De Woningbouwfluisteraars – een waargebeurd absurdistisch verslag uit Wings’ Leven
De Woningbouwfluisteraars – een waargebeurd absurdistisch verslag uit Wings’ Leven
In een land waar de regen horizontaal valt en de bureaucratie verticaal, woonde ikke.
Met uiteraard een brandschoon huis, een scherpe blik en twee chihuahua’s die meer ziel hadden dan de gemiddelde woningbouwmedewerker hersencellen.
Het begon ooit met Mister Darcy, de mini-aristocraat die nooit een dag in zijn leven een pauperwandeling zou eisen. Hij keek altijd alsof hij drie levens terug nog professor was geweest in de metafysica van hondenbrokjes.
Maar zelfs zijn verfijnde geest was niet opgewassen tegen… de woningbouw.
Mister Darcy zat op zijn favoriete plek richting het raam, zijn kleine lijfje gespannen, elke voorbijganger als potentiële bedreiging beschouwend. Zijn Kreeft-ascendant maakte hem overgevoelig, maar je kon niet anders dan van hem houden.
Plotseling ging de deurbel. Mister Darcy explodeerde in een concert van blaffen dat een professionele operazanger jaloers zou maken. Jij keek naar hem en dacht: “Ja, ja, je bent dapper…
De Wc-Bril Saga
Dus op een dag verscheen hij. Een man met een gereedschapskoffer uit 1992 en een blik alsof hij al drie keer verdwaald was in je hal.
“Mevrouw, ik kom de wc-bril even vervangen. Wat is er mis mee. Kapot? Waar dan?”
Alsof je zou liegen! ‘Kijk daar, dat schroefje… Is dat alles?’ bromt hij nog.”
Dat klonk simpel.
Totdat hij een half uur boven verdween.
Een half uur!
Ik zat beneden en dacht op een gegeven moment:
“Deze vent zit óf mijn tandenborstel op plekken te steken waar de zon nooit schijnt, óf hij voert een persoonlijke strijd met de zwaartekracht.”
Toen hij terugkwam, zei hij met een zeldzame trots:
“Zo, gelukt.”
Alsof hij een openhartoperatie had uitgevoerd in plaats van twee schroefjes vastgedraaid.
De Deurbel die Nooit Bestond
Daarna kwam de volgende episode:
“Uw bel werkt niet goed’’? Na een blik van expertise waar een kaakchirurg jaloers op zou zijn vraagt hij: ‘’ Waar is het kapje?”
Ik keek hem aan alsof hij net had gevraagd waar ik mijn unicorn parkeerde.
“Welk kapje? Ik heb nog nooit naar die bel gekeken.”
Want niemand ter wereld kijkt naar het kapje van een deurbel.
Niemand heeft ooit gedacht:
“Goh, laat ik eens de emotionele toestand van mijn deurbel analyseren.”
Maar woningbouwmensen leven in een parallel universum waar deuropeningen heilige plekken zijn en kapjes mysterieuze relikwieën.
De Heilige Ventilatie
En dan… het doucheraampje.
Het eeuwige refrein.
Het mantra van hun beschaving.
Elke keer weer:
“Ventileert u wel voldoende?”
“Raampje open hé!”
“Ventilatiesysteem altijd aan!”
“Elke keer na het douchen hé? Elke… Keer.”
Ze zeiden het op zo’n toon dat ik op den duur dacht dat ik een tropisch regenwoud onder mijn douche had verstopt.
Dus vandaag zette ik het raampje maar op een kier.
IJskoud in huis natuurlijk.
Je adem bevroor onderweg naar de keuken.
De honden keken me aan met een blik van: Wings… dit is dierenmishandeling.
Maar toen kwam hij weer binnen.
“Ooooh, goed zo! Ik zag dat u het raampje open had staan! Wat geweldig! Ja heel goed!”
Hij zei het alsof ik cum laude was afgestudeerd aan de Universiteit van Ventilatiekunde.
Toen kwam het vensterbank-incident.
Het was in de voorkamer.
“Een vensterbank?” zei de man, alsof je hem net had gevraagd een nieuwe maan te planten. “Nee hoor, dat kan niet, stel je voor dat de hele buurt het wil!” Jij dacht: poeh, 40 euro… en 35 jaar geleden hebben ze dat hele huis zonder vensterbank gebouwd? Schandalig. Dom. Gewoon dom. Stel dat de hele buurt 40 euro wil zeg!
Dat ze al jaren teveel huur betalen denken ze niet over na.
1 x maar 40 euri.
Hahahaha!
De Man die Kwamen Poepen
En dan die ene situatie uit het flatje vroeger.
Brandschoon huis. Ik vergeet het nooit meer!
Alles glimmend.
De geest van Dettol zweefde in de lucht als een heilige ziel in mijn flat.
“Mag ik even gebruikmaken van het toilet?” vroeg hij.
Een onschuldig verzoek.
Ik zei ja. Heel gul en vriendelijk, ja waar moest hij anders plassen…?
Nou dat heb ik geweten.
Die man zat te schijten op mijn superschone wc (waar je nog van kon eten b.w.v.s) alsof hij drie eeuwen verstopping, trauma en een existentiële honger naar darmverlossing van zich af gooide.
Het was een geur die niet bestreden kon worden met klassieke middelen.
Dit was echt van een hoog exorcisme-niveau.
Dit was een psychische oorlogvoering.
Ik ontsmette naderhand het hele toilet. De wc, de muren, het plafond, mogelijk zelfs de tijdlijn.
De Conclusie
En daar stond ik.
Met koude voeten, een open doucheraampje, een ijskoud huis, je stookt voor de kat zijn EU, een kapotte deurbel zonder kapje en een nieuw geplaatste wc-bril die waarschijnlijk de komende 48 uur nog met hem zou napruttelen.
Ik keek naar Mister Darcy, die mij aankeek alsof hij het allemaal al wist.
Ik dacht:
“Ze zijn knéttergek.”
En Mister Darcy knikte met zijn kopje.
Want sommige zielen hebben geen woorden nodig om de absurditeit van de wereld te zien.
Tijd om het doucheraampje snel weer dicht te doen…


