Oma 1 en Oma 2
Heb je ooit alles gegeven… en tóch verloren van iemand die alleen komt opdagen met een cadeau? 💔
Ik ben Anneke en ben 67 jaar oud.
En ik ben dus die oma die altijd aanstaat.
En dan heb je haar.
Linda. De andere oma.
Wij delen dezelfde kleinkinderen.
Maar verder lijken we nergens op elkaar.
Ik ben er elke dag.
Zij… wanneer het haar uitkomt.
Ik sta altijd op om 5:15.
Zij wordt wakker rond tienen, en zit dan met een cappuccino in de zon.
Ik smeer boterhammen, veeg snotneuzen, trek jassen dicht en fiets door weer en wind naar school.
Zij stuurt af en toe een appje: “Mis mijn schatjes”.
Ik ken hun favoriete broodbeleg, hun angsten, hun nachtmerries.
Zij weet vooral wat er “trending” is.
Ik ben de oma van structuur.
Zij is de oma van verrassingen en de cadeautjes.
Mijn dochter zegt altijd:
“Mam, zonder jou redden we het echt niet.”
Dat klopt.
Maar wat ze er niet bij zegt…
is dat niemand zich afvraagt hoe ík het red. Of hoe het met mij gaat. Ik ben dat oude meubelstuk dat nooit waardering krijgt, alleen omdat ik er ben.
Vorige maand was het weer zover.
Linda kwam langs. Verjaardag van Robert onze kleinzoon, hij werd negen dit keer.
En ze kwam niet zomaar binnen. Nee.
Binnenkomen doet ze, alsof ze een entree maakt.
Zonnebril in het haar.
Dure jas.
Die intense parfumgeur… je ruikt haar al, voordat je haar ziet.
“Daar zijn mijn lievelingetjes!” roept ze.
De kinderen rennen met uitgestrekte open armen op haar af.
Niet naar mij.
Nooit naar mij.
Naar haar.
Ik sta in de keuken. Aardappels af te gieten. Stoom in mijn gezicht.
Niemand die het ziet.
De appeltaart die ik gebakken heb voor Roberts verjaardag snij ik aan voor haar Linda de andere oma…
Linda trekt in de woonkamer een tas open.
“Voor jullie!”
Nieuwe sneakers.
Een duur truitje van een of ander merk.
Een i-pad n.b. dat soort dingen.
Chaos. Gelach. Geschreeuw. Blijdschap.
Ik roer weer in de pan.
“An, je maakt toch wel weer iets gezonds hè?” zegt Linda dan vanaf de bank, terwijl ze op haar telefoon kijkt.
Ik knik. Natuurlijk.
Ik maak altijd iets gezonds.
Ik maak alles.
Aan tafel zitten de kleinkinderen nauwelijks.
Te druk met hun nieuwe spullen.
“Eet even,” zeg ik.
“Straks, oma.”
Altijd straks…
Linda lacht.
“Ach laat ze toch, Anneke. Ze moeten ook genieten.”
Genieten.
Ik kijk naar mijn dochter.
Ze glimlacht naar Linda haar schoonmoeder.
“Ja mam, je bent soms wel een beetje streng.”
Soms.
Ik slik.
Later die avond, als Linda weer weg is,
de lucht van parfum nog in de gang
zit ik de keuken op te ruimen.
Borden. Glazen. Kruimels. Afwas.
Mijn kleinzoon Robert zit op de bank.
“Wanneer komt oma Linda weer?” vraagt hij.
“Geen idee,” zei ik.
Hij haalt zijn schouders op.
“Hopelijk snel. Zij is leuker.”
Gewoon zo.
Alsof hij het over het weer heeft.
Ik blijf even stil staan met een nat bord in mijn hand.
Daar is het. De dolksteek in mijn moeder-oma-hart.
Niet groots. Niet dramatisch.
Gewoon… de waarheid.
Ik ben de oma die alles doet.
Zij is de oma die alles krijgt.
De volgende ochtend gaat mijn wekker.
5:15.
Ik staar ernaar.
Negen jaar lang heb ik gedacht dat liefde betekent dat je blijft geven.
Dat als je maar genoeg doet… je vanzelf gezien wordt.
Maar dat werkt dus niet zo.
Ik druk de wekker uit.
Niet snoozen.
Uit.
Mijn telefoon begint te trillen.
Mijn dochter.
Ik laat hem liggen. Ik neem niet op.
Ik app 10 minuten later terug dat ik er geen zin meer in heb. De ondankbaarheid van haar en de kinderen, dat ik er genoeg van heb en ga kiezen voor mijzelf.
Voor het eerst kies ik ervoor om niet te rennen, zodra iemand roept.
Niet te springen.
Niet te vullen.
Gewoon… niet.
Later die dag krijg ik een bericht:
“Mam doe niet zo raar, waar ben je?? Linda kan ons echt niet komen helpen!”
Ik kijk ernaar.
En ineens moet ik lachen.
Natuurlijk kan ze niet.
Dat is haar hele rol.
Ik leg mijn telefoon weg.
Schenk koffie in.
En voor het eerst in jaren voelt stilte niet leeg.
Maar verdiend.
Want als zij de oma is van het feestje…
dan ben ik klaar met het zijn van de onzichtbare motor erachter.

