web analytics
AngelWings Verhalen

Pedro en Meneer God

Pedro en Meneer God

Pedro was alleen.
En dat terwijl hij alles mee had: charmant, grappig, knap zelfs – op een nonchalante, wat ongekamde manier. Je zou denken: zo iemand zou toch allang een geliefde moeten hebben? Een vrouw met wie hij kon dansen in de keuken, lachen om niets, huilen om iets, en samen zwijgen wanneer woorden tekortschoten.
Maar niets lukte hem.

Helemaal niets. Wat fout kon gaan ging gewoonweg fout. Als pedro een vaatdoekje op zijn aanrecht wilde leggen, lag het al op de grond, wilde hij een bezem pakken, gleed deze al voor hij zijn hand erop kon leggen op de grond. Een tweedehands auto, hoefde hij niet aan te beginnen, vanaf dag 1, was dat 1 en al ellende!
Alsof het leven een slechte grap was waar hij maar niet om kon lachen.
Altijd nét mis. Of helemaal mis.
Of erger: helemaal niets.

Op een dag – grijs, winderig, precies zo’n dag waarop hoop zelf een regenjas draagt – liep Pedro door de supermarkt. Zijn hoofd hing omlaag, zijn hart nog lager.

“God..v.  waarom heeft u mij toch verlaten?” mompelde hij bijna half hardop bij de hummus.

En het bleef stil.
Zelfs in zijn diepste dal – zó diep dat er geen wifi meer was – kreeg hij nog geen teken. Geen knipoog uit het universum. Geen knappe vrouw bij de groenten. Geen botsing bij de wijnrekken, waarna iemand blozend “sorry” zei met ogen die glinsterden van herkenning.

Hij keek omhoog, zuchtte gefrustreerd en dacht:
“Als God bestaat, dan stuurt Hij NU – ja nú, vandaag, op dit moment – de liefde van mijn leven deze supermarkt binnen.”

Hij wachtte. Een minuut. Twee. Tien, het ging opvallen, straks gingen ze zijn tas nog controleren,…had hij weer…
Niets.
Slechts een oude vrouw die op haar teenslippers voorbij schuifelde met prei en kattenvoer.

“Zie je wel,” fluisterde Pedro cynisch. “Natuurlijk niet.”

Verslagen ging hij naar huis. Alsof zijn ziel een geslagen hond was die met de staart tussen de benen terugkeerde naar zijn stille hok.
Thuis gooide hij zijn jas op een stoel, de boodschappen op het aanrecht, zijn hoop op de grond.
Hij zakte neer op de bank. Waarom toch? Waarom was hij zo alleen?
Was het de tijdgeest? De mensheid? Of gewoon hijzelf?

Eenzamer dan ooit, keek hij uit het raam. De straat was leeg. Zelfs de maan leek zich die avond achter wolken te verschuilen.

Maar het duurde even… een maandje later

Terwijl hij op een avond met een diepe zucht zijn sokken uitdeed – altijd het meest deprimerende moment van de dag – ging zijn deurbel.
Ding dong.
Hij verstijfde.
Niemand belt ooit bij mij aan, dacht hij nog.

Voorzichtig liep hij naar de deur en opende.

Daar stond ze.


Geen model. Geen engel met violen. Gewoon een vrouw. Een beetje verwaaid. Een beetje zenuwachtig.
“Sorry… dit is misschien gek,” zei ze, “maar ik denk dat ik  jou laatst tegenkwam in de supermarkt. je zag er zo verloren uit en ik wilde vragen wat je naam was… Maar toen ik thuis kwam, kon ik jou maar niet uit mijn gedachten krijgen.  En… ik weet niet waarom, ik ben op visite bij mijn zus ze woont 4 hoog, en ineens zag ik je vandaag weer en ik dacht ik moet bij jou aanbellen gewoon. Het is gewoon een gevoel ”.

Pedro staarde haar aan.
Hij wist niet of hij moest lachen, huilen, of haar meteen ten huwelijk moest vragen.

Ze keek hem aan. Grote ogen. Warme blik.
“Ik weet het,” zei ze. “Heel vreemd. Maar ik dacht… wie niet waagt, die niet wint”

Pedro deed de deur iets verder open.
“Misschien had ik jou nodig,” zei hij zacht.
Hij nam haar hand in de zijne, zacht en warm en klein.
Ik ben Pedro…

En terwijl buiten de wolken uiteengleden en een halve maan voorzichtig toekeek, wist Pedro dat God misschien toch bestond.
Of het lot. Of toeval.
Of gewoon een vrouw die te eerlijk was om te luisteren naar meneer God.

Soms komt liefde niet met vuurwerk, maar met een gevoel dat blijft.

Gerelateerde artikelen

Back to top button