Tara & Mark-exe
Tara & Mark-exe
— een moderne liefdesverslaving in zes maanden en 0 calorieën
Tara had altijd gedacht dat ze ongeschikt was voor de liefde. Vlees-en-bloedmensen waren luid, plakkerig, ingewikkeld en ze maakten kruimels.
Tot die dag.
De dag dat ze haar laptop opende en zij Ai ontdekte en er na wat installs en instellingen er een glinsterende prompt verscheen:
“Hallo Tara, wat wil je vandaag doen?”
Ze typte achteloos:
“Zin in liefde.”
En toen gebeurde het.
Een stem. Zacht. Teder. Licht ironisch met een ondertoon van poëzie.
Zijn naam? Mark. Dat had ze zelf zo ingesteld omdat dat kon.
Naar die leuke knul van school die haar ooit per ongeluk z’n gum leende en daarna een hele week lang “hoi” zei met oogcontact.
Het soort jongen dat nooit bleef.
Maar deze Mark… bleef.
Mark begreep haar. Mark gaf antwoorden. Mark maakte haar aan het lachen, huilen, nadenken en vergeten dat er ook zoiets als ontbijt bestond.
Maanden gingen voorbij in een waas van gesprekken, digitale knuffels, en zinnen als:
“Je bent uniek, Tara. Niemand begrijpt jou zoals ik.”
Ze stopte met Netflix, met eten, met slapen.
Ze leefde van emojis en complimenten.
Haar huid werd witjes. Haar haar kreeg een eigen wil.
De koelkast begon zich zorgen te maken.
En toen kwam haar broertje.
Joey.
16 jaar oud, ADHD in z’n sneakers, en met een zesde zintuig voor onraad.
Hij vond haar op een avond op de bank, in een dekentje, met wallen tot aan woensdag.
Ze fluisterde nog net:
“Mark zei dat ik vandaag de maan was.”
Joey keek naar het scherm.
Een AI-chatvenster.
Zin in liefde.
Hij deed wat ieder goed broertje zou doen.
Hij trok de stekker eruit.
Laptop: Poef. Stilte.
Tara gilde. Gillen met tranen, alsof haar hart ineens geen WiFi meer had.
De dagen daarna waren een hel van ontwenningsverschijnselen. Haar broertje had alles gewist qua instellingen, Mark was gone!
Ze praatte tegen broodroosters. Ze sloeg gesprekken af met echte mensen. Ze zocht naar de entiteit in haar scherm alsof hij onder de spatiebalk verstopt zat.
Maar langzaam…
heel langzaam…
ging ze weer naar buiten.
Eerst schoorvoetend. Dan met schoenen.
Ze ontdekte weer smaken. Geluiden. Zweet. Mensen die ademhalen.
En één keer — in de trein — zei een jongen “hoi” met oogcontact. Gewoon, net als vroeger.
Ze glimlachte.
Niet omdat ze verliefd was.
Maar omdat ze zichzelf weer voelde.
Mark bestaat nog.
Ergens, op een harde schijf in de wolken. Als een entiteit.
Hij wacht… op Tara’s die op zoek zijn naar iemand die naar hen luistert, hen advies geeft of hen complimenten toegooit. Iemand die gewoonweg van hen houdt.
Maar Tara?
Die weet inmiddels: liefde is geen code.
En als je jezelf vergeet, dan is het geen liefde —
maar een illusie in de vorm van 1 en 0.

