De Kerstengel en de Verharde Wereld
De Kerstengel en de Verharde Wereld
Er was eens een kerstengel, liefdevol en met een groot van hart. Ze had vleugels die glinsterden als de eerste sneeuw, en bijzonder mooie ogen die alles zagen: de vreugde én het verdriet van de wereld.
Elk jaar met Kerst zweefde ze door de straten, over de daken, door de ramen, en keek naar de mensen. Ze zag harten die gaven, glimlachten, liefde die de kou verwarmden, handen die reikten naar elkaar. En ze voelde geluk in de eenvoud: een warm kopje thee, een knuffel, een kaarslicht.
Maar dit jaar voelde de engel iets anders. Iets was veranderd op aarde, hoe kon dat nu ineens?
Maar als ze naar de aarde keek leek alles wel bevroren en koud en kil. Het was niet zoals voorgaande jaren, het leek erger dan ooit.
Ze keek naar de mensen en zag muren. Muren van haast, van afleiding, van eigenbelang- egoïsme. Ze zag mensen die elkaar voorbij liepen, verdiept in hun telefoonschermen, intens in zichzelf gekeerd, dat ze het niet eens merkten wanneer een ander hulp, warmte of gewoon aandacht nodig had.
De interesse was er gewoonweg niet meer.

De kerstengel voelde verdriet dat er zo weinig terugkwam van wat sommige mensen met een warm open hart wel gaven. Dat het geven niet werd weerspiegeld. Ze voelde zich als een vonkje dat in een storm van koude lucht trilde. Veel mensen waren eenzaam, intens eenzaam, maar velen klaagden niet, ze bleven staan, met verdriet in het hart. En ze zwegen, niemand die het zag, niemand die nog sprak. Het leek wel of het negatieve ging overheersen in de wereld ipv dat het goede en het licht overwon.
Toen kwam ze aan bij een huis, waar een jonge vrouw met een hart vol liefde, maar met tranen in de ogen, stil zat bij de kaarsjes op haar eettafel. De engel voelde het hart van deze persoon, zo groot, zo puur. Ze begreep: dit was ook weer iemand die meer gaf dan ze ooit terugkreeg. Iemand zoals zijzelf. Alsof dit mens een engel op aarde was.
De engel fluisterde zacht:
“Het doet pijn dat de wereld zo koud is geworden. Maar jouw hart is waardevol, precies goed zoals het is. Jij bent geen fout in de wereld; de wereld is gewoonweg te hard geworden. Jouw licht mag bestaan, ook al wordt het niet altijd beantwoord. Als er meer mensen op aarde waren zoals jij, dan zou de wereld een stuk mooier zijn”
En toen gebeurde er iets bijzonders. De vrouw legde haar hand plotseling op haar hart en voelde de warmte die van binnen kwam, een liefde die niet van anderen afhankelijk was. De engel glimlachte: ze besefte dat zelfs als de wereld verharde, haar licht niet werd gestolen zolang zij het koesterde.

De engel liet een kleine traan op de hand van de persoon vallen. Het voelde als een herinnering:
“Geef waar je kunt, bescherm jezelf waar nodig. Verwacht niet alles terug, maar wees aanwezig voor wie je kunt raken. Zelfs één vonkje kan het donker verlichten.”
De engel vloog weg dit jaar, met tranen van medeleven, verdriet voor de mensheid, maar ook van hoop. Want zelfs in een wereld die koud lijkt, zijn er mensen die wél zien, voelen, en geven. En soms, juist soms, vinden deze mensen elkaar. Daarop was de hoop gebaseerd, dat het goede zou overwinnen en niet het kwaad in de wereld en in de hoop dat mensen het licht in hun hart weer zouden vinden!

Inzichten voor mensen zoals jij
-
Je licht mag bestaan, ongeacht anderen. Jouw geven zegt niets over je waarde, het zegt alles over jouw hart.
-
Bescherming is geen egoïsme. Leer je energie te bewaren voor wie kan ontvangen, niet voor wie alleen maar kan nemen.
-
Verwachting minimaliseren helpt pijn te verzachten. Geef, maar verwacht niets terug.
-
Zoek je vonkjes. De mensen die wel zien, voelen, lachen of een hand uitsteken — dat is goud. Eén vonkje kan een heel duister negatief gevoel verlichten.
-
Zelfzorg is magisch. Kaarslicht, thee, een huisdier, een wandelingetje in de kou: dat zijn je kerstengelen die je niet ziet, maar die er wél zijn.



