Morgen weer…

Kissing in the rain. When you live in Seattle, there are lots of opportunities for this, provided you can find someone who wants to kiss you.

De regen sloeg traag, hard en heftig neer, de straat was verlaten. De lantaarns straalden hun kille koude licht.
Het donker was al vroeg ingetreden, als een te vroege nacht. De vooravond van de winter. Hij duwde zijn inmiddels al  natte lokken naar achteren en wilde zijn fiets pakken. Plots had hij het gevoel dat iets hem in de gaten hield. Hij voelde iets achter zich, iemand? Hij keek snel om zich heen maar zag niets. Hij had het zich vast verbeeld.

Hij wilde opstappen, maar plots lag er een hand op zijn stuur. Een slanke hand.

”Wacht”,  zei ze fluisterend, ”wacht op mij”.

De situatie van het moment, deed hem humoristischer antwoorden, dan hij zich voelde, een huivering trok door zijn lichaam. “Wat wil je dan met mij”, vroeg hij zacht, schor. Ergens hoopvol. Haar  donkere ogen, die prachtige volle mond. Hij kende haar zo goed. Al zo lang. Ze knikte, waarbij spetters regendruppels uit haar lange vochtige haren spetterden op zijn handen aan het stuur. Hoelang had zij daar al gestaan, in het donker, wachtend op hem?

Hoopvol, ergens, voelde hij emoties, die hij liever niet wilde ervaren.  Hij woonde samen, thuis wachtte zij op hem, met een maaltijd.
Hoe kon hij, met haar… én haar bedriegen. Maar haar lippen zo nabij, bevochtigd met regendruppels, haar witte tanden die voorbij flitsten, in een glimlach,  dankzij het licht van een lantaarnpaal. Haar handen nu plots op zijn inmiddels vochtige  jas, hij voelde haar warme zijn, eindelijk.
Hoe vaak had hij niet heimelijk gedroomd over haar, zo vaak, te vaak en toch. Het mocht nooit zo zijn, hij had een relatie immers. Hij was eerlijk en trouw.

Hij mocht dit niet doen. Hij moest zich beheersen,… terwijl hij zich al jaren beheerste.
En nu was zij van ver ineens zo nabij. Te nabij. Ze had haar handen op zijn schouders,  haar mond zo gevaarlijk dichtbij.
In het donker was zij nog mooier, bijna onaards.
”Ik wil jou, jou alleen”, murmelde ze. Ze sloot haar ogen en tuitte haar lippen, en hij.., kon niet anders dan antwoorden op de verleiding die in hen beiden was geslopen.
Terwijl hun lippen zich aaneensloten en de regen langs hun gelaat stroomde, voelde de warmte en energie tussen hen aan als een noodlottige blikseminslag.
Een keus, zo ongewenst, gewenst. En toch zo noodzakelijk. Alsof, als zij elkaar niet hadden in dit leven, zij hun leven lang spijt zouden houden, voor het  bewandelen van het gangbare pad.
Zijn fiets viel om, tussen hen in, als een waarschuwing, dat de weg naar huis geen weg terug  meer was. Hij vond het niet erg. Hij had dit gewenst immers in dromen en fantasieën sinds lange tijd. Hij rook haar verleidelijke geur, zacht, warm, goddelijk, zij. Eindelijk de zo ongewenste gewenste vrouw, eindelijk in zijn armen, ze omhelsden elkaar.
A kiss in the rain...♥ I like those. But not the stupid cold rain, or heavy rain. Nice warm rain...Kusten zij elkaar uitgehongerd, alsof hun laatste uur geslagen had, in een moment van een wirwar van gevoelens zonder  verstand.
Vurige passie vlamde in hen op. In het duister stonden zij daar, in die heftige regenbui die blijkbaar nog lang  geen einde kende.
Verhit vroeg hij: ”Waarheen”?
”Hier”, zei ze, en ze trok hem richting het bos dichtbij, en in dat duister, van natte boombladeren en takken, kusten zij elkaar.  Hij opende haar jas en niet veel later haar blouse en streelde haar mooie borsten. Verdiept en verloren was hij in zijn passie. Jammer dat het nu zo snel moest gaan. Ze rommelden aan elkaars kleding. Zijn rits, zijn broekknoop, haar hand, zijn boxershort, haar rok, omhoog. Hij duwde haar tegen een boomstam. Ze kuste zijn hals. Hij tilde haar op, eindelijk, nu was het zover.  Maar plots. Hij hoorde iemand zijn naam roepen.
Verwilderd schrok hij op, de stem van zijn Greetje. Greetje hier? ”Oh god”, riep hij uit.
“Mijn vriendin is hier”, snel trok hij zich terug uit de innige omhelzing met de vrouw van zijn dromen, keek langs het donkere pad en zag zijn vriendin lopen met een paraplu. Zoekend. Ze riep zijn naam meerdere malen. Ze had natuurlijk zijn fiets gevonden, die daar nog lag bij het fietsenrek. Wat stom van hem om de fiets niet even rechtop te zetten. Wat zou ze nu wel niet denken? Zijn droomvrouw knoopte haar blouse snel dicht, deed haar rok omlaag en ze glimlachte, ”tot morgen dan maar”, zei ze nog, met een kus op zijn mond”, vol beloften, ”zelfde tijd dan maar?”, hij knikte en ze gooide haar natte haren over haar schouders en liep snel door het donkere bos terug, naar waar zij waarschijnlijk ook vandaan was gekomen.
Verhit stond hij daar als een verdwaalde kleine jongen. Tussen de bosjes door, kwam Greetje naar hem toe.”Waar was jij?”, vroeg ze geschrokken. De paraplu bleef haken achter een struik. Dat gaf hem even tijd, om na te denken, snel…”Oooh ik moest even plassen in de bosjes”. Bevreemd keek ze hem aan.
“Kon je dat dan niet doen op je werk”, vroeg ze weer. “Hm, oh neeh ik wilde eens buiten plassen, leek me wel leuk”, grapte hij. Het sloeg nergens op wist hij, zij ook. Ze keek nadenkend naar zijn broek, die nog  op zijn schoenen lag. “Ja, lekker die regen op je blote benen”, een licht hysterisch lachje volgde uit zijn keel. Waar hij dat geluid vandaan haalde wist hij niet. Hij trok maar snel zijn broek omhoog.
“Wat kom je doen?”, vroeg hij aan haar. “Oh, ik wilde zeggen dat ik vanavond niet thuis ben, dus je moet zelf wat eten bestellen of meenemen”. Verbaast keek hij haar aan. Jammer dat ze hem dan niet even had afgebeld. Ze liepen gezamelijk terug langs het bospas. Bij de fiets aangekomen gaf ze hem een kus op
zijn wang, ”tot vanavond laat, wacht maar niet op mij hoor”. Hij zag hoe even later ze instapte in een kleine auto, die aan de kant van de weg stond, met gedoofde lichten, ze zwaaide nog even.
Hij vroeg zich af waar zij  heenging, ze was wel erg opgemaakt en had haar beste kleding aan, vreemd. Hij was het in alle consternatie vergeten te vragen.Ze zou toch niet ook vreemd gaan? Nee, zo was zij niet, bedacht hij zich spijtig, maar eerder spijtig om zijn gemiste kans.
Morgen weer, een belofte, morgen…dan…eindelijk. Maar vandaag nog even niet. Fluitend stapte hij op zijn fiets. Een voorbijganger schudde meewarig het hoofd. Met die regen en dan nog fluitend op je fiets stappen. Die was vast niet wijzer.

©Angel-Wings.nl

 

Gerelateerde Berichten