Flagwerda en de Regenboog Polderverhalen
Flagwerda en de Regenboog
In Flagwerda, een klein Fries dorpje waar men normaal gesproken alleen over koeien, het weer en de lengte van het gras sprak, en elke zondag kuierde men gemoedelijk richting de kleine dorpskerk.
Maar plots zomaar op een zomerse dag, hing er ineens een regenboogvlag bij de kerk.
Nou, dat sloeg in als een bliksemschicht.
“Wat moatte wy dêr nou mit?!” (Wat moeten wij hier nu mee?) riep boer Sjoerd, terwijl hij zijn pet afrukte en er mee zwaaide alsof hij een veldslag leidde.
“De kerk is foar gebed en gien flauwekul!” (De kerk is voor het gebed en niet voor die flauwekul) bromde Trijntje van de bakker, die bekendstond om haar koppigheid én haar droge suikerbrood.
Maar het gemeentehuis luisterde niet. Die flauwekul, zoals de dorpelingen het noemden, nou, nou, dat mocht niet gezegd worden hoor, volgens de gemeenteambtenaren.
Nou, nu hadden ze dan een verkeerde aan de dorpelingen!
Nou zouden ze het krijgen ook.
Binnen een maand waren de zebrapaden in Flagwerda in regenboogkleuren geverfd.
De stoepen volgden.
De wc’s in het dorpscafé kregen regenboogdeuren. De huizen, de muurtjes rondom de kerk, de huizen.
En toen zelfs het gemeentehuis zelf van boven tot onder in bonte strepen geverfd was, begon de gemeente het zat te worden.
“Dit kin net langer!” (Dit kan niet lang zo) foeterde de burgermeester.
En op een dag stond de burgemeester op het marktplein.
Hij had zich net nog sterk gehouden, maar toen hij het hele plein in felle strepen geschilderd zag, zakte hij op de knieën en begon te huilen.
“Wat hawwe jimme my oandien!?” (wat hebben jullie mij aangedaan) jammerde hij, terwijl de koeien in de verte loom stonden te herkauwen.
Toen zei Grietien, de oudste van het dorp, met haar schelle stem:
“Dy reinbôge, dat stiet yn de Biebel, dat is fan ús allemaal! Net allinne fan rarigheden! Of rare heidens” (Die regenboog, dat staat in de bijbel, die is van ons allemaal! Niet alleen van die rarigheden, of rare heidens) schaterde ze het plots uit.
Ze zette haar handen in haar sappige zij en bulderde van het lachen:
Het dorp barstte in lachen uit. Zelfs de burgemeester moest snikken en lachen tegelijk.
En vanaf die dag besloten de inwoners van Flagwerda:
ze zouden koppig blijven, natuurlijk – want zo zijn Friezen nou eenmaal – maar de regenboog mochten ze dan toch samen delen. Het was een heel vrolijk dorpje.
Alleen de koeien?
Die keken er niet naar om.
Die aten gewoon het gras.
Na wekenlang mopperen, debatteren en stampvoeten onder de kerktoren, kwamen de dorpelingen van Flagwerda bij elkaar in het dorpshuis. Het regenboogplein glom buiten nog nat van de regen, net een discovloer.
“Wy kinne hjir net mei trochgean,” zei boer Sjoerd, die zijn klompen kwaad tegen elkaar tikte.
“Straks krije wy noch toeristen dy’t tinke dat wy in kermis binne! Of arger” ( we kunnen hier niet zo mee doorgaan want straks krijgen we toeristen en die denken dat wij een kermis zijn of erger)
Trijntje van de bakker knikte driftig.
“En de duiven? Dy binne al kleurenblyn fan dat felle gedoe!” (En de duiven zijn al kleurenblind van al de kleurige gedoe)
Toen stond Pake Jelle op, een man van negentig die altijd stil was, maar als hij sprak, luisterde iedereen.
Hy bromde:
“Friezen binne koppich, mar net dom. As wy dy reinbôge dan per se hawwe … dan meitsje wy der ok in swart-wite reinbôge fan.” (Friezen zijn koppig, maar niet dom, als wij die regenboog dan perse hebben, dan maken wij er ook zwart wit van)
Het werd doodstil.
Toen keek iedereen elkaar aan, en ineens begonnen ze te knikken.
“Dat is Frysk genôch.” (Dat is Fries genoeg)
“Moai idee.”
“Reinbôge mei de styl fan ús flagge!” (regenboog met stijl van onze vlag)
En zo gebeurde het.
Het hele dorp werd her en der herschilderd in zwart-wit strepen: het plein, de zebrapaden, zelfs de wc-deuren van het café.
Toeristen kwamen kijken, wezen en zeiden:
“Wat een aparte kunst!”
Maar de Friezen van Flagwerda zeiden trots:
“Dit is gjin keunst, dit is kompromis!”
En zo waren ze allemaal tevreden: de gemeente had een regenboog, maar het dorp ook nog genoeg, en het dorp bleef koppig, en de koeien?
Die aten nog steeds gewoon hun groene gras. Die onzin waren ze niet van gediend, maar gras was toch wel het allerbelangrijkste.


