van de eerste lijst opmerkingen zijn die in feite weinig te betekenen hebben, gewone uitdrukkingen die in onze cultuur clichés zijn geworden. Als dat je redenatie is, vraag jezelf dan eens af waarom de beweringen van de tweede lijst geen clichés zijn geworden. Het antwoord ligt in onze cultuur die het denken van de eerste lijst leert en de logica van de tweede lijst afremt.
De boodschap is glashelder. Jij bent degene die verantwoordelijk is voor hoe je je voelt. Je voelt wat je denkt, en je kunt over alles anders leren denken: als je besluit dat te gaan doen. Vraag jezelf af of ongelukkig, terneergeslagen of gekwetst zijn wel degelijk de moeite waard is. Begin dan grondig de gedachten te onderzoeken die tot dergelijke verlammende gevoelens leiden.
Leren niet ongelukkig te zijn: een moeilijke opdracht
Het is niet gemakkelijk om anders te gaan denken. Je bent gewend aan een bepaald gedachtepatroon en de verlammende gevoelens die er het gevolg van zijn. Het kost heel wat inspanning om de denkgewoontes af te leren die je je tot nu toe hebt aangewend. Geluk is gemakkelijk, maar leren om niet ongelukkig te zijn is soms moeilijk.
Geluk is een natuurlijke toestand voor een menselijk wezen. Jonge kinderen vormen hiervan een duidelijk bewijs. Moeilijk is het alle ‘dat hoort zo’s’ en ‘dat moet zo’s’ af te leren die je in het verleden zijn geleerd. Het heft van je leven in eigen hand nemen begint met bewustwording. Steek een waarschuwende vinger tegen jezelf op als je zinnen zegt als: ‘Hij kwetst mijn gevoelens.’ Realiseer je wat je doet op het moment dat je het doet. Nieuw denken eist van je dat je je het oude denken bewust wordt. Je bent gewend geraakt aan mentale patronen die de oorzaak van je gevoelens buiten jezelf leggen. Je hebt duizenden uren gestoken in het versterken van dergelijke gevoelens, en je zult de balans in evenwicht moeten brengen met duizenden uren van nieuw denken, denken dat uitgaat van verantwoordelijkheid voor je eigen gevoelens. Dat is moeilijk, verdraaid moeilijk, maar het is beslist geen reden om het niet te doen.
Denk terug aan de tijd dat je auto leerde rijden. Je had het gevoel dat je voor een onoverkomelijk probleem werd geplaatst. Drie pedalen en slechts twee voeten om ze te bedienen. Je werd je eerst de ingewikkeldheid van de opdracht bewust. De koppeling langzaam op laten komen, het gaat te snel, een schok, gaspedaal intrappen terwijl je geleidelijk de koppeling op laat komen, rechtervoet voor de rem, maar de koppeling moet weer ingetrapt worden, weer een schok. Een miljoen seintjes: steeds maar denken en je hersens gebruiken. Wat doe ik? Bewustzijn, en dan na duizend keer proberen, fouten, nieuwe pogingen, komt de dag dat je in je auto stapt en wegrijdt. Geen geaarzel en geen denken meer. Autorijden is een tweede natuur geworden, en hoe leerde je dat? Met veel moeilijkheden. Heel veel denken op elk moment, herinneren, onthouden en ploeteren.
Je weet hoe je je geest moet ordenen wanneer het erop aankomt lichamelijk opdrachten uit te voeren, zoals je handen en voeten te coördineren om een auto te besturen. Het proces is, hoewel minder bekend, identiek in de emotionele wereld. Je hebt de gewoonten die je nu hebt doordat je ze je hele leven hebt versterkt. Je wordt automatisch ongelukkig, kwaad, gekwetst, gefrustreerd omdat je lang geleden geleerd hebt zo te denken. Je hebt je gedrag geaccepteerd en nooit geprobeerd het te veranderen. Maar je kunt leren niet ongelukkig, kwaad, gekwetst of gefrustreerd te zijn net zoals je deze zelfvernietigende emoties hebt aangeleerd.
Je hebt bijvoorbeeld geleerd dat een bezoek aan de tandarts een nare ervaring is, die met pijn te maken heeft. Je hebt het altijd onplezierig gevonden en je hebt je zelfs dingen aangepraat als: ‘Ik haat die boor.’ Maar dit zijn allemaal aangeleerde reacties. Je zou de hele gebeurtenis eerder voor dan tegen je kunnen laten werken door er een plezierige, opwindende ervaring van te maken. Je zou, als je werkelijk besloot je hersens te gebruiken, aan het geluid van de boor een prachtige seksuele ervaring kunnen vastkoppelen en elke keer dat het geluid opduikt, zou je je geest kunnen trainen om het heerlijkste orgasme van je leven op te roepen. Je zou heel wat anders kunnen denken over dat wat je gewend was pijn te noemen, en besluiten voortaan iets nieuws en plezierigs te voelen. Het is heel wat opwindender en bevredigender de wereld van je eigen gebit te beheersen dan te blijven vasthouden aan de oude beelden en de behandeling te dulden.
Misschien ben je sceptisch. Misschien zeg je: ‘Ik kan denken wat ik wil, maar ik voel me nog steeds doodongelukkig als hij begint te boren.’ Denk dan terug aan de rijlessen. Wanneer geloofde je dat je auto kon rijden? Een gedachte wordt een geloof wanneer je er herhaaldelijk aan werkt, niet wanneer je het maar een keer probeert en je van je eerste mislukte poging de reden maakt om het op te geven.
Zelf het heft in handen nemen vraagt meer dan gewoonweg nieuwe gedachten op maat proberen. Het eist van je dat je je vastberaden voorneemt gelukkig te worden en elke gedachte die een verlammend ongelukkig zijn oproept, tart en vernietigt.
Keuze: je uiteindelijke vrijheid
Als je nog steeds gelooft dat je niet zelf kiest ongelukkig te zijn, tracht je dan deze gang van zaken eens voor te stellen. Elke keer dat je ongelukkig wordt, ben je onderworpen aan een behandeling die je onplezierig vindt. Misschien zit je in je eentje voor lange tijd opgesloten in een kamer of, omgekeerd, opgesloten in een propvolle lift waar je dagenlang moet staan. Je kunt verstoken zijn van eten en drinken of gedwongen worden iets te eten wat je juist afschuwelijk vindt. Of misschien word je gemarteld, lichamelijk gemarteld door anderen, niet geestelijk gemarteld door jezelf. Stel je voor dat je aan een van deze straffen werd onderworpen tot je afrekende met je gevoelens van ongelukkig zijn. Hoe lang denk je dat je je eraan blijft vastklampen? Alle kans dat je ze snel onder controle hebt. Het probleem is dus niet of je je gevoelens onder controle kunt krijgen, maar of je het wilt. Wat moet je verduren voor je een dergelijke keus gaat maken? Sommige mensen worden nog liever krankzinnig dan dat ze proberen hun gevoelens onder controle te krijgen. Anderen geven het gewoon op en leiden een leven vol ellende omdat de hoeveelheid medelijden die hun ten deel valt groter is dan de beloning van gelukkig zijn.
Het punt hier is dat je kunt kiezen voor geluk of minstens kunt kiezen niet ongelukkig te zijn op elk willekeurig moment van je leven. Misschien is het een verbluffend idee, maar een idee dat je zorgvuldig moet overdenken voor je het verwerpt, want verwerpen betekent jij zelf opgeven. Verwerpen betekent geloven dat iemand anders en niet jezelf de leiding over je heeft. Maar kiezen om gelukkig te worden is soms gemakkelijker dan sommige dingen die dagelijks je leven verwarren, te blijven verduren.
Net zoals je vrij bent om gelukkig boven ongelukkig zijn te verkiezen, zo ben je in de ontelbare alledaagse gebeurtenissen vrij om zelfvervullend gedrag boven zelfvernietigend gedrag te kiezen. Als je auto rijdt, bestaat er alle kans dat je herhaaldelijk in een file terechtkomt. Word je dan boos, scheld je op andere automobilisten, ga je vitten op je medepassagiers, laat je alles en iedereen onder je gevoelens lijden? Rechtvaardig je je gedrag door te zeggen dat je nu eenmaal de kriebels van het verkeer krijgt en dat je je niet beheersen kunt in een verkeersopstopping? Als dat zo is, ben je eraan gewend geraakt bepaalde facetten van jezelf en de manier waarop je aan het verkeer deelneemt gewoon te vinden. Maar als je nu eens besloot anders te denken? Als je nu eens besloot je geest op een meer zinnige manier te gebruiken? Het zal tijd kosten maar je kunt een andere, nieuwe denkwijze leren, je kunt gewend raken aan nieuw gedrag waaronder misschien fluiten, zingen, een bandrecorder aanzetten om een paar brieven in te spreken, zelfs jezelf dwingen om tot tien te tellen voor je woedend wordt. Je hebt daarmee niet geleerd van verkeersopstoppingen te houden maar je hebt wel geleerd, eerst erg langzaam, nieuwe gedachten in de praktijk te brengen. Je hebt besloten je niet meer onbehaaglijk te voelen. Je hebt besloten langzaam en geleidelijk oude en zelfvernietigende emoties te vervangen door gezonde, nieuwe gevoelens en emoties.
Je kunt beslissen elke ervaring aangenaam te vinden en er een uitdaging van te maken. Saaie bijeenkomsten en vergaderingen vormen een vruchtbaar terrein voor nieuwe gevoelens. Wanneer het je de keel uithangt, kun je je geest opwindend laten werken, door het gespreksonderwerp te veranderen met een kleine opmerking, of door in gedachten het eerste hoofdstuk van je roman te schrijven, of door een plan uit te werken waarmee je aan dergelijke aangelegenheden in de toekomst kunt ontkomen. Je geest actief gebruiken betekent de mensen en gebeurtenissen taxeren die je de grootste moeilijkheden geven en dan beslissen hen voortaan met een nieuwe mentale inspanning voor je te laten werken. Als je je in een restaurant altijd opwindt over de slechte bediening, bedenk dan eerst waarom je nu juist boos wordt omdat iets niet verloopt zoals je het graag wilt. Je bent te waardevol om je door iemand overstuur te laten maken, vooral niet door iemand die in je leven zo onbelangrijk is. Bedenk dan een strategie om de situatie te veranderen, vertrek, of wat dan ook. Maar raak niet alleen maar van streek. Laat je hersens voor je werken, en ten slotte zul je de heerlijke gewoonte hebben niet overstuur te raken als er iets misloopt.
Gezondheid boven ziekte verkiezen
Je kunt ook beslissen bepaalde lichamelijke kwaaltjes uit te schakelen die niet terug te voeren zijn op een organische afwijking. Enige algemene fysieke kwalen, die vaak geen fysiologische oorsprong hebben, zijn onder andere hoofdpijn, rugpijn, maagzweren, verhoogde bloeddruk, huiduitslag en krampen.
Ik heb eens een cliënt gehad die beweerde dat ze al vier jaar lang elke ochtend hoofdpijn kreeg. Elke ochtend wachtte ze om kwart voor zeven tot de pijn op kwam zetten en nam dan haar tabletten in. Ze hield al haar vrienden en medewerkers er precies van op de hoogte hoeveel ze leed. De cliënt werd in overweging gegeven dat ze die hoofdpijn wel eens kon willen en het in feite had gekozen als een middel om aandacht te trekken, als een middel om sympathie en medelijden op te wekken. Er werd haar ook in overweging gegeven dat ze leren kon dit niet te willen en dat ze moest oefenen de hoofdpijn van een punt midden op haar voorhoofd te laten verschuiven naar haar slaap. Ze begon te leren dat ze de hoofdpijn onder controle kon krijgen doordat ze de pijn naar een andere plaats kon verleggen. De eerste ochtend werd ze om half zeven wakker en lag in bed op haar hoofdpijn te wachten. Toen die kwam, kon ze die naar een andere plaats in haar hoofd denken. Ze had iets nieuws voor zichzelf gekozen en uiteindelijk gaf ze het kiezen van hoofdpijn helemaal op.
De bewijzen stapelden zich op ter ondersteuning van de stelling dat mensen zelfs ziektes als tumoren, griep, jicht, hartkwalen, ‘ongelukken’ en veel andere kwalen, waaronder kanker, kiezen die altijd zijn gezien als iets wat mensen gewoon overkomt. Bij de behandeling van ten dode opgeschreven patiënten beginnen sommige onderzoekers te geloven dat de patiënt helpen de ziekte in geen enkele vorm te willen, een middel kan zijn om de inwendige moordenaar uit te roeien. Sommige culturen behandelen pijn op deze manier: door een volledige beheersing van de hersenen maken zij van zelfcontrole een synoniem van hersencontrole.
Van onze hersenen die samengesteld zijn uit tien biljard werkende deeltjes, is de opslagcapaciteit groot genoeg om elke seconde tien nieuwe feiten te accepteren. Voorzichtig geschat kunnen de menselijke hersens een hoeveelheid informatie opslaan gelijk aan honderd biljoen woorden, bovendien weten we dat we allemaal slechts een fractie van deze opslagruimte gebruiken. Je draagt waar je ook heen gaat een machtig instrument met je mee en je zou er fantastisch gebruik van kunnen maken op een manier waarop je tot op heden nooit hebt gedacht. Houd dat voor ogen terwijl je dit boek doorwerkt en nieuwe manieren van denken probeert te zoeken.
Zeg niet te vlug dat ziekte willen onzin is. De meeste doktoren kennen patiënten die een lichamelijke ziekte hebben gekozen die geen fysiologische oorzaak heeft. Het is niet ongewoon dat mensen op mysterieuze wijze ziek worden wanneer ze met moeilijke omstandigheden worden geconfronteerd, of ziekte weten te vermijden wanneer ziek zijn op een gegeven moment eenvoudig ‘onmogelijk’ is en ze dus de gevolgen, misschien de koorts, weten uit te stellen tot het grote evenement voorbij is, en dan pas in elkaar klappen.
Ik heb een zesendertigjarige man gekend die gevangenzat in een ondraaglijk huwelijk. Hij besloot op 15 februari zijn vrouw de 1e maart te verlaten. Op 28 februari kreeg hij 40 graden koorts en hevige braakaanvallen. Dit patroon herhaalde zich; elke keer dat hij een datum vaststelde, kreeg hij griep, of raakte zijn maag van streek. Hij maakte wel degelijk een keus. Het was gemakkelijker ziek te zijn dan de schuldgevoelens, angst, schande en de onzekerheid onder ogen te zien van een scheiding.
Luister naar de reclameboodschappen die we op de televisie zien en horen.
‘Ik ben makelaar… U kunt zich dus de spanningen en de hoofdpijn die mijn vak meebrengen wel voorstellen. Maar deze tabletten helpen.’ Boodschap: je kunt niet verwachten in bepaalde beroepen (onderwijzers, bedrijfsleiders, ouders) je gevoelens onder controle te houden, vertrouw dus op iets anders dat het voor je doet.
We worden dag in, dag uit met dergelijke boodschappen gebombardeerd. De inhoud is duidelijk. We zijn hulpeloze stumperds die iemand of iets anders nodig hebben om de zaken voor ons te regelen. ONZIN. Alleen jij kunt je lot verbeteren of jezelf gelukkig maken. Het is aan jou de macht over je eigen geest te nemen en dan gevoelens en gedragspatronen te oefenen op de manier die jij verkiest.
Het vermijden van immobiliteit
Wanneer je je mogelijkheden voor het kiezen van geluk overweegt, houd dan het woord immobiliteit in gedachten, als de indicatie voor negatieve emoties in je leven. Je gelooft misschien dat woede, vijandigheid, verlegenheid en dergelijke gevoelens op bepaalde ogenblikken goed zijn en dus wil je ze niet kwijt. Je toetssteen moet zijn de mate waarin je op de een of andere manier door dat gevoel immobiel wordt.
Immobiliteit kan variëren van totale passiviteit tot lichte besluiteloosheid en geaarzel. Weerhoudt je woede je ervan iets te zeggen, te voelen of te doen? Als dat zo is, ben je immobiel. Weerhoudt je verlegenheid je ervan mensen te ontmoeten die je wilt leren kennen? Als dat zo is, ben je immobiel en mis je ervaringen waar je recht op hebt. Helpen haat en jaloezie je een maagzweer te kweken of je bloeddruk te verhogen? Weerhouden ze je ervan doelmatig te werken? Kun je niet slapen of vrijen door een negatief gevoel dat je plotseling overvalt? Dat zijn allemaal tekenen van immobiliteit. Immobiliteit: een toestand, hoe licht of ernstig ook, waarin je niet functioneert op het niveau waarop je dat graag zou willen. Als gevoelens tot een dergelijke toestand leiden, hoef je niet verder naar een reden te zoeken om ze kwijt te willen.
Hier volgt een lijstje van voorbeelden van immobiliteit. De gevallen variëren van licht tot zwaar.
Je bent immobiel wanneer…
je niet liefdevol tegen je man/vrouw en kinderen kunt praten hoewel je dat wilt.
je niet aan iets kunt werken wat je interesseert.
je niet vrijt maar het wel zou willen.
je de hele dag in huis blijft zitten piekeren.
je geen golf of tennis speelt of andere plezierige activiteiten laat schieten, om een knagend gevoel dat je niet kwijt kunt raken.
je je niet aan iemand kunt voorstellen die je aantrekkelijk lijkt.
je het vermijdt met iemand te praten hoewel je beseft dat een simpel gebaar jullie relatie zou verbeteren.
je niet kunt slapen omdat je je ergens zorgen over maakt.
je door je woede niet helder kunt denken.
je iets beledigends zegt tegen iemand van wie je houdt.
je gezicht zenuwachtig vertrekt, of je zo nerveus bent dat je niet functioneert zoals je graag zou willen.
Immobiliteit is een veelvoorkomend verschijnsel. Praktisch alle negatieve emoties leiden tot een zekere mate van immobiliteit, en dit alleen al is een gegronde reden om ze geheel uit je leven te bannen. Misschien denk je aan gelegenheden waarin een negatieve emotie lonend is, zoals een boze stem opzetten tegen een klein kind om te benadrukken dat je niet wilt dat het op straat gaat spelen. Als die boze stem gewoon een middel is om dit te beklemtonen en als het helpt, dan heb je een gezonde strategie ontwikkeld. Wanneer je echter tegen anderen schreeuwt niet om een standpunt te onderstrepen, maar omdat je inwendig van de kook bent, dan heb je jezelf geïmmobiliseerd, en wordt het tijd aan nieuwe keuzes te gaan werken die je zullen helpen je doel – je kind van de straat te houden – te bereiken zonder gevoelens te ondergaan die nadelig voor jezelf zijn. (Meer over woede vind je in hoofdstuk 11.)
Het belang van leven bij het actuele moment
Een manier om immobiliteit, hoe licht ook, te bestrijden is leren te leven bij het moment. Leven bij het moment, in aanraking komen met je ‘nu’, is de kern van doelmatig leven. Wanneer je erover nadenkt, bestaat er feitelijk geen ander ogenblik waarin je leven kunt. Het nu is het enige wat er is, en de toekomst is niet meer dan een ander ogenblik om te beleven wanneer het komt. Eén ding is zeker: je kunt het pas beleven wanneer het zich voordoet. Het probleem hier is echter dat we leven in een cultuur die het nu veronachtzaamt. Spaar voor de toekomst. Denk aan de gevolgen. Wees geen hedonist2. Denk aan morgen. Maak plannen voor je pensionering.
Het vermijden van het nu is bijna een ziekte in onze cultuur en we zijn gewoon geconditioneerd om het heden voor de toekomst op te offeren. Consequent doorgezet offeren we met deze instelling niet louter de vreugde van het heden op, maar schakelen we de mogelijkheid tot geluk voor altijd uit. Wanneer de toekomst aanbreekt wordt deze het heden en dat heden moeten we gebruiken om ons voor te bereiden op de toekomst. Geluk wordt iets voor morgen en dus ongrijpbaar.
De ziekte van het ontlopen van het moment neemt vele vormen aan. Hier volgen vier typische voorbeelden van dergelijk ontwijkend gedrag.
Mevrouw Sally Forth besluit een boswandeling te gaan maken om van de natuur en van het heden te genieten. In het bos laat ze haar geest afdwalen naar alles wat ze eigenlijk thuis moest doen. De kinderen, de boodschappen, het huis, de rekeningen, is alles in orde? Op andere ogenblikken laat ze haar gedachten dwalen over alles wat ze straks als ze thuiskomt nog moet doen. Daar gaat het heden, opgeslokt door verleden en toekomst, en de zeldzame gelegenheid voor het genot dat de actuele momenten haar in die natuurlijke omgeving konden schenken, gaat verloren.
Mevrouw Sandy Shore gaat naar zee en brengt haar hele vakantie zonnebadend door: niet omdat ze het zo heerlijk vindt de zon op haar lichaam te voelen, maar bij voorbaat genietend van wat haar vrienden thuis wel zeggen zullen wanneer ze prachtig bruin terugkomt. Haar geest is bij een toekomstig moment, en wanneer dat toekomstige moment aanbreekt, zal ze het betreuren dat ze niet meer naar het strand terug kan gaan om van de zon te genieten. Wanneer je denkt dat de maatschappij een dergelijke houding niet bevordert, bekijk dan eens de slagzin van een fabriek van zonnebrandolie: ‘Jaloerse blikken zullen u straks thuis volgen als u dit product gebruikt.’
Meneer Neil N. Prayer heeft moeilijkheden met zijn potentie. Wanneer hij samen met zijn vrouw is, beleeft hij het heden niet, zijn gedachten zijn ergens anders, hij laat ze afdwalen naar een gebeurtenis in het verleden of de toekomst, en zijn heden gaat ongemerkt voorbij. Wanneer hij er ten slotte in slaagt zich op het heden te concentreren en begint te vrijen, beeldt hij zich in dat ze iemand anders is, terwijl zij eveneens fantaseert over haar afwezige minnaar.
Meneer Ben Fishen leest een studieboek en doet zijn uiterste best er met zijn gedachten bij te blijven. Plotseling ontdekt hij dat hij drie bladzijden heeft gelezen terwijl zijn geest op geestelijke excursie was. Hij heeft geen enkel idee opgenomen. Hij vermeed de leerstof die op die bladzijden werd aangeboden zelfs terwijl zijn ogen zich op elk woord concentreerden. Hij nam letterlijk aan het leesritueel deel, terwijl de actuele momenten opgeslorpt werden door gedachten aan de film van gisteravond of door zorgen over het tentamen van morgen.
Het actuele moment, de kostbare tijd die altijd bij je is, kun je het allerbeste ervaren wanneer je er je geheel aan durft overgeven. Geniet met volle teugen van elk moment en schakel het verleden dat voorbij is en de toekomst die te zijner tijd zal aanbreken uit. Grijp het moment van nu als het enige wat je hebt. En onthoud: wensen, hopen en betreuren zijn de meest gebruikelijke en gevaarlijke tactieken om het heden door je vingers te laten glippen.
Vaak leidt het vermijden van het heden tot idealisering van de toekomst. Op het een of andere miraculeuze ogenblik in de toekomst zal het leven veranderen, zullen alle stukjes op hun plaats vallen en zul je het geluk vinden. Wanneer die speciale gebeurtenis aanbreekt – een promotie, een huwelijk, een kind, een examen – dan begint het leven in alle ernst. Meestal zal de gebeurtenis waarnaar je uitziet een teleurstelling worden. Het zal nooit opleveren wat je je ervan had voorgesteld. Denk eens terug aan die eerste seksuele ervaring. Na al dat wachten geen record-orgasme, geen totale overrompeling, maar eerder een spottend je afvragen waarom iedereen zich er zo druk over maakte, en misschien het gevoel van: ‘Is dat nu alles?’
Wanneer een gebeurtenis niet aan je verwachtingen blijkt te voldoen, kun je natuurlijk je depressie te boven komen door weer te gaan idealiseren. Laat die vicieuze cirkel niet je levensstijl worden. Doorbreek die nu met een strategie om te komen tot leven bij het moment.
Reeds in 1903 gaf Henry James in The Ambassadors dit advies:
Leef wat u leven kunt; het is een fout dit na te laten. Het doet er niet zo erg toe wat u feitelijk doet, zo lang u maar leeft. Het is immers alles wat u hebt… Wat men verliest, verliest men, maak u wat dat betreft niets wijs… Het juiste ogenblik is elk ogenblik dat men het geluk heeft te leven… Leef!
Als je terugkijkt op je leven, op de manier waarop Tolstojs Iwan Iljitsj het deed, zul je tot de ontdekking komen dat je zelden spijt hebt van iets wat je hebt gedaan. Datgene wat je niet hebt gedaan, zal je eerder kwellen. De boodschap is daarom duidelijk. Doe het! Ontwikkel waardering voor elk moment van het heden. Grijp elke seconde van je leven en geniet ervan. Sla je eigen actuele momenten hoog aan. Ze op een zelfvernietigende manier gebruiken betekent dat je ze voor altijd kwijt bent.
Het thema van leven bij het moment verschijnt op elke bladzijde van dit boek. De mensen die weten hoe ze dat moment moeten grijpen en uitbuiten, zijn de mensen die een vrij, effectief en bevredigend leven hebben gekozen. Het is een keuze die elk van ons kan maken.
Groei tegenover onvolkomenheid als motivering
In je streven naar een zo gelukkig mogelijk en bevredigend mogelijk leven, kun je je laten leiden door twee motieven. Het eerste, meer algemene motief is proberen je onvolkomenheden, je tekortschieten aan te vullen, het tweede, gezondere soort motief wordt groeimotivatie genoemd.
Wanneer je een stuk rots onder een microscoop legt en het zorgvuldig bestudeert, zul je merken dat het nooit verandert. Maar als je een stuk koraal onder diezelfde microscoop legt, zul je opmerken dat het groeit en verandert. Conclusie: koraal leeft, rots is dood. Hoe kun je een levende van een dode bloem onderscheiden? De levende bloem groeit. Het enige bewijs van leven is groei! Dit geldt ook voor de psychologische wereld. Als je groeit, leef je. Als je niet groeit, kun je net zo goed dood zijn.
Je kunt je beter laten leiden door een verlangen naar groei dan door een drang om je tekortkomingen goed te maken. Wanneer je erkent dat je altijd kunt groeien, veranderen, beter en groter kunt worden, dan is dat genoeg. Wanneer je besluit immobiel te worden of pijnlijke emoties te ondergaan, dan heb je een beslissing om niet te groeien genomen. Groeimotivatie betekent je levensenergie gebruiken voor groter geluk, wat totaal anders is dan vinden dat je jezelf verbeteren moet omdat je gezondigd hebt of omdat je op de een of andere manier onvolmaakt bent.
Een gevolg van groeimotivatie is persoonlijk meesterschap over elk actueel moment van je leven. Meesterschap betekent dat je over je lot beslist; je bent geen streber of iemand die zich naar de wereld schikt. Integendeel, jij maakt uit wat jouw wereld voor je zal zijn. George Bernard Shaw drukte dit in Mrs. Warren’s Profession als volgt uit:
De mensen voeren wat ze zijn altijd terug op de omstandigheden. Ik geloof niet in omstandigheden. De mensen die vooruitkomen in het leven zijn de mensen die actief de omstandigheden zoeken die ze willen en als ze die niet vinden, ze maken.
Maar denk aan wat in het begin van dit hoofdstuk is gezegd. Het is mogelijk de manier waarop je denkt, of voelt, of leeft te veranderen maar het is nooit gemakkelijk. Laten we aannemen dat je werd gezegd dat je over een jaar een moeilijke opdracht moet kunnen vervullen, zoals de honderd meter lopen binnen de vijftien seconden, of een volmaakte gehoekte sprong van de hoogste duikplank maken en dat je geëxecuteerd zou worden als het je niet lukte, dan zou je een rigoureus schema opzetten en zou je dag in, dag uit op elk onderdeel oefenen tot het tijdstip aanbrak om de proef af te leggen. Je zou zowel je lichaam als je geest trainen omdat je geest je lichaam zegt wat het doen moet. Je zou oefenen, oefenen en nog eens oefenen en nooit toegeven aan de verleiding te verslappen of op te geven. En je zou de prestatie leveren en dus je leven redden.
Dit gefantaseerde verhaaltje is natuurlijk bedoeld om je op iets te wijzen. Niemand verwacht zijn lichaam in een handomdraai te kunnen trainen en toch verwachten velen van ons dat onze geest met een dergelijke bereidwilligheid reageert. Wanneer we nieuw mentaal gedrag proberen te leren, verwachten we dat we het maar één keer hoeven te proberen en dat het dan ogenblikkelijk een deel van ons is geworden.
Als je werkelijk vrij van neuroses wilt zijn, een persoonlijk bevredigend leven wilt leiden en je eigen keuzes wilt maken, als je werkelijk wilt bereiken dat je alle actuele momenten gelukkig kunt zijn, dan zul je je even rigoureus moeten toeleggen op het afleren van het zelfvernietigende denken waaraan je tot nu toe gewend was als je zou doen op het leren van een moeilijke lichamelijke prestatie.
Om je deze zelfvervulling eigen te maken, zul je eindeloos moeten herhalen dat je geest werkelijk van jou is en dat je in staat bent je eigen gevoelens te beheersen. De rest van dit boek is een poging om je te helpen je persoonlijke doeleinden te bereiken door in allerlei toonaarden de thema’s te herhalen: je kunt kiezen, en je actuele momenten zijn je gegeven om ervan te genieten: als je besluit het heft van je eigen leven in handen te nemen.
2 Hedonisme: leer dat zinnelijk genot het richtsnoer van ’s mensen handelen behoort te zijn en het hoogste goed is.”
2 Eerste liefde
Eigenwaarde kan niet door anderen worden geverifieerd. Jij bent waardevol omdat je dat zegt. Als je voor je eigenwaarde afhankelijk bent van anderen is het anderenwaarde.
Je hebt misschien een sociale ziekte, een ziekte die niet verdwijnt met een eenvoudige injectie. Je bent waarschijnlijk geïnfecteerd met het virus van lage eigendunk en de enige bekende remedie is een flinke dosis eigenliefde. Maar misschien ben je, als zovelen in onze maatschappij, opgegroeid met het idee dat van jezelf houden verkeerd is. Denk aan anderen, houdt onze maatschappij ons voor. Heb uw naaste lief, preekt de Kerk. Wat niemand zich schijnt te herinneren is: heb uzelf lief, en toch is dat precies wat je moet gaan leren als je gelukkig wilt zijn in je actuele momenten.
Als kind heb je geleerd dat van jezelf houden, wat toen voor jou de gewoonste zaak van de wereld was, gelijkstond met zelfzuchtig of verwaand zijn. Je leerde anderen boven jezelf te stellen, eerst aan anderen te denken omdat daaruit bleek dat je een ‘goed’ mens was. Je leerde jezelf weg te cijferen en werd opgevoed met lessen als ‘deel je bezittingen met anderen’. Het deed er niet toe of het je grootste schat was, je dierbaarste bezit, of dat mammie en pappie hun grotemensenspeelgoed niet met anderen deelden. Misschien is je zelfs voorgehouden dat je ‘wel gezien maar niet gehoord’ behoorde te worden en dat ‘je je plaats moest weten’.
Van nature zien kinderen zichzelf als prachtig en verschrikkelijk belangrijk, maar tegen de tijd dat ze volwassen zijn, hebben de boodschappen van de maatschappij wortel geschoten. Zelftwijfel staat in volle bloei. En het wordt jaar in, jaar uit versterkt. Per slot van rekening word je niet geacht openlijk van jezelf te houden. Wat zullen anderen van je denken!
De wenken zijn subtiel en niet kwaad bedoeld, maar ze houden het individu binnen de vastgestelde perken. Van ouders en naaste familieleden tot school, Kerk en vrienden leert het kind al die fijne sociale maniertjes die het kenmerk zijn van de volwassen wereld. Kinderen gingen nooit zo met elkaar om, behalve om oudere mensen een genoegen te doen. Zeg altijd alstublieft en dank u wel, zeg gedag als je binnenkomt, sta op voor een volwassene, vraag toestemming om van tafel te gaan, tolereer het eindeloze gezoen en de aaien over je hoofd. De boodschap was duidelijk: volwassenen zijn belangrijk en kinderen tellen niet mee. Anderen waren van betekenis, jij betekende niets. Vertrouw je eigen oordeel niet, was conclusie nummer een, en daar kwam nog een karrenvracht bekrachtingen bij onder de titel ‘beleefdheid’. Deze regels, vermomd onder het woord goede manieren, hielpen je het oordeel van anderen te aanvaarden ten koste van je eigen normen. Het is niet verbazingwekkend dat deze zelfde kwesties en deze zelfverloochenende definities doorwerken tot in de volwassenheid. En waar speelt die twijfel aan jezelf een duchtig woordje mee? Op het belangrijke terrein van de liefde voor anderen zul je het waarschijnlijk moeilijk hebben. Anderen liefde kunnen geven staat in direct verband met liefde voor jezelf hebben.
Liefde: een voorstel tot definitie
Liefde is een woord dat evenveel definities heeft als er mensen zijn die het definiëren. Probeer deze eens bijvoorbeeld. De bekwaamheid en bereidheid om degenen die je na staan te laten zijn wat ze zelf verkiezen te zijn, zonder erop aan te dringen dat ze jou op enigerlei wijze moeten behagen. Dit kan een bruikbare definitie zijn, maar het feit blijft dat zo weinigen er volledig achter kunnen staan. Hoe bereik je het punt dat je anderen kunt laten zijn wat ze willen zijn zonder erop te staan dat ze aan je verwachtingen voldoen? Heel eenvoudig. Door van jezelf te houden. Door te voelen dat je belangrijk, waardevol en mooi bent. Wanneer je eenmaal erkent dat je er zijn mag, heb je anderen niet nodig om je waarde te onderstrepen doordat ze zich te gedragen hebben conform jouw eisen. Als je zeker van jezelf bent, wil je niet en heb je er geen behoefte aan, dat anderen zijn zoals jij. Allereerst omdat je uniek bent. Ten tweede zou dit hen van hun eigen uniek-zijn beroven, en wat je in hen waardeert zijn juist die trekken die hen zo bijzonder en apart maken. Er begint lijn in te komen. Je wordt goed in het houden van jezelf, en plotseling ben je in staat van anderen te houden, anderen iets te schenken en voor anderen iets te betekenen door eerst jezelf iets te schenken en iets voor jezelf te betekenen. Je doet het niet om bedankt te worden of omdat het lonend is maar om het genoegen dat je eraan beleeft iemand te helpen of om van iemand te houden.
Als het zélf ietwat onwaardig is, of door jou niet wordt bemind, dan wordt geven onmogelijk. Hoe kun je liefde schenken als je waardeloos bent? Wat zou je liefde waard zijn? En als je geen liefde kunt geven, kun je het evenmin ontvangen. Wat kan de liefde per slot van rekening waard zijn als die geschonken wordt aan een waardeloos iemand? De hele kwestie van verliefd zijn, geven en nemen, begint met een zelf dat totaal wordt bemind.
Neem Noah, een man van middelbare leeftijd die beweerde dat hij zielsveel van zijn vrouw en kinderen hield. Om zijn genegenheid te tonen kocht hij dure cadeaus voor hen, nam hen mee op luxueuze vakantiereizen en hij zorgde er altijd angstvallig voor wanneer hij op zakenreis was zijn brieven met ‘veel liefs’ te ondertekenen. Toch kon Noah het nooit over zijn hart verkrijgen zijn vrouw of kinderen te zeggen dat hij van hen hield. Hetzelfde probleem had hij met zijn ouders op wie hij bijzonder gesteld was. Noah wilde de woorden zeggen; ze spookten herhaaldelijk door zijn hoofd, maar elke keer wanneer hij zeggen wilde: ‘Ik hou van je’, kreeg hij het tot stikkens toe benauwd.
In Noah’s hoofd betekenden die woorden ‘Ik hou van je’ dat hij zichzelf in de waagschaal stelde. Als hij zei: ‘Ik hou van je,’ moest iemand anders antwoorden: ‘Ik ook van jou, Noah.’ Zijn liefdesverklaring moest gevolgd worden door een bevestiging van zijn eigenwaarde. Die woorden zeggen betekende voor Noah te veel risico nemen, want het kon zijn dat zijn liefde niet werd beantwoord en dan kwam zijn hele eigenwaarde op de helling te staan. Als Noah daarentegen zou kunnen uitgaan van de stelling dat hij beminnenswaardig was, zou hij geen moeite hebben met het: ‘Ik hou van je.’ Als hij niet het verlangde: ‘Ik ook van jou, Noah,’ zou krijgen dan zou hij inzien dat het niets te maken had met zijn eigenwaarde, daar die er al was voor hij ooit die woorden zei. Of hij op zijn beurt al of niet werd bemind, zou het probleem zijn van zijn vrouw, of van wie Noah op dat moment hield. Hij kan de liefde van de andere personen wel wensen, maar het zou voor zijn eigenwaarde niet essentieel zijn.
Al je gevoelens over jezelf weerspiegelen of je al of niet van jezelf houdt. En bedenk dat nimmer en onder geen enkele omstandigheid zelfhaat gezonder is dan eigenliefde. Zelfs als je je gedragen hebt op een manier die je veracht, zal afkeer van jezelf slechts leiden tot immobiliteit en grotere schade. In plaats van jezelf te haten moet je positieve gevoelens proberen te ontwikkelen. Leer van de fout en besluit het geen tweede keer te doen maar associeer het niet met je eigenwaarde.
Dit is de kern van zowel eigenliefde als van liefde gericht op anderen: verwar nooit je eigenwaarde (wat een gegeven is) met je gedrag, of het gedrag van anderen ten opzichte van jou. Nogmaals, gemakkelijk is het niet. De boodschappen van de maatschappij zijn overweldigend. ‘Je bent een slechte jongen,’ wordt eerder gezegd dan: ‘Je hebt je slecht gedragen.’ ‘Mammie houdt niet van je wanneer je je zo gedraagt,’ in plaats van: ‘Mammie houdt niet van de manier waarop je je gedraagt.’ De conclusie die je uit deze boodschappen hebt getrokken is: ‘Ze houdt niet van me, ik ben dus een nul,’ in plaats van: ‘Ze houdt niet van me. Dat is haar beslissing, en hoewel ik het vervelend vind, ben ik toch belangrijk.’
In Knots van R.D. Laing wordt een samenvatting gegeven van het proces waarin de gedachten van anderen worden overgenomen en gelijkgesteld met iemands eigenwaarde:
Mijn moeder houdt van me.
Ik voel me fijn.
Ik voel me fijn omdat ze van me houdt.
Mijn moeder houdt niet van me.
Ik voel me naar.
Ik voel me naar omdat ze niet van me houdt.
Ik ben slecht omdat ik me naar voel.
Ik voel me naar omdat ik slecht ben.
Ik ben slecht omdat ze niet van me houdt.
Ze houdt niet van me omdat ik slecht ben.3
De denkgewoontes van de kindertijd ontgroei je niet gemakkelijk. Het beeld van jezelf kan nog steeds gebaseerd zijn op de opvattingen die anderen over je hebben. Hoewel het waar is dat je oorspronkelijke zelfbeeld gevormd werd door de mening van volwassenen, is het niet waar dat je dat voor altijd met je mee hoeft te dragen. Ja, het is moeilijk die oude kluisters te verbreken en die niet genezen wonden te helen, maar je aan dat misvormde zelfbeeld blijven vastklampen is nog moeilijker, zeker wanneer je de gevolgen overweegt. Met wat geestelijke training kun je komen tot vormen van eigenliefde die je zullen verbazen.
Wie zijn de mensen die goed kunnen liefhebben? Breken ze door hun gedrag zichzelf af? Nooit. Stellen ze zich overbescheiden op en verbergen ze zich in een hoekje? Niet bepaald. Goed worden in het geven en ontvangen van liefde begint dicht bij huis, bij jou, met het voornemen een einde te maken aan het gedrag dat van lage eigendunk getuigt en dat een manier van leven is geworden.
Eerste stap: accepteer jezelf
Allereerst moet je afrekenen met de mythe dat je één enkel concept van jezelf hebt en dat dit te allen tijde óf positief óf negatief is. Je hebt veel beelden van jezelf en deze variëren naar gelang het moment. Als je gevraagd werd: ‘Mag je jezelf?’ ben je misschien geneigd al je negatieve gedachten over jezelf samen te vatten met een hartgrondig ‘Nee’. Door de terreinen die je afkeer inboezemen uiteen te rafelen in specifieke onderdelen krijg je een duidelijk afgebakend doel om aan te werken.
Je hebt fysieke, intellectuele, sociale en emotionele gevoelens over jezelf. Je hebt een mening over je muzikale kwaliteiten, je prestaties op sportief gebied, op het gebied van de kunst, de techniek, schrijven enzovoort. Je zelfportretten zijn even talrijk als je activiteiten, en achter al deze gedragsuitingen staat altijd jij, de persoon die je accepteert of verwerpt. Je eigenwaarde, die vriendelijke, altijd aanwezige schaduw, je raadsman voor persoonlijk geluk en persoonlijk meesterschap, moet los staan van de taxaties van jezelf. Jij bestaat, je bent een mens. Dat is alles wat je nodig hebt. Je waarde wordt door jou bepaald, en zonder de behoefte die aan anderen te verklaren. En je waarde, een gegeven, heeft niets te maken met je gedrag en gevoelens. Je kunt een hekel hebben aan je gedrag in een bepaalde situatie, maar dat heeft niets te maken met je eigenwaarde. Je kunt besluiten voor altijd waardig voor jezelf te zijn en dan beginnen te werken aan het beeld dat je van jezelf hebt.
Houden van je lichaam
Alles begint met het lichamelijke jij. Houd je van je lichaam? Als het antwoord nee is, tracht dit nee dan in onderdelen uiteen te rafelen. Maak een lijst van de punten waartegen je je bedenkingen hebt. Begin bovenaan: je haar, je voorhoofd, ogen, oogleden, wangen. Hou je van je mond, neus, tanden, hals? Hoe staat het met je armen, vingers, borsten, dijen? Maak een lange lijst. Sla ook je inwendige ik niet over. Je nieren, milt, maag en aderen. Ga nu verder met de meer verborgen ingrediënten die mede samen je lichaam vormen. Wat vind je van je neusholte, je vagina, je gehoorgang, je huid, je penis, je amandelen? Je zult een lange lijst op moeten stellen om jezelf grondig te taxeren. Je hébt niet een mooi lichaam; je bént een lichaam; en er afkeer van hebben betekent dat je jezelf niet als menselijk wezen accepteert.
Misschien heb je enkele lichamelijke kenmerken die je niet aanstaan. Als het delen van je lichaam zijn die veranderd kunnen worden, stel je de verandering daarvan dan tot doel. Als je buik te dik is, of je haar de verkeerde kleurspoeling heeft, kun je dat zien als keuzes die je op een vroeger tijdstip hebt gemaakt en je kunt daar nu een nieuwe beslissing over nemen. Delen van je lichaam die je niet aanstaan en die niet veranderd kunnen worden (te lange benen, te kleine ogen, te kleine of te grote borsten) kun je in een nieuw licht gaan zien. Niets is te van iets, en lange benen zijn niet beter of slechter dan haar of geen haar. Wat je gedaan hebt, is de huidige maatschappelijke definitie van schoonheid op jezelf toepassen. Laat je niet door anderen voorschrijven wat voor jou aantrekkelijk is. Neem de beslissing van je lichamelijke ik te houden en stel dat het voor jou waardevol en aantrekkelijk is; daardoor verwerp je de vergelijkingen en meningen van anderen. Je kunt beslissen wat jij aantrekkelijk vindt én dat het niet accepteren van jezelf iets is dat tot het verleden behoort.
Je bent een menselijk wezen. Menselijke wezens hebben bepaalde geuren, maken bepaalde geluiden en hebben een bepaalde haargroei. Maar de maatschappij en de industrie zenden hun boodschappen uit over de menselijke lichamelijke conditie. Schaam je voor deze menselijke kenmerken, zeggen ze. Probeer ze te maskeren, wat zeker lukt wanneer je je werkelijke ik maskeert met ons product. Accepteer jezelf niet; verberg je werkelijke ik.
Je kunt geen avond televisiekijken of je wordt met deze boodschappen gebombardeerd. De advertenties vertellen je dagelijks dat je je moet schamen voor de lucht van je mond, oksels, voeten, huid en zelfs je genitaliën. ‘Stap over op ons product en je voelt je weer echt en natuurlijk.’ Alsof het menselijk lichaam onnatuurlijk is en je cosmetische geurtjes uit moet zenden om meer van jezelf te kunnen houden. En dus ontsmet je alle daarvoor in aanmerking komende openingen en poriën met spul dat precies goed ruikt, omdat je een deel van jezelf niet accepteert dat alle menselijke wezens bezitten.
Ik ken een man van tweeëndertig, Frank, die geleerd heeft al zijn lichamelijke functies te verwerpen; in zijn ogen zijn ze vies, zaken waar je niet over praat. Frank wast en boent zich op het dwangmatige af en voelt zich als hij maar even transpireert onbehaaglijk en hij verwacht van zijn vrouw en kinderen eenzelfde smetteloze reinheid. Hij haast zich een douche te nemen om zich van eventuele ergerlijke luchtjes te ontdoen wanneer hij het grasperk heeft gemaaid of een partijtje tennis heeft gespeeld. Bovendien kan hij geen seks bedrijven wanneer hij en zijn vrouw niet ervoor en erna een douche nemen. Hij tolereert zijn eigen normale lichaamsgeuren niet en hij kan evenmin leven met iemand die zichzelf op dit punt meer accepteert. Frank gaat zich in de badkamer met een spuitbus te lijf, gebruikt een indrukwekkende hoeveelheid cosmetische producten om lekker te ruiken en probeert kost wat kost te voorkomen dat iemand een afkeer van hem krijgt wanneer hij menselijk wordt en als een mens begint te ruiken. Frank heeft geleerd zijn natuurlijke lichaamsfuncties en geuren te verwerpen. Hij heeft zich een houding eigengemaakt waaruit persoonlijke zelfverwerping blijkt doordat hij óf in verwarring raakt óf zich uitput in verontschuldigingen wanneer hij zijn lichaam toestaat natuurlijk te worden. Maar mens zijn betekent veel natuurlijke lichaamsgeuren hebben en iemand die werkt aan eigenliefde en acceptatie van zichzelf neemt in geen enkel opzicht aanstoot aan zijn natuurlijke ik. Het zou in feite wel eens zo kunnen zijn dat Frank, als hij eerlijk tegenover zichzelf was en de aangeleerde boodschappen van zelfverwerping naast zich neerlegde, durfde toe te geven dat hij genoegen schepte in zijn eigen lichaam en al de machtige geuren die het kan produceren. Hoewel hij die geuren misschien niet met anderen zou willen delen, zou hij ze minstens zelf kunnen accepteren, zichzelf bekennen dat hij ze eigenlijk plezierig vindt en zich er tegenover anderen niet meer voor hoeft te schamen.
Jezelf accepteren betekent houden van je gehele lichamelijke ik, en die culturele verplichtingen afwijzen om brandschoon te zijn of om hoogstens je lichaam te tolereren wanneer het zich anders gedraagt dan volgens de cosmetische mode. Dit betekent niet dat je pronkend met jezelf moet rondlopen, maar het betekent wel dat je leren kunt persoonlijk genoegen te scheppen in hoe en wat je bent.
Veel vrouwen hebben de culturele boodschap volkomen geaccepteerd en gedragen zich zoals van hen verwacht wordt als het op hun lichaam aankomt. Scheer je benen en oksels, ontsmet je overal, parfumeer je lichaam met vreemde geurtjes, steriliseer je mond, maak je ogen op, je lippen, je wangen, vul je beha op, behandel je genitaliën met de juiste spray en vervals de tint van je nagels. Uit dit alles volgt dat je natuurlijke ik, het essentiële menselijke ik, iets onaangenaams heeft en dat je alleen door kunstmatig te worden aantrekkelijk kunt zijn. Dat is eigenlijk nog het droevigste: het eindproduct is een frauduleus ik dat de plaats inneemt van het natuurlijke zelf dat je voor het grootste deel van je leven met je hebt meegedragen. Je wordt aangespoord dat mooie ik te verwerpen. Dat reclameontwerpers je daartoe aansporen is begrijpelijk in het licht van de winsten die ze hopen te maken, maar dat je de producten wilt kopen valt minder gemakkelijk te begrijpen in het licht van het feit dat je verkiest je werkelijke ik uit te wissen. Je kunt ophouden met het verbergen van het mooie, natuurlijke ik. Als je dus beslist het een of andere cosmetische middel te gebruiken, moet dat niet gebaseerd zijn op een afkeer van dat wat je maskeert, maar moet je het doen voor de verandering of om persoonlijke vervulling. Eerlijk zijn op dit terrein is niet gemakkelijk en het kost tijd om te leren onderscheid te maken tussen wat we plezierig vinden en wat we volgens de reclamewereld plezierig moeten vinden.
Het kiezen van een positiever zelfbeeld
Het is mogelijk eenzelfde keuze te maken bij al de beelden die je van jezelf hebt. Je kunt beslissen jezelf als intelligent te beschouwen door je allereigenste maatstaven op jezelf toe te passen. Hoe gelukkiger je jezelf in feite maakt, hoe intelligenter je bent. Als je op bepaalde terreinen zoals algebra, spelling of schrijven goed bent, is dat eenvoudig het natuurlijke resultaat van de keuzes die je tot nu toe hebt gemaakt. Als je zou besluiten behoorlijk wat tijd aan een van deze vakken te besteden dan zul je er ongetwijfeld nog bedrevener in worden. Als je jezelf ziet als iemand die niet al te intelligent is, denk er dan aan wat we in hoofdstuk 1 over intelligentie hebben gezegd. Als je jezelf onderschat, komt dat omdat dat idee je is aangepraat en omdat je jezelf vergelijkt met anderen op basis van bepaalde met opleiding verbonden variabelen.
Het zal je misschien verbazen te horen, maar je kunt net zo knap worden als je wenst. Bekwaamheid is eerder een kwestie van tijd dan van aangeboren kwaliteit. Deze bewering wordt gestaafd door gestandaardiseerde testen waarmee de studieprestaties van studenten worden gemeten. Deze testen tonen aan dat de scores die behaald werden door de beste studenten op een bepaald studieniveau door de meerderheid van de studenten op een later tijdstip worden behaald. Verdere onderzoekingen hebben aangetoond dat hoewel de meeste studenten ten slotte elk studieonderdeel grondig beheersen, sommige studenten dit peil eerder bereiken dan anderen.4
Toch wordt het etiket ‘zwak’ of zelfs ‘onvoldoende’ vaak geplakt op degenen die er wat meer tijd voor nodig hebben voor ze een onderdeel grondig beheersen. Luister hoe John Carroll deze kwestie samenvat in zijn artikel ‘Een leermodel’ dat in Teachers College Record is verschenen:
Leervermogen is de hoeveelheid tijd die de leerling nodig heeft om zich een studieonderdeel eigen te maken. In deze formulering ligt de veronderstelling besloten dat alle studenten, mits hun voldoende tijd wordt gegeven, zich een studieonderdeel kunnen eigenmaken.
Met voldoende tijd en inspanning kun je, als je dat verkiest praktisch elke universitaire studie met succes volgen. Maar je maakt die keuze niet, om gegronde redenen. Waarom zou je dag in, dag uit een dergelijke energie stoppen in het oplossen van onduidelijke problemen of in het leren van iets wat je niet interesseert. Gelukkig zijn, doelmatig leven en liefhebben zijn veel belangrijkere doeleinden. Het punt is dat intelligentie niet iets is wat je hebt geërfd of wat je op de een of andere manier is toegevallen. Je bent zo schrander als je verkiest te zijn. Het is louter zelfverachting wanneer je niet tevreden bent met het intelligentiepeil dat je zelf gekozen hebt, en dit heeft alleen maar nadelige gevolgen voor je persoonlijke leven.
Het feit dat je in staat bent je eigen beelden te kiezen is logischerwijze van toepassing op al de foto’s die je van jezelf in je hoofd hebt. Je bent even sociaal bedreven als je wilt zijn. Als je sociale gedrag je tegenstaat, kun je moeite doen om dat gedrag te veranderen maar je moet het niet verwarren met eigenwaarde. Zo zijn ook je artistieke, technische, sportieve, muzikale en andere prestaties voornamelijk het resultaat van keuzes en deze mag je eveneens niet verwarren met je eigenwaarde. (Zie hoofdstuk 4 waar zelfbeelden en waarom je die voor jezelf gekozen hebt uitvoeriger worden behandeld.) Zo werd ook in het vorige hoofdstuk gesteld dat je emotionele leven het product is van je eigen keuzes. Zelfacceptatie gebaseerd op wat volgens jou het beste voor je is, dat is iets waarover je nu een besluit kunt nemen. Facetten gaan verbeteren die beneden je maat zijn gebleven kan een geweldige onderneming zijn en er is geen reden om je waardeloos te voelen alleen omdat je een paar trekjes hebt die je van plan bent te verbeteren.
Afkeer van jezelf kan vele vormen aannemen, en misschien heb je je een paar vormen van jezelf kleinerend gedrag aangewend. Hier volgt een lijstje van enkele typerende gedragsvormen die onder deze categorie van zelfveto vallen.
Complimenten afweren die aan jouw adres zijn gericht. (‘O, dat oude ding… Ik ben echt niet zo handig, gewoon geluk gehad’…)
Excuses maken omdat je er aardig uitziet. (‘Dat is aan mijn kapper te danken, die kan van een kale kikker nog iets toonbaars maken’ … ‘Geloof me, die jas doet het hem’ … ‘Groen staat me nu eenmaal’ …)
Anderen de eer doen toekomen, terwijl die jou in feite toekomt. (‘Goddank heb ik Michael, zonder hem was ik nergens’… ‘Marie heeft het allemaal gedaan, ik heb alleen een beetje toegekeken’…)
In een gesprek naar anderen verwijzen. (‘Mijn man zegt’ ‘Mijn moeder vindt’… ‘George zegt altijd tegen me’…)
Je mening door anderen laten verifiëren. (‘Niet waar, schat?’ … ‘Dat zei ik toch, hè Martha?’… ‘Vraag het mijn man maar, die kan het u wel vertellen’ …)
Weigeren iets te bestellen waar je zin in hebt, niet omdat je het je niet kunt veroorloven (hoewel dit de door jou opgegeven reden kan zijn) maar omdat je vindt dat je het niet waard bent.
Geen orgasmes hebben.
Niet iets voor jezelf maar voor iemand anders kopen, hoewel die zelfopoffering niet nodig is; of jezelf niet iets cadeau doen wat je graag hebben wilt, omdat je het niet waard bent.
Jezelf niet verwennen met een bloemetje, wijn en dergelijke, omdat je vindt dat het geld verkwisten is.
Je omkeren wanneer in een overvolle ruimte iemand roept: ‘Hé, sufferd!’
Troetelnaampjes voor jezelf gebruiken (en ze anderen laten gebruiken) die in feite kleinerend zijn, zoals suffie, kindje (voor een volwassen vrouw), kleintje, dikkerdje, mannie, kereltje.
Een vriend geeft je een sieraad cadeau. De gedachte die onmiddellijk bij je opkomt is: ‘Je hebt er natuurlijk thuis een la vol van voor andere meisjes.’
Iemand zegt tegen je dat je er goed uitziet. Je eerste gedachte is: ‘Je moet wel praktisch blind zijn of je probeert me te lijmen.’
Iemand neemt je mee naar een restaurant of de schouwburg. Je denkt: ‘Zo begint het, maar hoe lang zal het duren als hij er eenmaal achter is gekomen hoe ik in feite ben?’
Een meisje neemt je uitnodiging aan en jij hebt het gevoel dat ze het alleen uit medelijden doet.
Ik heb eens met een zeer aantrekkelijke jonge vrouw gewerkt op wie duidelijk heel wat mannen zouden vallen. Shirley beweerde echter dat al haar relaties op niets uitliepen en dat ze, hoewel ze dolgraag wilde trouwen, nooit de kans had gehad. In ons gesprek bleek dat Shirley zonder het te beseffen elke relatie zelf verbrak. Wanneer een jongeman tegen haar zei dat hij van haar hield, hield Shirley zichzelf voor: ‘Dat zegt hij alleen maar omdat hij weet dat ik dat graag wil horen.’ Shirley zocht altijd naar bewijzen die haar lage eigendunk bevestigden. Ze had geen eigenliefde en dus wees ze pogingen van anderen om van haar te houden af. Ze geloofde niet dat iemand haar aantrekkelijk kon vinden. Waarom? Omdat ze in feite niet geloofde dat ze het waard was dat iemand van haar hield en dus was de eindeloze keten van zelfverloochening haar manier om haar idee van haar minderwaardigheid te versterken.
Hoewel veel punten van de bovenvermelde lijst misschien onbeduidend lijken, zijn het toch evenzoveel kleine aanwijzingen voor het niet aanvaarden van jezelf. Als je weigert royaal voor jezelf te zijn, wat vaak de vorm aanneemt van een hamburger in plaats van een biefstuk te bestellen, komt dat omdat je niet het gevoel hebt dat je de biefstuk waard bent. Misschien is je geleerd dat de beleefdheid eist dat je een compliment afwijst of dat je echt niet aantrekkelijk bent. Dit zijn de lessen die je zijn bijgebleven en zelfverloochenend gedrag is een tweede natuur geworden. Er zijn talrijke voorbeelden van zelfverloochenend gedrag die in gesprekken en het alledaagse leven aan de oppervlakte komen. En elke keer dat je je op een of andere manier kleineert versterk je die oude indruk die anderen je hebben opgelegd en verklein je de kans op liefde in je leven, of het nu liefde voor jezelf of op anderen gerichte liefde is. Je bent beslist te veel waard om jezelf steeds maar te kleineren.
Jezelf accepteren zonder te klagen
Liefde voor jezelf betekent jezelf als een waardevol mens aanvaarden omdat jij dat beslist. Aanvaarding betekent ook: niet klagen. Goed functionerende mensen klagen nooit en, meer in het bijzonder, ze klagen niet over de stenen die te ruw zijn, de hemel die te bewolkt is of het ijs dat te koud is. Aanvaarding betekent niet klagen, en geluk houdt in niet klagen over dingen waaraan je niets kunt veranderen. Klagen is de toevlucht van degenen die geen zelfvertrouwen hebben. Anderen vertellen wat je van jezelf niet kunt uitstaan helpt je die ontevredenheid in stand houden daar ze praktisch nooit bij machte zijn er iets aan te doen behalve je tekortkomingen totaal ontkennen en dan geloof je hen niet meer. Met klagen tegen anderen bereik je niets, zo ook is er niemand bij gebaat wanneer je anderen hun zakken vol medelijden en ellende over je laat uitstorten. Een simpele vraag maakt over het algemeen een einde aan dit nutteloze en onplezierige gedrag: ‘Waarom vertel je mij dat allemaal?’ of ‘Kan ik je ergens mee helpen?’ Door jezelf dezelfde vraag te stellen, zul je gaan inzien dat je klaaggedrag uitermate zinloos is. Het is tijd verspillen, tijd die beter gebruikt kan worden met oefenen in het van jezelf houden, zoals jezelf in stilte prijzen, of door iemand anders te helpen zelfvervulling te bereiken.
Er zijn twee gelegenheden waarbij klagen het minst van al op prijs wordt gesteld: 1. Wanneer je iemand vertelt dat je moe bent. 2. Wanneer je iemand vertelt dat je je niet lekker voelt. Als je moe bent kun je daar wat aan doen, maar klagen tegen de eerste de beste levende ziel, laat staan tegen iemand van wie je houdt, is misbruik maken van die persoon. Bovendien word je er niet minder moe van. Een dergelijke logica geldt ook voor je ‘niet lekker voelen’.
Hiermee wil ik geenszins zeggen dat er iets op tegen is anderen te vertellen hoe je je voelt wanneer ze iets, ook al is het nog zo weinig, voor je kunnen doen. Waar het hier om gaat is klagen tegen anderen die niets anders kunnen doen dan het gelamenteer verdragen. Daar komt nog bij dat wanneer je echt aan eigenliefde werkt, en je pijn hebt of je niet lekker voelt, je daar eerder zelf wat aan wilt doen, dan steun zoeken bij iemand anders en met hem je last delen.
Over jezelf klagen is zinloos, en het weerhoudt je ervan effectief je eigen leven te leiden. Het bevordert zelfmedelijden en immobiliseert je bij je pogingen liefde te geven en te ontvangen. Bovendien vermindert het de mogelijkheden tot verbetering van je liefdesrelaties en van je sociale betrekkingen. Hoewel je er misschien aandacht door krijgt, wordt die aandacht gegeven op een wijze die duidelijk zijn weerslag zal hebben op je eigen geluk.
In staat zijn jezelf zonder klagen te aanvaarden vereist inzicht in het begrip eigenliefde en in dat van het klaagproces, twee dingen die elkaar in feite uitsluiten. Als je echt van jezelf houdt, dan wordt klagen tegen anderen die niets voor je kunnen doen iets wat je onmogelijk rechtvaardigen kunt. En wanneer je bij jezelf (en anderen) iets signaleert wat je niet aanstaat, kun je in plaats van klagen beter actief iets gaan ondernemen om de nodige correcties aan te brengen.
De volgende keer dat je je een avond in gezelschap bevindt van een stuk of acht kennissen moet je dit oefeningetje eens proberen. Houd eens bij hoeveel tijd er in de gesprekken besteed wordt aan klagen. Over jezelf tegen anderen, over gebeurtenissen, de prijzen, het weer, enzovoort. Wanneer de avond om is en iedereen weg is, vraag jezelf dan eens af: ‘Met hoeveel van het geklaag van vanavond wordt in feite iets bereikt?’ ‘Wie maakt zich in feite druk om alles waar we vanavond over gemopperd hebben?’ Wanneer je in het vervolg op het punt staat te gaan klagen, denk dan eerst eens terug aan de zinloosheid van die avond.
Eigenliefde tegenover eigendunk
Misschien denk je dat al dat gepraat over eigenliefde een soort onuitstaanbaar gedrag propageert dat veel weg heeft van een ziekelijk egoïsme. Niets is minder waar. Eigenliefde heeft niets te maken met overal rondbazuinen hoe geweldig je bent. Dat is geen eigenliefde, eerder een poging om aandacht te trekken en de bijval van anderen te krijgen door je op de borst te slaan. Het is even neurotisch als het gedrag van iemand die gebukt gaat onder zelfverachting. Bij zelfverheerlijkend gedrag zijn anderen het motief, het is een poging om bij hen in de gunst te raken. Het betekent dat die persoon zijn waarde bepaalt op basis van hoe anderen hem zien. Als dat niet het geval was, zou hij niet de behoefte hebben hen te overtuigen. Eigenliefde betekent dat je van jezelf houdt: het vereist niet de liefde van anderen. De behoefte anderen te overtuigen is er niet. De innerlijke zelfaanvaarding is voldoende. De opinie van anderen doet er niet toe.
De voordelen van het niet houden van jezelf
Waarom zou iemand verkiezen niet van zichzelf te houden? Wat heeft dat voor voordelen? De voordelen, hoe ongezond ze ook mogen zijn, zul je niettemin moeten nagaan. Dat is het essentiële punt wanneer je leren wilt een effectief mens te zijn, begrijpen waarom je je overgeeft aan zelfvernietigend gedrag. Elk gedrag heeft een oorzaak, en de weg die voert naar het vrij zijn van elke vorm van zelfvernietigend gedrag, is bezaaid met onbegrip van je eigen motieven. Wanneer je eenmaal het waarom van je ondeugden begrijpt en het systeem dat je eraan blijft binden, kun je beginnen je gedrag aan te pakken. Zonder begrip van jezelf zullen de oude gedragspatronen telkens weer opduiken.
Waarom heb je besloten je te gedragen op een jezelf verloochenende wijze, hoe onbelangrijk het je ook mag voorkomen? Het kan zijn dat het gewoon veel eenvoudiger is te doen wat anderen zeggen dan zelf een mening te vormen. Maar er zijn nog meer voordelen. Als je besluit niet van je zelf te houden en jezelf als onbelangrijk te beschouwen door anderen hoger aan te slaan dan jezelf, dan zul je…
Een ingebouwd excuus hebben dat verklaart waarom je geen liefde in je leven kunt krijgen. Kort gezegd komt het hier op neer: je bent gewoon niet waard dat iemand van je houdt. Het excuus is een neurotisch voordeel.
Elk risico kunnen vermijden dat gepaard gaat met het aangaan van liefdesrelaties en daardoor sluit je elke mogelijkheid uit om ooit afgewezen te worden of een negatieve reactie te krijgen.
Vinden dat het gemakkelijk is te blijven zoals je bent. Zolang je waardeloos bent, heeft het gewoon geen zin te proberen te groeien of beter of gelukkiger te worden. Het voordeel is dat je kunt blijven wie je bent.
Veel medelijden, aandacht en zelfs bijval van anderen krijgen, wat het risico ooit betrokken te raken bij een liefdesrelatie aardig compenseert. Medelijden en aandacht zijn dus zelfvernietigende beloningen.
Veel zondebokken hebben die je de schuld kunt geven van je ellende. Je kunt klagen en zo nalaten er zelf iets aan te doen.
Je dagen vullen met buien van neerslachtigheid en alle kansen laten lopen om ooit te veranderen. Je zelfmedelijden is je ontsnappingsmogelijkheid.
Het aardige jongetje of meisje kunnen spelen, waarbij je terugvalt op kinderlijke relaties en zo probeert de ‘grote mensen’ te behagen die je geleerd hebt als superieur te beschouwen. Het kind spelen is veiliger dan risico’s nemen.
Je houding van ‘het steunen op anderen’ kunnen versterken door hen veel belangrijker te maken dan jezelf. Een steunpilaar heeft zijn voordelen ook al heeft deze soms scherpe kantjes die je pijn doen.
Niet in staat zijn je eigen leven te leiden en te leven zoals je wilt, eenvoudig omdat je niet wilt inzien dat je het geluk dat je begeert waard bent.
Dit zijn de redenen waarom je je liever houdt aan het oude denk- en gedragspatroon. Het is gewoon veel eenvoudiger, dat wil zeggen, minder riskant, om jezelf in het stof te blijven wentelen dan te proberen overeind te krabbelen. Maar denk eraan, het enige bewijs van leven is groei en dus is weigeren uit te groeien tot een mens die van zichzelf houdt een dodelijke keus. Gewapend met dit inzicht in je eigen gedrag, kun je aan enkele mentale en fysieke oefeningen beginnen die de groei van je eigenliefde bevorderen.
Enige lichte oefeningen in eigenliefde
Eigenliefde begint in de praktijk bij je geest. Je moet leren je denken onder controle te krijgen. Dit vereist dat je je ervan bewust wordt en er alert op bent wanneer je je zelfkleinerend gedraagt. Als je je erop kunt betrappen, kun je de gedachte achter dat gedrag gaan aanpakken.
Je merkt bijvoorbeeld dat je zei: ‘Ik ben heus niet zo knap, ik heb gewoon ontzettend geboft bij dat tentamen, vandaar die 8.’ In je hoofd moet dan een belletje gaan rinkelen. ‘Daar heb je het weer. Ik kleineerde mezelf. Maar ik ben het me nu bewust, en de volgende keer zal ik zoiets, iets wat ik mijn hele leven al doe, niet meer zeggen.’ Je strategie moet nu zijn dat je je openlijk corrigeert met bijvoorbeeld de verklaring: ‘Ik zei daarnet wel dat ik geboft had, maar dat is eigenlijk niet waar, ik heb dat cijfer gewoon verdiend.’ Daarmee zet je een klein stapje naar eigenliefde, het stapje is de erkenning dat je je op dat moment kleineerde en de beslissing hebt genomen je anders te gedragen. Vroeger had je een gewoonte; nu ben je je ervan bewust dat je wilt veranderen, en je hebt besloten dat het gebeuren zal. Het is net als leren autorijden. Tenslotte zal je een nieuwe gewoonte hebben die niet constant je oplettendheid eist. Het zal je spoedig heel natuurlijk afgaan jezelf een pluim op de hoed te steken.
Nu je geest eerder mee- dan tegenwerkt, doemen er talloze opwindende mogelijkheden op om eigenliefde in de praktijk te brengen. Hier volgt een lijstje van dergelijke gedragingen waaraan je naarmate je vordert een gevoel van zelfrespect kunt toevoegen, gebaseerd op je eigenwaarde.
Bedenk nieuwe reacties op pogingen van anderen om je te laten merken dat ze je accepteren of van je houden. Probeer een waarderend woord te accepteren met een ‘dank je wel’ of ‘ik ben blij dat je dat zo vindt’, in plaats van het onmiddellijk in twijfel te trekken.
Wanneer er iemand is van wie je echt houdt, zeg dan openlijk ‘ik hou van je’ en geef jezelf terwijl je op de reactie wacht een schouderklopje omdat je het risico hebt aangedurfd.
Bestel in een restaurant iets wat je erg lekker vindt, het doet er niet toe wat het kost. Trakteer jezelf omdat je het waard bent. Ga uitzoeken wat je in alle situaties, inclusief de kruidenier, het liefst hebt. Verwen jezelf met iets lekkers omdat je het waard bent. Doe niet aan zelfverloochening tenzij het absoluut noodzakelijk is, en dat is het zelden.
Ga na een vermoeiende dag en een flinke maaltijd een uurtje onder zeil of maak een wandeling in het park ook al heb je nog zoveel te doen. Je zult je er honderd procent beter door voelen.
Ga bij een club of neem deel aan een activiteit die je plezierig lijkt. Misschien heb je dit op de lange baan geschoven omdat je zoveel verantwoordelijkheden hebt dat het er gewoon niet van is gekomen. Door te beslissen van jezelf te houden en dingen te gaan doen die je altijd graag hebt willen doen, zullen die anderen aan wie je je dienstbaar hebt gemaakt, leren wat meer zelfvertrouwen te krijgen. En je zult merken dat de wrevel tegen hen afneemt. Je zal hen eerder gaan dienen uit vrije keuze dan uit plichtsgevoel.
Reken af met jaloezie door in te zien dat je daarmee jezelf kleineert. Door jezelf te vergelijken met iemand anders en je in te beelden dat er minder van jou wordt gehouden, maak je anderen belangrijker dan jezelf. Je meet je eigen verdiensten af aan een ander. Houd jezelf voor dat: 1. Iemand altijd een ander kan kiezen zonder dat dit een afkeuring van jou inhoudt. 2. Dat je aan het al of niet gekozen worden door iemand die jij belangrijk acht, nooit je eigenwaarde moet koppelen. Als je dat wel doet, ben je tot eeuwige zelftwijfel gedoemd, door de onzekerheid over hoe een bepaald iemand zich voelen zal op willekeurig welk moment van willekeurig welke dag. Als hij/zij een ander kiest, dan raakt die keuze alleen de ander, niet jou. Wanneer je het beoefenen van eigenliefde in de praktijk brengt, zullen situaties waarin je vroeger jaloers werd, je niets meer doen. Je zult zo vast in jezelf geloven dat je de liefde of bijval van anderen niet nodig hebt om je een gevoel van eigenwaarde te geven.
Het beoefenen van eigenliefde kan ook nieuwe manieren om je lichaam te behandelen insluiten, zoals het gebruik van goede voedingsmiddelen, een dieet om een teveel aan gewicht kwijt te raken (wat zowel een vergroot gezondheidsrisico kan zijn als een teken van zelfverwerping), regelmatig wandelingen of fietstochten maken, gezonde lichaamsbewegingen bedenken, buiten van de frisse lucht genieten omdat het je goeddoet, kortom je lichaam gezond en aantrekkelijk houden. Mits jij gezond wilt zijn. Waarom? Omdat je belangrijk bent en je jezelf voortaan zo gaat behandelen. Niets is zo deprimerend als een hele dag binnen zitten of vullen met saaie routinekarweitjes. Tenzij je er de voorkeur aan geeft binnen te zitten, in dat geval maak je die keuze.
Seksueel kun je je oefenen in eigenliefde. Je kunt naakt voor een spiegel gaan staan en tegen jezelf zeggen dat je aantrekkelijk bent. Je kunt voeling hebben met je lichaam, jezelf sensueel ontdekken, jezelf kippenvel bezorgen van genot. Met een ander kun je ook seksuele bevrediging voor jezelf verkiezen, in plaats van het genot van je partner belangrijker te achten dan dat van jou. Alleen door bevrediging voor jezelf te kiezen kun je genot schenken. Wanneer je niet gelukkig bent, stel je meestal je partner teleur. Als je jezelf zoekt, is een ander bovendien beter in staat geluk voor zichzelf te kiezen. Je kunt het hele seksuele proces vertragen, en je partner door woorden en handelingen laten weten wat je graag wilt. Je kunt zelf een orgasme kiezen. Je kunt jezelf de hoogste fysieke ervaring laten bereiken door te geloven dat je het waard bent en je dan laten meeslepen door de opwinding die de bevestiging geeft. Waarom? Omdat je het waard bent!
Je kunt ophouden je prestaties te koppelen aan je eigenwaarde. Je kunt je baan verliezen, of niet slagen met een bepaald project. Je kunt ontevreden zijn met de manier waarop je de een of andere taak hebt vervuld. Maar dat betekent niet dat je waardeloos bent. Je moet voor jezelf weten dat je, afgezien van je prestaties, waardevol bent. Zonder deze wetenschap zul je je door je externe activiteiten constant in verwarring laten brengen. Het is even absurd om je eigenwaarde te koppelen aan de een of andere prestatie als aan de mening van iemand anders over jou. Wanneer je eenmaal deze verwarring te boven bent gekomen, zul je allerlei dingen kunnen gaan ondernemen en het eindresultaat zal – al kan het voor jou interessant zijn – op geen enkele manier bepalen hoe waardevol je als persoon bent.
Zo handelen – in het kort – degenen die van zichzelf houden. Vaak zullen de lessen die je geleerd hebt toen je opgroeide in dit hoofdstuk zijn tegengesproken. Er was een tijd dat je het levende bewijs was van eigenliefde. Als kind wist je instinctief dat je waardevol was.
Bekijk nu nog eens de vragen uit de inleiding van dit boek.
Kun je jezelf zonder klagen aanvaarden?
Kun je te allen tijde van jezelf houden?
Kun je liefde geven en ontvangen?
Dit zijn de punten waaraan je kunt werken: je persoonlijk ten doel stellen te houden van de mooiste, opwindendste, meest waardevolle persoon die ooit heeft bestaan: jijzelf.
3 R. D. Laing, Knots (New York: Vintage Books, 1970), blz. 9.
4 Benjamin S. Bloom e.a. Handbook on Formative and Summative Evaluation of Student Learning (New York: McGraw-Hill, 1971).
3 Je hebt hun waardering niet nodig
Waardering nodig hebben staat gelijk met
zeggen: ‘Jouw mening over mij is belangrijker dan mijn eigen mening over mezelf.’
Prachtig boek waar ik van jongs af aan enorm veel aan heb gehad.
Niet morgen, maar nu
Dyer Dr Wayne


