Recensie

 Recensie
De gangbare opvatting onder – vooral Noordamerikaanse – archeologen is, dat de volken van Noord-, Midden- en Zuid-Amerika zo’n 12000 jaar geleden vanuit Azië over de Beringstraat zijn gekomen, waarna ze zich razendsnel over het continent hebben verspreid. Zuid-Amerikaanse archeologen echter proberen aan te tonen, dat het zuidelijke Amerikaanse continent al veel vroeger bewoond was, wellicht wel 300000 jaar geleden, maar in ieder geval tussen 50000 en 35000 jaar terug.
De schrijvers van Ancient South America ondersteunen deze laatste zienswijze voornamelijk met twee bewijzen. Op de eerste plaats via wat we nu weten over het mtDNA van de oudste bewoners van deze gebieden. Voorts via de readings van Edgar Cayce. Die twee benaderingen vertonen veel overeenkomst. Het mtDNA en de readings laten zeer oude migraties naar de Amerikas zien vanuit Mu en Atlantis.

Samenvatting
De gangbare opvatting onder Noord-Amerikaanse archeologen is dat de Amerika’s snel bevolkt zijn geraakt door Aziatische volken (het z.g. Clovis volk), die omstreeks 9500vC de Bering Straat overtrokken. Zodoende zou Noord-Amerika eerder bevolkt zijn geraakt dan Midden- en Zuid-Amerika. Archeologische vondsten, die na onderzoek ouder bleken dan 9500vC, werden rigoureus afgewezen. Het kon gewoon niet waar zijn.

Zuid-Amerikaanse archeologen daarentegen proberen aan te tonen dat Zuid-Amerika reeds bewoond was tussen 300000 en 50000 jaar geleden. Dit op basis van vondsten onder de laag met artefacten van de Clovis volken. Ook in Noord-Amerika blijken bij nader onderzoek zulke lagen te bestaan. Vroeger groef men niet dieper dan de Clovislaag. Er kon immers niets onder liggen dat ouder was.
Mitochondriaal DNA

Mitochondriaal DNA(mtDNA)-onderzoek in Noord-Amerika laat drie mogelijke migratiegolven zien. De eerste tussen 47000-33000 jaar geleden, de tweede zo’n 30000 jaar terug en de laatste 12000 jaar geleden. Naast het mtDNA van volken uit Siberië, China en Japan, valt er ook mtDNA vast te stellen uit de zuidelijke Pacific. Maar nog opmerkelijker is de aanwezigheid van een mysterieus mtDNA, genaamd ‘haplogroep X’, dat verschillende keren (28000vC en 10000vC) naar Amerika migreerde vanuit een onbekend land.
Op basis van mtDNA-onderzoek zijn voorlopig in de wereld 42 haplogroepen te onderscheiden. Men gaat er van uit dat de mitochondriale Eva 200000 jaar geleden uit Afrika afkomstig was. Maar de herkomst van haplogroep X is onduidelijk. Als het land van herkomst niet meer bestaat, kan men het mtDNA er ook niet meer toe herleiden. 
Helemaal opmerkelijk zijn de bevindingen van Zuid-Amerikaanse archeologen, dat delen van Amerika bewoond waren vóór de oudste migraties zo’n 50000 jaar geleden plaatsvonden. Dit komt overeen met de readings van Edgar Cayce, die had doorgekregen dat er ooit een werelddeel Mu in de Pacific was geweest, vanwaar mensen 50000 en 30000 jaar geleden naar Noord- en Zuid-Amerika waren gemigreerd. Bewijs hiervoor is de sterke vertegenwoordiging van haplogroep B aan de westkusten van de Amerikas (zuidwest-USA en westkust Midden- en Zuid-Amerika). Omdat deze groep ook sterk vertegenwoordigd is in Oost-Azië, denken archeologen nog steeds dat deze volken rond 10000vC over de Beringstraat zijn gekomen. Maar de oudste vondsten wijzen uit dat de migratiegolven al ver vóór 35000 jaar geleden startten, volgens Cayce in ieder geval ook rond 30000 jaar geleden. Zeer waarschijnlijk vanuit het gebeid van de Stille Oceaan.
Ook vanuit Atlantis in de Cariben zouden mensen volgens Cayce 30000 en 12000 jaar geleden in twee migratiegolven naar Noord-, Midden- en Zuid-Amerika, evenals naar het Iberisch schiereiland zijn gemigreerd.
Rond 10000vC vestigde een groep Atlantiërs zich aan de Noordamerikaanse oostkust.
Volgens Cayce heeft zich een andere groep Atlantiërs rond 12000 jaar geleden in Guatemala en Yucatan gevestigd. Nakomelingen van hen zijn veel later, tussen 3000 en 1500vC de Mississippi en Ohio opgetrokken (de z.g. ‘Mound’ builders = heuvelbouwers). Zij mengden zich met de oorspronkelijke groep van 12000 jaar terug. Zij worden de Clovis mensen genoemd.
Volgens Cayce hebben zich 30000 en 12000 jaar geleden ook Atlantiërs gevestigd in het zuidwesten van de V.S.
In 2001 stelde een studie naar haplogroep X vast, dat deze groep sterk vertegenwoordigd is in Baskenland, Spanje, Egypte en Israël, alsmede in het Altaigebergte in de Gobi-woestijn. In Noord-Amerika komt de groep het sterkst naar voren aan de oostkust. Is haplogroep X de Atlantis-versie van mtDNA?
In Portugal, Spanje en Frankrijk (the European Solutrean culture) komt het mtDNA sterk overeen met die van het Clovis volk in Noord-Amerika.
Volgens Cayce is veel van de technologie in Atlantis 30000 jaar geleden verloren gegaan. De overlevenden bouwden in de volgende 18000 jaar weer een zekere technologie op, maar deze was er één, die gebaseerd was op gesteente (megalithisch).
Vindplaatsen

De controverse over de ouderdom van de bewoning in de Amerikas duurt tot vandaag voort. De Zuid-Amerikaanse archeologen houden het op 300000 voor de oudste bewoning, gebaseerd op de vondst van een geslacht paard in de Toca da Esparanca (Grot van de Hoop) in Centraal-Brazilië.  Er bestaat een database voor vondsten in de Andes op basis van de radiocarbon methode: 87 menselijke nederzettingen blijken ouder dan de Clovistijd en dateren tussen 47000 en 12000 jaar terug. Zo ook de site Monte Verde in Chili, die tussen 37000-33000 wordt gedateerd. Mogelijk dat de vele Andes-sites vroeger dichterbij de kust lagen. Door tektonische bewegingen is de westelijke helft van Zuid-Amerika omhoog gekomen.
In de Braziliaanse provincie Piauí komen 400 prehistorische plaatsen voor, waarvan 340 grotschilderingen. De oudste hiervan gaan 45000 jaar terug.
Overal in Zuid-Amerika komen honderden grotten en rotswoningen voor van tussen 50000 en 20000 jaar geleden.
In het gebied van de Amazone en Paraná rivieren komen heel veel kunstmatige heuvels voor (moulds). Vele zijn afgegraven voor gebruik in de bouw. Maar het blijkt dat de oostelijke heuvels aan de Atlantische kant jonger zijn dan de westelijke aan de Pacifische kant. Deze op hun beurt zijn weer recenter dan die in het binnenland.
De vele moulds in het Mississippi gebied dateren van 3400-1000vC. Ze zijn van veel recentere datum dan die in Zuid-Amerika. Een bewijs van de hogere ouderdom van dit deel van Amerika.   
Zeer waarschijnlijk heeft lange tijd vóór de migratie van de Clovis volken een maritieme cultuur geheerst aan de westkust van de Amerikas. We weten weinig van deze volken, behalve dat ze medicinale kruiden kenden en op grote schaal over lange afstanden handel dreven. In 1998 verscheen b.v. een artikel in Science over het Las Vegas volk aan de kust van Ecuador 13000 jaar geleden. Ze waren zeevaarders en handelaren.

Recentere beschavingen

De vroegste te identificeren cultuur in Zuid-Amerika is die van het Ayacucho bekken in Centraal-Peru. In dit bekken zijn tussen 23000vC (Wari) en 1470nC (Inca) 23 verschillende beschavingen geweest. Ook andere delen van Peru hebben al vroeg bewoning gekend en fungeerden als handelsroute tussen de kust en de vestigingen in de Andes. Zo b.v. het Chilcadal, Caral met zijn 6 piramides (2700vC) en irrigatielandbouw in het Supedal, verschillende andere dalen met U-vormige piramides van 20m hoog uit 1750vC.
Vóór 2000vC schijnen al deze volken de pottebakkerskunst niet machtig geweest te zijn (cfr Lemurië). Dat veranderde daarna. Eén van de bekendste culturen is die van de Chavín (150km uit de kust van Centraal-Peru op een hoogte van 3500m) tussen 1400 en 400vC. Zij vertonen veel overeenkomsten met de Olmeken. Zij produceerden prachtige kleding, beeldhouwwerk, muziekinstrumenten en metalen voorwerpen. Het was een religieus centrum met een hoofdtempel in U-vorm, met tunnels en ondergrondse galerijen onder de gehele site.
In het noorden van Peru kennen we een andere beschaving, als voortzetting van een oudere cultuur. Het is die van de Moche (1500vC-700nC, hoofdstad Sipán), een hiërarchische cultuur met aan het hoofd een zonnekoning, die het bloed dronk van de mensenoffers. Het aardewerk laat deze beelden zien.
Verdere beschavingen zijn die van de Nazca in Peru (rond 100nC), de Tiwanaku in Bolivia bij het Titicacameer (1000vC), de Aymara van Tiahuanaca, Chimú en Chan Chan in Peru (1000-1500nC) en de Inca (1200-1535nC). Vele van de hoofdsteden van deze beschavingen kenden inwonertallen die in de vele 10duizenden liepen.
Zuid-Amerikaanse mythen
Vrijwel alle Latijns-Amerikaanse volken kennen mythen en sagen over een grote vloed, die hun volk vernietigde. De overlevenden vluchtten naar de Andes (rond Cuzco en het Titicacameer). Het scheppingsverhaal vertelt over een Schepper-God en goddelijke wezens, die aanvankelijk de mensheid hielpen. Daarnaast bestonden er halfgoden-halfmensen met reuzengestalte. Zij hadden grote kracht.
Alle mythen verhalen over een zondeval van deze mensen, waardoor hun leven harder werd.
Veel mythen gaan ook over reizen in zeer oude tijden. Over grote groepen die naar het continent trokken. Verschillende verhalen van blanke bezoekers met blauwe ogen. Vóór de vloed trokken ze van zuid naar noord, na de vloed zowel naar noord als zuid. De volken bleken ten tijde van de verovering door de Spanjaarden zeer goed georganiseerd, economische sterk ontwikkeld met grote steden. Er waren vele heilige plaatsen, alwaar de volken met de goden communiceerden en hulp ontvingen. Hier werden eerst alleen symbolische, dierlijke en plantaardige offers gebracht, later ook van mensen.
Zuid-Amerikaanse mysteries
In Costa Rica zijn in het oerwoud ballen van graniet gevonden, perfect gepolijst, variërend van een sinaasappel tot een diameter van meer dan 2 meter. Niemand weet waar deze duizenden ballen toe gediend hebben en wie ze heeft gemaakt.

Hoe de Nazca-figuren precies gemaakt zijn, is ook nog steeds niet duidelijk. De gangbare opvatting is nu, dat ze in ieder geval geregisseerd zijn vanuit de lucht. Gedacht wordt aan heteluchtballonnen, waarover de inwoners van Atlantis de beschikking gehad zouden hebben. Op hun tocht naar Zuid-Amerika zouden ze deze technologie meegebracht hebben.
In Zuid-Amerika zijn talrijke grote tunnels met complexe gangen en kamers ontdekt, die een lengte hebben van honderden kilometers. Vele wachten nog op exploratie. Verhalen gaan over zilver en goud, dat door de Inca’s voor de Spanjaarden verborgen zou zijn in deze kamers en graven. De Inca’s gebruikten de tunnels ook als wegen door de bergen. Tunnelbouw was hun niet vreemd, omdat zij en hun voorgangers zich intensief met mijnbouw van edele metalen bezig hielden. 

Edgar Cayce over de geschiedenis van Zuid-Amerika
Er zijn 14000 Cayce-readings. Volgens hem waren er ruim 10 miljoen jaar geleden 133 miljoen mensen op aarde. 44 vertegenwoordigers van het volk schreven in die tijd de eerste wetten. Atlantis zou rond 200000 jaar geleden tot ontwikkeling zijn gekomen, maar 50000, 30000 en 12000 jaar geleden door catastrofes zijn getroffen. Rond 50000 tegelijkertijd met Lemurië. Mu was het land waar de fijnstoffelijke, etherische, wezens veranderden in een stoffelijke menselijke vorm.
Volgens Cayce is het vierde basisras rond 12000vC geschapen: het rode in Atlantis, het blanke in de Kaukasus, het zwarte in Nubië, het gele in de Gobi en het bruine in Westelijk Zuid-Amerika en de eilanden van de Pacific.
Vóór de catastrofe van 12000 jaar geleden reisde een Egyptische priester, genaamd Ra Ta, over de gehele wereld om een samenvatting te maken van alle spirituele lessen.
Wat Zuid-Amerika betreft was de westkust en het zuidwesten van Noord-Amerika de oostelijke begrenzing van Lemurië, terwijl in het westen Mu zich over geheel Eurazië uitstrekte. Gobi was een heel belangrijke regio van Mu.
Volgens Cayce werden de Inca’s vooraf gegaan door de Ohum en nog vroeger door de Og. Rond 50.722vC zouden vertegenwoordigers van Atlantis en Lemurië bijeen zijn gekomen om oplossingen te zoeken voor het probleem met de grote wilde dieren, die de mensen in diverse gebieden bedreigden. Hun tot stand gebrachte explosies veroorzaakten een kettingreactie van aardbevingen en vulkaanerupties, die tot de catastrofe leidden. Inwoners van Mu vluchtten naar de westkusten van Amerika. Ook een gedeelte van de inwoners van Atlantis trok weg, zo b.v. naar Peru (het land van Og). Dit land werd later  veroverd door de Ohum, die zich sterk bezig hielden met de winning van edelstenen  en zeldzame metalen. De Atlantiërs brachten nieuwe technologie mee (electriciteit, legering van metalen, magnetisme, lucht- en zeevaart). Ze kregen ook steeds meer politieke invloed. Dit tegen de zin van de Ohum, die trachtten de Atlantiërs uit te sluiten van overheidsfuncties. Later namen ze toch de materialistische en technologische leefwijze van de Atlantiërs over.
Er bleef een sterke band tussen Peru en Atlantis, die duizenden jaren later nog van invloed zou zijn op de migratie van Atlantiërs naar Yucatan en Midden-Amerika.
Na de finale verwoesting van Atlantis rond 12000 jaar geleden, verhuisden de heersers over Atlantis, het Huis van Inca, naar Peru, waar ze de regeringsmacht van de Ohum overnamen. Ze trachtten hun samenleving naar Atlantis-model opnieuw in te richten, zoals de bouwkunst (huizen en tempels), mijnbouw, onderwijs, sociale zorg, irrigatie en drainage, mandvlechten, boekproductie, schilderkunst, muziek, religieuze ceremonies etc.   
Cayce kreeg door dat er rond 12000 jaar geleden frequente contacten waren tussen alle delen van de wereld, van Scandinavië, de Karpaten de Kaukasus, de Pyreneeën, het Midden-Oosten, India, Gobi tot de Amerikas toe.
Vanaf 3000vC trekken mensen van Yucatan en Peru noordwaarts en vestigen zich in het zuidoosten van de V.S (Alabama en Florida). Uit deze zelfde gebieden trekken mensen via het stroomgebied van de Mississippi tot in Ohio. Het zijn de ‘Mound Builders’ (de bouwers van heuvels).
Vanuit Peru trekken later mensen naar wat we nu Argentinië noemen.
Veel van wat Edgar Cayce heeft doorgekregen tijdens zijn readings klopt met de archeologische vondsten en de genetische ontwikkelingen. Ook de feiten over de technologie stemmen overeen: in metaal- en houtbewerking en architectuur behoorden de Zuid-Amerikaanse volken tot de beste in de wereld. Waarschijnlijk hadden ze ook kennis van de luchtvaart met heteluchtballonnen.
Conclusies
De archeologische vondsten en de genetische informatie van recente tijd stemmen in toenemende mate overeen met de readings van Cayce.
De datum van verschijning van de eerste homonoide is al verschoven naar 8 miljoen jaar geleden. Cayce’ bevindingen van 10.500.000 zouden eventueel kunnen kloppen.
Cayce’ vaststelling, dat Zuid- en Midden-Amerika rond 200000 jaar geleden bewoond waren, wordt door recente publicaties bevestigd (300000-250000 jaar)
Rond 50000 jaar geleden migreren mensen van Mu (haplogroep B) en Atlantis (haplogroep X) naar Zuid-Amerika
Vóór 30000 jaar geleden woonden er volgens Cayce al mensen in Zuid-Amerika, die NIET van Mu of Atlantis afkomstig waren. Zoals de Ohum, die ‘van overzee’ kwamen.
Geregeld vonden ook ‘interne’ migraties binnen Amerika plaats, zoals nakomelingen van de migranten van Mu, die zich in het zuidwesten van de VS. vestigden (haplogroep B), van afstammelingen van Atlantiërs en Lemuriërs uit Peru en Yucatan naar Alabama en Florida.
Immigratie op grote schaal van Mu en Atlantis naar Noord- en Zuid-Amerika geschiedde rond 30000 jaar geleden. Genetische data over haplogroepen B en X stemmen overeen met de bevindingen van Cayce.
Vlak vóór de catastrofe van 12000 jaar geleden trokken de bewoners van Atlantis niet alleen naar de Amerikas, maar ook naar de Pyreneeën, Egypte, Voor-Azië en de Gobi (conform haplogroep X). Overeenkomsten tussen de Clovis volken in Amerika en de Solutréen cultuur in Europa onderstrepen de visie van Cayce.  
Ook Cayce’ bevindingen over de technologie kloppen. Bekend is dat Zuid-Amerika door de invloed van Atlantiërs over een hoge graad van metaalbewerking beschikten, waarbij mogelijk elektrische energie een rol speelde. Ook magnetisme was belangrijk. Magnetische stenen hadden een helende kracht.
Mogelijk dat het Inca rijk tot ontwikkeling kwam na de immigratie van de regerende klasse (Huis van Inca) uit Atlantis vlak vóór 10000vC.
Na 3000vC trokken volken uit Zuid-Amerika het stroomgebied van de Mississippi binnen en vestigden zich van Louisiana tot Ohio (Mound Builders). Vanuit Louisiana trokken er ook weer naar het zuiden, naar waar nu Mexico City ligt.       
 

Gerelateerde Berichten