“Post voor Truus”
“Post voor Truus”
Truus van nummer 14 had sinds januari geen post meer gekregen. En dat terwijl ze zich had ingeschreven voor álles: folders, proefabonnementen, zelfs die actie waarbij je elke maand een mini-parfumflesje ontving dat naar vakantieliefdes rook. Maar niks. Nada.
Behalve dan één ding dat ze wél kreeg: gevoelens.
Voor de postbode.
Rick.
Knap.
Vriendelijk.
Onder de 40.
En in korte broek, ook in februari.
Sindsdien was Truus op missie. Elke dag om 10:13 — precies één minuut vóór de post bezorgd werd — stond ze op de stoep met haar teckel Sjors, die inmiddels een hekel aan wandelen had ontwikkeld en zich elke ochtend als een natte dweil op de mat liet zakken.
“Kom Sjors, we gaan even… eh… een luchtje scheppen. Je hebt nog niks gedaan vandaag.”
Sjors keek haar dan aan met een blik van: ik weet wat jij probeert, vrouw. En het is gênant.
Op dag 42 gebeurde het. Rick de postbode stopte bij haar brievenbus, draaide zich om en zei:
“Goh mevrouw, u bent er wel élke dag hè?”
Truus bloosde zo hard dat haar wenkbrauwpotlood begon te smelten.
“Ja joh, Sjors moet veel plassen sinds… eh… sinds z’n niersteenmeditatie.”
Rick glimlachte beleefd. “Weet u trouwens dat uw post is omgeleid naar nummer 41? Die hebben hier een tijdje geleden iets verkeerds ingevuld bij de bezorgdienst.”
Truus viel stil.
Nummer 41… die ouwe zuipert met dat roestige tuinbeeld en z’n sokken in sandalen?
“Maar,” zei Rick terwijl hij een envelop uit z’n tas haalde, “ik heb het vandaag hersteld. Vanaf nu krijgt u alles weer netjes op uw eigen adres.”
Hij knipoogde. “Behalve dan m’n glimlach. Die is universeel.”
Truus was verkocht.
Sjors plaste van pure frustratie tegen zijn been. Hij merkte het niet.
Sindsdien laat Truus de post gewoon aan huis bezorgen. Niks brievenbus aan de weg! Hups weghalen.
Maar wel in haar mooiste bloemetjesjurk,
met een kopje koffie in de hand,
en Sjors in therapie.
En wie weet wat het lot nog kon brengen met die leuke postbode!


