Freek en z’n KneuterKornuiten!
Freek en z’n KneuterKornuiten!
Freek had vrienden.
Nou ja… vrienden.
Eigenlijk een groepje mislukte padvinders met Gore-Tex-trauma’s en een fascinatie voor vakanties waar ieder normaal mens spontaan netelroos van krijgt.
Daar gingen ze weer.
Plan van dit jaar: “Wadlopen!”
In januari! Hoe verzin je het…
Bij zonsopgang.
Met blote voeten. Omdat “dan voel je echt de aarde, man.”
Freek had nog geprobeerd iets zinnigs te zeggen, iets als:
“Jongens, het is MIN DRIE en we hebben allemaal hielspoor dankzij onze mentale vermoeidheid, kunnen we niet gewoon een keer naar een huisje met wifi en warme muffins?”
Maar nee hoor.
Timo – die altijd het hardst schreeuwde maar nooit een kaart kon lezen – had al een route uitgeprint uit 2006 (“want die werkte toen prima”).
Rick – de enige man die een rugzak kocht van €299 om zijn deodorant in te vervoeren – had z’n wandelsandalen al aan.
En Joris, de zelfverklaarde biersommelier, had 24 halve liters ingepakt “voor de sfeer” en verder niets. Geen tandenborstel. Geen sokken. Geen broek met rits.
Dus daar gingen ze.
Zes uur ’s ochtends.
Kouder dan het hart van een parkeerwachter.
Met voeten in slik, die je langzaam je waardigheid afnamen.
“Zie je dat daar in de verte? Een zeehond!”
“Nee, dat is Freek. Die is gestruikeld in een modderpoel van wanhoop.”
Na een uur was iedereen doorweekt, woedend en lichtelijk hypothermisch. De zeehondjes loerden vanuit de verte alsof ze een soort Darwiniaans realityprogramma keken: Wie Wordt de Domste Mens op het Wad?
’s Avonds probeerden ze op te warmen in een tentje dat volgens de folder “geschikt was voor alle seizoenen”, maar in werkelijkheid gemaakt bleek van gerecycled koffiefilterpapier. Rick viel in slaap met zijn sokken op zijn oren omdat “dat helpt tegen tinnitus” en Joris morste een halve liter bokbier over zijn slaapmatje. Ze werden wakker in elkaars armen omdat ze zoveel kou hadden geleden die dag.
Freek lag wakker.
Niet alleen van de kou.
Maar van het besef:
Hij had weer “ja” gezegd op een vakantie met mensen die “gezellig” verwarren met zelfkastijding.
Volgend jaar gaat Freek op solo-retraite.
In een spa.
Met warme dekens.
En mensen die geen wad zeggen tegen alles wat bewegen en afzien inhoudt.
-Freek en de Fjorden-Faaltocht
“Het wordt episch,” zei Timo.
“Back to basics,” zei Rick.
“Bier is daar goedkoper dan water,” zei Joris.
Dat was genoeg voor Freek om alweer zijn gezond verstand in te pakken naast zijn thermosfles en een gevoel van naderende spijt.
Bestemming: Noorwegen.
Vervoer: de nachtpont naar ergens-nabij-Bergen.
Doel: een “natuurlijke” fjordentocht van zeven dagen.
Let op: niemand had ooit eerder een fjord gezien.
Laat staan beklommen.
Laat staan overleefd.
Maar goed. Timo had op een vaag forum gelezen dat “deze route door de zuidelijke kloven echt voor beginners is, joh” en had een screenshot als bewijs.
Rick had zijn uitrusting bij de kringloop gehaald (“duurzaam, bro!”), inclusief een regenjas die eerder als natte vaatdoek door het leven was gegaan.
Joris had 3 liter zelfgebrouwen IPA Pale bier brouweritus meegenomen in petflessen met ducttape (“moet gisten onderweg, anders werkt het niet”).
Dag 1: Ze begonnen opgewekt. Selfies, sokken nog droog, moreel hoog.
Dag 2: Mist. Hagel. Freek kreeg een steen tegen z’n knie die “toch al niet lekker voelde sinds 2017”.
Dag 3: Rick verdwaalde op 20 meter afstand van de groep omdat zijn kompas “op gevoel werkte”.
Dag 4: Timo viel in een bergbeek tijdens het urineren. (“Je moet meegaan met de natuur!” …hij werd daarna een uur stil.)
Dag 5: Ze aten gevriesdroogde couscous uit zakjes. Freek huilde zachtjes. Niemand zei iets.
Dag 6: De route bleek eigenlijk een klimexpeditie. Joris zijn schoenen waren bedoeld voor dansles. Hij begon te hallucineren dat rendieren hem bier aanboden.
Dag 7: Ze bereikten de top. En daar… daar… was er niets. Geen uitzicht. Alleen wolk. Koud. Nat. Wind met de persoonlijkheid van een zure schoonmoeder. Het leek net Wier, zeehonden ver in de verte ergens, maar niemand die het zag alleen maar een verre verte met niets meer dan niets.
Timo probeerde nog: “Kijk, man. We hebben het gehaald. Dit is puur!”
Freek antwoordde: “Puur waardeloos.”
Ze daalden zwijgend af.
Rookten illegaal gevonden sigaren.
Dronken Joris’ IPA.
En beloofden nooit meer te spreken over de Fjorden-Faaltocht.
Freek en de Camping vol Kinderen (en één wc)
Of: hoe je in vier dagen dertig decibel gehoorbeschadiging, darmproblemen én een jeugdtrauma oploopt, zonder zelf kinderen te hebben.
Freek had dit keer gezegd:
“Ik wil nu eens echt rust.”
Niet “stoer”, niet “avontuurlijk”, niet “back to basics”, maar gewoon: rust.
Boekje, wijntje, uitzichtje.
Misschien af en toe een merel die fluit.
Zo’n vakantie dus.
Dus Joris vond een “supergezellige natuurcamping” in Brabant.
Dat klonk goed.
Totdat de term “kindvriendelijk” op de website in het echt werd ontcijferd als:
Een losgeslagen kleuterfestival zonder volumeknop.
Dag 1:
Freek arriveerde met zijn tentje.
Op de site naast hem stonden drie gezinnen met in totaal 14 kinderen.
Twee daarvan droegen capes en riepen “IK BEN EEN DRAGON!”
Eentje had een fluit gekregen.
Van wie? Niemand weet het.
Waarom? Duister mysterie.
Het kind stopte pas toen de fluit per ongeluk in de sloot belandde (Freek keek onschuldig weg, maar zijn blije gezicht verraadde alles).
Die avond wilde hij naar de wc.
Er bleek één toiletgebouw.
Met één wc.
En een wachtrij van acht kinderen, waarvan er vier een natte broek hadden en twee met een drol in hun hand aan hun moeders rokken trokken.
Freek draaide zich om, ging terug naar zijn tent en besloot: “Ik plas wel in een fles.”
Dag 2:
Ochtendrust: mislukt.
Vanaf 06:30:
-
Een meisje dat “Let It Go” zong. Acht keer. Vals.
-
Iemand die met een stok op een pan sloeg “om de bijen weg te houden”.
-
Iemand anders die dacht dat 07:00 het juiste moment was voor slijm maken op het picknickbankje.
Freek overwoog een stille meditatie.
Dat lukte, totdat een kind met chocomelhanden in zijn tent dook, riep “HALLO OOMPIE!” en op zijn luchtbed sprong.
De luchtbed leek sindsdien permanent depressief.
Dag 3:
Barbecue-avond.
Iedereen had stokbrood.
Behalve Freek, want de kinderen hadden het opgevreten als muizen op speed.
Zijn tofu-worstje viel in het zand.
Een jongetje probeerde zijn vegan worstje terug te geven met zand, gras én een mier erbij: “Hier meneer, ik heb hem gered.”
Freek zei “dankjewel” en dacht ondertussen aan een vliegtuig naar Lapland.
‘s Nachts moest hij wéér naar de wc.
De wc bleek verstopt.
De oorzaak bleek een dag later: een kind had geprobeerd een hele barbiepop door te spoelen.
“Ze moest naar de wc hoor!” zei het kind.
“Ze is erin gevallen,” zei de vader.
Freek huilde in stilte.
Dag 4:
Einde verhaal.
Freek werd wakker met een scheetkussen onder zijn hoofd en een kind dat zijn tenen schilderde met glitternagellak.
Hij pakte zijn spullen, verliet de camping met de gratie van een man die net uit een oorlog kwam, en nam zich voor:
Nooit. Meer. Gezelligheid.
Volgende keer op vakantie met zijn vrienden?
Alleen als het in een geluiddichte bunker is.
Zonder kinderen.
Zonder fluiten.
Zonder barbiepoppen in het riool.
Slogan voor de camping?
“Camping De Stilte”
(…niet waar de stilte is, maar wel waar je de rest van je leven naar verlangt.)
Freek in Frankrijk (zonder Frans)
Of: hoe je in één week vijftien baguettes, twee parkeerboetes, en een identiteitscrisis oploopt omdat je denkt dat je Gérard heet.
Freek had uiteindelijk besloten:
“Ik ga deze keer alleen op vakantie.”
Vrijheid, rust, wijn.
Hij boekte een schattige gîte in Zuid-Frankrijk, ergens tussen de lavendel, de leguanen en de luide krekels.
Wat kon er misgaan?
Nou.
Van alles dus.
Dag 1: Aankomst
Hij arriveerde in het dorpje “Saint-Bidon-sur-Bidon”, wat volgens Google Translate “heilige dop op de dop” betekent.
Klinkt als een kapotte flessenfabriek, maar goed.
Het huisje was prachtig.
Het uitzicht: heuvels, zon, een kabbelend beekje.
Totdat de buurman – Gérard – langskwam.
Gérard sprak geen woord Engels.
Freek sprak geen woord Frans.
Dus de eerste kennismaking verliep als volgt:
Gérard: “Bonjour!”
Freek: “O, eh… bon…jur.”
Gérard: “Vous êtes Gérard aussi?”
Freek (in paniek): “Oui! Moi Gérard aussi!”
En zo werd Freek, voor de rest van de week, Gérard.
Dag 2: De supermarkt
Freek wilde boodschappen doen.
Hij dacht slim te zijn en had alles in Google Translate gegooid.
Maar bij de kassa vroeg de caissière iets als: “Carte de fidélité?”
Freek hoorde alleen “fidelité” en riep:
“Non! Je suis célibataire!”
(= “Nee! Ik ben vrijgezel!”)
De rij achter hem begon te giechelen.
De caissière bloosde.
Freek bloosde ook.
Hij vergat zijn brie en kocht per ongeluk vijf pakken kattenvoer.
Hij heeft geen kat.
Dag 3: De markt
Op de markt wilde hij druiven.
Maar hij zei per ongeluk “raisin sec” (= rozijnen).
De boer lachte hem uit, gaf hem een zak vol mummies van druiven en riep:
“C’est bon pour les dents!”
Freek dacht aan zijn vullingen en liep door naar het kaaskraampje.
Daar wees hij een kaas aan en vroeg: “Est-ce que c’est dur?”
(= Is deze hard?)
De vrouw achter het kraam verstond “Est-ce que c’est d’amour?”
(= Is dit van liefde?)
Ze knikte plechtig, sloot haar ogen en zei:
“Toujours.”
En stopte hem een halve camembert in z’n hand, gratis.
Freek nam haar mee in overweging.
Dag 4: Het dorpsfeest
Freek ging dapper naar het jaarlijkse dorpsfeest:
“La Fête de la Chèvre.”
(= Het feest van de geit.)
Er was wijn.
Veel wijn.
Er was een geit.
Ook veel geit.
Hij werd meegesleurd in een traditionele dans door een vrouw met een snor die hem “mon petit chou-fleur” noemde.
Hij had geen idee of hij uitgehuwelijkt werd of gewoon dronken was, maar hij vond het gezellig.
Dag 5: Gérard komt terug
De buurman kwam langs met zijn kippen.
Gewoon, voor de gezelligheid.
Hij had er drie.
Eentje heette Céline.
De ander Bardot.
De derde was Freek.
Freek zei: “Oui, moi aussi.”
Ze dronken samen pastis, communiceerden met handen, voeten en geluiden die nergens op sloegen maar diepe broederschap opriepen.
Freek voelde zich thuis.
Hij was één met het dorp.
Hij was nu officieel Gérard #2.
Dag 6: De boete
Hij parkeerde verkeerd.
Voor een fontein.
Waar een non stond.
Met een boetevel.
Hij probeerde zich eruit te lullen met:
“C’est pas une vraie voiture, c’est une émotion.”
Ze knikte.
En gaf hem twee boetes.
Dag 7: Vertrek
Hij zwaaide naar de kippen.
Gaf de camembertvrouw een handkus.
De boer met de rozijnen gaf hem een arm vol perziken.
En Gérard #1 riep:
“À bientôt, Gérard!”
Freek lachte.
Hij had geen idee wat het betekende, maar het klonk als thuiskomen.
Volgend jaar gaat hij weer.
Natuurlijk.
Want in Frankrijk mag je Freek zijn.
Of Gérard.
Of gewoon iemand die druiven wil kopen en per ongeluk de liefde vindt in een kaas.
Hij had eindelijk genoten van zijn zelfgekozen vakantie en niet dankzij vrienden die van alles leuk vonden wat hij niet leuk vond.

