EDGAR CAYCE, de slapende profeet

EDGAR CAYCE, de slapende profeet

Who was Edgar  Cayce?  Edgar Cayce  was the first to mention  a civilization near the  Arcturus star.  Edgar  Cayce followers have  come to know this alien  race as the Arcturians.    With many predictions,  Edgar Cayce takes us  for an amazing look at  Arcturians (Aliens),  Stock Market  Predictions, and the  end of the world 2012.
Wie was Edgar Cayce? Er zijn miljoenen boeken verkocht die verhalen over Edgar Cayce. Hij is vanaf 1900 besproken in artikelen van meer dan een dozijn weekbladen en honderden kranten.

Wat was er dan zo uniek aan hem? Dit hangt af van door wiens ogen je hem bekijkt. Een behoorlijk aantal van zijn tijdgenoten kenden de “wakende” Edgar Cayce als een bekwaam en begaafd fotograaf. Een andere groep (voornamelijk kinderen) bewonderden hem als een warm en vriendelijk zondagsschool leraar. Zijn eigen familie kende hem als een geweldig echtgenoot en vader. De “slapende” Edgar Cayce was een totaal andere figuur – en ziener gekend door duizenden mensen, uit alle lagen van de bevolking, die redenen hadden hem dankbaar te zijn voor zijn hulp. Zeker, veel van hen geloofden dat hij alleen hen of had “gered” of hun leven had
“veranderd” toen alles verloren leek.

De “slapende” Edgar Cayce was een medisch diagnost, een profeet en een toegewijd voorspreker van de bijbelse leer. In juni 1954 kende de Universiteit van Chicago hem voldoende eer toe om op basis van een studie van zijn leven en werk de “doctorstitel” te mogen dragen. In deze dissertatie refereerde de schrijver naar hem als zijnde een “religieus ziener”. In dat zelfde jaar schonk het kinder comic boek “house of mistery” men de vooraanstaande titel “America’s meest mysterieuze man”.

Zelfs als kind, op een boerderij in de buurt van Hopkinsville Kentucky, waar hij was geboren op 18 maart 1877, liet Edgar Cayce staaltjes van gewaarwording zien die boven de normale 5 zintuigen. Op de leeftijd van 6 of 7 jaar vertelde hij zijn ouders dat hij in staat was visioenen te zien en met hen te spreken, soms waren dit familieleden die recent overleden waren.
Zijn ouders schreven dit toe aan de overactieve verbeeldingskracht van een eenzaam kind die beïnvloed was door de dramatische taal van de herbelevingbijeenkomsten die in die tijd populair waren in dat deel van het land. Hij ontwikkelde later een vorm van een fotografisch geheugen door te met zijn hoofd op zijn schoolboeken te slapen, dit geheugen hielp hem snel door de dorpsschool heen te komen. Deze gave nam echter af en Edgar was slechts in staat de lagere school af te maken voordat hij zijn plaats in de wereld kon gaan zoeken.

Toen hij 21 jaar oud was had hij de betrekking van verkoper voor een groothandel in schrijfbenodigdheden. In de tijd liep hij een geleidelijke verlamming van de keelspieren op die dreigden het stemgeluid bij hem weg te nemen. Toen dokters niet in staat waren een fysieke oorzaak voor deze toestand te vinden probeerde men het met hypnose, dit had echter geen permanent effect. Als laatste redmiddel vroeg Edgar een vriend hem de zelfde soort hypnotische slaap te laten maken die hem, als kind, in staat stelde de boeken uit zijn schoolboeken te leren. Zijn vriend gaf hem de noodzakelijke
ingevingen en toen hij een maal in een zelf opgewekte trance verkeerde,kreeg Edgar houvast aan zijn eigen probleem. Hij stelde medicatie voor en een behandelende therapie die zijn stem en zijn gestel weer geheel herstelde.

Edgar Cayce, Psychic Healer (1877-1945) has been called the "sleeping prophet," the "father of holistic medicine," and the most documented psychic of the 20th century. For more than 40 years of his adult life, Cayce gave psychic "readings" to thousands of seekers while in an unconscious state, diagnosing illnesses and revealing lives lived in the past and prophecies yet to come. Research Edgar Cayce -- Believer or not, you'll be fascinated.

Een groep artsen uit Hopkinsville en Bowling Green Kentucky maakten gebruik van zijn unieke talent om diagnoses te stellen bij hun patiënten. Zij vonden spoedig uit at waar Edgar zich ook bevond, zij slechts de naam en adres van de patiënt behoefden te geven en hij was in staat om telepathisch
contact te maken met de patiënts lichaam en geest alsof hij zich in
dezelfde ruimte bevond. Hij had geen andere informatie met betrekking tot de patiënt nodig en kreeg die ook niet. Een van de jonge dokters, dr. Wesley Ketchum, bracht over deze nogal onorthodoxe procedure rapport uit bij een medisch onderzoekscentrum in Boston Massachusetts. Op 9 oktober 1910 schreef de New York Times twee hoofdartikelen met foto’s. Vanaf die dag zochtenmensen met moeilijkheden uit het gehele land de hulp van de “wonderman”.

A Meditation on Christ Consciousness from the Edgar Cayce Channeled Readings

Toen Edgar Cayce in Virginia Beach Virginia op 3 januari 1945 stierf liet hij meer dan 14,000 in stenografie opgestelde geschriften achter met betrekking op de telepatisch-helderziende uitlatingen, die hij in een periode van 43 jaar, had gegeven aan meer dan 6000 verschillende mensen.
Naar deze uitlatingen wordt gerefereerd als zijnde “LEZINGEN” (READINGS). Deze lezingen omvatten een van de grootste aantallen beschrijvingen van psychische zienerij die ooit zijn gedaan door een enkele persoon.

Tezamen met de archiefstukken, correspondentie en rapporten worden zij nog steeds onderzocht door duizenden psychologen, studenten, schrijvers en onderzoekers, al deze stukken staan ter bestudering beschikbaar onder duizenden onderwerpen. En stichting die bekend staat als A.R.E. (Association for Research and Enlightenment) werd in 1932 opgericht om de lezingen te
behouden. Als een OPEN-LIDMAATSCHAP onderzoek organisatie, gaat het nog steeds door met het indexeren en catalogiseren van de informatie, zij zetten aan tot onderzoek en experimenten en bevorderen het houden van conferenties, seminar en lezingen. Tot nu toe zijn de gepubliceerde resultaten beschikbaar
gekomen voor de leden middels eigen ORGANEN. Tegenwoordig bestaan er wereldwijd honderden STUDIEGROEPEN welke onderzoek verrichten en materiaal gebruiken.
(Linda Casey)

Edgar Cayce's Ideas on Spiritual Growth http://www.sound-shift.com/blog/edgar-cayces-ideas-on-spiritual-growth/
Uit een lezing van Cayce,

-Reïncarnatie wil niet zeggen dat mensen in een dierlijke vorm terugkomen, het is ook niet zonder meer bijgeloof van ontwetende mensen. Het is een volkomen ernstig te nemen leer,zowel uit religieus als uit wijsgerig oogpunt. Miljoenen ontwikkelde mensen uit India en Boedistische landen geloven in reïncarnatie.

-De evolutie van de mens om nu eens als man, dan als vrouw, eens als vorst en dan als arme en niet telkens behorend tot hetzelfde ras, met als eindpunt het bereiken van de perfektie in de menselijke geest en daarna de geestelijke wereld.

(Noot van Wings, wat zou dit inhouden voor mensen die nu bv discrimineren? Zal dit inhouden dat je in een volgend leven zelf gediscrimineerd zal worden? Geldt dit niet met alles zo?

Oordeelt niet opdat gij niet geoordeeld worde?)

-Bijbelcitaat over reïncarnatie :

-“Johannes de Doper zou een reïncarnatie zijn van Elia”

-“Elia is reeds gekomen”

-“Toen begrepen de discipelen

dat hij over Johannes de doper had gesproken”

-Matheüs 17:12,3

-Of over de van geboorte af blind zijnde man

-“Wie heeft hier gezondigd, deze of zijn voorouders”

-De overbevolking op aarde werd toegeschreven aan de grote verdwenen beschavingen zoals Egypte, Atlantis, Mexico etc.

-De onzichtbare wereld kan miljoenen zielen herbergen, in tijden dat het voor hen niet noodzakelijk is om op aarde te leven.

Cayce uitspraken!

-*GOD BESTAAT*

-*ELKE ZIEL IS DEEL VAN GOD*

-*HET LEVEN HEEFT EEN DOEL*

-*HET LEVEN GAAT ONONDERBROKEN VERDER*

-*ALLE MENSELIJKE LEVEN VERLOOPT VOLGENS EEN WET*

-*LIEFDE VERVULT DE WET*

-*DE WIL VAN DE MENS SCHEPT ZIJN LOT*

-*DE GEEST VAN DE MENS HEEFT VORMENDE KRACHT*

-*HET ANTWOORD OP ALLE VRAGEN LIGT

-BINNEN HET IK*

-*VERWERF U EERST INZICHT IN RELATIE TOT DE SCHEPPENDE KRACHTEN VAN HET HEELAL OF GOD*

-*FORMULEER UW IDEALEN EN DOELSTELLINGEN IN HET LEVEN*

-*STREEF NAAR HET VERWEZENLIJKEN VAN DIE DOELEN*

-*WEES ACTIEF*

-*WEES GEDULDIG*

-*WEES BLIJMOEDIG*

-*LAAT DE UITKOMST AAN GOD OVER*

-*TRACHT UW PROBLEEM NIET TE ONTWIJKEN*

-*WEES EEN KANAAL VOOR HET GOEDE NAAR ANDEREN TOE*

-WAT IS HET LEVEN?

HET IS GOD

GEOPENBAARD IN HET MATERIËLE VLAK

WANT NOG ALTIJD IS HET IN HEM DAT WIJ LEVEN WANDELEN EN ZIJN

HET LEVEN IS EEN MATERIËLE OPENBARING VAN DIE UNIVERSELE KRACHT

OF ENERGIE DIE WE GOD NOEMEN

-DE ENTITEIT WORD NIET UIT ZUIVER TOEVAL GEBOREN WANT DE AARDE IS EEN WERELD VAN OORZAAK EN GEVOLG,

OORZAAK EN GEVOLG

ZIJN OP DE AARDE EEN NATUURWET

EN ALS EEN ZIEL DEZE WERELD BETREEDT IS HET OM

DEZE WAARHEDEN TE LEREN KENNEN OF DOOR TE GEVEN, OPDAT ANDEREN

OOK MEER KENNIS KRIJGEN,

OMTRENT HET DOEL WAARVOOR ELKE ZIEL KOMT

DE ERFENIS VAN ELKE ZIEL IS

OM ZICHZELF TE LEREN KENNEN ALS ZICHZELF MAAR DESONDANKS ÉÉN MET DE CREATIEVE KRACHTEN

-U GAAT NIET NAAR DE HEMEL

U GROEIT NAAR DE HEMEL TOE!

-ER IS GEEN TIJD, HET IS ÉÉN TIJD!

-ER IS GEEN RUIMTE, HET IS

ÉÉN RUIMTE!

-HET GELIJKE BRENGT HET GELIJKE VOORT!

-WAT GE ZAAIT ZULT GE OOGSTEN

-GOD LAAT NIET MET ZICH SPOTTEN

-ZOALS U UW NAASTE BEHANDELD ZO ZULT U DOOR UW MEDEMENS WORDEN BEHANDELD

KLEINE NOOT

Betekenis hiervan is ook bv

als je niet eerlijk bent t.o jezelf, ervaar je misschien leugenachtige mensen in je omgeving, misschien ben je dan wel volstrekt oprecht tegen anderen alleen t.o jezelf ontbreekt er een zuiverheid, hier kom je ook op het gedeelte, heb een ander lief gelijk uzelf,

Je kunt wel ontzettend goed en lief zijn tegen anderen, maar als je jezelf vergeet, hoe kun je dan verwachten dat anderen rekening met jou houden?

Dus in die zin is de wereld jouw spiegel, het gaat immers om het leren kennen van jouzelf?

Als jij bv. vervelend doet tegen een kind, kan je buurman tegen je uitvallen bv,

als je altijd aardig bent tegen anderen, maar niet tegen jezelf, hoe kun je dan verwachten dat mensen aardig tegen jou zijn?

Dat zal niet gebeuren nml

zelfrespect is een eerste vereiste!

Van daaruit kun je groeien!

-LEVEN IS NIET ALLEEN MAAR LEVEN!

-NOG DOOD ALLEEN MAAR STERVEN!

-WANT DE GEBOORTE VAN HET EEN IS DE GEBOORTE VAN HET ANDER

-DIT GEZIEN VANUIT HET GEHEEL OF HET CENTRUM

VAN WAARUIT ALLE STRALING PLAATSVINDT

-BEDENK DE DINGEN DIE U EENS VERRICHT HEBT, U KOMT ZE NU WEER TEGEN!

ook vanuit vorige levens dus

-WEET DAT IN WELKE STAAT U ZICH OOK BEVINDT, VAN GEEST

VAN LICHAAM,

VAN CONDITIE,

ZE IS WAT U OPGEBOUWD HEBT EN ZE IS NOODZAKELIJK VOOR UW ONTPLOOIING

(noot Wings

Dus vanuit vorige levens bouw je ook een staat van gezondheid van geest, lijf en leden op

en tevens geldt hier de wet van karma

voor jouw groei is alles van belang wat je meemaakt

het is niet zomaar!Zeker niet zinloos

Het is de bedoeling dat je hierdoor gaat groeien!

Soms zijn het zelfs je eigen keuzes die je maakte voor je ter aarde kwam!

Vergeet dit nooit hoe moeilijk dit ook lijkt soms

en hoe hard het leven soms ook schijnt

alles is en heeft een bedoeling!)

-HEB NOOIT MEDELIJDEN MET JE ZELF

-OF DENK NIET DAT IEMAND JE SLECHT BEHANDELD HEEFT

WAT JE ZAAIT ZUL JE OOGSTEN

(noot wings

tevens wordt hiermee bedoeld dat

keuzes bv gemaakt zijn in de zin van

ik kies deze ouders zodat ik kan leren zelfstandig worden

ik kies deze partner zodat ik zal leren voor mezelf opkomen

ik kies dit kind zodat ik kan leren liefhebben

of ik kies dit levenspad zodat ik kan leren hoe het niet/wel moet)

-LAAT GEEN TIJDEN VAN VERWERPELIJKE ONVERSCHILLIGHEID ONTSTAAN

IN UW TEGENWOORDIGE ERVARING

-WEET DAT WAT U OOK OVERKOMT UW EIGEN ONTWIKKELING TEN GOEDE KOMT

ALS U HET TEGEMOET TREEDT MET TOEPASSING VAN CREATIEVE BEGINSELEN

(noot wings

wat zijn creatieve beginselen?

het creatief zijn in je denkwereld

dus dingen minder zwart/wit zien bv

blijven lachen whatever, hoe bitter ook

maakt niet uit tover die smile op je gezicht en je zult zien je voelt je dan stukken beter of anders)

-WEET DAT ER GEEN ASTROLOGISCH NUMEROLOGISCH OF SYMBOLISCH BEPAALDE DRIFT STERKER IS DAN DE WIL VAN DE ENTITEIT TIJDENS ENIGERLEI ERVARING

-ELKE ZIEL IS HET VERMOGEN GEGEVEN TOT KIEZEN IN ELKE ERVARING

IN ELKE OMSTANDIGHEID

-WEET DAT ALLE KRACHT

ALLE GENEZING

ALLE HULP

VAN BINNENUIT MOET KOMEN

-DENK NIET WIE ZAL VAN OVER ZEE KOMEN

OPDAT ER EEN BOODSCHAP KOME

WANT ZIE HET IS IN UZELF

-WEET WAT UW IDEAAL IS EN HANDEL DAARNAAR

-BETER HET VERKEERDE TE DOEN DAN NIETS TE DOEN

-BEDENK WEL DE MAN DIE MAAR EEN TALENT KREEG

BEGROEF HET TALENT EN

HET TALENT WERD HEM ONTNOMEN

-HET LOT OF KARMA HANGT AF VAN WAT DE ZIEL HEEFT GEDAAN MET DATGENE WAARVAN ZE ZICH BEWUST WAS

(noot wings

dus als je weet wat je doet en je weet dat je fout bent zul je ter verantwoording worden geroepen hiervoor,

weet je niet dat je fout bent dan kun je er immers niets aan doen!)

-WEET DAT ELK INDIVIDU OP AARDE EVENVEEL RECHTEN HEEFT ALS UZELF

AL IS HET IN SOMMIGE OPZICHTEN NIET ZO VER GEVORDERD MET WAT HET TE LEREN HEEFT

-GEBRUIK WAT U WEET TOT EER VAN GOD

DAT IS GERECHTIGHEID

(noot wings

alle kennis die je bezit en hebt mogen leren behoor je te delen met anderen op een juiste zuivere manier!

voor jezelf houden van kennis kan een vorm van egoïsme zijn)

-GEDULD IS NIET PASSIEF

OF NEGATIEF

HET IS EEN CONSTRUCTIEVE ZAAK

EEN POSITIEF ACTIVERENDE KRACHT

WANT HEEFT HIJ GEZEGD TERUG TE DEINZEN ALS IEMAND U OP DE WANG SLAAT?

NEE JUIST DE ANDERE WANG TOEKEREN

-WEES ACTIEF IN UW GEDULD

-WEES ACTIEF IN UW RELATIES MET UW MEDEMENS

-BEDENK HIJ IS EEN GOD VAN LIEFDE

-WANT HIJ IS LIEFDE

EEN GOD VAN GELUK

WANT HIJ IS GELUK

-U MOET REKENSCHAP AFLEGGEN VAN IEDER IJDEL WOORD

-NIET DAT U NIET BLIJMOEDIG MOET ZIJN

-WANT ALS U HET VERMOGEN TOT LACHEN VERLIEST

-VERLIEST U HET VERMOGEN TOT BLIJDSCHAPPEN

EN DAT IS HET BEGINSEL VAN CHRISTUS

LEVEN IS BLIJDSCHAP

BEDENK DAT HIJ LACHTE

ZELFS OP OP WEG NAAR GOLGOTHA

HIJ LACHTE EN DAT WAS JUIST WAT DE WOEDE OPWEKTE VAN VELEN

(noot van wingsie, dit is niet bedoeld als zijnde spottend lachen ergens om

of onverschillig lachen, dit is de lach die van binnenuit komt, de lach waardoor niets je kan raken

die lach wordt je pas eigen als je gelouterd bent door de wijsheid en het leven, als je je lessen leert in dit leven

en ze begrijpt)

-WEET DAT ELKE ZIEL ZICHZELF ONTMOET

GEEN ENKEL PROBLEEM KAN NML ONTLOPEN WORDEN

ZIE ZE NU ONDER OGEN

( m.a.w je moet er toch een keer doorheen is het niet nu, dan wel in een volgend bestaan op aarde)
—-

*Dit artikel volgt de terminologie eigen aan de Cayce lezingen.

(bewerking door M. Vansteenkiste van ‘An Overview of the Cayce Material’ door K. Todeschi)

BZW

4. De lezingen over Buitenzintuiglijke Waarnemingen en Zielsverschijnselen

In het leven van Edgar Cayce zijn veel voorbeelden van dit bijkomend communicatie zintuig. Het geven van lezingen al “slapend” kan beschouwd worden als buitenzintuiglijke waarnemingen (BZW) omdat hij op een of andere wijze over inlichtingen beschikte die hij nooit had geleerd, mensen, plaatsen en gebeurtenissen zag zonder het gebruik van zijn stoffelijke ogen.

In “slaaptoestand” kon hij op vragen antwoorden over welk onderwerp ook; hij kon vanuit Virginia Beach een patiënt en zijn of haar omgeving, bijvoorbeeld in New York, beschrijven.

Daar er verschillende soorten BZW zijn hebben onderzoekers de term in categorieën gesplitst. Fundamenteel verwijzen BZW naar de mogelijkheid inlichtingen te ontvangen en te versturen door een ander kanaal dan de vijf zintuigen. In eenvoudige taal, het is een methode om met anderen te communiceren zonder het gebruik van het zicht, het gehoor, de smaak, de geur en het gevoel. Volgens de Cayce lezingen is het een methode die elk van ons kan gebruiken en ontwikkelen.

Eén van deze categorieën wordt telepathie genoemd, ook gekend als communicatie van geest tot geest. Een voorbeeld: in Kentucky gaf Cayce een lezing voor iemand in New York (740-1). Hij zag de man een sigaar roken, hoorde hem een bepaald lied fluiten, zag hem een andere man ontmoeten, met hem een terrein bespreken, en drie brieven lezen. Tenslotte hoorde de “slapende” Cayce hem telefoneren met iemand wiens naam hij kon geven. Al deze gebeurtenissen werden later bevestigd. Met zijn bijkomend zintuig kon Cayce alles zien wat zijn patiënt in New York ondernam.

Als we aan iemand denken die we sinds lang niet meer gezien hebben en hij telefoneert de volgende dag is dat ook een voorbeeld van gedachtenlezen.

Een ander soort helderziendheid is de mogelijkheid inlichtingen te bekomen die niemand anders heeft.

U schudt een spel kaarten dooreen, legt ze omgekeerd neer en u kunt telkens raden welke de bovenste kaart is. Indien uw gemiddelde hoger ligt dan wat door de waarschijnlijkheidsleer als toeval wordt beschouwd, zonder dat u daarom honderd procent treffers hebt, dan bent u, in zekere mate, helderziend.

Indien u echter dezelfde proef doet maar een vriend vraagt de kaart te bekijken en ze in gedachten te houden voor u ze probeert te raden, dan doet u een proef van gedachtenlezen.

Voorkennis is een derde soort BZW. Het is de mogelijkheid gebeurtenissen waar te nemen voor ze gebeuren.

Velen van ons kennen het gevoel van “déjà vu”. Bijvoorbeeld : u spreekt met een vriend en opeens bent u zeker dit gesprek met hem reeds te hebben gevoerd. U weet zelfs wat uw vriend gaat zeggen. Volgens de Cayce lezingen is een mogelijke uitleg van dit verschijnsel dat u alles in uw dromen zag want dromen tonen dikwijls toekomstige gebeurtenissen.

Voorspellende dromen kunnen vergeten worden of aangevoeld als “déjà vu” verschijnselen.

In veel lezingen voor kinderen voorzag Cayce hoe ze als volwassenen zouden zijn, welke hun verborgen talenten waren, wat hun beroep zou worden.

Terwijl hij een lezing gaf voor een vrouw in New York stopte Cayce ineens en begon een lezing voor een vrouw uit Missoeri al had die laatste er niet om gevraagd. Haar aanvraag, geschreven de dag na de lezing (5700-1)werd gegeven, kwam aan nadat het antwoord reeds gepost was.

Cayce voorzag de ineenstorting van de beurs in 1929 (900-425) zes maanden voor ze er kwam en tevens de tweede wereldoorlog. Hij wist dat hij dood zou zijn voor de terugkomst van zijn twee zonen uit overzeese gebieden.

Al werd hij door sommigen profeet genoemd, Cayce zei van zichzelf dat hij een “nederig, zwak en onwaardig kanaal” was (254-76). Hij deed weinig wereldvoorspellingen omdat ze aan ontelbare uitwendige invloeden onderworpen zijn. Als helderzienden de toekomst willen voorspellen, kunnen ze slechts over een mogelijke toekomst spreken, steunend op lopende gebeurtenissen. Indien die in dezelfde lijn verder gaan, indien de houding van de mensen, hun levensstijl, de toestand van de wereld, niet veranderen, kan de helderziende er de gevolgen van voorzien.

De lezingen benadrukken onze vrije wil. Als een hoop mensen hun vrije wil gebruiken en hun alledaagse handelingen veranderen , zal dit een invloed hebben op de toekomst.

“Slechts wanneer de ziel, die een deel van God is, gekozen heeft, kent God het gevolg ervan.” (5749-14)

In de Bijbel vinden we talrijke voorbeelden die bewijzen dat er geen voorbeschikking is.

Abraham vroeg God Sodom en Gomorra te vergeven (Gen. 18: “Zo ik te Sodom binnen de stad 50 (45, 40, 30, 20, 10 ) rechtvaardigen zal vinden, zo zal ik de ganse stad sparen om hunnentwil”).

In Jeremia 26,3 stuurt God de profeet tot de steden van Juda die hem de rug toekeerden: “Misschien zullen ze horen, en zich bekeren, een ieder van zijn boze weg; zo zou Ik berouw hebben over het kwaad dat Ik hun denk te doen vanwege de boosheid van hun handelingen.”

In het boek Jona gebiedt de Heer de profeet: “‘Maak u op, ga naar de grote stad Nineve, en predik tegen haar; want haar boosheid is opgeklommen voor Mijn aangezicht… En de lieden van Nineve geloofden aan God: en zij riepen een vasten uit…En God zag hun werken, dat zij zich bekeerden van hun boze weg; en het berouwde God over het kwaad, dat Hij gesproken had hun te zullen doen, en Hij deed het niet.”

Voorkennis is dus onderworpen aan veel meer invloeden dan gedachtenlezen en helderziendheid.

De Cayce lezingen tonen een vierde categorie van BZW, de retrocognitie, dit wil zeggen, de mogelijkheid verleden gebeurtenissen te zien.

Bijvoorbeeld. In zijn levenslezingen (die over de ziel gaan) herhaalde Cayce dikwijls, met luide stem, de gebeurtenissen die het leven van een persoon kenmerkten, terugkerend tot de dag van zijn geboorte.

Zo zie hij in een lezing (1650-1):

“1935-’32 een moeilijke periode; ’31 – ’36 – ’26 niet zeer vredig” .

Voor een andere levenslezing (1492-1) gaf men Cayce een verkeerde datum en plaats van geboorte. Teruggaand in de tijd zei hij:

“Wij vinden haar niet.”

Na een poosje ging hij verder:

“Hier hebben we de kronieken. Dat ziet er de verkeerde plaats en datum uit.”

(Men had hem gezegd dat het meisje geboren was te Cleveland, Ohio, op 24 januari 1919; men ontdekte later dat het in New York City was, op 23 januari.)

Meer dan 11 jaar voor de ontdekking van de Rollen van de Dode Zee in 1947 gaf Cayce in zijn lezingen een beschrijving van een secte van het judaïsme waarover de geleerden weinig wisten. Deze groep heette de Essenen. Cayce gaf veel gedetailleerde inlichtingen over hun werk en gemeenschapsleven. Zo beweerde hij bijvoorbeeld dat in de Esseense gemeenschap mannen en vrouwen samen werkten en leefden. Op het ogenblik van de lezingen dacht men dat de Essenen een kloostergemeenschap vormden van mannen. In 1951 echter, 6 jaar na de dood van Cayce, zetten oudheidkundigen de uitgravingen van Qoemran verder, nabij de plek waar de Rollen werden ontdekt en vonden er bewijzen van de tegenwoordigheid van mannen en vrouwen in die gemeenschap.

Cayce beweerde dat ieder in zekere mate een paranormale gave zou hebben want de psychische* activiteit is een natuurlijke kracht van de ziel. Omdat “psychisch van de ziel is” zou het volgens de lezingen gemakkelijk zijn persoonlijke psychische ervaringen uit te lokken.

Nochtans kunnen de verschijnselen die zich door psychische kanalen uiten ons op een verkeerd pad brengen. De lezingen zeggen dat, in plaats van psychische ervaringen te zoeken om te kunnen zeggen dat men psychische ervaringen heeft, we er beter zouden aan doen ze alleen te zoeken in een context van geestelijke ontwikkeling, om meer over onszelf te leren, of om in dienst van anderen te staan.

We zijn vaak geneigd paranormale ervaringen af te doen als iets ongewoons, bijzonders, aparts, ja, zelfs iets angstaanjagends. Volgens Cayce is een psychische inlichting, omdat ze psychisch is, niet noodzakelijk honderd ten honderd juist. We mogen ze gebruiken als een bijkomend werktuig om iets te begrijpen of om iets te beslissen; meer belang moeten we er niet aan hechten dan aan een inlichting van een vriend of van onze andere zintuigen, maar ook niet minder.

Mettertijd zal de enkeling ertoe komen met zijn intuïtie te werken als met zijn andere zintuigen.

Aangeraden lectuur:

Agee, Doris, Edgar Cayce over paranormale waarneming

Ontwikkeling

Hoe ontwikkelt men zijn zielskrachten?*

Spreekbeurt gegeven door Edgar Cayce op 30 juni 1932

Het is ongelukkig dat we allen aan psychische krachten denken als iets zeer ongewoons, zeker aangezien het woordenboek als een bepaling van psychisch geeft: “hebbende abnormale krachten, voornamelijk automatisch schrijven of gesprekken voeren in geestvervoering”.

Indien we echter de ware betekenis van zielskrachten begrepen, zouden we een ander idee hebben wat betreft de zin van het ontwikkelen van deze krachten in onszelf. Of we het willen toegeven of niet, we hebben allen zielskrachten. Of we ze willen ontwikkelen, is een andere vraag.

Als mensen een bepaald vermogen wensen te ontwikkelen, beginnen ze het te oefenen. Iemand die bokser wil worden, mag bepaalde dingen niet doen. Om de bekwaamheid van een of ander deel of functie van het stoffelijk lichaam te oefenen, is een geschikte voorbereiding nodig. Iemand die zijn stem ontwikkelt, oefent dit bijzonder vermogen. Bepaalde regels moeten gevolgd worden om te zingen, om viool te spelen, om piano te spelen.

Welk vermogen wordt er geoefend? Is het gewoon een deel van het stoffelijk lichaam? Wanneer we de vermogens, verborgen in elke enkeling, willen ontwikkelen, – zoals het onderscheiden van kleuren, of hoe kleuren te gebruiken om iemand anders duidelijk te maken wat we in de natuur gezien hebben- dit vermogen neemt deel aan meer dan alleen de hand over het palet, het doek of het vel papier bewegen. We willen iets innerlijks uitdrukken. Wat brengt die uitdrukking voort? Onze zielskrachten.

Sta me toe u te zeggen wat psychisch is en hoe het moet gebruikt worden. Denk niet dat iemand die men ‘helderziende’ [psychic]* noemt, iets bijzonders over zich heeft; je lijdt aan dezelfde toestand. Je bent even bijzonder als hij, misschien nog meer.

Websters woordenboek geeft als eerste bepaling van psychisch: “van of behorend tot de menselijke ziel; van of behorend tot het levend beginsel in de mens; soms behorend tot de menselijke ziel in verhouding tot de zintuigen of zinnen en tot de uiterlijke zichtbare wereld, verschillend van de geestelijke wegens zijn redenerend vermogen”. De tweede bepaling is: “van of behorend tot het verstand [mind], het mentale tegenover het stoffelijke in het lichaam”.

Het waarnemingsvermogen van het verstand [physical mind] moet door de zintuigen komen. Ontwikkeling van een innerlijk vermogen betekent de ontwikkeling van de scherpte van een zintuig. We weten dat wat we proberen te begrijpen ons bereikt door middel van de vijf zintuigen. Door te vergelijken leren we toon en kleur onderscheiden. Zoals een foto een bepaalde handeling ondergaat om tot stand te komen, zo ook ontwikkelen we ons onderscheidingsvermogen door onze zintuigen.

Sommigen lijden aan psychische blindheid, dit is het niet kunnen herkennen van voorwerpen zoals ze gezien worden. Ik heb iemand gekend die alles ondersteboven zag. Anders kon hij niet zien, alles was voor hem ondersteboven. Hij was psychisch blind.

Sommigen zijn psychisch doof, dit is het niet kunnen begrijpen van de betekenis van gehoorde harmonie of geluiden. Ik heb mensen gekend die door de telefoon hoorden maar niet terwijl ze in een kamer met andere personen waren; of ze hoorden wanneer ze in een rijdende trein zaten maar niet terwijl ze op straat wandelden.

Zo weten we dat er in ons lichaam een bepaald vermogen is dat we psychische krachten of zielskrachten noemen. Dit vermogen behoort tot de ziel en tot iets stoffelijks.

Wat wensen we anderen mede te delen als we een woord gebruiken? Dit hangt af van de bekwaamheid van degenen die luisteren. En ook van onze bekwaamheid te beschrijven, door onze zielskrachten, of door de ontwikkeling verkregen door de zielskrachten. Soort zoekt soort, soort begrijpt soort. Een ingenieur kan moeilijk aan een muzikant uitleggen waaruit zijn werk bestaat, of de muzikant kan zijn werk moeilijk beschrijven aan de ingenieur. Dit komt wegens het individuele oefenen van stoffelijke vermogens, en ook van het deel waardoor we de stoffelijke vermogen begrijpen, d.i. de zielskrachten.

Er bestaat zoiets als zielsgeneeskunde, dat deel van de wetenschappen dat de geestesziekten behandelt. Als de zielskrachten niet ontwikkeld zijn, is er iets verkeerds met de mentale vermogens, iets verkeerds met de bekwaamheid te begrijpen. Want ons vermogen onze ziel te voeden (en dat is waarom we op aarde zijn) hangt af van onze bekwaamheid uit onze omgeving te halen hetgeen dat ons innerlijk begrijpen kan ontwikkelen.

Indien u muzikant bent, begrijpt u gemakkelijk wat bedoeld wordt met psychisch ritme. Het is de ritmische vorm waarin ons verstand [mind] een eentonig herhaalde prikkel gewoonlijk waarneemt. Daarom bidden we en daarom moeten we luidop bidden, want het geluid kan onze zintuigen wakker maken en de krachten opwekken die de innerlijke zielsvermogens zullen sterken.

Een andere bepaling van zielskrachten kan worden gevonden in de vergelijking van eindig en oneindig. Ze laten op onze geest [mind] een volledig verschillende indruk na.

Het verstand [finite mind]** kan de ziel voeden, op voorwaarde dat we het iets opbouwends geven dat het in leven houdt. Maar de oneindige geest [infinite mind] waarvan de eerste vraag zou zijn, “Hoe kan je het oneindige leren kennen?” kan door de rede niet onderscheiden worden. Het verstand [finite mind] probeert te redeneren, te onderscheiden en te bepalen door middel van vergelijking – processen die slechts een deel zijn van de vermogens, zielskrachten genoemd. Zo is de oneindige geest buiten het rijk van het gewone redeneren. We kunnen het oneindige slechts begrijpen door een vermogen dat boven de rede staat. Dit vermogen is de zielskracht. Men moet in een staat komen waarin het eindige ik niet meer bestaat.

We bidden zo dikwijls als die oude vrouw die bad dat de heuvel zou verplaatst worden; elke morgen keek ze naar buiten en zei: “Hij is daar nog. Ik wist dat hij daar zou zijn.”

We zijn nog niet uit ons eindig redenerend ik geraakt zodat het oneindige kan binnenkomen en helpen. We moeten het vermogen ontwikkelen tussen het eindige en het oneindige, opdat het oneindige ons deelachtig zou worden. We zoeken één te worden met het oneindige door het terugbrengen van de ziel tot haar eenvoudigste zelf – haar goddelijke essentie – en die eenwording en vereenzelviging te verwezenlijken.

We kunnen ons afvragen hoe de mens die persoonlijkheid (eindig) ontwikkelde en hoe hij zijn individualiteit (oneindig) verloor door de plaats die hij bezette met zijn Schepper in het begin kwijt te raken. Deze individualiteit zoekt steeds zich uit te drukken door de vermogens die de mens werden gegeven, want door hen kunnen uitdrukkingen van het oneindige, of God, in ons leven komen.

We weten dat we onze genootschap geleidelijk verloren door ons onvermogen ons uiterlijk, eindig ik af te sluiten. Met andere woorden, we hebben zoveel aan onszelf gedacht en aan het voorzien van onze stoffelijke noden, dat we de vleselijke verlangens hebben voldaan tot we vergaten dat er nog een genootschap van onze ziel met onze Schepper is. Die genootschap is wat we zielskracht noemen.

Niemand zal ontkennen dat die vermogens kunnen gebruikt worden door hen die hun stoffelijk bewustzijn verloren hebben, of dat ze kunnen opgemerkt worden in een vergadering die zich heeft afgestemd op innerlijke en uiterlijke invloeden.

Als we proberen met God te spreken, verwachten we dan een antwoord? Als we bidden, verwachten we dan altijd een antwoord? We moeten ons eindig zelf verliezen en aanvaarden gebruikt te worden, op welke manier ook Hij het nodig acht. “Henoch wandelde met God , en hij was niet meer, want God had hem opgenomen.” Hij werd onder zijn broeders niet gevonden omdat zijn geloof hem toegerekend werd als rechtvaardiging. Als uw geloof in, of de vermogens van onze zielskrachten die we allen bezitten zo misbruikt werden en we hebben toegestaan dat ze belachelijk gemaakt werden, dan hebben we een wal opgeworpen die de vermogens, verborgen in elke enkeling, verhinderen ons te ontwikkelen tot het Oneindige.

Alles wat bijdraagt tot het louteren en verhogen van de geest [mind] zal het bereiken van dit doel bevorderen en zal de benadering en terugkeer van die gelukkige toestand vergemakkelijken. Dit doel kan op verschillende wijzen bereikt worden. De liefde voor schoonheid die de dichter ophemelt, die Vroomheid tot de Ene, de vooruitgang van de huidige wetenschap die de ambitie van de wijsgeer is, de liefde en de gebeden van een of andere vrome ziel die in haar morele zuiverheid naar volmaaktheid verlangt – al dit zijn hoofdwegen die leiden naar de hoogten boven het hedendaagse en het bijzondere uit, waar we in de onmiddellijke nabijheid staan van het Oneindige dat uit de diepte der ziel schijnt.

De poging het schone, het zuivere, het lieve te zien in alles en allen met wie we in aanraking treden – alles dat ons lichaam, onze geest [mind] en hart beroert – zal in ons het vermogen ontwikkelen beter afgestemd te zijn op het Oneindige. Zo ontwikkelen we onze inwendige zielskrachten.

Het antwoord op de vraag of dit vermogen te ontwikkelen de moeite loont, komt tot elk van ons. Als we een juist idee hebben van wat psychisch betekent, dan weten we dat het een vermogen is dat bestaat en dat het ons als geboorterecht toebehoort, want we zijn zonen en dochters van God.

We hebben het vermogen ons met de Geest te verbinden, want “God is Geest en wenst zo vereert te worden” (Joh.4,23).

______________________________

*In het Engels wordt het woord “psychic” voornamelijk begrepen als “paranormaal, helderziend(e)”.

**eindige geest

Boeken

Het Kompas van Cayce – Innerlijke richting in het dagelijkse leven door Johanna van Zwet (Euro 4,- inclusief verzendkosten)

Gebed en Meditatie – gebaseerd op de lezing van Edgar Cayce door Johanna van Zwet (Euro 4,- inclusief verzendkosten)

-VLIETEND WATER – ISBN 90-6556-073-4 – Thomas Sugrue

-DROMEN DUIDEN – ISBN 90-202-4748-4 – Elsie Sechrist

-EDGAR CAYCE OVER ATLANTIS – ISBN 90-6556-061-0 – Edgar Evans Cayce

-E.C. OVER DE DODE ZEEROLLEN – ISBN 90-6556-161-7 – Glenn D. Kittler

-E.C. OVER JEZUS EN ZIJN KERK – ISBN 90-6556-091-2 – Anne Read

-E.C. OVER PARANORMALE WAARNEMING – ISBN 90-6556-181-1 – Doris Agee

-E.C. OVER REINCARNATIE – ISBN 90-6556-331-8 – Noel Langley

-E.C. OVER WARE SCHOONHEID – ISBN 90-6556-373-7

-E.C. PROFEET IN TRANCE – ISBN 90-202-4791-3 – Joseph Millard

-LEVEN IN RELATIE- ISBN 90-202-4859-6 – Gina Cerminara

-STEEDS OPNIEUW GEBOREN WORDEN – ISBN 90-202-8054-6 – John v. Auken

-SCHOONHEID ZONDER GRENZEN VOLGENS DE E.C. READINGS – ISBN 90 289 0098 5

-EINDTIJD VERWACHTINGEN – ISBN 90-202-8138-0 – John v. Auken

twee versies:

-EEN ZOEKTOCHT NAAR GOD (boek 1 in hardback) – ISBN 90-806876-1-8

-ZOEKTOCHT NAAR GOD (boek 1 & 2 niet gebonden dus geen ISBN nr.)

Voorspellingen

Aardveranderingen anders gezien

door John Peterson

Gedurende de 25 jaar dat ik met de EC lezingen werk, heb ik uitgekeken naar en gewacht op de voorspelde katastrofale veranderingen op aarde. Mijn belangstelling in aardkunde en de voorspelde aardveranderingen begon vroeg. Ik herinner me dat ik op de middelbare school dacht niet te moeten studeren voor een wiskunde examen omdat de “grote aardschok” zou komen en de wereld veranderen. Na mijn licentie in aardkunde te hebben behaald, verwachtte ik nog steeds dat de voorspelde rampen zouden gebeuren. Naargelang de tijd voorbijging, en ik het onderwerp beter leerde kennen, begon ik de juistheid en duiding van die gegevens in vraag te stellen. Mijn innerlijke gevoelens zeiden dat ze een groter verhaal inhielden dan de aanvaarde uitleg.

Alhoewel slechts 17 lezingen* aardveranderingen bespreken, toch hadden ze een sterke invloed door de boeken en opstellen die erover werden geschreven. Ze bevatten ook tegenstrijdige voorspellingen.

We kunnen ze indelen in drie groepen:

– de lezingen over geleidelijke veranderingen,

– de lezingen over 1936,

– de lezingen over rampen.

Elke groep schijnt een andere betekenis of bedoeling te hebben.

Als aardkundige weet ik dat belangrijke aardveranderingen plaats hebben gevonden in de 4,6 biljoen jaren van aardgeschiedenis.

Dit patroon zal in de toekomst wel blijven. Aardbevingen in Californië, Japan, en andere gevoelige streken, en vulkanische verschijnselen in de “vuurkring” in de Stille Oceaan zullen blijven plaatsvinden.

De passende vragen zijn:

1. Tonen de geschriften een verhaal van juiste psychische voorspellingen van aardveranderingen?

2. Zullen er volgende eeuw meer dan normaal algemeen verspreide katastrofale aardveranderingen plaatsvinden?

Op beide vragen moet ik “Neen” antwoorden. Noch helderzienden, noch aardkundigen hebben aardbevingen nauwkeurig kunnen voorspellen.

Vulkanische uitbarstingen kunnen slechts voorspeld worden nadat een vulkaan werkzaam wordt. De belangrijke aardschokken en vulkanische uitbarstingen van de laatste 50 jaar zijn normaal en wat we kunnen verwachten van de ontwikkeling van de Planeet Aarde. Er werd geen verhoogde werkzaamheid vastgesteld. Die gebeurtenissen bewijzen dus niet dat Cayce’s voorspellingen juist zijn.

Opdat een voorspelling waarde zou hebben, moeten 3 factoren gegeven worden:

de tijd,

de plaats,

de kracht.

Zonder één van die factoren bestaat er geen voorspelling. Als ik bijvoorbeeld voorspel dat in San Francisco de aarde zal beven, kracht 8, dan is dat geen voorspelling want er is geen tijdelement. Maar de voorspelling van een aardbeving van kracht 8 in New Madrid, Missouri, op 3 of 4 december 1990 door Iben Browning had de vereiste 3 elementen. Dit gebeurde echter niet en de voorspelling was dus onjuist.

Laten we de 17 E. Cayce-lezingen onderzoeken met deze vereisten in gedachte.

De lezingen over geleidelijke veranderingen.

7 lezingen behoren tot die groep; we hebben 3 punten :

1) de tijd van de toekomstige verandering kan niet voorspeld worden,

2) de veranderingen zullen geleidelijk gebeuren, niet katastrofaal,

3) wij, als geestelijke wezens, kunnen die gebeurtenissen veranderen.

De eerste lezing, 262-26, werd gegeven op 21 augustus 1932 voor de eerste studiegroep toen de groep een les over Geduld voorbereidde, voor het boek Een Zoektocht naar God. Men vroeg Edgar Cayce iets over een ramp die voorspeld was voor later in die maand.

Zijn antwoord luidde:

“Zoals we vinden, uit de verschillende kanalen waardoor die inlichtingen komen, denk eerder zoals Hij gaf “Het uur en de tijd ken je niet; zelfs de Zoon niet, alleen de Vader”. Die gaan dus eerder over geestelijk ontwaken dan over stoffelijke rampen – want de tijd is nog niet rijp – zei het orakel – het is nog niet volbracht.”

Deze lezing schijnt aan te duiden dat de meeste kanalen de tijd van aardveranderingen niet kunnen voorspellen en dat de veranderingen voor die periode geestelijk van nature zijn, geen stoffelijke rampen.

Lezing 311-10 werd drie maanden later gegeven, op 19 november 1932, op aanvraag van een vastgoedmakelaar die in 3 verschillende lezingen vragen stelde over aardveranderingen.

Twee dezer lezingen, 311-8 en 311-9, behoren tot de categorie “lezingen voor 1936”, maar lezing 311-10 is geheel verschillend.

Hij vroeg of de fysische veranderingen in Alabama, voorspeld voor 1936-38, geleidelijk of ineens zouden gebeuren. Het antwoord was “Geleidelijk”. Toen gevraagd werd welke vorm ze zouden aannemen, was het antwoord: “Dit hangt grotendeels af van metafysische dingen, en eveneens van wat de mensen echt of waar noemen. Want zoals begrepen, – of zoals het wezen het zou moeten begrijpen – er zijn toestanden in de werkzaamheden van enkelingen, zoals gedachten en pogingen – die meer dan één stad en meer dan één land ongeschonden hielden door toepassing van geestelijke wetten in hun omgang met enkelingen. Hier zal de vorm van de verandering eerder zijn, zoals we vinden, het zinken van delen met overstromingen als gevolg.”

Toen hij vroeg of de fysische veranderingen zouden plaatsvinden in Norfolk en omgeving, was het antwoord: “We vinden dat die dichter bij ’58 dan bij ’38 of ’36 zouden zijn”.

De derde lezing, 270-32, gegeven op 12 juni 1934, voor een boekhouder, had als brandpunt de invloed die we kunnen hebben op toekomstige stoffelijke veranderingen. De vraag was:

“Zijn de details van de uitbarstingen op aarde in 1936 zodanig bepaald dat u een beschrijving van de toegetakelde kust van de Stille Oceaan kunt geven samen met voorzorgsmaatregelen te nemen gedurende en na die ramp?”

De lezing zei:

“Al dit is, zoals altijd, afhankelijk van de houding van enkelingen en groepen betreffende de noden, de verlangens, de vereisten bij zo’n werkzaamheid. Dat er enkele op komst zijn en zullen gebeuren, dat is als het ware geschreven, maar – we vinden – dat een bepaalde datum of tijd nu niet kan gegeven worden.”

Cayce had gelijk te zeggen dat veranderingen op komst zijn en zullen gebeuren, de geologische annalen tonen aan dat er zich voortdurend krachtige aardveranderingen voordoen. Aardbevingen, vulkanische uitbarstingen, golfvloeden en andere aardbewegingen zijn openbaringen van een krachtig en werkzaam hemellichaam.

Moeder Aarde leeft en beweegt. Haar bewegingen hebben op ons een dramatische invloed. De laatste 20 jaar hebben zulke gebeurtenissen ongeveer 2,8 miljoen mensenlevens gekost.

De Cayce-lezingen duiden aan dat, aangezien wij die gebeurtenissen beïnvloeden, het onmogelijke is te zeggen wanneer ze zullen gebeuren. Hij herhaalt dit standpunt in lezing 416-7, gegeven in oktober 1935, twee maanden voor 1936, het jaar waarvoor vele aardveranderingen voorspeld waren.

“Wat de tijd, de plaats, het seizoen betreft, zoals het inderdaad werd aangeduid in de grote verwantschappen die werden vastgesteld door de profeten en wijzen van vroeger – en in het bijzonder door Hem, ‘Wie kent de dag en het uur? Niemand buiten de Scheppende Krachten.’

Er zijn zulke strekkingen in de harten en zielen van mensen opdat die (veranderingen) zouden gebeuren. Want, zoals dikwijls door dit kanaal gegeven, de mens wordt niet geregeerd door de wereld, de aarde en haar omgeving, de planetaire invloeden of werkzaamheden. Wel brengt de mens, door nakoming van de goddelijke wet, orde uit wanorde, of, door het ontzien van de verbanden en wetten van goddelijke invloed, brengt hij wanorde en vernietigende krachten in zijn ervaring.

“Want Hij heeft gezegd: ‘Al gaan hemel en aarde voorbij, mijn Woord zal niet voorbijgaan.’ Dit wordt vaak beschouwd als zomaar een mooie uitspraak, of iets om ontzag op te wekken bij hen die door een of andere ervaring bewogen werden. Ze toepassend in de huidige toestand van de wereld en van het heelal, wat houdt ze in- wat is het fundament van de wereld? Het woord van de Heer!”

Die lezing benadrukt dat we op Moeder Aarde inwerken, dat orde uit wanorde kan voortgebracht worden door de nakoming van de goddelijke wet.

Twee andere lezingen steunen dit punt. In lezing 1602-3, gegeven op 22 september 1939, vroeg men Cayce: “Driehonderd jaar geleden zei Jacob Böhme dat Atlantis zou herrijzen in deze krisistijd, bij de overgang van het Vissen naar het Waterman tijdperk. Is Atlantis nu aan het rijzen? Zal dit een plotse draaiing teweegbrengen en in welk jaar?”

Deze lezing verklaart: “Het is mogelijk dat we in 1998 veel werkzaamheden zullen vinden veroorzaakt door de geleidelijke veranderingen die zullen plaatsvinden. Deze gebeuren in de perioden als de kringloop van de zonnewerkzaamheid, of de jaren in verhouding tot de voortgang van de zon, door verschillende sferen van werkzaamheden zeer belangrijk worden voor de overgang van het Vissen naar het Waterman tijdperk. Dit is een geleidelijke, geen rampspoedige werkzaamheid van de aarde in die tijd.”

In lezing 1602-6 zei Cayce: “Wat betreft de veranderingen die op komst zijn, wat betreft tijd en plaats, die zullen, zoals aangeduid, afhangen van wat enkelingen en groepen doen met hun kennis van Zijn wil, Zijn doel met de mens.We vinden dat de aardrijkskundige veranderingen weinig verandering zullen brengen in de zaken van de mensen, uitgenomen als ze veroorzaakt worden door de werkzaamheden van de mensen betreffende de toepassing van de wetten ervan, in dit geslacht.

Dat er tekenen van verandering aanwezig zijn, staat op verscheidene plaatsen geschreven, maar ze duiden alleen een algemene tendens aan van wat uiteindelijk het gevolg kan zijn. Dit is weer een waarschijnlijkheid.”

Bij vragen over “relletjes, oproer, omwenteling in en om New York City in 1941, gaf hij, in dezelfde lezing, het volgende antwoord:

“Dit, zoals gezegd, hangt af van de werkzaamheden van de mens. Of dat moet gebeuren, in zover het wezen erbij betrokken is, hangt af van de aangenomen houding. Als u er pessimistisch blijft bij stilstaan, pas er dan voor op. Als u dat optimistisch ziet, en aldus handelt, wees dan niet verontrust.”

Deze 6 lezingen verplichtten me mijn duiding van aardveranderingen te herzien. Ze schijnen alle akkoord dat de toekomst geleidelijke, geen rampspoedige aardveranderingen brengt. En aangezien we de toekomst beïnvloeden kan hun tijd niet gegeven worden.

Als aardkundige is het me moeilijk te aanvaarden dat we als menselijke geestelijke wezens de toekomst van Moeder Aarde beïnvloeden. We weten dat er aardbevingen waren biljoenen jaren voor de mens deze planeet bevolkte. Deze bewegingen zullen verder gaan nadat onze soort uitgestorven is. Zulke veranderingen zijn een natuurlijke werkzaamheid van planeet Aarde. Ik heb het er moeilijk mee het idee te aanvaarden dat indien we goed leven en veel bidden, Moeder Aarde niet zal bewegen. Ze moet bewegen om te leven. Moeten we veel bidden opdat ze niet zou bewegen? Ik denk het niet. Wat we moeten doen is bidden voor innerlijke leiding om ons leven en onze daden te besturen. De invloed van toekomstige aardbevingen is betrekkelijk en kan veranderd worden door waar we leven en door onze voorbereiding op die gebeurtenissen. Ik denk dus dat we een invloed kunnen uitoefenen niet door Moeder Aarde te onderdrukken maar door ons voor te bereiden volgens onze voorgevoelens.

Maar wat doen we met de voorspellingen van rampspoedige veranderingen zoals het vallen in de zee van de westkust van de USA? Ik vond slechts één verwijzing naar een mogelijke overstroming van de West Kust, in lezing 294-185.

De lezing werd door de heer Cayce zelf aangevraagd in juni 1936 om een driemaand oude droom uit te leggen.

“Ik werd in 2158 na Christus herboren in Nebraska. De zee scheen het hele westelijke deel van het land te bedekken aangezien de stad waar ik woonde aan de kust lag. De achternaam was vreemd. Op jonge leeftijd verklaarde ik Edgar Cayce te zijn die 200 jaar vroeger leefde. Geleerden, mannen met lange baarden, weinig haar, een zware bril, werden geroepen om me gade te staan. Ze besloten de plaatsen te bezoeken waar ik zei geboren te zijn, te hebben geleefd en gewerkt, in Kentucky, Alabama, New York, Michigan en Virginia. Ze namen me met zich mee en we bezochten die plaatsen in een lang sigaarvormig metalen vliegend schip dat zich zeer snel voortbewoog. Een gedeelte van Atlanta lag onder water. Norfolk in Virginia was een reusachtige zeehaven geworden.

New York was vernietigd geweest, of door oorlog of door aardbeving, en was in wederopbouw. Industrieën waren overal op het platteland verspreid. De meeste huizen waren van glas. Veel documenten van mijn werk als Edgar Cayce werden ontdekt en vergaard. De groep keerde naar Nebraska terug en namen de documenten mee om ze te bestuderen.”

Die lezing duidde de droom als volgt:

“Die ondervindingen komen, zoals reeds gezegd, om te helpen, kracht te geven in tijden van twijfel en vrees. Zo waren er in deze ervaring invloeden rondom de entiteit die u verwarden, zodat u tijden doormaakte van twijfel en vrees. Dit zicht was er om u kracht te geven, opdat u zou begrijpen dat, al ziet het er zwart uit, al zijn er tijden dat het doel verkeerd uitgelegd wordt, zelfs deze zullen zo gedraaid worden om een bewijs te zijn, in dit aardse plan, voor u, voor degenen die u helpen en voor degenen die voor u hoop en begrip geven.

Dit dan is de duiding: zoals werd gegeven: vrees niet. Bewaar het geloof want degenen die met u zijn, zijn groter dan degenen die willen hinderen. Al valt de hemel, al verandert de wereld, al gaat de hemel voorbij, Zijn beloften zijn zeker en houden stand, zoals toen, als het bewijs van uw werkzaamheid in het leven en in het hart van uw naaste. Want de waarheid weet u: ‘Wat u voor uw naaste doet, doet u voor God, doet u voor uzelf’ want, eens het ik (zelf) uitgeveegd, kan God u verheerlijken en u stellen als iemand die voor een doel geroepen is met betrekking tot zijn medemens. Vergeet niet dat Hij bij elke beproeving en verleiding dicht bij u staat want Hij wil niet dat u zou verloren gaan. Maak uw wil één met de Zijne. Wees niet bang.

Dat is de duiding. Dat die tijden, vanuit de stoffelijke hoek zoals u ze zag, zullen komen, heeft voor u geen belang, maar doe VANDAAG uw plicht. Morgen zal voor zichzelf zorgen. Die aardveranderingen komen want de tijd, de tijden en de halve tijd lopen ten einde, en dan beginnen die tijden van herordening. Want wat zei Hij? ‘De rechtvaardigen zullen de wereld erven!’ Hebt u, mijn broeders, een erfenis op aarde?”

Om het best de waarde te bepalen van de droom en de lezing moeten we de omstandigheden nagaan. Toen had Cayce besloten zijn leven te wijden aan het helpen van mensen die inlichtingen vroegen. En toch was zijn eigen leven vol moeilijkheden. Het Cayce-hospitaal had pas zijn deuren gesloten. Hij was kort ervoor aangehouden voor het uitoefenen van geneeskunde zonder toelating – de ‘misdaad’ van mensen te proberen helpen. De droom kwam juist na het rechtsgeding.

Was de droom gegeven als voorspelling of als aanmoediging? Indien hij als aanmoediging bedoeld was, zouden de zinnebeelden dan geen boodschap van hulp en kracht geven in plaats van een letterlijk beeld van de toekomst? De lezing schijnt het element van voorspelling tot een minimum terug te brengen en het belang van de aanmoediging op dit punt in zijn leven te benadrukken. De twee paragrafen beginnend met “Dit dan is de duiding” en “Dat is de duiding” duiden duidelijk op een boodschap van moed in de droom. Degenen die de droom letterlijk wensen te nemen, moeten opmerken dat dit de enige verwijzing is in de 14.000 lezingen die de mogelijkheid van een verzinken van de Westkust van de USA voor de geest roepen.

De 1936 lezingen

Cayce heeft wel grote rampspoedige aardveranderingen voorspeld in een groep van 7 lezingen gegeven tussen 1932 en januari 1936. Niet alle spreken van een wereldwijde rampspoedige verandering; alle gaan over natuurlijke gebeurtenissen voorspeld voor het jaar 1936. Maar uiteindelijk was 1936 geen bijzonder geologisch actief jaar, er waren minder aardbevingen dan normaal. Er was ook geen verschuiving van de pool in dat jaar.

Lezing 3976-10, gegeven in februari 1932, was de eerste van de groep. Ze ging over de financiële en politieke wereldcrisis van die tijd. Men vroeg Cayce de belangrijkste gebeurtenissen voor de komende 50 jaar te voorspellen.

“Dit werd beter voorspeld na de grote ramp die in ’36 zal gebeuren, in de vorm van het afbreken van krachten die nu bestaan als factoren in de wereldzaken. De eerste merkwaardige verandering zal zijn de aanvaarding of de verwerping van de tussenkomst van de wereld, of van het gerecht van de laatste kans voor de wereld, in de huidige ontmoeting zoals voorgesteld door Frankrijk – en zoals verworpen door Amerika. Dan, door de breuk zullen er in ’36 veranderingen zijn die andere kaarten van de wereld zullen maken.”

Op de vraag over politieke veranderingen in Italië antwoordde hij:

“Ook Italië zal gebroken worden door wat NU een onbeduidende of kleine macht is die tussen de grotere ligt, of tussen machten die voor het ogenblik groter zijn. Die (veranderingen) zullen niet gebeuren voor de rampen op de aarde in ’36, die teweeggebracht worden door krachten van buiten, door de verplaatsing van het evenwicht van de aarde in de ruimte, met de gevolgen vandien op de verscheidene delen van het land of van de wereld.”

De ‘verplaatsing van het evenwicht in de ruimte’ is, denk ik, de eerste vermelding van het idee van ‘een verschuiving van de pool’ in de lezingen. Door het suggeren van wereldwijde rampen zet deze lezing de toon voor die groep lezingen.

Lezing 311-8, twee maanden later gegeven, op 9 april 1932, gaat voornamelijk over financiële onderwerpen, voornamelijk over de Depressie.

Eén vraag: “Wanneer zullen de aardveranderingen zichtbaar worden?” gaf dit dikwijls aangehaald antwoord:

“Als de eerste veranderingen beginnen in de Zuidzee (dat is de Zuidelijke Stille Oceaan) en deze welke zichtbaar zijn door het zinken of het rijzen van die (zee) die bijna aan de overkant ligt, of de Middellandse Zee, en de Etna streek, dan mogen we zeggen dat ze begonnen zijn.

V. Hoelang nog vooraleer dit begint?

A. De aanduidingen zijn dat er al enkele begonnen zijn, toch zouden anderen zeggen dat die maar tijdelijk zijn. Wij zouden zeggen dat ze begonnen zijn. ’36 zal de grootste zichtbare veranderingen zien.

V. Zullen er natuurlijke veranderingen zijn in de aardoppervlakte van Noord-Amerika? Zo ja, welke delen zullen getroffen worden en hoe?

A. Over heel het land zullen veel fysische veranderingen, grote en kleine, plaatsvinden. De grote verandering in Amerika zal de Noordatlantische kust betreffen. Kijk uit voor New York, Connecticut en daar omtrent.

V. Wanneer zal dit gebeuren?

A. In die tijd. Juist wanneer…”

Deze voorspelde gebeurtenissen zijn meer dan 50 jaar over tijd. De voorafgaande werkzaamheid in de Zuidzee moest in 1936 beginnen. Sindsdien waren er veel betekenisvolle aardbevingen in de Zuidelijke Stille Oceaan. Die streek is seïsmisch werkzaam. Toch is er niets buitengewoons gebeurd sinds 1936. Ook de Etna, één van de meest actieve vulkanen ter wereld, heeft sinds 1936 dikwijls gespuwd.

De volgende twee lezingen in die groep, 5748-5 en 6, werden op dezelfde dag gegeven, op 30 juni 1932, voor een grote groep mensen op het jaarlijks A.R.E. Congres. Men kan ze lezen als één lezing, de ene loopt over in de andere.

Die tweespraak komt uit 5748-5:

V. “Zijn de afleidingen en besluiten waartoe D. Davidson en H. Aldersmith in hun boek over de Grote Pyramide komen juist?

A. Veel van wat afgeleid werd, is juist. Veel zijn fel overdreven. Alleen een ingewijde kan dit verstaan.

V. Welke zijn de verbeteringen voor de 20ste eeuw?

A. Alleen dat er een opheffing van de aardkorst zal zijn in 1936.

V. Bedoelt u dat er opheffing van de aardkorst zal zijn in 1936 zoals opgeschreven in de pyramide?

A. Zoals opgeschreven in de pyramide is dit voor tussen ’32 en ’38. De verbetering zou moeten zijn, zoals gezien, in ’36; – want er zijn er veel – die beginnen vanaf bepaalde dagen; zoals gezien zijn er perioden waar zelfs uur, dag, jaar, plaats, land, natie, stad, en enkelingen aangeduid worden. Zo juist zijn vele van die voorspellingen.”

En in 5748-6:

V. “Welke vorm en welke omvang zullen die opheffingen in ’36 aannemen?

A. Oorlogen, opheffingen in het binnenste van de aarde en de verplaatsing van haar as ten overstaande van het Polaris centrum.”

Die twee lezingen duiden aan dat een verschuiving van de pool in 1936 zou plaatsvinden. Het Polaris centrum verwijst naar de Poolster, Polaris, recht ‘boven’ de noordpool geplaats.

Indien de aarde haar plaats ten opzichte van dit omwentelingspunt veranderde zouden grote natuurlijke aardveranderingen plaatsvinden.

Dit schijnt in tegenspraak met de lezingen over geleidelijke veranderingen die we vroeger bespraken. Die vorige lezingen verklaarden dat de tijd voor de geleidelijke fysische veranderingen niet kon voorspeld worden. Het is interessant op te merken dat Cayce in deze lezing de juistheid van de voorspellingen zeer goed vond. Toch was er geen poolverschuiving in 1936.

In een bijkomende lezingen, 311-9, werd hem gevraagd wanneer de aardveranderingen in Alabama zouden aanvangen. “Van ’36 tot ’38.”

In lezing 270-30, gegeven in 1933 voor een bewoner van San Francisco, werd Cayce gevraagd of de aardopheffingen San Francisco zouden treffen zoals dit het geval was in 1906. Het antwoord was: “Dit zal een kleintje zijn in vergelijking met die van ’36.”

Dezelfde man vroeg in lezing 270-35, in januari 1936:

“Welke is de eerste oorzaak van aardbevingen? Zal San Francisco dit jaar onder zo’n ramp lijden?

Hij vroeg de datum en het uur.

Het antwoord was:

“We vinden niet dat die bepaalde streek (San Francisco) in dit jaar zal lijden onder grote stoffelijke schade zoals vroeger ondervonden. Delen van het land zullen getroffen worden, maar we vinden dat die verder oost zullen liggen dan San Francisco – of ten zuiden, waar tot nu toe nog geen grote werkzaamheid waar te nemen was. De redenen ervan zijn natuurlijk de inwendige bewegingen om de aarde; en de cosmische werkzaamheid of invloed van de kracht der planeten en sterren. Hun verwantschap brengt de werkzaamheden van de natuurgeesten (elementals) van de aarde tot stand; dit zijn: de aarde, de lucht, het vuur, het water; en die verbindingen zorgen voor de vervanging bij de verschillende werkzaamheden.

“Als de Vesuvius, of Pelee werkzamer worden, en de zuidelijke kust van Californië – de streek tussen Salt Lake en de zuidelijke delen van Nevada – dan mag u binnen de drie maanden een overstroming door aardschokken verwachten. Maar die zullen meer in het zuidelijk dan in het noordelijk halfrond plaatsvinden.”

Geen betekenisvolle aardschokken vonden plaats in die streek in 1936.

Dit was de tweede lezing die aankondigende gebeurtenissen voorspelde, d.i. werkzaamheden waarnaar we moeten uitkijken voor de voorspelde belangrijke gebeurtenissen er komen.

Lezing 311-8 verklaarde dat die zouden beginnen in 1936.

Lezing 270-35 zegt niet echt 1936, maar volgens de natuur van de vraag in de lezing kunnen we opmaken dat het over dat jaar gaat.

Gelden die inlichtingen nu nog, 50 jaar later? Ik denk het niet want er was een voortdurende en normale geologische werkzaamheid in die streken.

Lezingen over rampspoedige veranderingen

Die lezingen voorspelden wereldwijde aardveranderingen na 1936. Lezing 378-16 voorzag een poolverschuiving in 1998. Normaal gezien werden inlichtingen over aardveranderingen gegeven als antwoord op rechtstreekse vragen. In deze lezing, gegeven in oktober 1933, werd die gegeven:

“Want hier (zijn) degenen die getraind werden in de Tempel van Opoffering en in de Tempel Schoonheid, die bij het verzegelen van de documenten kamers aanwezig waren. Want deze moesten bewaard worden, zoals de priesters van Atlantis of Poseidia zeiden. Toen werden die annalen van ‘het volk van de wet van Eén’ in hun kamers geplaatst; ze mochten alleen geopend worden als degenen die ze erin hadden verstopt op aarde terugkwamen, als de verandering op aarde nabij was. Die verandering begint in ’58 en eindigt met de veranderingen gebracht door de opheffingen en de poolverschuiving, aangezien in ’98 (zoals de tijd nu geteld wordt) het rijk begint van die invloeden die door velen vermeld werden in de documenten gehouden door degenen die verblijven in het land van de Semitische volkeren.”

Lezing 3976-15 geeft nog meer rampspoedige voorspellingen. Dit is waarschijnlijk de meest aangehaalde uit de Cayce lezingen over aardveranderingen. En toch komt deze voorspelling niet uit Cayce’s normale hogere ik (self), maar van Halaliël. De lezing, gegeven op 19 januari 1934, zegt:

“De aarde zal gebroken worden in het westelijk deel van Amerika. Het grootste deel van Japan moet in de zee gaan. Het opperste gedeel van Europa zal in een oogwenk veranderen. Land zal verschijnen aan de oostkust van Amerika. Aan de Noordpool en aan de Zuidpool zullen er opheffingen zijn die vulkaanuitbarstingen in de warme gebieden met zich zullen meebrengen, en dan zullen de polen verschuiven – zodat het tropischer zal worden waar het nu koud of halftropisch is; mos en varens er zullen groeien.

“En die zullen beginnen in de tijden van ’58 tot ’98, en ze zullen uitgeroepen worden als de tijden wanneer Zijn licht opnieuw in de wolken gezien wordt. Wat de tijden betreft, de seizoenen, de plaatsen, dit is alleen gegeven aan hen die de naam hebben genoemd – die het teken dragen in hun lichaam door Hem te zijn geroepen en gekozen. Hun zal het gegeven worden.”

Dan werd er een vraag gesteld over aardveranderingen voor dat jaar, 1934.

Het antwoord was:

“De aarde zal op verscheidene plaatsen breken. Het vroege deel zal een verandering zien in het fysisch aspect van de westkust van Amerika. Open wateren zullen verschijnen in de noordelijke delen van Groenland. Naast de Caraïbische zee zal men nieuw land zien, en droog land zal er verschijnen. In India zal veel van het stoffelijk lijden wegvallen dat op een verstoord volk werd gebracht. Iemand die in Centraal Europa tot de macht rees, zal tot niets gebracht worden. De jonge koningszoon zal weldra regeren. In de politieke machten in Amerika zien we dat de mensen de macht weer meer in hun eigen handen nemen; kringen, klieken, vallen op verscheidene plaatsen uiteen. Zuid-Amerika wordt van top tot teen geschokt, en in de Zuidpool, weg van Vuurland, komt een straat met onstuimig water.”

Enig over deze lezing is dat ze de volgende verklaring bevat: “Ik, Halaliël, heb gesproken.” Hugh Lynn Cayce, in een memento van 1975, legt uit dat de meerderheid van de groep stemde om de leiding van Halaliël te verwerpen ten voordele van “een hogere afstemming met idealen die verband houden met het Christus-bewustzijn,” en in latere lezingen werd de groep geprezen voor het genomen standpunt.

Waarom zouden we die lezing, gegeven door Halaliël, verder gebruiken, in het licht van de raad van de lezingen? Het was Edgar Cayce duidelijk dat alleen inlichtingen van “het allerhoogste” zouden gebruikt worden. Na de Halaliël periode (15 oktober 1932 – lezing 262-56 tot 6 januari 1935 – lezing 262-75) aanvaardde Cayce geen bijkomende inlichtingen meer van buiten bronnen.

De laatste lezing over aardveranderingen, 1152-11, werd gegeven op 13 augustus 1941:

“Wat de aardrijkskundige toestanden in de wereld betreft, in dit land: de veranderingen zijn geleidelijk aan het gebeuren. Het is dus geen wonder dat het wezen de nood voelt, de noodzakelijkheid van een verandering van verblijfplaats. Want veel delen van de oostkust zullen gestoord worden, zo ook veel delen van de westkust, en het centrale deel van de USA.

“Binnen enkele jaren zal er land verschijnen in de Atlantische Oceaan en in de Stille Oceaan. Wat nu de kustlijn van menig land is, zal het bed van de oceaan zijn. Zelfs veel van de huidige slagvelden zullen oceaan zijn, zeeën, baaien, landen waarover de nieuwe orde handel zullen drijven.

“Delen van wat nu de oostkust van New York, of New York stad zelf, zullen grotendeels verdwijnen. Dit gebeurt echter in een andere generatie; de zuidelijke delen van Carolina, Georgia zullen verdwijnen. Dit zal veel vroeger plaatsvinden.

“De wateren van de Meren zullen zich in de Golf werpen, niet in de zeeweg waarover onlangs gesproken werd. Het zou goed zijn dat de zeeweg werd voorbereid, maar niet voor het doel waarvoor hij nu beschouwd wordt. De streek was het wezen nu is (Virginia Beach) zal een van de veilige landen zijn, zoals delen van wat nu Ohio, Indiana, Illinois en een groot deel van zuidelijk Canada en het oostelijk deel van Canada; veel van de westelijk gelegen landen, in dit land, zullen gestoord worden, zoals natuurlijk ook veel andere landen.”

Men vroeg Cayce: “Zal Los Angeles gespaard blijven?”

Zijn antwoord was: “Los Angeles, San Francisco, de meeste van hen zullen vernietigd worden, zelfs nog voor New York.”

Die lezing is moeilijk naar waarde te schatten aangezien verspreide rampspoedige veranderingen voorspeld werden “in een andere generatie” en “binnen enkele jaren”. Het is moeilijk deze twee zinsdelen te meten. Maar de lezing zei dat “binnen enkele jaren land zal verschijnen in de Atlantische Oceaan en in de Stille Oceaan. En wat nu de kustlijn van mening land is, zal het bed van de oceaan zijn.” Dit is, aardrijkskundig gezien, niet gebeurd.

Ook zegt de lezing dat “”Delen van wat nu de oostkust van New York, of New York stad zelf, zullen grotendeels verdwijnen. Dit gebeurt echter in een andere generatie; de zuidelijke delen van Carolina, Georgia zullen verdwijnen. Dit zal veel vroeger gebeuren.” Kunnen we “een andere generatie” bestempelen als “de volgende generatie”? Een generatie is ongeveer 25 jaar. Zo gezien is de volgende generatie al voorbij.

“Een andere generatie” kan ook betekenen, “een later, niet bepaald geslacht” en dat kan om het even welke komende generatie zijn. Velen denken dat de voorspellingen in deze lezingen

nog kunnen gebeuren. De tijd zal ’t leren.

In het algemeen geven de Cayce lezingen geen duidelijk beeld van de toekomstige aardveranderingen. Ze bevatten zowel het feit van voortdurende geologische veranderingen als valsheden zoals de voorspelling van een poolverschuiving in 1936.

Hoe moeten we die tegenspraken zien? We moeten niet proberen die vergissingen verstandelijk te verklaren, we moeten eruit leren. Cayce zei dat de tijd niet kon gegeven worden omdat wij het verschil kunnen uitmaken bij het veranderen van toekomstige, geleidelijke gebeurtenissen.

Indien de onlangs gebeurde aardbevingen in Mexico City, Rusland, China en Iran ons niet hebben getroffen, toch waren ze rampspoedig voor veel mensen in die gebieden. We kunnen de invloed van zulke gebeurtenissen veranderen door naar onze innerlijke stem te luisteren.

De gevolgen van de toekomstige grote aardbeving in San Francisco, die zal plaatsvinden, heeft weinig kans me te treffen als ik verkies in San Diego te verblijven.

Het Cayce materiaal zegt dat we dit alles vroeger reeds hebben meegemaakt, dat er een reden en zending voor ons allen is, en dat we geleide inlichtingen moeten gebruiken om onze levens te besturen. We kunnen ten minste naar de wijze raad van lezing 2067-3 luisteren, toen een man Cayce vroeg of hij plots op 80-jarige leeftijd in Tibet zou sterven.

“Indien u naar Tibet gaat en u leeft tot u 80 bent, dan is het mogelijk dat u daar sterft,” zei de lezing. “Dit hangt af van veel omstandigheden. U zal in Tibet niet sterven tenzij u naar ginder gaat; en nu is dat niet in het verschiet.”

*Lezing 826-8 is aan de aandacht van de schrijver ontsnapt:

11 V: Welke grote verandering of het begin van welke verandering, indien enige, zal er op aarde plaatsvinden in het jaar 2000 tot 2001?

A: Als er het glijden van de polen is. Of een nieuwe kringloop begint.

(noot en vertaling M. Vansteenkiste)

Atlantis

ATLANTIS

Er werd op 3/2/32 aan de slapende Cayce gevraagd een lezing over Atlantis te geven als voorbereiding op een voordracht die op 19/2/32 zou gehouden worden.

2. Atlantis als werelddeel is een legende. Of dat wat paranormaal ontvangen werd, ja dan neen steunt op de enkele regels van Plato, of op de verwijzingen in de Heilige Schrift naar de verdeling van de aarde (Gen.10,5 en Kron. 1,19), hangt af van de trend van de individuele geest (mind). Nochtans kreeg het onderwerp meer belangstelling sinds enkele wetenschapsmensen verklaarden dat zo’n werelddeel niet alleen redelijk en geloofwaardig was, (het krijgt ook meer belangstelling) sinds langzaam bewijzen verzameld worden van dit mogelijk bestaan.

3. We erkennen dat er veel over een verloren werelddeel werd gegeven door bij voorbeeld de schrijver van “Two Planets”, Atlantis of Poseida en Lemuria (Phylos: Dweller on Two Planets), een boek dat werd uitgegeven bij de Theosofische boeken. Of die inlichtingen juist zijn of niet hangt af van het geloof dat men eraan wil schenken.

4. Het scheen menigeen van deze groep interessant door dit kanaal (Edgar Cayce) inlichtingen te bekomen die kunnen toegepast worden in het huidige leven of in de ervaring van de enkeling.

5. Van tijd tot tijd vernamen we in levenslezingen dat toentertijd een persoon een bepaalde plaats innam, of een werkzaamheid uitoefende, in een deel van dat werelddeel, of (dat hij) van dat werelddeel uitweek naar een ander deel van de aarde en een bepaalde ontwikkeling begon. Dat moeten ijverige mensen geweest zijn want toen ze in andere klimaten aankwamen begonnen ze daar (volgens de inlichtingen) veel veranderingen aan te brengen.

6. Of we dat nu aanvaarden als feit of fictie, hangt af van de mate waarin de kennis van dat volk de huidige mens beïnvloedt. In welke mate draagt die kennis in de geest van de mens bij tot het begrijpen van een betere verhouding tot, of een beter begrip van, de Scheppende Krachten?

Of anders uitgedrukt: Wat betekenen die inlichtingen voor mijn ziel vandaag?

7. Als het waar is dat reïncarnatie een feit is, en dat zielen die eens in Atlantis waren, nu op aarde herboren worden, is het dan een wonder dat – indien ze toen zoveel veranderingen op aarde brachten en zichzelf vernietigden – ze nu weer veel veranderingen meebrengen? Zijn ze nu aan het herboren worden? Indien ja, welke was hun omgeving en wat betekent die in de stoffelijke wereld vandaag?

8. Wordt vervolgd. Genoeg voor vandaag.

Nu volgt een parafrase van deze lezing door Hugh Lynn, Edgars oudste zoon:

Voor de meeste mensen zijn verhalen over Atlantis legenden en wilde verbeelding. Plato’s verwijzing naar het verloren werelddeel en enkele regels in de Bijbel betreffende de verdeling van de aarde kunnen een basis vormen voor veel van de paranormale gegevens ontvangen over dit onderwerp. Maar dit zijn slechts produkten van de verbeelding en voldoen degenen die bewijzen zoeken niet.

Ook de literatuur uitgegeven door verschillende ordes en genootschappen schijnt niets te bewijzen, uitgezonderd voor hen die zulke inlichtingen geloven. Onlangs hebben enkele wetenschapsmensen belangstelling voor de zaak opgewekt door hun onderzoekingen die het geloof in het bestaan van zo’n werelddeeel blijken te bevestigen.

De volgende gegevens, naar beweerd paranormaal ontvangen, zullen slechts iets toevoegen aan veel wat reeds werd geschreven. Het feit dat ze overeenstemmen met stof die reeds werd uitgegeven, zal ze voor sommigen, boeiender maken.

Degenen die door persoonlijke ondervinding geloof hechten aan de waarde van de inlichtingen die door dit kanaal komen, zullen deze gegevens een waardige basis vinden voor verdere studie van het onderwerp.

In meer dan 150 levenslezingen gegeven voor verschillende individuen in alle delen van het land, zijn details over hun bestaan gedurende een of meer stadia van de ontwikkeling van het verloren werelddeel Atlantis. Zij die toen op aarde waren, zullen zich voor die stof bijzonder interesseren.

Als we even de mogelijkheid van het bestaan van het werelddeel aanvaarden, vragen we ons vanzelfsprekend af welke waarde die kennis wat vandaag heeft.

In het huidige tijdperk wordt de wereld sterk beïnvloed door Atlanten. Velen worden in dit vlak herboren en een hoop anderen spreken door paragnosten overal ter wereld.

Om de invloed die ze met zich meebrengen op te vangen, moeten we hun ontwikkeling, hun zwakheden zowel als hun verwezenlijkingen, begrijpen. Hun wereld was een wereld van verandering, van grote verwezenlijkingen en van vreselijke vernietigingen.

De grote schreden waarmee de wetenschap nu vooruitgaat, zijn bewijzen van hun werkzaamheid en grote ontdekkingen zullen worden gemaakt dankzij hun invloed.

Onze grootste wetenschappers weten weinig over de vele natuurwetten die de Atlanten beheersten. Zal hun komst vrede of twist in de wereld veroorzaken? Veel hangt af van wie hun grote kennis en hun onvermoeibare kracht zal leiden. Het is belangrijk dat we iets over de idealen en doelstellingen van dat volk weten en hun verwezenlijkingen begrijpen.

364-2

Toen men de slapende Cayce op 15/2/32 vroeg verder te gaan over “Het verloren werelddeel Atlantis” antwoordde hij dat het lichaam, het ik, eerst diende gelouterd te worden door gebed en meditatie vooraleer zo’n moeilijk onderwerp aan te snijden.

364-3

Gegeven op 16/2/32 om 11u40

1. Ja, we hebben het onderwerp en de toestanden.

Zoals reeds gezegd werden die inlichtingen over de toestand, de tijden van het bestaan van het werelddeel nu en dan ontvangen door de zielskrachten. Dat het werelddeel bestond, is men nu aan het bewijzen.

2. Wat gebeurde er in die tijden toen het uiteenviel? Wat gebeurde er met de bewoners? Wat voor ’n beschaving hadden ze? Zijn er bewijzen dat er inwoners ontkwamen? De plaats van het werelddeel moet de huidige mens interesseren, zij het omdat nu enkelingen uit die tijd herboren worden om zich verder te ontwikkelen, of zij het omdat enkelingen geleid worden, in hun geestelijke duiding van hun leven of ontwikkeling, door de geesten van degenen die dit werelddeel bewoonden. In beide gevallen, indien ze waar zijn, beïnvloeden ze (de Atlanten) de gebeurtenissen in de hedendaagse wereld.

3. Het werelddeel Atlantis lag tussen de Golf van Mexico en de Middellandse Zee. Bewijzen van die verdwenen beschaving kan men vinden in de Pyreneeën en Marokka aan de ene kant, en in Brits Honduros, Yucatan en Amerika aan de andere kant. Sommige uitstekende delen waren eens een deel van dat groot werelddeel. We hunnen ervan nog delen zien in de Britse West Indies of de Bahamas. Indien men een aardkundig onderzoek deed van die streek, voornamelijk van Bimini en in de Golfstroom en omgeving – kunnen ze (de delen) zelfs nu nog aangeduid worden.

4. Wat soort mensen waren dat? Om er een juist idee van te hebben kunnen we een groep volgen, of een enkeling, in zijn bestaan aldaar, om zo zijn karakter, zijn uiterlijk, en zijn stoffelijke ontwikkeling te leren kennen.

5. In die tijd, ongeveer honderd-, ongeveer achtennegentigduizend jaar voor de intrede van Ram in India, leefde een zekere Amilius. Hij was de eerste die bij de wezens die op dat deel van de aarde woonden, de scheiding opmerkte in man en vrouw als gescheiden wezens of enkelingen. Wat hun stoffelijke vorm betreft waren ze veeleer als gedachtevormen. Ze duwden zich uit zichzelf in de richting waarin hun gedachte zich ontwikkelde – zoals nu een eencelligdiertje doet in stilstaand water of in een meer. Ze namen dus een vorm aan die hun veroorloofde aan hun verlangens te voldoen – ze voegden die toe aan hun stoffelijke toestand – en werden zo dichter, harder, tot ze ongeveer ons huidig lichaam hadden. Hun kleur namen ze uit hun omgeving, ongeveer zoals de kameleon nu doet. Zo namen de rode volkeren vorm aan, of de gemengde volkeren – of kleuren; later werden ze, door hun verwantschappen, bekend als het rode ras.

Ze konden, in hun geleidelijke ontwikkeling, alle krachten gebruiken die zich in hun individuele omgeving openbaarden. Zo doorliepen ze de perioden van ontwikkelingen (stenentijdperk,…) zoals we beter kunnen volgen in de andere rassen, het gele, het zwarte en het blanke, in andere delen van de wereld.

Dankzij hun onmiddellijke omgeving met zijn mogelijkheden van ontwikkeling, ontwikkelden de wezens zich in dat deel van de aarde vlugger dan in de andere.

De vernietiging van dit werelddeel en van dit volk is veel groter dan ongeacht welk ander dat ooit werd geboekstaafd; toch blijft dat dokument in de rotsen* nog altijd. Zo ook blijft de invloed van de mensen die konden ontsnappen gedurende de tijden der vernietiging, op de levens van de mensen wonende in de streken waarheen ze (de Atlanten) vluchtten. Zo ook kunnen ze nu, ofwel door op aarde herboren te worden, ofwel mentaal, invloed hebben op de gedachten van enkelingen of groepen door vanuit die (mentale) omgeving te spreken.

6. Wat de levenswijze betreft, het morele, sociale, godsdienstige leven van die volkeren: daar bestonden klassen, zoals bij de andere rassen, maar, het verlangen van oorlog tussen de mensen, als een volk, zoals in de andere delen van het universum, bestond er niet.

7. Wordt vervolgd.

* In lezing 315-4 zegt Edgar Cayce dat de volgelingen van 315 in Calais iets in de rotsen beitelden. Is dit een verwijzing daarnaar?

364-4

gegeven op 16/2/32 om 15u50

3. Als fysieke, stoffelijke lichamen waren ze vreedzaam; ze ontwikkelden zich vredig en snel; ze gebruikten de elementen rondom zich; ze erkenden zichzelf als een deel van hun omgeving. Vandaar komt het dat, – wat betreft het verkrijgen van produkten nodig om in stoffelijk leven te blijven, zoals we dat vandaag verstaan, de kledij, het voldoen van de lichaamsbehoeften, – deze (produkten) uit natuurlijke elementen werden bekomen. De ontwikkelingen waren meer in de vorm van voorbereiding op die dingen behorend tot wat we vandaag het “aerial” of het elektrisch tijdperk zouden noemen. Ze (de machines) gaven hun de wijzen om de bouwstoffen die lichamelijk niet bij hen hoorden van plaats te verwisselen, bouwstoffen die niet bij hen pasten, door de kracht die ieder heeft en welke hem in staat stelt geestelijk en lichamelijk van gedaante te verwisselen.

4. Amilius zag in die dingen het ontstaan, en het vermogen, van degenen uit zijn eigen tijd, niet alleen om op te bouwen wat van plaats kon verwisselen, of om elementen rondom hen op te bouwen, maar ook om hen lichamelijk naar een ander deel van het universum over te plaatsen. Die gebeurde niet alleen door het gebruik van de onlangs herontdekte gassen, maar ook die ontstaan door elektrische vormingen – door het splitsen van atoomkrachten om die stuwende krachten voort te brengen voor die wijze van verplaatsen, van reizen, of van zware gewichten op te heffen, of om het uitzicht of de krachten van de natuur zelf te veranderen.

Maar bij die verwisselingen, bij die veranderingen die incarneerden als persoonlijkheden, vinden we de Zonen van de Scheppende Kracht die keken naar die veranderde vormen, of de dochters van de mens. Zo kwam verontreiniging, zo verontreinigden ze zichzelf met die gemengde schepselen die minachting, haat, bloedvergieten met zich meebrachten.

Dat deed ook verlangens ontstaan die geen rekening hielden met de vrijheid van de andere, met de verlangens van de andere. Dit was de oorzaak, in de latere ontwikkelingsperiode, van de scheiding en de onenigheid tussen de volkeren van de landen.

De pogingen van degenen die nog aan de macht waren, zij die van het zuivere ras afstamden, van hen die onaangeraakt waren door die krachten in hun werkzaamheden, waren gericht op het bouwen van die dingen die trachtten (de degeneratie van) de volkeren tegen te houden; eerst door de veranderingen of seizoenen die zich voordeden; in het latere deel van de ervaring van Amilius werden de eerste altaren opgericht voor de offergaven van het veld en het woud, men offerde er ook de dingen die de verlangens van het stoffelijke lichaam voldoening gaven.

5. Met de komst van Esai, met de verandering die gebeurd was, begon de periode van het veroveren van het werelddeel door het dierenrijk.

Dit had tot gevolg de ontmoeting van de (hoofden der) naties van de wereld die een manier zochten om zich van die dieren te ontdoen, anders zouden ze (de dieren) zich van hen (de mensen) ontdoen.

Deze komst bracht de eerste vernietigende krachten met zich mee. Dit waren de eersten explosieven; ze kwamen in dat tijdperk, toen de mens begon met de dieren af te rekenen die de aarde op veel plaatsen overrompelden.

Ten tijde van deze vernietigende krachten werden ook de eerste altaarvuren gebruikt om gevangenen op te offeren en ontstonden menselijke offers.

Tezelfdertijd begon de uittocht van de volkeren, eerst naar de Pyreneëen; vandaar trokken er later mensen (naar Afrika) waar ze zich bewogen onder de zwarte of gemengde mensen waaruit later de Egyptische dynastie voortkwam.

We hebben ook mensen die naar Og trekken, zij die later het begin van de Inca’s werden, of de Ohum (Aymara?), zij die in die tijd de muren over de bergen optrokken, gebruik makend van de krachten welke die mensen hadden ontwikkeld. Bij hen waren er ook anderen, die naar een ander land trokken en daar, met dezelfde krachten, de eerste “mound dwellers”* werden.

Door voortdurend degenen te negeren die het ras en de lijn zuiver hielden, degenen die de wetten brachten die van toepassing waren op de Zonen van God, bracht de mens de vernietigende krachten met zich mee, die door de regeerders zouden gebruikt worden. Die krachten, samengevoegd met de natuurlijke krachten van de gassen, en met elektrische krachten, gevormd in de natuur, deed de eerste uitbarsting ontstaan uit de diepte van de langzaam afkoelende aarde, en het deel dat lag waar nu de Sargasso Zee is, verdween in de afgrond. Te dezer gelegenheid ontstond weer een uittocht van de mensen die hielpen, of probeerden controle te nemen en ze brachten met zich al de vormen mee van Amilius die hij tot stand had gebracht wat betreft tekens, seizoenen, dagen, jaren. Vandaar komt het dat we vandaag nog in de verschillende delen van de wereld vormen vinden die deze mensen meebrachten in deze (periode van) grote ontwikkeling, in het Eden van de wereld.

6. In het latere deel van die periode werden steden gebouwd en steeds raarder werd het vermogen om op de krachten der natuur beroep te doen om de noden van het lichaam te voldoen, om het vernieuwen van hetgeen in het stoffelijk wezen verbruikt werd. En honger heerste. Met de beslissing (de elektrische krachten, de heilige vuren) weer in werking te stellen, ontmoeten we Ani, in de latere perioden, 10.700 jaar voor de Prins van de Vrede kwam. Opnieuw werden de krachten gebruikt, als het ware om de natuur te verleiden, in haar opslagplaats, om de dingen weer aan te vullen, de dingen die waren weggeteerd, eerst in de bergen, dan in de valleien, dan zelfs in de zee, en dit bracht de snelle vernietiging van het werelddeel en van die volkeren met zich mee, uitgezonderd van hen die naar verre landen gevlucht waren.

7. Hoe is dat dan toepasselijk op ons huidig begrip?

Zoals we kunnen opmerken uit de gevolgen komend van de heilige vuren, zoals die van Hermes, die van Arart, die van de Aztec, die van Ohum (Aymara), dragen ze elk in hun sfeer een deel van die weldaden – op voorwaarde dat ze in akkoord en zuiver zijn met die waardoor de kanalen van de weldaden, of de Scheppende Krachten, zich kunnen uiten.

Zo zien we , als we die lessen vandaag willen toepassen : wil je trouw zijn, doe dan wat je in het diepste van je hart weet wat je moet doen. Onthou dat, naarmate je gebruikt wat je weet, je meer een meer licht zult ontvangen om te weten waarvan je komt en waarheen je gaat.

8. Klaar voor vragen.

9. (v.) Geef a.u.b. een beschrijving van het aardoppervlak zoals die was ten tijde van het hoogtepunt van de Atlantische beschaving.

(a.) Men zou eerst moeten bepalen volgens welke criteria het hoogtepunt der beschaving moet geoordeeld worden. Was het toen Amilius met begrip heerste – hij begreep de veranderingen – of toen ze zelfstandig (man made) werden? Beschouwen we dit uit een geestelijk of uit een zuiver stoffelijk en commercieel oogpunt? Want de veranderingen strekken over een tijdspanne van 200.000 jaar, lichtjaren – zoals we de jaren nu tellen – en er waren veel veranderingen op aarde.

De eerste en grootste veranderingen waren in de zuidelijke delen van wat nu Zuid-Amerika is en in de Arctic of de streek rond de Noordpool. Wat nu Siberia is – of de Hudson Baai – lag in de tropen, of op dezelfde lengtegraad als die streek nu ingenomen door de zuidelijke Stille Oceaan, of het centrale gedeelte van de Stille Oceaan.

Na die eerste verandering, toen de eerste van die mensen gebruikten wat voorbereid was met het oog op de veranderingen op aarde, was onze positie bijna dezelfde als nu, wat betreft de Kreeftskeerkring, of de Evenaar, of de Polen. Daarna begon de zuidelijke Stille Oceaan of Lemuria te verdwijnen – zelfs voor Atlantis, want de veranderingen (van Atlantis) gebeurden in het laatste deel van die tijdspanne, 10.700 lichtjaren geleden, of aardjaren, volgens de huidige jaartelling, zoals Amilius – of Adam – die had vastgelegd.

10. Genoeg voor vandaag.

*in Noord-Amerika, de naam gegeven aan de voorhistorische bewoners van, voornamelijk, de Mississippi vallei en Ohio.

Korte geschiedenis van Atlantis – door Hugh Lynn Cayce

(Noot van de vertaler: Deze tekst is voornamelijk gebaseerd op de reeds lezingen 364, verrijkt met details gesprokkeld uit andere lezingen, levenslezingen van personen die zich in die lang vervlogen tijden op aarde incarneerden.)

Tijd en plaats

De oorsprong van het Atlantische werelddeel is verduisterd in de mistige tijd van de voor-geschiedenis. Zelfs paranormale gegevens zijn moeilijk te begrijpen omdat de oppervlakte van de aarde zelfs in die cyclus dikwijls veranderde.

Toen de mens als mens op aarde kwam, was Atlantis een groot werelddeel dat in de huidige Atlantische Oceaan lag, tussen de Golf van Mexico en de Middellandse Zee.

De oppervlakte kan vergeleken worden met wat nu Europa en Rusland is. De noord- en de zuidpool bevonden zich niet waar ze zich nu bevinden, ook was van alle landoppervlakte die nu boven het water uitsteekt, slechts een deel zichtbaar:

De oostelijke kust was de kuststreek van Atlantis; de bergstreek van de Karpaten en de woestijn van Mongolië waren bewoonbaar; zo ook het noordelijk deel van wat nu Afrika is en het zuidoostelijk deel van Atlantis.

De Andeskust van Zuid-Amerika was onder water, de vlakten van Utah, Nevada en Arizona lagen boven de zeespiegel.

Het volk van Atlantis moest dezelfde ontwikkelingsfasen doormaken als de andere volkeren. Zoals we zullen zien, waren er tijden dat ze een zeer groot begrip van de natuurwetten bereikten en dat hun stoffelijke beschaving die van de andere rassen in de wereld overtrof.

De eerste van een reeks storingen kwam door het gebruiken van zware springstoffen om de reusachtige dieren die op aarde zwierven te vernietigen. Grote gasbellen werden open geblazen en vulkanische uitbarstingen en aardbevingen van de langzaam afkoelende aarde braken het werelddeel op in een groep grote eilanden.

In de Bijbel wordt die tweede verandering de zondvloed genoemd.

Door de laatste vernietiging die omstreeks 10.700 voor Christus plaatsvond, waren de belangrijkste overgebleven eilanden Poseidia, Aryaz en Og.

De West Indies zijn overblijfselen van dat groot werelddeel.

Atlanten waren een combinatie van verharde gedachtevormen, die zich manifesteerden in dat deel van de aarde en de projectie van de mens, zoals in zijn huidige vorm, als één van de vijf rassen; het resultaat was het rode ras.

Zoals in andere delen van de wereld kwamen in Atlantis de gedachtevormen in alle soorten vormen en maten voor. Toen Amelius besloot de wereld uit de duisternis waarin hij verkeerde te leiden, koos Hij een lichaam zoals ons huidig lichaam. En in vijf plaatsen op aarde begon Hij de vijf grote rassen. Het zwarte in de Soedan, het bruine in Lemuria, het gele in de Gobi, het blanke in de Karpaten (Centraal Europa) en het rode in Atlantis.

De eerste mens had een lichaam waardoor de ziel gemakkelijker werkte dan in zijn huidig lichaam. Het derde oog, dat we nu kennen als de hypofyse was sterk ontwikkeld. Daardoor beheerste de geest (mind) van het ziel het lichaam en beïnvloedde zijn omgeving; bijvoorbeeld kon men naar believen weten wat in andere verafgelegen delen van het land gebeurde en reisde het stoffelijk lichaam door gedachtebeheersing.

De Atlanten maakten dezelfde ontwikkelingsfasen door als de andere rassen. De behoeften aan voedsel, bescherming en vermaak bracht hen tezamen, eerst in kleine groepjes, later in grotere.

De eerste huizen waren in holen in de rotsen en nesten in de bomen. Later bouwden georganiseerde groepen strukturen in hout en steen. Instrumenten waarmee de mensen zich beschermden en zich voorzagen in voedsel waren eerst van steen. IJzer, brons en koper werden reeds gebruikt voor de eerste rampen plaatsvonden.

Daar de vroege Atlanten een vredig volk waren, maakten ze vlugge vooruitgang in het toepassen van de natuurwetten.

Reeds vroeg werd gas gebruikt om grote ballonnen uit dierenhuiden te maken en die ballonnen dienden voor het transport van bouwmateriaal. De elektriciteit werd ook ontdekt en gebruikt ten voordele van de mens; ze maakte de weg vrij voor merkwaardige ontwikkelingen op dat gebied.

Verwarring ontstond toen die van zuivere afstamming zich mengelden met degenen die hun dierlijke invloeden nog niet hadden afgeworpen. Dit had minachting, haat en bloedvergieten tot gevolg.

Wegens die groei van storende faktoren – het gevolg van het vergroten van verlangens zonder rekening te houden met de rechten van anderen – werd een inspanning gedaan om het volk weer één God te doen aanbidden. Er werden altaren opgericht waar de vruchten van het veld en van het woud werden geofferd. Rituelen en ceremonieën werden ingesteld, de heilige vuren werden opgericht als heiligdommen voor de zuiveren en werden ook gebruikt als middel van loutering voor allen.

Na de eerste vernietiging werden de altaren soms gebruikt om mensen te offeren door hen die zich steeds verder verwijderden van het oorspronkelijk begrip van de Scheppende Krachten.

Er heerste een toestand van conflict in plaats van vrede en daar de natuurkrachten goed gekend waren, waren de vernietigingen des te vreselijker.

Van toen af, al rees de stoffelijke beschaving de hoogte in, was er een groeiende onrust. Die veroorzaakte volksverhuizingen naar het oosten en het westen.

Het is niet moeilijk te begrijpen dat op dit grote werelddeel in die lange tijdspanne de beschaving meerdere malen opbloeide en verwelkte. Op het hoogste punt van hun stoffelijke beschaving waren de Atlanten veel verder gevorderd dan wij vandaag. Zoals wij gebruikten ze elektriciteit maar hadden bovendien andere uitvindingen, o.a. een goed ontwikkelde tv en radio, een versterking van lichtstralen voor sterrenkijkers, betere verwarmingssystemen en licht.

Ze beheersten verschillende soorten stralen, ook de dodenstraal. Nu onbekende smeltstoffen van metalen werden gebruikt in verschillende soorten toestellen voor vervoer in lucht en water gemaakt door de Atlanten. De krachten die gebruikt werden om voertuigen voort te drijven waren eerst gas en elektriciteit; later waren het krachten uit zonnestralen opgevangen en weerkaatst door kristallen.

Overal in het land werden mooie steden gebouwd. Waarschijnlijk de grootste heette Poseidia. Ze lag op het laatste grote eiland dat dezelfde naam droeg. Hier in de Baai van Parfa, een van de grote havens van de oude wereld, bouwden de Atlanten een stad van steen.

Water werd aangebracht door grote leidingen uit de bergen en werd verdeeld naar de individuele gebouwen en mooie bassins; er waren er zo veel. De gebouwen, uitgezonderd de tempel in het hart van de stad, waren in trappen gebouwd.

Gekleurde stenen, fijn gepolijst, werden gebruikt, het was voornamelijk inlegwerk.

In de tempel kon men reusachtige halfronde kolommen zien van onyx, topaas en beryl, ingelegd met amethyst en andere stenen die de zonnestralen vanuit verschillende hoeken opvingen.

In de tempel brandden de heilige vuren doorlopend. Het waren stralen waarvan we nu het bestaan niet kennen. Er was een buitenhof of een vergaderplaats, er waren ook binnenkamers voor de dienaren en binnenkamers rondom het altaar en de vuren.

Uiterlijk waren de Atlanten zo verschillend als de mensen van een groot werelddeel nu. In de vroege tijden waren er zowel reuzen als dwergen. Er ontstonden monsterachtige wezens als gevolg van het mengelen van gedachtevormen, maar de oorsprong van het rode ras was uit een zuivere afstamming, het was één van de vijf projecties.

Daar de inkomende zielen het lichaam gebruikten dat Amelius had uitgekozen als het beste voertuig voor dit vlak, werd het doel van de ontwikkeling wel bepaalder. Verenigingen in groepen werden mogelijk dankzij de samenwerking nodig voor zo’n ontwikkeling. Tehuizen, stammen, steden, natiën waren het gevolg.

In den beginne werden dierenhuiden als kledij gebruikt. Later werden veel soorten stof gebruikt.

De wetten van erfelijkheid en omgeving kregen steeds meer invloed. Het uiterlijk veranderde, afhankelijk van de zuiverheid van het ras, het doel en de gevolgen van de werkzaamheden.

De Atlanten waren waarlijk een volk van uitersten. Sommigen waren volmaakt van uiterlijk, anderen hadden een afschuwelijk lichaam.

Paradoxaal genoeg was het gevolg van de mengelingen soms een goddelijke vorm waarin een verdorven ziel huisde, soms afstotelijke lichamen waarin zielen huisden die het licht zochten. Het waren moeilijke tijden om in te leven, maar hoe belangrijk! Is dat vandaag ook niet het geval?

Er zijn nu nog veel bewijzen van Atlantische invloeden. Maar de mens heeft de rechtstreekse verbinding nog niet gelegd. In Noord-Spanje, in de streek rond de Pyreneeën, in Marokko en Egypte aan de ene zijde van de Atlantische Oceaan, in Brits Honduras en Amerika aan de andere zijde, vinden we overblijfselen van de beschaving gebracht door de immigrerende Atlanten.

We mogen niet vergeten dat de perioden van de uittocht uit Atlantis ver uit elkaar liggen. De beschaving naar de Pyreneeën en Amerika gebracht, juist voor en na de eerste vernietiging, was niet dezelfde als die welke naar Centraal Amerika en Marokko werd gebracht voor de tweede opheffing van de aardkorst; noch dezelfde als die welke in Egypte en Yucatan werd ingevoerd voor de laatste vernietiging.

In de Pyreneeën zijn er overblijfselen van vroege Atlantische nederzettingen, evenals in Marokka, die nog niet werden ontdekt. In Amerika zijn sporen te vinden van Atlantische rituelen en ceremonieën in de vele Indiaanse stammen. In Centraal Amerika en Egypte tonen oude ruïnes zekere Atlantische invloeden aan en in beide plaatsen zal men geschriften ontdekken over de Atlantische geschiedenis, verhalen van vroegere beschavingen die veel van de Joodse geschriften die we in de Bijbel vinden, zullen uitleggen.

De West-Indies – zoals werd aangeduid – zijn delen van het werelddeel en op Bimini zijn er vandaag nog overblijfselen van een oude Atlantische tempel.

Stuk voor stuk zullen de bewijzen van het bestaan van Atlantisch samengebracht worden.

Zoals werd opgemerkt is het voor de huidige mens zeer belangrijk de vele invloeden te begrijpen die steeds duidelijker een Atlantisch karakter zullen krijgen. Dit kan ons helpen de verwarring te begrijpen waardoor we nu gaan en waardoor we verder moeten gaan.

(vertalingen: M. Vansteenkiste)

Prachtige informatie van een andere website

bronvermelding

http://users.belgacom.net/cayce/inhoud.htm

Gerelateerde Berichten