Liefde voor later (kort verhaal)

In het theater was het licht gedimd, en zwoel klonk het gezang vanaf het podium. Rode zware fluwelen gordijnen omkransten het decor aan beide zijden.
|In het midden stond zij daar, lichtelijk huppelend, met kokette gebaren, een flitsende lach en omfloerste ogen die de kijkers aan leken te kijken tot diep in hun ziel.
Men klapte, men was enthousiast.
En ook hij zag haar, de jonge knappe zangeres, voor het eerst.
Op het podium deze beeldschone zangvogel, met opgestoken krullende haren, rood als vuur, ogen fel als van een gipsy zodat hij ze van verre nog kon zien. Kleine felrode lippen en een prachtig hartvormig gezichtje. Hij was op slag verliefd op de beeldschone zangeres Raven Rashdale.
Na de voorstelling wilde hij haar bezoeken achter de coulissen. Gewapend met zijn wandelstok en een prachtig bloemenboeket, kwam hij aan in haar kleine artiestenruimte. Hij klopte aan en hoorde haar stem. Entree.
Hij opende de deur, en daar zat zij, voor haar spiegel, als een tweeling, haar vuurrode haren in een waterval aan krullen, vielen tot onderaan haar rug. Ze glimlachte naar hem via de spiegel, haar vuurrode lippen spleten uiteen in een wit parelende lach. Zijn hart maakte een sprongetje.
Alweer een fan, ze was het wel gewend inmiddels. Hij gaf haar het enorme prachtige boeket en nam zijn hoed af.
Hij stelde zich voor als Mr Marvin Stonehench. Hij nam haar verfijnde vrouwelijke hand en kuste deze. Hij snoof haar geur in zich op, zacht zoet, ‘Lelietjes van Dalen’, als hij zich niet vergiste. Hij liet zich lovend uit over haar zangtalent en hoe onder de indruk hij van haar was. Of zij misschien genegen was hem eens te vergezellen bij een etentje op zijn landgoed. Ze lachte koket, en nam zijn hand in de hare.
Dank u, zei ze. Ze zou erover nadenken.
Dat was genoeg voor nu. Hij was een knappe verschijning met felblauwe ogen en een gedistingeerde snor.
Raven kende het wel, al die mannen die iets van haar wilden.
Maar deze heer was echt te oud voor haar. Hij kon haar grootvader zijn.
Rijk of arm, het deed er niet zoveel toe, zij deed wat haar ziel gelukkig maakte en dat was optreden, avond aan avond.
Dan was zij zichzelf, niet eerder, niet later. Haar vrijheid had ze zelf verdiend.
Ze kon zich prima redden zonder een man die haar leven bedisselde, ze wilde dat niet langer.
Alleen de beste, die zij nog niet was tegengekomen, was goed genoeg.
Zo vergat zij meneer Marvin Stonehenge voor lange tijd.
Maar hij vergat haar niet.
Toen zij weer kwam optreden in zijn stad, zat hij weer vooraan.
Bracht hij wederom bloemen en legde hij zijn ziel bloot aan de schone jongedame.
Hij hield van haar. Ze lachte wederom haar witte pareltanden bloot. U kent mij niet eens mijnheer.
Hoe kunt u houden van mij als u mij niet eens kent.
U wilt mij als uw bezit, zodat u mij kunt kooien mijnheer, maar ik, ik ben een vrije vogel.
Laat mij vliegen. Maar zij liet hem niet los, zijn ziel was intens verbonden aan haar ziel, hij voelde dit vanaf het eerste moment.
Zij hadden een band, hoe dan ook en hij kon dit niet verklaren.
Hij begreep dit ook niet, maar wel dat zij hem deed opbloeien en gelukkig maakte als hij haar kon zien en hij haar kon horen zingen en dansen op dat podium in een theater.
Jarenlang achtervolgde hij zijn kleine zangvogel en deed meerdere voorstellen. Maar zij luisterde niet naar hem, hij was maar één van de velen die haar vertelden van hun liefde voor haar.
Ze lachte daar maar om want, hun liefde zat meer in hun onderste regionen dan in hun hart.
Zij wilde geen bezit zijn, een speeltje en hij…hij was veel te oud voor haar. Ook al voelde zij hem als een goede vrind.
En mocht zij hem zeer graag. Het kon niet.
Ze taalde niet naar geld, ze had genoeg om van te leven.
En als hij haar aankeek, dan voelde zij wel enige impressie van zijn karakter en aureool, van energie die hem omsloot.
Na jaren kon ze wel eens aan hem denken, zijn oogopslag, zijn glimlach, maar al met al, kon zij zoveel beter dan hem.
En daarom wilde zij niet.
En hij mijmerde jarenlang over haar, haar mooie ogen, haar prachtige haren, haar mond, haar zangtalent.
Marvin trouwde op den duur met een andere vrouw.
Ook mooi, lief en bewonderenswaardig, maar niet zoals zij.
Toen Marvin dat leven verliet, en Raven dat vernam, was zij lichtelijk bedroefd maar echt kennen deed zij hem niet…

~*~
Verward keek zij naar hem op. Ze duwde haar rosse krullenbos naar achteren en ze viste net de tennisbal uit de struiken bij de tennisbaan en daar stond hij plots weer voor haar.
Ze had hem al eerder gezien en ook gesproken. Zijn felblauwe ogen branden in haar ziel. Langdurig onderzoekend keek hij naar haar.
Hij frunnikte wat met zijn polsbandje en zei haar vriendelijk goedendag.
Hij was aantrekkelijk, maar écht veel te jong voor haar, blijkelijk.
Hoe kon zij dat weten? Ze voelde van hem, ze voelde van haarzelf, ze wist het niet meer. Ze hadden elkaar gesproken enkele malen, ze hadden zelf een partijtje tennis gespeeld op de baan.
Ze had gedacht dat hij ouder was, en hij misschien wel, dat zij jonger was?
Hoe konden zij weten?
Ze wisten niets. Het leek vanaf het begin of ze hem herkende, van ooit, maar dat was niet zo.
Dat wist ze toch heel zeker. Maar zijn helderblauwe ogen riepen een warmte in haar op, die zij niet begreep.
Zijn glimlach, een zoete pijn. Een gemis.
Er was iets tussen hen, een verwarring, een innerlijk weten, een iets dat niet mocht zijn.
Zijn ogen raakten haar ziel. Zijn lach idem.
In verwarring keek hij weg van haar alsof… maar wat wisten zij nou?
Niemand wilde dit namelijk, zij te oud en hij te jong.
Ze wilde zoveel, maar van dat alles kon niets zijn.
Dat wist zij ook en toch, hij trok aan haar ziel, ze kon er niets aan doen.
Hij trouwde later met iemand, en was gelukkig, dat was ook goed zo, zo hoorde dat ook, wist zij.
Toch kon zij zich nooit onttrekken aan dat gevoel, dat er iets was, dat ze nooit beleefd hadden, maar wat er wel was.
Een band. Een band die hij en zij zich niet herinnerden misschien, of toch ook weer wel?
Ze ontliepen elkaar het liefst. Niet zien was niet weten, niet voelen, dan was dat vreemde voorbij. Dat was beter dan die verwarring en dat heftige.

Want hij was te jong en zij…te oud. Ze had zijn moeder kunnen zijn.
En hoe modern ook de tijd was, zij wilde dat niet, ondanks wat ze voor hem voelde, dat wilde ze hem niet aandoen…En hij, schaamde zich ergens.
Liefde was een vreemd iets, iets onbegrijpelijks, iets wonderlijks.
Moest je dan overal een antwoord op krijgen?
De schok als ze elkaar ontmoeten was te heftig.
Alsof de liefde hen sloeg ipv liefde deed voelen, omdat het niet mocht.
Niet kon.
Het voelde aan als oud zeer, een pijn die nooit over was gegaan, maar van wie wisten zij beiden niet.
Ze had hem gewoon lief. Meer kon zij er niet van maken.
En hij begreep evenmin waarom hij aan haar moest blijven denken als hij haar zag in het voorbijgaan.
Maar het was meer als een ‘’voorbij gegaan’’.

~*~

Ze rende enthousiast de trappen af, haar rode krullen dwarrelden achter haar aan. Ze lachte en keek rond, en plots keken ze elkaar aan en wisten beiden direct; dit was liefde op het eerste gezicht.
Op de universiteit kwamen zij beiden elkaar tegen op de trappen en hun glimlach was zo intens en diepgaand, dat beiden op vleugels verder liepen. Alsof God hen in hun zielen had aangeraakt.
Om elkaar daarna nogmaals tegen te komen. Hoe heet jij vroeg hij, ik heet Raven, zei ze…en jij? Ik heet Marvin.
Een tinteling doorstroomde hun zielen.
Een groet, een wens, een droom die uitkwam. Ze scheelden zelfs maar een half jaar qua leeftijd.
Het was een uitgemaakte zaak, ze trouwden al snel, na korte tijd.
De liefde was verzengend diepgaand. Mensen rondom hen waren geschokt, en waarschuwden voor hun impulsiviteit, maar het kon hen niets schelen.
Ze deelden hun liefde een leven lang.
Ze vroegen zich niet langer af waarom, en waarom ze elkaar zo konden aanvoelen.
Waarom ze hielden van alles van de ander. Haar rode lange krullende haren, haar wilde ogen, haar zingen in de douche in de ochtend, oh ja dan raakte het hem diep in zijn ziel.

En zij zo bizar dolgelukkig was als hij haar bloemen gaf, en glimlachte om haar grapjes, en haar liefhad en soms haar hand kuste als grapje…dan leek hij net een gentleman en tijdens hun huwelijk droeg hij een hoge ouderwetse herenhoed.
Ze had dat geweldig gevonden. Ze had hem zo intens lief en verdronk telkens in zijn felblauwe ogen. En hij was stapel op  haar prachtige vuurrode krullende lange haren.
De liefde was nu eenmaal een feit in hun leven.
Dieper kon deze niet gaan. Dat zou onmenselijk zijn.
Begrip was overbodig, geen vraag beantwoord.
In twee vorige levens verloren zij de strijd in tijd.
Hadden zij puur en onvoorwaardelijk lief.
Nu vonden zij elkaar weder, in een omhelzing van liefde, jaren onbeantwoord, onbegrip.
Pijnlijk.

Nu gaven zij elkaar en zichzelf…. Onvoorwaardelijk zonder vragen, zonder hoop, want die kenden zij immers al van hun levens voorheen.
Toen het niet kon, niet mocht misschien, en zij de ander niet ongelukkig wilden zien.
Dat was liefde.

Daarom is er liefde tussen mensen.

Related posts