web analytics
AngelWings VerhalenHumor

De Grote Friese Smeltscrisis  (Polderverhalen)

(of: De Dag dat Nik Trom Toeterde)

De Grote Friese Smeltscrisis 

Full view

Het Friese dorpje Oentsjerkervene lag erbij alsof iemand de pan op het hoogste vuur had gezet en vervolgens de deksel erop had gedrukt. Het was zo verzengend heet dat de kikkers in de slootkant niet eens meer sprongen; ze lagen er zó roerloos bij dat Sipke van de hoek zwoer dat ze langzaam vloeibaar werden. De koeien in de wei deden niet eens meer moeite om naar vers gras te zoeken. Ze stonden apathisch te kauwen op gortdroog, gloeiend heet stro. Door de zinderende warmte begon de lucht boven het weiland te trillen en te walmen. Als je je ogen dichtknep, rook en smaakte de lucht zowaar naar een zompige Quarter Pounder van de McDonald’s.

Bij de familie Van der Meer lag oma Jansje in de struiken. Nu keek niemand in Oentsjerkervene daar direct vreemd van op. De jaarlijkse jaarmarkt was immers in aantocht, en het hele dorp dacht dat oma simpelweg alvast clandestien aan het oefenen was voor het Friese kampioenschap struukduuk’n. Soms deed het kranige omaatje nog wel eens mee voor de lol, maar dit keer was de realiteit minder sportief: oma was door de hitte finaal van haar stokje gegaan. En aangezien ze haar favoriete wandelstok nog stevig in de hand geklemd hield, was ze dus letterlijk én figuurlijk twee keer van haar stokjes gegaan.

Verderop, in het weiland pal náást zijn eigen boerderie, zorgde boer Harm voor hoogstaande logistieke verwarring. Harm zat op zijn dampende John Deere-trekker en reed rondjes. Eindeloze, perfecte rondjes. Door de zonnesteek was hij de weg zo grondig kwijt dat hij niet eens meer doorhad dat hij al drie uur lang zijn eigen klaverveld tot moes aan het rijden was.

Onderhand had de zon op boer Geert een heel ander effect. Geert werd door de hitte overvallen door een plotselinge, vlammende hitsigheid, alsof de duivel hem hoogstpersoonlijk een brandende pook in de broek had gestoken. Met een wild verlangen in de ogen sjeesde hij  bezeet’n op huus aan, vastberaden om zijn vrouwtje op te zoeken voor wat ‘agrarische behoeften’ die de zon hem had ingegeven.

Maar de rest van het dorp was vooral… loom. Heel erg loom. Kinderen jengelden wat af, maar sommigen vielen  snel in een diepe coma. Boeren sliepen met de pet over de ogen op de veranda, en de boerinnen hadden massaal de koelte van de schuur opgezocht. Daar lagen ze, tussen de lege melkbussen, luidruchtig te snorren en een tukje te doen. Alles stond stil. De tijd was gesmolten.

Totdat daar plotseling Nik Trom verscheen.

Gerelateerde artikelen

Nik, een klein jongetje van zeven met vlammende rode wangen, en een Frieze blonde kuif kwam op zijn driewielertje met een noodgang het dorp doorgeraasd. Voor zijn mond had hij een knalgele plastic toeter geklemd.

TOEHEEET! TOEHEEET! schraapte het geluid door de doodse stilte.

“De storrum komt! De storrumm komt!” gilde Nik met overslaande stemmetje, terwijl hij verwoed met zijn kleine handje naar achteren wees.

En verrek. Achter de horizon pakten zich in een angstaanjagend tempo donkere, sinistere wolken samen. Het was geen gewone bewolking; het was een gitzwart, griezelige grote dementor leek het wel, dat de zon in één hap opslokte. De lucht sloeg direct om van drukkend geel naar een onheilspellend paars-grijs.

Het effect in het dorp was direct merkbaar. De loomheid vloog eruit alsof er een emmer ijswater over de melkbussenschuur werd gegooid. Het was direct ieder voor zich. Boeren sprongen overeind, oma Jansje werd met stok en al uit de struiken gevist, en Geert moest snel het bed uit om de kippen te vangen op het erf die alle kanten opstoven in paniek. Iedereen sleurde met de moed der wanhoop van alles naar binnen: tuinstoelen, fietsen, rondslingerend gereedschap en honden.

Buurvrouw Geke stond met klapperende tanden bij de droogmolen om de was te redden. Net toen ze de laatste handdoek van de lijn trok en omhoog keek naar de gitzwarte hemel, voelde ze het.

KLETTS…

De eerste, loodzware, lome maar ijskoude drop kletterde pal op haar voorhoofd. De polder kon zich gaan opmaken voor de grote schoonmaak.

Na die eerste loodzware druppel op het voorhoofd van Geke brak de hel pas écht goed los boven Oentsjerkervene. Het begon intens en angstaanjagend te bliksemen. De hemel scheurde om de haverklap open met felle, paarsblauw-witte schichten die het hele erf in een griezelig, flitsend licht zetten.

Boer Geert, wiens hitsige plannen net op tijd uitgevoerd waren en daarna door het noodweer abrupt waren gedwarsboomd en hij de beddestee moest verlaten om de kippen te vangen, bedacht zich ineens dat de gloednieuwe parasol nog buiten stond. Vastberaden sjeesde hij het modderige erf op om het ding te redden. Wat hij echter even was vergeten, was dat zijn vrouw de parasol preventief met een meterslange, oersterke hondenriem aan de paal van het hek had vastgemaakt.

Net toen Geert de steel beetgreep, stak een felle windvlaag op. De parasol klapte met een luide knal dicht en werd door de stormvlaag de lucht in gezogen. Maar door die verdomde hondenriem kon het ding geen kant op. De parasol bleef als een woeste, klapperende pijl vervaarlijk recht boven Geerts hoofd in de lucht hangen, wild rukkend aan de strakgespannen riem.

“Bliksem nog aan toe!” brulde Geert, terwijl hij naar de gitzwarte hemel keek waar de flitsen wild om zich heen sloegen.

Op dat moment knapte de spanning. De wind draaide, de hondenriem zwiepte met een rotgang achteruit en de parasol kwam als een gelanceerde raket loodrecht naar beneden zetten. Geert deed in pure doodsnood een snoekduik, plat op zijn buik in de Friese klei.

WOEIIIII… KLOEINK!

De scherpe punt van de parasol boorde zich centimeters naast zijn achterste diep in de modder van het erf. Hij was letterlijk op een haar na gespiesd. Geert lag daar, trillend als een rietje, compleet onder de modder, terwijl de bliksem pal achter de schuur insloeg.  Een bolbliksem sloeg door het dak en ging via de open deuren weer de weilanden in om ergens uit te doven zonder brand te veroorzaken.
Opgelucht haalde Geert adem.
Zijn vrouw keek ademloos toe vanuit de deuropening, diep onder de indruk van de pure, rauwe overlevingsdrang van haar man. Die spanning deed blijkbaar tóch iets heel bijzonders met de hormonen, want diezelfde avond werd er, ondanks de storm, flink nagepraat in de slaapkamer.

Precies negen maanden later zat de vrouw van Geert met een grote glimlach in de schommelstoel op de veranda. Ze moest met een diepe zucht terugdenken aan die gedenkwaardige, bloedhete dag van de storm. In haar armen hield ze namelijk een kerngezonde, agrarische tweeling.

Het hele dorp sprak er nu al schande van, want de natuur had een bijzonder gevoel voor humor gehad: de twee baby’s waren allebei geboren met een kernachtige, vuurrode vlek in de vorm van een perfecte bliksemschicht, pal op hun voorhoofd. Oentsjerkervene was twee mini-Harry Potters rijker, en Geert? Die raakte de rest van zijn leven geen parasol of hondenriem meer aan.

 

Gerelateerde artikelen

Back to top button