Verboden Blikken en Stamppot
Verboden Blikken en Stamppot
Op kantoor liep alles volgens de regels. Althans, dat dacht iedereen. Maar soms, heel soms, zag je iets in een ooghoek. Een blik. Een glimlach die iets te lang bleef hangen. Onder de trap, als niemand keek. Boven de trap, een seconde te lang, een vonk die niet hoorde te bestaan. Hij, netjes getrouwd, haar handen keurig op de toetsenbord. Maar die blik… die blik zei: ik zie je, jij ziet mij.
De gangen werden een mijnenveld van stiekeme ontmoetingen. Papier kwijt, op? Natuurlijk. Even bukken en hop, weer een stiekem oogcontact. Printer stuk? Natuurlijk. Dan maar met de lift omhoog, twee verdiepingen, en ja hoor, daar was die blik weer. Niemand mocht het weten, het moest luchtig, ongrijpbaar, heel intens intiem verboden.
Maar thuis… oh, thuis wachtte de echte wereld.
Moeders de saaie huisvrouw MUS MUTS, met een gezicht alsof ze net een hele koffer vol ergernissen had opengeslagen, smijt de dampende pan met alweer stamppot op tafel. “Eten!” roept ze, met de energie van iemand die al dertig jaar hetzelfde liedje zingt.
De kinderen? Snottebellen, gezeik, gestruikel over laarzen en boeken. “Papa zegt dat…” “Mama zegt dat…” “Waarom mag hij dat wel?” De chaos bruist als een vulkaan, en middenin dat alles staan zij, getrouwd, gevangen, en net gescheiden van die stiekeme spanning op kantoor, hun blik vangt elkaar op kantoor en flitst nu door de woonkamer: hier zijn wij, even maar, in de gewone dagelijks gekozen wereld, en op kantoor in een wereld die niet begrijpt.
En zo gaat het leven door: verboden blikken op kantoor, stiekeme vonken tussen kopjes koffie, en thuis… stamppot, gezeur, snottebellen. Alles tegelijk. Alles normaal. En toch, soms, heel soms, voelt het alsof het hele leven even op pauze staat, en alleen dat ene moment van herkenning telt.
