Piggelmee en het Wondervisje
Piggelmee en het Wondervisje

Piggelmee ging elke dag plichtsgetrouw vissen, want hij was visser van beroep. Thuis zat zijn vrouwtje elke avond op hem te wachten met een heerlijke stoofpot. Koken kon ze als de beste nml.
Ze was een flinke, stevige dame, maar ze was totaal niet knap te noemen, en ‘onverzorgd’ was zacht uitgedrukt. Ze droeg altijd dezelfde doorsnee lange bruine rok met een grijs bloesje, en haar rode piekhaar zat zo slordig, dat het leek alsof ze ruzie had gehad met een kip in het kippenhok. Kortom: knap kon je haar met de beste wil van de wereld niet noemen. Maar Piggelmee hield van haar precies zoals ze was.
Op een dag voer Piggelmee uit met zijn bootje. Zijn hengel bewoog wild en hij wilde de hengel omhoog halen.
Opeens begon de zee dreigend donker te kleuren. Heel erg donker. En nóg donkerder. Gitzwarte donderwolken dreven dreigend voorbij en de wind stak op. Piggelmee voelde weer een flinke ruk aan zijn hengel en met veel moeite trok hij zijn vangst boven water.
Aan zijn haak hing een vis met de meest wonderlijke, glanzende kleuren die hij ooit had gezien. Bewonderend bekeek hij de vis die nu op de bodem van de boot lag. Maar vreemd genoeg tot zijn grote schrik: de vis kon praten: “Hallo visser,” sprak het visje met een heldere stem. “Mijn naam is Wunselbru. En als je mij vrijlaat, mag je vier wensen doen.”
Piggelmee was zo onder de indruk van de kansen die de beleefde vis hem aanbood, hij dacht even na en riep uit omdat hij uit pure liefde en respect aan zijn vrouw dacht: “Ik gun de wensen aan mijn vrouw, zij mag ze allemaal doen!” Wunselbru keek hem ernstig aan. “Dat is goed, visser. Maar besef wel: dat was zojuist wens nummer één.”
Wens Twee: De dunne vrouw
Toen Piggelmee thuiskwam en het verhaal vertelde, begon het rode piekhaar van zijn vrouw rechtop te staan van enthousiasme. Ze rende uiteraard meteen naar het strand, waar de lucht net begon op te trekken, ze zocht de vis Wunselbru op roepend langs het strand en riep: “Ik wil een slank lichaam!”
Nou dat kon zei de vis:
Flits! Daar stond ze. Haar oude, vertrouwde rok zakte meteen af naar haar enkels omdat ze zo smal was geworden. Ze was dolblij met haar nieuwe figuur en ging direct de stad in om nieuwe kleren te kopen. Het beviel haar zo goed dat ze prompt bijna nooit meer thuis was. Ze ging elke avond uit en Piggelmee zat elke avond in zijn eentje met een droog korstje brood aan de tafel. Hij voelde zich intens alleen, en had spijt dat hij zijn vrouwtje de wensen had gegeven.
Wens Drie: De Onmogelijke Schoonheid
Het slanke leven smaakte naar meer. Ze wilde nu ook weleens van dat slordige piekhaar af en knap zijn… Ze zocht Wunselbru weer op en zei: “Ik wil knap worden. Onweerstaanbaar knap!”
Wunselbru knikte en gebruikte de derde wens. Toen Piggelmee die avond thuiskwam, deed hij de deur open en sloeg steil achterover. Er stond een verblindend mooie vrouw in de gang. Het was alsof een sprookjesprinses per ongeluk in zijn vissershuisje was beland.
Maar de transformatie had een nadeel: haar karakter veranderde mee met haar uiterlijk. Ze vond zichzelf nu véél te goed voor een eenvoudige visser die naar zeezout en vis rook. “Ik wil scheiden,” zei ze hautain. “Ik ga er vandoor.” Ze liet Piggelmee huilend en moederziel alleen achter.
Met een gebroken hart liep Piggelmee die nacht naar de donkere zee. Hij riep het kleurrijke visje op. “Wunselbru, help me alsjeblieft. Kun je die allereerste wens, dat mijn vrouw de wensen mocht doen, ongedaan maken? Ik wil haar terug.”
Wunselbru zwom een rondje en keek bezorgd. “Dat is een lastige situatie, visser Piggelmee. Als ik dat doe, is dat alweer de vierde wens die we verbruiken om de boel te herstellen. Weet je dat heel zeker?”.
“Ja, het maakt me niets uit,” smeekte de verdrietige visser.
Wunselbru zei nadenkend. “Vooruit. Omdat je zo’n respectvolle man bent, mag jíj de allerlaatste wens doen.”
Piggelmee hoefde geen seconde na te denken. “Ik wens mijn dikke, onverzorgde vrouw terug. Met haar lange rok, haar slonzige bloesje en haar slordige rode piekhaar. Ik wil dat alles weer precies zo is als het was.”
Ga maar naar huis zei de vis en het is zoals je wenst.
Piggelmee rende zo snel als zijn benen hem konden dragen naar zijn huisje. Hij smeet de deur open en daar zat ze. Zijn eigen vertrouwde vrouw. Haar knalrode piekhaar zat weer heerlijk slordig in de war, de vertrouwde lange rok zat strak om haar volle heupen en ze keek hem met een milde blik aan.
Er was geen glamour meer, geen Hollywood-toestanden en geen praatjes meer over scheiden. Ze was gewoon weer zijn eigen vrouw. En zo was het goed.


