In de herfst van het leven en het hart
In de herfst van het leven en het hart,
waar de jaren als stille verhalen neerdalen,
heb ik geleerd: liefde is een vluchtig schijnsel,
een aanraking die vervaagt als de morgenstond.
Ouder worden is als het temmen van een ongetemd vuur
dat ooit alles verlichtte, nu smelt in de kilte van stilte.
Geen warm deken van zoete strelingen
meer, geen hartenklop die mij hoeft te binden.
Elke kus, ooit zo veelbelovend,
bleek in het licht van belachelijke teleurstellingen.
Ik leerde dat warmte soms een schaduw is:
een echo van gemiste kansen, een spiegel van verloren dromen.
Nu wandel ik door dagen zonder de roep om nabijheid,
in een wereld waarin de ergste lessen
me hebben doen beseffen:
Waarom strijden voor wat in de regen verdampt?
Mijn huid, mijn ziel inmiddels gehard en onverschillig,
weet dat echte liefde soms slechts gewoonweg een illusie is,
toch blijft de herinnering aan vurige momenten met mensen niet waardig
als een stille rebellie in de kilte van de avond.
En toch, tussen de ruïnes van het verleden,
fluistert een gedempte wens:
Misschien, ooit, zal de zon weer doorbreken
en een zachte aanraking de hardheid verzachten.

