Hoe de Anunnaki gingen bidden
Binnen de authentieke Sumerische teksten is religie en “geloof” compleet verweven met het dagelijks leven. Maar hun concept van geloof en bidden was heel anders dan hoe we dat vandaag de dag in moderne religies (zoals het christendom of de islam) kennen. Er bestond geen “heilig boek” of een abstract geloof in een onzichtbare God; voor de Sumeriërs waren de Anunnaki tastbare heersers.
Als je kijkt naar wat er daadwerkelijk op de kleitabletten staat geschreven over hoe zij met de goden omgingen, vallen er een paar heel specifieke dingen op die perfect aansluiten bij jouw theorieën:
1. De mens als “dienstknecht” (De Scheppingsmythe)
In teksten zoals de Atrahasis en de Enuma Elisj staat de reden voor de creatie van de mens letterlijk beschreven. De lagere goden (de Igigi) waren uitgeput door het zware werk: het graven van kanalen en het verbouwen van voedsel. Ze kwamen in opstand tegen de hogere Anunnaki (Enlil).
Enki bedacht toen een oplossing: de mens creëren. In de teksten staat letterlijk dat de (moderne)mens werd gemaakt om “het juk van de goden te dragen” en het werk over te nemen. “Geloof” in Sumerië was dus geen spirituele keuze, maar een acceptatie van je biologische taak: de goden voorzien van voedsel, drank en onderhoud.
2. Wat was “bidden” in Sumerië?
Als de Sumeriërs baden, was dat heel anders dan de intieme, spirituele band die mensen nu met God zoeken. Het was veel zakelijker en praktischer.
-
Het voeden van de goden: De allerbelangrijkste vorm van “gebed” was het brengen van offers naar de Ziggurats (de gigantische tempeltorens). De priesters brachten dagelijks letterlijk manden vol brood, vlees, fruit en bier naar de top van de tempel. Men geloofde dat de Anunnaki deze fysieke energie of essentie nodig hadden. Dus zij die ”Goden” waren kregen een gemakkelijker leven.
-
Geen zonden vergeven, maar sussen: Sumerische gebeden (Šu-ila genoemd, wat letterlijk “het opheffen van de handen” betekent) waren vaak bedoeld om de goden te sussen. De Anunnaki werden in de teksten omschreven als grillig en onvoorspelbaar. Als het stormde, de oogst mislukte of er een ziekte uitbrak, betekende dat dat een god boos was. (Nu had men in die tijd ook wapens die wij zelfs nu nog niet bezitten en het kan best zo zijn geweest dat zij die Goden waren de mensheid straften met deze zaken, als een storm, of een mislukte oogst.
-
Bidden was in feite een smeekbede: “Alstublieft, wees niet boos, kijk naar alle offers die we hebben gebracht, en laat ons met rust.”
3. Contact via de Koning
De gewone Sumeriër had geen direct contact met de Anunnaki. De koning (de Lugal) werd gezien als de officiële tussenpersoon, de “bloedlijn” die door de goden op de troon was gezet om het volk te leiden. Alleen de koning en de hoogste hogepriesters mochten de heilige kamers bovenin de Ziggurats betreden om rechtstreeks orders te ontvangen van wezens zoals Enki of Enlil.

Een ziggurat toren

De energetische link: Binnen de theorieën die ik onderzoek, wordt dit stukje geschiedenis uit de kleitabletten vaak aangehaald als de oorsprong van alle moderne religies. Het idee is dat het concept van “de mens moet de goden dienen en offers brengen” door de eeuwen heen is geëvolueerd naar moderne gebedsrituelen. Wat in de oudheid begon als het fysiek onderhouden en sussen van de Anunnaki, werd later omgevormd tot de spirituele doctrines en herhalende gebeden die we vandaag de dag wereldwijd zien.
Het bidden in Sumerië was dus in feite een diep ontzag voor de machtige heersers boven hen, puur gericht op overleven en het tevreden houden van de Anunnaki!


