Vaker chronisch nierfalen bij mensen met niet-Nederlandse achtergrond

Vaker chronisch nierfalen bij mensen met niet-Nederlandse achtergrond

Bij etnische minderheidsgroepen in Nederland komt chronisch nierfalen twee keer vaker voor als bij mensen met een Nederlandse achtergrond.

Dat blijkt uit cijfers van de Helius-studie van het AMC en de GGD Amsterdam, waaraan tot nu toe ruim 20.000 Amsterdammers deelnemen.

“Deze uitkomst wijst op de noodzaak om bij minderheidsgroepen meer bedacht te zijn op de aanwezigheid van chronisch nierfalen, aldus dr. Liffert Vogt van het AMC. “In de huisartspraktijk dient dan eerder en vaker gescreend te worden op nierfalen”. Dit zou betekenen dat patiënten eerder moeten worden behandeld of hun leefstijl moeten aanpassen om verergering van nierfalen en de complicaties ervan te voorkomen.

Chronisch nierfalen betekent dat de nieren minder goed werken. Dit leidt tot gezondheidsproblemen zoals hart- en vaatziektes. Je merkt er doorgaans niets van als je chronisch nierfalen hebt. Toch is de aanwezigheid van chronisch nierfalen een belangrijke maat voor gezondheid.

Wanneer chronisch nierfalen (te) laat wordt ontdekt loopt de patiënt risico afhankelijk te worden van nierdialyse. En chronisch nierfalen leidt tot een sterk verhoogd risico op hart- en vaatziekten en op overlijden.

Bevolkingsgroepen

Helius staat voor Healthy Life in an Urban Setting en onderzoekt de verschillen in gezondheid tussen de zes grootste bevolkingsgroepen in Amsterdam – te weten Hindoestaanse Surinamers, Afro-Surinamers, Ghanezen, Turken, Marokkanen en West-Europese Nederlanders. Nierfalen kwam het meest voor bij Amsterdammers van Hindoestaans-Surinaamse, Ghanese en Turkse afkomst.

Facebooktwitterpinterestmail

Gerelateerde Berichten