Monnik Giel: het enige interview voor zijn vertrek

Monnik Giel: het enige interview voor zijn vertrek

 

Vertrekt hij of vertrekt hij niet? Giel en zijn moeder Sabine Foubert hebben er nooit aan getwijfeld: Giel vertrekt.

De jeugdrechter dacht er een tijdlang anders over, maar zij bleven rotsvast geloven dat het slechts een kwestie van tijd was voor Giel aan zijn opleiding tot boeddhistische monnik kon beginnen.

Ze hebben gelijk gekregen. Giel, of Lobsang Nyima, de dharmanaam die hij voortaan in het Tibetaanse Jonang-klooster in India zal dragen, is opgestegen.
‘Ik verlang totaal niet meer naar trouwen en kinderen. Het lijkt me zo nutteloos’
Wanneer we Giel (15) en ­Sabine (53) ontmoeten, is het maatschappelijk onderzoek in observatiecentrum De Waai in Eeklo bijna afgerond. De voorbije maand is de jongen er op bevel van het Gentse hof van beroep wekelijks een paar uur gaan praten met een psychologe die moest nagaan of Giel uit eigen beweging wou vertrekken en of er sprake was van een problematische opvoedingssituatie ten huize Foubert.
Je hoeft in elk geval geen psychologe te zijn om te zien dat de band tussen moeder en zoon ijzersterk is: met z’n tweeën zitten ze knus naast elkaar op de loveseat in de woonkamer. Ze maken elkaars zinnen af. Of beter: mama Sabine maakt de zinnen af van de verlegen Giel. Maar tegelijk is onze aspirant-monnik niet anders dan andere tienerjongens: hij lust geen groenten – hij eet geen hap van de pompoen-courgette-knoflook-gembersoep (‘Allemaal uit de tuin!’) die Sabine ons voorschotelt – en als de fotograaf Sabine instructies geeft, treitert hij haar zoals elke puberzoon dat zou doen: ‘Ga jij maar achter het doek staan.’

 
Giel «De psychologe van De Waai wilde álles weten: over school, over vroeger, waarom ik wil vertrekken.

Veel (abnormale)standaardvragenlijsten, ook: ‘Wanneer heb je voor het laatst drugs gebruikt?’»
Sabine «‘Wanneer heb je voor het laatst iemand met een mes bedreigd?’»
HUMO Wat was je antwoord?
Sabine (schaterlacht)
Giel «Niet van toepassing.»
HUMO Stelde ze zich vragen bij het feit dat je borstvoeding hebt gekregen tot je vijfde?
Giel «In Azië is dat de gewoonte. Mijn mama liet de keuze gewoon aan mij: ze is er pas mee gestopt toen ik dat vroeg.»
Sabine «Toen Giel werd geboren, heb ik veel opgezocht. In het werk van de Zwitserse psychologe Aletha Solter las ik dat alle zoogdieren in de natuur hun jongen zogen tot ze van tanden wisselen. Bij mensen is dat rond het vijfde levensjaar. Een kind hoort zich los te maken van de moeder en niet omgekeerd, zoals hier in het Westen. Hoeveel moeders hoor je niet zeggen: ‘Mijn hart brak toen ik mijn kind de eerste dag naar school bracht’? Het mijne brak niet, omdat ik met school heb gewacht tot Giel er zelf om vroeg.
»Voordien waren we al wel scholen gaan bezoeken. Dan speelde hij wat in het klasje, maar uiteindelijk zei hij altijd: ‘Nog niet.’ Eén week nadat hij geen borstvoeding meer had gewild, vroeg hij opeens om naar school te mogen gaan. Vanaf die dag is hij elke ochtend vrolijk de deur uitgegaan, zonder ook maar één traan te laten.»
HUMO Tot het pesten begon.
Sabine «Voordien ging Giel ook weleens bij andere kindjes spelen. Dat verliep altijd zonder problemen.»
Giel «Maar zodra kinderen in groep waren, begonnen ze me te pesten. Omdat ze populair wilden zijn, denk ik. Maar ik ben niet boos op hen: het boeddhisme leert je dat boos zijn niet helpt. Je moet in alles het positieve proberen te zien. Dat pesten heeft me veel geleerd.»
HUMO Ik kan me niet voorstellen dat een kind van zes al over zo’n relativeringsvermogen beschikt.
Giel «Als kind voelde ik me wel gekwetst. Mijn moeder hielp me door me te zeggen hoe ik moest reageren: dat ik hen moest negeren en dat hun gepest meer zei over hen dan over mij.»
Sabine «‘Ben je lelijk omdat zij dat zeggen?’ probeerde ik dan. Hij moest wel toegeven dat dat niet zo was, maar toch zei hij (met een huilstemmetje): ‘Het raakt me tot in mijn hartje!’»
Giel «Die kinderen zeiden ook erge dingen: ‘We gaan je moeder vermoorden! We gaan tandenstokers in haar ogen steken!’»
Sabine «Als kleuter geloof je dat, hè. Ik vond zo’n gedrag allesbehalve normaal, maar op school deden ze er niet veel aan. Ging ik klagen, dan hadden ze niks gezien. Eén directrice zei zelfs rechtuit: ‘Mevrouw toch, wat gaat u dan zeggen als Giel in het middelbaar zit?’
»Mijn zoon heeft op drie verschillende scholen gezeten: twee steinerscholen en een methodeschool in Eeklo. Op de tweede steinerschool ging het even beter, tot er een ADHD’er in de klas kwam zitten die met zichzelf geen blijf wist en Giel een bloedneus sloeg. Alweer minimaliseerde de school dat geweld. Toen hij in het vijfde zat, was ik het zo beu dat ik besliste om hem thuis te houden – Giel had al vaak om thuisonderwijs gevraagd. Meteen bleek dat hij thuis veel beter leerde dan op school. Op de steinerschool hadden ze gezegd dat hij niks van de leerstof leek op te nemen: natuurlijk niet, een angstig kind is niet in staat om iets te leren.»
Giel «Het klopt ook niet dat ik vanaf dan nooit meer andere kinderen zag, want ik deed veel aan sport: ijshockey, jiujitsu, survival, trampolinespringen, circus, tennis, zwemmen, golf.»
Sabine «Voor die jiujitsu had ik hem ingeschreven om hem weerbaarder te maken tegen de pestkoppen. Hij heeft het jaren gedaan, maar het haalde niks uit (lacht).»
Giel «Ik durfde niet terug te slaan. Als ik me dan toch een keer verdedigde, dan deed ik het terwijl de juf erop stond te kijken en kreeg ík op mijn kop. Op zo’n momenten voelde ik veel verdriet en onmacht. Maar toen ik een jaar of zeven was, heb ik mijn beste vriend Arvid leren kennen. Eindelijk iemand die dacht zoals ik…»
Sabine «Giel is heel gevoelig. Hij is zo geboren.»
HUMO Heeft hij dat van jou?
Sabine «Nee, ik herken mezelf daar niet in. Ik ben zelf nooit gepest. Waarschijnlijk straal ik uit dat er met mij niet te sollen valt. Terwijl Giel al zolang ik mij kan herinneren enorm bezorgd en pacifistisch is geweest. Al heel jong was hij erg begaan met dieren.»
Giel «Zag ik in de klas een lieveheersbeestje, dan ging ik het buitenzetten.»
Sabine «Of dan zorgde hij ervoor dat niemand op de mieren trapte. En gingen we samen de slakken aan de kant van de weg zetten. Dat vond hij de max.»
Giel «Terwijl de kinderen van mijn klas het leuk vonden om voor mijn neus beestjes tussen hun twee vingers te pletten. Ze leken niet te beseffen dat zo’n insect ook een levend wezen is.»
HUMO Respect voor alle levende wezens, hoe klein ook, is een wezenlijk onderdeel van het boeddhisme.
Sabine «Klopt, al waren we toen nog niet zo bezig met boeddhisme. Ik had al wel een paar boeken gelezen, maar je wordt pas boeddhist als je ook een leraar hebt gevonden. Die moet je zelf zoeken – boeddhisten hebben totaal geen bekeringsdrang. Uiteindelijk hebben we Tulku Lobsang, onze meester, gevonden door een flyer die ik zag liggen bij de bakker. Dat lijkt misschien toevallig, maar volgens het boeddhisme bestaat toeval niet.»

HUMO

Facebooktwitterpinterestmail

Gerelateerde Berichten