web analytics
AngelWings Verhalen

Dineke en haar Chihuahua-Man

Dineke en haar Chihuahua-Man

2adb07537f2041b26f4c13fe4dc0cce4 AnGel-WinGs.nl
Of: Hoe ware liefde vier pootjes had en z’n eigen dekentje meenam

Dineke had al jaren een vaag vermoeden.
Niet over de overheid, of de buren met dat rare windmolentje. Nee, over haar chihuahua.
Specifieker: over die ene.
Die éne, die haar soms aankeek met ogen die meer wisten dan goed voor haar was.
Zo’n blik van: “Wij hebben elkaar al eens eerder ontmoet… alleen toen had ik nog een rijbewijs.”

Hij heette officieel Señor Pepito van ’t Zand. Maar Dineke noemde hem meestal gewoon Peppi.
Peppi was anders. Peppi snurkte met beleid. Peppi kroop ’s avonds tegen haar aan met een zucht die verdacht veel leek op: “Lekkere dag gehad schat?”
En Peppi keek haar aan alsof hij op het punt stond een serenade te beginnen.
Met maracas. En een flamenco pet.

Soms, als ze ‘s avonds op de bank zat, en Peppiop haar borst klom als een harig kruikje, dan dacht ze:
“Als dit geen reïncarnatie is, weet ik het ook niet meer.”

Ze dacht terug aan al haar exen.
Zoals die ene met de stinksokken en de PlayStation-verslaving.
Of die man die haar keuken ombouwde tot rookhok “omdat dat nou eenmaal sfeervol is met kerst”.
Of de ene met het stemmetje dat alleen omhoog ging als hij loog.
En dan keek ze naar Peppi, die zachtjes snurkte, met z’n pootjes op haar hart, en dacht:
“Waarom zou ik nog zoeken? Mijn zielsverwant ligt gewoon naast mij op een fleecedekentje en ruikt naar hondenkoekjes.”

Misschien was hij ooit een echte man.
Een oude geliefde, betoverd door een jaloerse heks omdat hij z’n sokken nooit opruimde.
Misschien had het universum hem een tweede kans gegeven — maar dan als chihuahua, om hem wat nederigheid bij te brengen.
Nou, dat was gelukt.

Peppi was er altijd.
Loyaal.
Warm.
Oog voor detail (vooral als dat detail een stuk vlees was).

Gerelateerde artikelen

En op een dag, toen de wind waaide alsof hij oude waarheden wilde fluisteren, keek Peppi haar aan.
Lang.
Zacht.
Met een blik die zei: “Je hebt me eindelijk door, Dineke. Het was altijd al jij. In elk leven.”

En toen liet hij een klein fartje.
Want ja. Hij was dan wel een reïncarnatie van een man…
…maar nog steeds een chihuahua.

Nu was Dineke gewend geraakt aan het idee dat haar hond, Peppi — officieel Señor Pepito van ’t Zand — misschien een gereïncarneerde minnaar was met een voorkeur  voor zachte dekentjes en vlees van het bord.
Maar wat ze die ene avond ontdekte, ging zelfs haar verbeelding te boven.

Ze had net een kopje rooibos ingeschonken, haar pantoffels schoten vonken van statische elektriciteit, en Netflix wilde alweer dat ze bevestigde dat ze “nog steeds keek.”
Natuurlijk keek ze.
Alleen lag haar afstandsbediening onder een warm hoopje Peppi.
De chihuahua-man lag opgekruld tegen haar been, snurkte zachtjes, maar… met één oog nét open.
Hij werd wakker toen ze de afstandsbediening wilde pakken, hij verschoof wat en liep even later naar de keuken om wat te smikkelen. Langzaamaan vielen haar ogen dicht tijdens het kijken naar een Koreaanse serie.

Na een uur werd ze wakker. Toen hoorde ze het.
Getik.
Niet van de regen. Niet van een horloge. Nee — van haar laptop.
Die stond open op de eettafel. En tikte.
Vanuit zichzelf!

Dineke legde  haar afstandsbediening zachtjes neer, deed haar sloffen uit (voor het geval dit bovennatuurlijke snelheid vergde), en sloop als een ninja richting de bron.

En daar zag ze het.

Peppi.
Zittend voor haar laptop.
Voorovergebogen, met z’n voorpootjes op het toetsenbord.
Als een professioneel ghostwriter.

Ze kon haar ogen niet geloven.

Op het scherm: een Word-document met de titel: “Mijn Leven met Dineke: Een Chihuahua’s Dagboek.”
Ze las, verbijsterd:

Maandag:
Dineke was weer prachtig vandaag. Ze rook naar kaneel en kattenshampoo.
Ik heb op haar borst gelegen en gedroomd van vroeger. Van toen ik nog een man was met een bakfiets en een zwak voor vrouwen met lef.

Woensdag:
Ik heb per ongeluk in haar slipper gepoept.
Niet als wraak — als waarschuwing. Ze zou die date met die man met dat rattengezicht niet moeten doen.
Hij snapt haar ziel niet. En zijn schoenen kraakten irritant.

Vrijdag:
Ik typ dit met m’n poten. Moeizaam, maar liefde is een krachtig ding.
Als ik ooit weer mens word, vraag ik haar ten huwelijk.
Maar tot die tijd blijf ik bij haar.
In stilte.
In trouw.
En soms in haar tas als ze boodschappen doet.

Dineke slikte.
Niet van emotie, maar van een verdwaald brokje dat ze vergeten was goed te kauwen.
Maar toch… haar hart smolt.
Hier was hij dan. Haar man. Haar maatje. Haar muisstille typist.

Ze liep naar hem toe.
Peppi keek op, betrapt.
Ze glimlachte. “Peppi,” fluisterde ze. “Volgende keer… gewoon in mijn Google Docs, ja?”

En die avond lagen ze samen op de bank, hij op haar buik, zij met tranen van het lachen en een hart dat overliep.
Niet van drama. Niet van romantisch gedoe.
Maar van iets veel beters:
Ware, absurde, vierpotige liefde.

Dagen later:

Dineke typte driftig op haar laptop, haar leestikbril half op haar neus, een mok met afgekoelde rooibosthee naast zich, terwijl buiten de regen tikte alsof de wolken zelf depressieve muziek aan het componeren waren. Naast haar – of liever gezegd op haar schoot – lag Peppi. Een chihuahua met de uitstraling van een betoverde baron en de ogen van een man die ooit veel te veel van vrouwen hield.

Peppi keek haar aan. Niet zomaar kijken. Nee, kijken zoals een man naar een vrouw kijkt als hij nét wakker wordt in een huisje op het Franse platteland en denkt: ik heb alles, ik heb háár.

Dineke keek terug. Ze fronste even.
“Jij bent niet gewoon een hond, hè?”
Peppi knipperde langzaam.
“Jij was vroeger iemand. Een man. Een Italiaan of een dichter. Of een Italiaanse dichter met een licht libido-probleem die nu gereïncarneerd is in een harig lijf van drie kilo.”

Hij zuchtte, rolde zich op, zijn snuitje tegen haar borst, zijn adem ruikend naar… tja, brokjes met kip en een vleugje mysterie.

Misschien was dit het wel. Dé liefde. Geen ruzies over wie het vuil buiten zet. Geen stinksokken op de bank. Geen discussies over thermostaten, pindakaas die verkeerd open is gemaakt of dat vage whatsappgedrag om 22:43. Gewoon Peppi. Altijd op tijd. Altijd trouw. Altijd met die blik van: jij bent mijn wereld.

Dineke herlas wat ze net getypt had. Het sloeg nergens op. Maar het was goed. Want Peppi was er. En Peppi snapte haar beter dan menig Tinder-date met enkele leren armbandjes om de pols en een levensmotto dat hij ooit op een wc-deur in Thailand had gelezen.

“Jij bent mijn vent,” fluisterde ze.
Peppi gaf een klein blafje. Het klonk als een ciao bella.

En vanaf die dag wist Dineke:
Soms is de ware liefde klein, harig en loopt hij op vier poten.
Maar hij kijkt je aan alsof jij de mooiste vrouw op aarde bent.

Het was na enige tijd weer eens een druilerige zaterdag, het soort dag waarop de tijd lijkt te sudderen in een pan vol niks. Dineke besloot haar boekenkast eens uit te mesten, iets wat ze al sinds 2017 had uitgesteld vanwege ‘drukte’, wat in werkelijkheid betekende: geen zin. Peppi liep met haar mee, zoals altijd, zijn nageltjes tikkend als een tikmachine op miniformaat. Zijn blik was zoals altijd intens, alsof hij ergens tussen “ik wil een brokje” en “ik ben je overleden ex-geliefde” in balanceerde.

Ze trok een vergeeld fotoalbum uit een doos waar ook een verdwaalde dromenvanger en een cassettebandje van Marco Borsato in zaten. Ze plofte op de bank. Peppi sprong erbij – zijn vaste plek, nét boven haar hart.

Dineke bladerde.

Vakantie Spanje.
Verjaardag 23.
En toen…


De Zomer van 1989.

Daar stond ze. 22. Met wilde donkere krullen, een Madonna zonnebril en een blik in haar ogen die zei: ik weet het ook allemaal niet maar ik dans wel door.
Naast haar een man. 29.
Lachend. Charmant. Te charmant misschien.
Een beetje zo’n type waarvan moeders zeggen: “Oppassen, die heeft zo’n glimlach die te veel gewend is.”

Ze staarde naar de foto.
“Wat was z’n naam ook alweer… Roberto? Nee… Richard? R… René?”


Peppi gaf een klein, dramatisch zuchtje.
En toen – alsof hij door een onzichtbare kracht werd aangestuurd – tikte hij met z’n pootje op de foto.

Dineke keek op.
“Wacht… wat?”

Peppi tikte opnieuw. Precies op die man.
Zijn snuit werd zacht, zijn ogen glanzend.

Ze moest lachen. “Nee toch… Nee! Dat kan toch niet?”
Maar iets in haar voelde het. Zoals je voelt dat iemand naar je kijkt voordat je opkijkt. Zoals je voelt dat je iets vergeten bent wat belangrijk was.

Die man op de foto… Hij was ooit ineens verdwenen.
Weg. Geen brief, geen uitleg. Alleen een gerucht dat hij naar Zuid-Amerika was gegaan. Of Ibiza. Of per ongeluk in een spirituele sekte terecht was gekomen. Niemand wist het zeker.

En nu… nu lag hij hier. Op haar schoot. In chihuahua-vorm. Met een blik van “Sorry dat ik destijds zo laf was, maar ik had nog lessen te leren, snap je?”
En ja. Ze snapte het.
Soms kom je terug als mens.
Soms als hond.
En heel soms… als de hond van degene die je hart brak, om het weer langzaam te helen.

Dineke streelde hem over zijn koppie.
“Ik vergeef je, Peppi.”

Hij likte haar hand.
Ze zuchtte.

“Nou, dan mag je nu wel even in je mandje. Want in dit leven krijg jij géén bier, géén motor, en al helemaal geen kans om opnieuw weg te rennen. Jij blijft lekker hier. Tot aan je laatste brokje.”

Gerelateerde artikelen

Back to top button