Vuurwerkloos Oud en Nieuw is geen Oud en Nieuw
Elk jaar, zoals gewoonlijk, verzamelde de familie zich bij opa en oma. De woonkamer was een wirwar van lichtjes, kaarsen op de tafels en gouden en zilveren kerst slingers die zachtjes heen en weer wiegden als je voorbij liep. De geur van bitterballen en gehaktballetjes in satésaus drong door tot in elke hoek, vermengd met de zoete geur van toastjes met zalm en brie, en de kruidige warme hint van nootjes in een schaal op de salontafel. Gelach weerklonk, kinderen renden van kamer naar kamer, stuiterend van energie, terwijl de volwassenen elkaar verhalen toefluisterden, grapjes maakten en af en toe een traantje van ontroering wegveegden.
De drank vloeide rijkelijk, de muziek stroomde door de kamer.
Het was een groots feest. Iets dat generaties lang standhield, waar ieder van hen naar uitkeek, een moment van samenkomen dat het jaar omlijstte. Opa zat in zijn stoel met een glas rode port, met een glimlach die alles zei: hier hoort alles bij elkaar. Oma liep rond, de borden aanvullend, samen met haar dochters en schoondochters, de kinderen lichtelijk afremmend bij hun ondeugende streken, en toch genietend van het geroezemoes dat haar huis vulde.
Toen sloeg de klok twaalf.
“Gelukkig nieuwjaar!” wilden ze roepen, hun stemmen in koor, zoals altijd. Maar er was geen nieuwjaar meer. Geen knallen, geen vuurwerk dat de hemel deed oplichten, geen gezang van vreugde buiten. Alleen stilte. Voor het eerst in jaren klonk buiten niets anders dan een diepe, allesomvattende stilte, zo vreemd dat het bijna tastbaar leek.
De kinderen stopten met spelen, verwarde ogen keken elkaar aan. De volwassenen fronsten, stil geworden, hun stemmen weggevallen in de leegte. Opa en oma staarden elkaar aan, hun glimlachen bevroren, alsof ze probeerden te begrijpen wat er net gebeurd was. Het feest, zo lang gekoesterd, voelde ineens leeg.
Langzaam namen ze afscheid. Niet met een knal van vuurwerk of een luid gelach dat het nieuwe jaar inluidde, maar met een stille omhelzing, een handdruk, een zacht “tot volgend jaar, hopelijk…” dat nauwelijks over de lippen kwam.
Waarom moest dit kapot? Waarom moest weer een traditie verdwijnen, zoals zoveel? De regering had besloten, gedachteloos, zonder te beseffen dat sommige momenten niet alleen rituelen zijn, maar het hart zijn van een familie, het ademen van verbinding en het bewaren van herinneringen. De regering die dit besloten had zonder referendum. Een regering die betaald werd door belastinggeld van de mensen en toch besloten te doen wat velen niet wilden.
Vuurwerk hoort bij oud en nieuw, vuurwerk zorgt ervoor dat het oude jaar weggeschoten wordt aan negatieve energieën en geesten en dat het nieuwe jaar goed kan beginnrn.
En zo verdween nog een feestdag. Niet door oorlog of natuur, maar door een besluit dat geen gevoel kende. Een moment van samenkomen, van vreugde, van leven, weggevaagd door een stilzwijgende hand van onbegrip.
———————
-In de 13e eeuw doet vuurwerk zijn intrede in Europa via migranten en handelaren. Ook Europeanen gebruiken het voor oorlogsvoering en tijdens feestelijkheden, zoals koninklijke feesten en overwinningen. Zo vieren Nederlanders het einde van de Tachtigjarige Oorlog in 1648 met vuurwerk op de Dam in Amsterdam. En in de 17e eeuw zijn bij het Franse Paleis van Versailles, vlakbij Parijs, regelmatig vuurwerkspektakels te zien.
In de 19e eeuw gaan burgers voor het eerst vuurwerk afsteken rondom oud en nieuw. Ook ontstaan de eerste vuurwerkfabrieken in deze tijd. Maar pas na de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) neemt de traditie echt een vlucht. Waarschijnlijk nemen migranten uit de voormalige kolonie Nederlands-Indië deze gewoonte mee uit Indonesië. Maar nog veel belangrijker is dat vuurwerk steeds makkelijker verkrijgbaar wordt vanaf de jaren 60 door import van goedkoop vuurwerk uit China. Door de stijgende welvaart in deze tijd kunnen steeds meer mensen het bovendien betalen.”



