Ik heb nog altijd hoop. (kort verhaal)

Op een zomerse zaterdagochtend, liep ik even naar de supermarkt in mijn flamboyante gevlamde oranje dress, uitwaaierend rondom mijn onderstelsel, heerlijk luchtig natuurlijk. Ik zou een ontbijtje gaan halen.
De zon scheen al heerlijk, hoe dat mogelijk was in dit frisse kikkerland is natuurlijk de vraag. Echte zomers zijn niet meer zo van nu, en alleen van vroeger.
Maar die dag staat in mijn geheugen gegrift als ware het een bladzijde uit het boek des levens.
Op mijn slippers wist ik toch snel de super te bereiken, ik ben ze wel gewend immers.
Waar ik bij het binnengaan van de supermarkt hem tegen het lijf liep.
Mijn hemel mijn hart bonkte in mijn keeltje, dat kan ik wel zeggen, toen ik tegen zijn brede borst aanbotste.
Een pracht exemplaar zomaar tegen mij aan. En ik ben anti tattoeages maar bij dit heerschap stond het maar wat stoer. Wat zal hij geleden hebben, dacht ik nog, kijkend naar al die tekeningen op zijn armen.
Prachtige gespierde bovenarmen, onderarmen, armen, hij was het helemaal.
Ik stamelde, Oh sorry!
En hij zond mij een glimlach, die de sterren aan de hemel niet konden evenaren. Het leek alsof de bliksem insloeg.
Zijn ogen keken mij ondeugend aan, vanonder prachtige wimpers, onvoorstelbaar dat, dat bestaat zonder mascara!
Hij weer wel natuurlijk.
Zijn lippen krulden zich om zijn spierwitte tanden.
Hmmm geeft niets hoor, zei hij vriendelijk. Zijn Hmmm had een bepaalde bromtoon, als in beren die brommen ofzoiets, het sloeg mij direct in mijn zieltje.
In zijn handen hield hij een zakje croissants en een krantje.
Prachtige handen overigens, niets mis mee, lang en slank en mannelijk.
Om zijn pols een horloge, die ingebed leek in zijn harigheid des mans.
Ja, heerlijk, om naar te kijken, dat dan weer wel.
En zijn haren, golfden als de beste shampoo reclame ooit, tot in zijn nek.
Goudbruine krullen, glanzend en vragend om aangeraakt te worden.
Om doorheen gewoeld te worden.

Ik voerde een intens gevecht met mijzelf op dat moment, hoe kon een man dit in mij opwekken, dat was toch onvoorstelbaar?
Ik kende hem immers niet eens.
Onderzoekend keek hij mij aan, alsof hij als arts mijn hartslag kon waarnemen op dat moment.
De glimlach bleef om zijn mondhoeken.
Ik staarde als een verliefde idioot naar hem. Hij gaf mij een knipoog, mijn keel werd droog. Kurkdroog.
Ik slikte even snel.
Ik vroeg aan hem plotseling, kon mezelf wel voor mijn kop slaan:
Neuken?
Zijn ene wenkbrauw schoot omhoog, ik heb nu geen tijd helaas, zei hij.

Mooie jurk, zei hij nog bewonderend, zijn tong gleed langs zijn mooie lippen, hij knipoogde nogmaals zeer ondeugend en daar ging hij weer.
Voor mij uit, de winkel uit.
Ik moest nog naar binnen. Ik wilde me omdraaien maar toch, bleef mijn blik aan hem vastzitten, alsof ik onder zware hypnose was.
Ik zag zijn postuur, en keek toen naar zijn broek.
Een diepe zucht kwam uit mijn keeltje. Ach wat schattig.
Op zijn kont, hing zijn broek wat losjes slobberig te wezen en sindsdien…?
Val ik wel op mannen met slobberbroeken aan.
Gewoon van achteren, je weet wel. Zo van, ik draag je al 3 dagen, je moet bijna in de was- broeken.
Het heeft iets, die perfectie en dan dat!
Ik heb hem nog niet weer gezien, misschien woont hij niet eens in de buurt, maar toch.
Ik heb nog altijd hoop.

©AngelWings

Facebooktwitterpinterestmail

Gerelateerde Berichten