web analytics
AngelWings VerhalenTweelingzielen

Bloedrode Rozen en de Eeuwige Belofte

Bloedrode Rozen en de Eeuwige Belofte

Afbeelding van verhaalpin

 

De zon hing laag boven de heuvels, haar stralen wierpen een gouden gloed over de velden. Isabella liet haar vingers over de fluweelzachte rozenblaadjes glijden in de grote tuin. Fluweelachtig bloedrood. Diep en intens.

Een kleur die haar hart altijd sneller deed kloppen en haar borst vulde zich plots met een onverklaarbare weemoed. Een soort verdriet dat ze niet kon plaatsen. Ze wist niet waarom, maar telkens als ze deze rozen zag, overviel haar een vreemd gevoel—een echo uit een verleden dat ze zich niet kon herinneren.

Ze zuchtte diep en nam de heerlijke rozengeur in haar op, ze  liet de bloemen los, liep naar de stal en begroette haar zwarte hengst Wodan, die ongeduldig in het stro trappelde. Ze hield van hem. Zijn kracht, zijn snelheid. Hij voelde als een deel van haar ziel.

Die middag galoppeerde ze door de uitgestrekte velden, haar haren dansten op de wind. Tot ze bij een klein pad in het bos kwam, waar Wodan plotseling schrok. Hij steigerde heftig, zijn hoeven klapten gevaarlijk dicht bij een wandelaar die net op dat moment uit de schaduw van de bomen stapte. Isabella trok hard aan de teugels, haar hart bonkte in haar borst.

Haar ogen ontmoetten de zijne.

Een man met donker haar en diepblauwe ogen keek haar aan, alsof hij dwars door haar ziel kon kijken. Een vreemde sensatie trok door haar heen, een gevoel dat ze niet kon plaatsen. Zijn blik was intens, verwarrend, en tegelijkertijd… vertrouwd. Ook was het een zeer aantrekkelijke man.

“Het spijt me,” stamelde Isabella, terwijl ze van haar paard gleed. “Ik zag je echt niet.”

De man wreef over zijn arm, die hij instinctief had opgetild om zich te beschermen. “Geen probleem,” zei hij met een glimlach. “Al denk ik dat ik dit even door een dokter moet laten nakijken.”

Ze lachte nerveus. “Laat me het vergoeden, het was tenslotte mijn paard die je bijna vertrapte.”

Hij hief zijn hand op, zijn vingers gleden langs zijn voorhoofd alsof hij zich iets probeerde te herinneren. “Nee… geen geld. Maar… misschien kan ik iets anders van je vragen?”

“Wat dan?”

“Dat je een keer  iets met mij gaat drinken in de stad?”

Zijn woorden voelden als een belofte, als iets dat al eens eerder tussen hen was uitgesproken, in een tijd die ze zich niet kon herinneren.

Ze stemde blij toe. Ze wilde hem graag nog eens ontmoeten, hij riep dingen in haar op die zij niet goed begreep.

De volgende dag, terwijl de zon onderging, wachtte ze bij de fontein in het oude stadspark, haar hart bonkte zacht van spanning. En daar stond hij.

In zijn handen hield hij een prachtige bos bloedrode rozen. Dezelfde diepe, fluweelzachte kleur die altijd een onverklaarbare emotie bij haar losmaakte.

En op dat moment gebeurde het.

Beelden flitsten tegelijkertijd door hun hoofd. In een andere tijd, in andere kleding. Hij, met dezelfde ogen, dezelfde ziel. En fluweelachtige bloedrode  rozen in een grote kasteeltuin bij een bos, de rozen geurend, de zomerzon en zijn lippen op de hare, een belofte fluisterend in haar oor.

Eeuwenlang hadden ze gewacht op weer een aards samenzijn.

“Jij bent mijn geliefde, voor altijd,” fluisterde Isabella, haar stem trilde. “Jij… bent het altijd geweest.”

Hij knikte, zijn blik gevuld met ontzag en herkenning.

Zonder een woord meer te zeggen, trok hij haar in zijn armen en kuste haar. En op dat moment, in die omhelzing, wist Isabella dat hun liefde, net als de bloedrode rozen, altijd zou blijven bloeien. Eeuwig en altijd. Omdat tweelingzielen altijd samenkomen, altijd weer opnieuw.

Gerelateerde artikelen

Check ook
Close
Back to top button