Gelukspunt in de horoscoop Noord en Zuidknoop en halve aspecten
HET PARS FORTUNÆ
Het Pars Fortunae deel van het geluk, of Gelukspunt is een punt in de horoscoop dat de levensles en -taak aangeeft en dat berekend wordt door de zodiakale afstand in graden van 0 Ariës af, van Ascendant (opgaand teken) en Maan bij elkaar op te tellen en die van de Zon daar af te trekken, bij een geboorte overdag. En door Ascendant en Zon op te tellen en daar de Maan af te trekken bij een nachtgeboorte. Dus: P =
A + M – Z. Of: P = A + Z – M.
Maar waarom? En wat heeft men daaraan? Laten wij dat eens nagaan.
Bij Nieuwe Maan zijn de zodiakale afstanden van Zon en Maan gelijk en valt het Pars dus op de ascendant. Deze plaats duidt aan: de ont-sluiting van een nieuwe wordings-cyclus op aarde. Het Maan-ik moet nog opgebouwd worden, men is nog geheel Ego en moet de boodschap van die wereld waaruit men juist is afgedaald, op aarde brengen, en daartoe zelf en alleen de eigen weg zoeken, als pionier voor een relatief nieuw idee (analoog met eerste teken!). Men blijft altijd het pasgeboren Kind, van buiten nog zwak, van binnen sterk. Probeert men zich hulp te ver-schaffen, dan wordt men door de helpers verlaten, verloochend en ont-goocheld, want de taak is: bewustwording van eigen krachten. Men moet er maar in springen, en dan valt het wel mee!
Naarmate nu de Maan wast, dus de maanfase toeneemt en het verschil tussen de zodiakale afstanden van Zon en Maan dus groter wordt, zal het Pars zich verder in de huizen begeven. En deze loop van het Pars door de huizen is duidelijk de wordingsgang van de mens, zowel in het groot over véle aardelevens heen, als in het klein, in één aards leven.
In het eerste huis ziet het jonge kind (resp. de nieuw-aangetreden, niet jonge! ziel), zichzelf als een afzonderlijk lichaam en moet zich van dat lichaams-ik bewust worden. Een tik op het lichaam is een belediging van het ik!
In het tweede huis breidt hij het gebied van dat ik uit met de omliggende materie: het bezit. De taak is dus: bewustwording van de stof.
Wie aan mijn speelgoed komt, beschadigt mij!
In het derde huis wordt het gebied van het ik uitgebreid met de huis-en gezinsgenoten: bewustwording van andere ikken. De taak is dus: het maken van kontakt. Wie mijn zusje uitscheldt, krijgt met mij te doen!
Identificatie met de gezinsleden en de kameraadjes!
In het vierde huis wordt het ik zich weer van iets passiefs bewust (even huizen geven passieve taken), nl. van zijn erfmassa, zoals die verankerd ligt in familiegewoonten en -tradities, in het verleden waarop men stoelt: dat behóórt zo bij ons. Wie de stam of clan schaadt, wordt door een (ander) lid van de clan bestreden, want de clan, met wie het ik zich vereenzelvigt, wordt gewroken! Er zijn rechten en plichten van het geslacht!
In het vijfde huis wordt de kring uitgebreid tot vreemden, met wie men een wisselwerking aangaat, die wordt beleefd als vermaak (flirt, dans, kunstgenot). De puberteit! De taak is: het leren van het liefdesspel en de kunst-schepping. Men vereenzelvigt zich met de beminde.
In het zesde huis moet het ik zich bewust worden van de dienst en gaat zich vereenzelvigen met de meester die hij dient (kom niet aan mijn meester!) zowel als met degeen of dat wat hemzelf dient, zoals zijn lichaam. Het juiste dienen, zonder uitbuiting of verwenning; geeft gezondheid. De arbeid als dienst aan de gemeenschap treedt in het jonge-mensenleven.
In de hierop volgende zes huizen herhaalt zich het ritme, maar nu niet meer t.o.v. het eigen ik, maar t.o.v. het tegen-ik, de innerlijke en uiterlijke partner, levensmetgezel.
In het zevende huis wijst het Pars op de taak, om te leren samenwerken. De jonge mens verbindt zich met een ander ik in het huwelijk.
En wie mijn partner beledigt, beledigt mij! Men identificeert zich met de partner, trekt één lijn met deze t.o.v. de buitenwereld.
In het achtste huis breidt het ik zijn gebied uit met het bezit van de partner, men beschouwt elkaar, elkaars ziel en lichaam en bezittingen, als gemeenschappelijk eigendom, en geniet daarvan. Hier grijpt de jaloezie aan. De tank is: leren om op de juiste wijze te genieten, het wezenlijke tot zich te nemen, na het uitgepeld te hebben uit de schijn.
In het negende huis wijst het Pars op bezinning, men vereenzelvigt zich met z’n verworven levensbeschouwing: kom niet aan mijn principes en dogma’s en geloof, of je komt aan mij!
In het tiende huis verovert het ik zijn positie in de maatschappij; men identificeert zich met zijn ambt en positie, zijn aanzien en zijn reputatie.
Verliest men zijn rang en eer en goede naam, dan voelt het ik zich zelf verloren! Men moet leren in het felle licht der openbaarheid zich te handhaven!
In het elfde huis wordt het verdubbelde ik verruimd tot de gemeenschap van zielsverwanten of de vriendenkring. Zeg niets van mijn club of vereniging, want die vertegenwoordig ik! De taak ligt in het verwerven van gemeenschapszin en het leren samenwerken met velen voor een gemeenschappelijk ideaal.
In het twaalfde huis wijst het Pars op de taak, om alle voorafgaande ik-identificaties óp te geven, hetzij door vrijwillig afstand doen, hetzij door gedwongen verlies, om, van de uiterlijke vormen bevrijd, zich op te lossen in de volmaakte dienst aan het onbegrensde Al.
Daar, waar het Pars staat, ligt dus de taak voor dát aardeleven omdat dit punt aanduidt welk stuk van de weg tussen menselijk Maan-ik en goddelijk Zon-Ik nog moet worden afgelegd, en waar men in z’n vorige aardeleven gebleven was. Daar echter telkens een nieuwe cyclus volgt op een volbrachte, is het absolute punt op de spiraal van wording hiermee niet aangeduid, alleen het relatieve voor die ronde. Het zegt dus niets van het niveau der ziel.
Het Pars schrijdt in de horoscoop voort met een graad per jaar tegen de richting van de tekens in, dus met het draaiende rad mee. Het is zéér belangrijk om na te gaan, welke aspecten ’t op die weg maakt met de Zon, Maan, planeten, hoekpunten en cusps. Zoveel graden als het Pars in de tekens verder ligt dan de ascendant, zoveel jaren duurt het voor het progressieve Pars op de ascendant komt en dat is het aantal jaren dat de progressieve Zon nodig heeft om de Maanplaats te bereiken, waarbij dus een soort Nieuwe-Maan-situatie ontstaat. Hierbij heeft, bewust of onbewust, een vereniging van de ziel met God plaats en is een zekere cyclus volbracht. Sommigen beweren zelfs, dat men daarmee eigenlijk al klaar is voor dat leven. Maar alleen als men een maanfase heeft van hoogstens iets meer dan een EK, kan men dat binnen een gangbare mensenleeftijd (91 jaar) bereiken!
Bij een dag-geboorte gaat het om het stuk van de weg, dat de Maan vóór is bij de Zon, afgepast van de ascendant vooruit op de weg de-stof-in, want de dag is de stoffelijke helft van het etmaal, de tijd van involutie, waakbewustzijn.
Bij een nachtgeboorte gaat het om het stuk dat de Zon voor is, ofte-wel dat de Maan achter is, dus van de ascendant af een negatief stuk, een stuk achteruit, want de nacht is de tijd van evolutie, van de-stof-uit en naar de geest toe, dus van de ascendant weg, terugvluchtend uit het aardse leven!
Nog meer samenhangen zijn er tussen ascendant, Maan en Zon, resp.
tussen lichaam, ziel en geest. Waar bij de geboorte de ascendant staat, staat de Maan bij de conceptie, want op dat punt begon de Maan de vorm voor de incarnerende ziel in de stof uit te hollen en bij de geboorte stapt de welgevormde nieuwe menselijke vorm van zijn intredepunt af om verder de wereld in te gaan.
Op het punt der conceptie vond in de Grote Cyclus van een Ego een overstappen van de Zon-of geestes-sfeer in de Maan-of Aardse sfeer plaats. Hieruit zou men kunnen afleiden, dat de plaats der Maan bij conceptie gelijk is aan de plaats der (progressieve) Zon op het eind der vorige incarnatie, en daar dit de ascendant bij de nieuwe geboorte is, zou deze ascendant dus de eindplaats der Zon in de vorige incarnatie aanduiden.
Het in ons vorige leven verworven karakter drukt zich dus nú uit in ons temperament. En waar nu het Pars staat, daar stond in het vorige leven de ascendant.
De glyphe voor het Pars Fortunae is dezelfde als die voor de Aarde: het rechte kruis in de cirkel, het kruis van de stof in de cirkel van de geest, het oeroude Lemurische zinnebeeld, dat men in oude landen nog op de begraafplaatsen aantreft als een kruis met een zon er achter of er om heen. Want het Pars geeft onze aardse taak aan, die bestaat in het tot uitdrukking brengen van de geest in de stof! Het Pars Fortunae duidt aan hoe de mens God dient op Aarde!
Het Pars is het aardse ik in de horoscoop!
In de positieve, actieve huizen (oneven nummers) is het Pars meer de taak, en in de negatieve, passieve. meer de les.
Het Pars op de hoekpunten van de horoscoop heeft een speciale betekenis, daar de Maan dan op haar eigen kritieke punten staat t.o.v. de Zon. Het Pars geeft immers de verhouding aan tussen Zon, Maan en ascendant, d.i. tussen Geest, Ziel en Lichaam. De hoekpunten zijn dan ook kritieke punten in de verhouding tussen het aardse ik en zijn geest of God.
Bij Nieuwe Maan staat het Pars op de ascendant, het aardse leven gaat beginnen, de Maan is nog bij de Zon, het ik nog bij God, zoals Johannes zegt aan het begin van zijn evangelie: het Woord was bij God en het Woord wás God. Het ik weet dan nog alles van het wezen en nog niets van de verschijningsvormen ervan op Aarde.
Bij Eerste Kwartier staat het Pars op het IC, de erffactoren van het voorgeslacht komen er uit mendelen, de erfzonde, die de mens bij dit eerste conflict van zijn ziel met God, gaat beseffen! „Het goede, dat ik wil (Zon), dat doe (Maan) ik niet, en het kwade, dat ik niet wil (de Maan-reactie, die niet strookt met de wil van de Zon), dat doe ik!”
(Paulus, die dit zei, had kennelijk zijn Maan op het Eerste Kwartier!) Bij Volle Maan staat het Pars op de descendant. Terwijl het op de ascendant vroeg: wie ben ik en wat doe ik hier? – vraagt het na: wat ontbreekt mij? – Dit is immers het punt en de toestand der projectie, wat men zich van zichzelf nog niet bewust is (het zit aan de andere kant!), dat ziet men in een ander. En de Volle Maan, in zijn geleende glans, praat theorieën van een ander na. Op dit punt wordt hij zich daarvan bewust, hij beseft dat hij het wezenlijke heeft verloren en be-keert zich: „Ik zal opstaan en naar mijn vader terugkeren!”
Bij het Laatste Kwartier staat het Pars op het MC: men heeft de wereld leren beheersen en beseft: „wat baat het een mens of hij de hele wereld wint en schade lijdt aan zijn ziel!” Dit is het laatste conflict tussen mensenziel en God, tussen Maan en Zon, waarbij de ziel het laatste offer brengt en nu van de wereld en haar roem afziet: „Hij moet wassen en ik minder worden.” Het weerstaan van de verzoeking. Bij Nieuwe Maan is dan de Maan niets geworden, de cyclus volbracht, de ziel opgegaan in God: de Unio Mystica.
Dit is de menselijke levensweg van les en dienst. De aspecten van het Pars, in de radix en bij progressie, tonen aan, wat of met deze ziele-weg strookt en wat haar tegenwerkt. Harmonische aspecten doen akkoord gaan met les en taak, terwijl disharmonische maken dat men zich er tegen verzet – tevergeefs. Men moet de les tóch eens leren!
Men kan ook nagaan hoe het eigen Pars geaspecteerd is op punten in de structuur van een ander en in welk huis van de ander het eigen Pars valt: zo kan men nagaan welke taak men t.o.v. een ander heeft.
Zo wentelt het Rad der Fortuin en daaraan heeft ieder zijn deel: zijn Pars Fortunae.
ANDERE GEVOELIGE PUNTEN
Op dezelfde manier als het Pars kan men ook andere punten berekenen:
Karma: ascendant plus Saturnus min Zon (Saturnus is het karma).
Ziekte: ascendant plus Mars min Saturnus (strijd tussen leven en dood).
Liefde: ascendant plus Venus min Zon.
Erfenis: ascendant plus Maan min Saturnus (familie min dood).
Kinderen: ascendant plus Saturnus min Jupiter.
Reizen: ascendant plus Mercurius min Maan.
Kunst: ascendant plus Mercurius min Venus (vaardigheid min kunst-gevoel).
Roem: ascendant plus Jupiter min Zon.
Wordt zulk een punt door een aspect aangeraakt, dan gaat het werken.
Dergelijke punten zijn ook de Maanknopen en de midden-afstands-punten.
HALVE-AFST ANDS-PUNTEN
Midden tussen twee planeten ligt hun halve-afstands-punt (h.a.p.), zowel op hun grootste onderlinge afstand in booggraden als op hun kleinste. Op deze twee punten ontmoeten hun trillingen elkaar, zodat dit punt, als het wordt aangeraakt door een aspect, gaat werken in de trant van een konjunktie, van de beide planeten én de aspecterende planeet tezamen Het spreekt vanzelf dat een h.a.p. dat naar elke planeet een sextiel maakt, dus ingeval de planeten onderling een driehoek maken, bij aanraking de beste kant van die planeten er uit haalt. En dat bij twee planeten die in oppositie staan, het h.a.p., dat dan twee vierkanten maakt, het ongunstigste te voorschijn brengt. De aspecterende planeet treedt dus op als activeerder van een eigenschap in de aanleg, waarin hij gaat mee-spelen: hij wordt er door gekleurd, en gestimuleerd, afgeremd, gewijzigd of dergelijke. Neem bijv. een wijde conjunctie van Neptunus en Pluto, waar Venus op een moment precies tussenin loopt. Dan treedt de liefde in de figuur van de schimmen (Neptunus) in de onderwereld (Pluto) en kan men tot een liefdevolle herdenking van een overledene komen of een spiritistische oproep ervan door een liefdesbinding.
Ander voorbeeld: treedt Mars in de afstand Saturnus-Pluto, dan moet men strijden (Mars) voor het door geweld (Pluto) bedreigde leven (Saturnus als de dood).
De derde planeet kan een radix-, transit-of progressieve planeet zijn.
De drie planeten vormen dan met elkaar een planetenbeeld. Dit kan nog uitgebreid worden, als bijv. het midden-punt ook het midden is tussen twee andere planeten. Net als bij de complexen, die door aaneenschakeling van aspecten ontstaan, moet men dan trachten het geheel te doorgronden, zodat men de resultante er uit te voorschijn ziet komen.
Oorspronkelijk werden deze punten al door Bonati gebruikt, de hof-astroloog van keizer Friedrich II, in de 13de eeuw. In 1900 opnieuw door Albert Kniepf te Hamburg. waar Alfred Witte het weer van navolgde. Later zette Reinhold Ebertin te Aaien deze methode op zijn wijze voort en maakte haar tot het belangrijkste deel van zijn leer, de zg. Kosmobiologie. Hij schreef hierover het praktische naslagwerk: Kombination der Gestirneinflüsse, dat ook voor de gewone aspecten bruikbaar is. In de interpretatie wordt weliswaar alles van Venus en Jupiter naar de gunstige, en van Mars, Saturnus en Neptunus naar de ongunstige kant getrokken, maar verder is het toch een uitstekend bruikbaar boek, zakelijk en ordelijk.
DE MAANKNOPEN
De Maanknopen zijn gevoelige punten in de horoscoop. Het zijn de twee snijpunten van de zonnebaan of ecliptica en de maanbaan rond de aarde.
Dus de twee cirkels langs de dierenriem vallend, waarin wij Zon en Maan van de Aarde uit schijnbaar zien bewegen, de Zon in de loop van een jaar, de Maan in de loop van een maand. Daar ze niet in hetzelfde vlak liggen, snijden ze elkaar.
Het snijpunt waarin de Maan opwaarts gaat op haar baan, heet de Rijzende Maanknoop of de Drakenkop.
Het snijpunt waarin de Maan neerwaarts gaat op haar baan, heet de Dalende Maanknoop of de Drakenstaart.
In het Oosten zag men nl. in de dierenriem een Draak, die zich langs de ene helft van de Maanbaan slingerde. Van deze Maanknopen berekent men in de horoscoop de aspecten op dezelfde manier als van andere gevoelige punten, zoals het Gelukspunt, de ascendant, enz.
Betekenis der Maanknopen
De Maanknopen corresponderen met het etherisch lichaam of levenslichaam van de mens, dat zich met een of meer andere levenslichamen verbindt, zoals met die van de huwelijkspartner, van bloedverwanten en, op een hoger plan, van zielsverwanten. Het grijpt in het stoffelijke lichaam aan in het verlengde merg in de nek en in het achterhoofd: in de kleine hersenen. (Vandaar dat Taurus, het teken van de nek en het achterhoofd.
Evenals Kreeft, sterk is in dergelijke banden, in familiegevoel, aanhankelijkheid, saamhorigheidsgevoel.) Gemeenschappelijke lichaams-en zielsbelevingen hangen altijd samen met de Maanknopen.
Het levenslichaam bergt o.m. het Grote Geheugen (dat onder Cancer ressorteert) dat de herinneringen van alle aardelevens omvat. Er zijn verschillende, tegenwoordig weer toegepaste, methoden om deze herinneringen in het bewustzijn te brengen (hypnose, LSD en dergelijke). Een verbinding van het levenslichaam met een ander levenslichaam in een vorig leven kan bewust worden, ook zonder speciale methoden, als een gevoel van intense saamhorigheid en van elkaar reeds lang en volkomen kénnen. Bij Maan-Uranus-aspecten worden vaak door verhoogd elec-trisch potentiaal der Maan deze herinneringen en banden bewust! Een man meent dat hij een vrouw „kent” als hij seksueel contact met haar heeft gehad. Hij kent dan haar levenslichaam door middel van het zijne.
Seksuele horigheid ontstaat door overheersing van het vrouwelijke levenslichaam door het mannelijke. Een verbinding tussen Pluto (heer der onderwereld, die het onderbewuste kan laten bewust worden) en de Maanknoop geeft altijd een ontmoeting met iemand waarmee men kar-misch verbonden is, bijv. met een beminde of echtgenoot uit een vorig leven.
Daar de Drakenkop en de Drakenstaart tegenover elkaar staan, wordt een aspect op een van beide meteen een aspekt op de andere. conjuncties van de Drakenkop doen verbindingen ontstaan met datgene waar hij overheen gaat. Conjuncties van de Drakenstaart doen verbindingen loslaten.
Het huis van de horoscoop waar de Drakenkop doorheen loopt (in de ephemeris ziet men waar hij in de dierenriem loopt) krijgt daardoor de gelegenheid om dingen op dat gebied te concretiseren, als de progressieve Maan er aan meewerkt.
Immers al wat uit het heelal op Aarde een verschijningsvorm wil aannemen, gaat via de Maan, die het etherische patroon (het levenslichaam) geleidelijk laat materialiseren, en de Drakenkop brengt het op z’n plaats, als de ooievaar die de kindertjes brengt (dit heeft een diepe zin). Of het beter of slechter uitvalt, hangt van de aspecten van de Maanknoop daarbij af!
Al wat op aarde sterft, dus zijn verschijningsvorm in de stof verliest, gaat naar de Maan, zoals wij letterlijk zeggen, en de Drakenstaart is de poort waardoor het verdwijnt.
De beide Maanknopen zijn dus overstapjes Zon-Maan-Aarde of
Aarde-Maan-Zon, met dien verstande dat men een tijd lang op de Maanbaan blijft, a.h.w. in het lichaam van de Draak meegenomen.
De Maanknoop geeft dus een toegang tot de groepsziel, waartoe men behoort (familie, volk, ras, maar ook: schoolklas, sportclub, studenten-dispuut). Hoe beter de Drakenkop geaspecteerd is in de aanleg, hoe gemakkelijker men zich bij de zeden en normen van de groep aanpast. Hoe vaster men er ook in gevangen kan zitten.
Voorbeelden:
Loopt de Drakenkop door 6 met góede aspecten, dan doet men wat goed is voor het lichaam en laat gewoonten van 12, bijv. het gebruik van drugs, varen (als de pr. Maan meewerkt!).
Bij slechte aspecten wordt men ziek en laat goede 12de huis dingen los, zoals de ontspanning.
Loopt de Drakenkop door 1, dan doet men waar men zelf zin in heeft en houdt geen rekening met de partner (7). Loopt de Kop door 7, dan doet men juist wat de partner graag wil!
Loopt de Kop door 10, dan krijgt men bekendheid en verwaarloost de huiselijke haard. Omgekeerd: men blijft thuis om het gezin te behar-tigen of huis en hof en is niet naar openbare happenings te krijgen.
In 18 2/3 jaar loopt de Drakenkop door de dierenriem. Na verloop van die tijd komen dus dezelfde gelegenheden door de Maanknoop terug.
Gaat men de gang van de Staart door de huizen na, dan ziet men alles wat men heeft losgelaten, afgeschaft, vergeten, gemist, opgeofferd of verloren.
Alles wat men gemeenschappelijk beleeft: feest, ramp. verkeers-situatie, epidemie, verenigt op dat moment die mensen, bij wie de Drakenkop door hetzelfde huis of het daarmee corresponderende teken loopt. Bijv.
Dertig mensen zakken tegelijk door een dansvloer: allen de Drakenkop door 5
of door Leeuw (5e teken zodiac)met een slecht aspect.
De Maanknoop dringt het patroon van de groepsziel op aan allen die er deel van uitmaken en kan tot een vuurspuwende Draak worden voor wie zich aan dat patroon onttrekt, die „niet meedoet”, bijv. met het zich bedrinken of het werk staken. Aan deze Draak, die soms heet: „Zo hoort het!” of: „De Gezelligheid”, worden mensenoffers gebracht, in elke kring van de maatschappij.
Uit :
Astrologie 1 Kosmische samenhangen
Mellie Uyldert
Het gelukspunt, ook wel Pars Fortuna genoemd, is een wiskundig punt in de horoscooptekening. Het is een Arabisch punt, ooit bedacht (of ontdekt) door de Moren. Het punt geeft aan op welk levensgebied iemand zijn of haar geluk kan vinden.
- Zoek je geboortehoroscoop op via een betrouwbare astrologie-website, met je geboortedatum, -tijd en -plaats.
- Vind de lengtegraad (graden en minuten) van je Ascendant (AC), de Maan (Moon), en de Zon (Sun) in je horoscoop.
- Pas de formule toe: Voeg de lengtegraad van je Ascendant en Maan samen, en trek daar de lengtegraad van de Zon van af.
- Voorbeeld: Als je Ascendant 10° Tweelingen is, de Maan 20° Kreeft en de Zon 5° Leeuw, dan zou je dit omzetten naar graden (bijv. 10° = 10, 20° = 20, 5° = 5) en de berekening doen, rekening houdend met de tekens.






