Zie je mij?
Flessenpost
Ik gaf het mee aan de trage stroom,
verpakt in glas tegen de kou en het tij.
Een briefje, beschreven in de luwte van een droom,
met woorden die te groot waren voor mij.
Het dreef langs de rietkraag, de weiden voorbij,
gedragen door het water, onzichtbaar en stil.
Geen kompas dat de richting of uren aanwijst,
alleen maar de golven, de wind en mijn wil.
Spoel je aan op een oever waar niemand je ziet?
Blijf je haken in het diepe, donkere groen?
Of reist mijn verlangen door het Friese riet,
naar de enige hand die er iets toe kan doen?
Als het glas ooit breekt en het papier wordt bevrijd,
als je het opent, daar aan de waterkant
kun je dan lezen wat er tussen de regels reist?
Herken je het schrift van die oude, bekende hand?
Want de stroom is geduldig, het water vergeet niet,
het brengt de boodschap waar hij wezen moet.
Al duurt het jaren voor het oog het ziet,
het hart herkent de golven van die eerste groet.
Zie je mij?
