AUTISME

AUTISME

Een autist gelooft te weinig in zichzelf, veroordeelt zich tot mislukkeling. Zij komt het leven binnen met gevoelens van een buitengeslotene, een marginaal, een clochard, een nieterkende schilder ergens op een zolderkamertje.
Toch zit zij boordevol ambities, talenten… maar het gevoel van onvermogen en de vrees om gekwetst, verstoten of verslonden te worden door de anderen, laat haar zichzelf buitensluiten. Uit zelfbescherming bouwt zij a.h.w. een stevige wal rond haar persoonlijkheid. Innerlijk is zij kieskeurig, kritisch. In haar denkpatroon ontwikkelt zij zich als een perfectionist; in gedachten is zij steeds bezig om haar ambities te verwezenlijken, hoe klein deze ook mogen zijn. Maar met dit perfectionisme naar zichzelf toe, komt zij nergens, zeker niet wanneer zij zich al onvermogend voelt:
“Ik kan het toch niet.”
Ten overstaan van deze kritische normen die zij stelt aan zichzelf, faalt zij volledig:
“Ik ben door en door slecht en onwaardig om werkelijk. voluit te leven”.
Trouwens, anderen zouden dit alleen maar kunnen bevestigen. Zij sluit zichzelf achter hoge muren op. Op deze wijze krijgt zij dan toch de aandacht waar zij zo naar verlangt, zonder nog te kunnen veroordeeld worden voor haar slechte kanten, want zij is immers ziek en onbereikbaar!

Al in de moederschoot pikt de foetus onderdrukte angsten van de ouders op. Je kan een autistisch kind niet laten herstellen zonder deze onderdrukking bij de ouder(s) aan het licht te brengen en op te lossen. Een genezende invloed via de ouderband kan wonderen doen, afstand speelt hierin geen rol! Hierbij is geen sprake van schuld, maar van een aantrekking tussen wezens, die allen dezelfde psychologische problematiek hebben op te lossen.
Het kind kan haar ouders laten evolueren, door een spiegel te zijn voor hun onderdrukte problematiek. De ouders kunnen het kind laten evolueren, door deze psychologische situatie niet te ontvluchten, maar op te lossen, ook in henzelf. De angsten, de overtuiging dat zijzelf niet voldoen aan bepaalde voorwaarden om goede mensen te kunnen zijn… De angst, dat de wereld in feite een onveilige plaats is om in te bestaan… Alle bovengenoemde oorzaken dienen ook te worden nagegaan door de ouders in zichzelf (zelfkritiek, zelfafbraak, enz.).

Gastvrijheid, warmte, veiligheid! De angsten zijn er de oorzaak van dat het kind zich niet echt zal laten zien, tot alles veilig zal zijn… op dat ogenblik zal men haar best zelf naar buiten laten komen; een communicatiepoging vanuit de autist, bijvoorbeeld om een ‘koek’ te vragen, wanneer zij al te lang geen eten heeft gehad.
De schildpad toont pas haar kopje, wanneer zij intuïtief aanvoelt dat zij veilig zal zijn, dat de mensen haar niet als een lelijk, waardeloos mormel zullen platslaan.

Gerelateerde Berichten