web analytics
Astrologie en Nummerologie

Tijd in de astrologie

Het rekenwerk om een horoscoop te maken en te tekenen

Als in oude tijden een kind van voorname ouders werd geboren, stond de wijze sterrenwichelaar buiten onder de nachthemel de stand van Maan en sterren op te nemen. Nú behoeft dat niet meer, men heeft alles voor ons uitgerekend voor elke dag, meer dan een eeuw terug en lang vooruit.

Wij behoeven slechts de tabellen op te slaan en even de gegevens met het juiste geboorte-uur te verrekenen. Het waarom van deze techniek is zeer diepzinnig en interessant, maar wij kunnen in dit boek niet álles behandelen. Wij laten de berekening hier zo eenvoudig mogelijk volgen.

De juiste geboortetijd

1. Héél goed letten op de juiste geboortetijd! Laat in de kraamkamer liefst iemand aanwezig zijn, die juist daarop let: op welke minuut van de nauwkeurig gelijkgezette klok het kind de eerste schreeuw slaakt!

Meteen noteren! Men noemt dat de plaatselijke tijd of de kloktijd.

2. Nagaan wélke die officiële kloktijd is. Hiervoor bestaan boekjes betreffende alle landen ter wereld, men informeren bij een goede astro-logieboekhandel wat nog verkrijgbaar is. Aanvankelijk was de regel dat men de ware zonnetijd van de hoofdstad voor het gehele land liet gelden (omstreeks 1908 in vele landen van Europa ingesteld). Later deelde men de aardbol in volgens tijdzones van één uur verschil, waarvan de grenslijnen echter weer afwijken door landsgrenzen te volgen. Wereldkaarten daarvan zijn soms verkrijgbaar bij vliegdien-sten en radio-lichamen.

3. Zomertijd. Verder hebben vele landen sinds het begin der eerste wereldoorlog jaarlijks zomertijden ingesteld. (Een goed boekje, dat echter niet verder gaat dan 1938, en dat nog wel eens antiquarisch te krijgen is, heet: Zònen-und Sommerzeiten aller nder und Städte der Erde, door Ed. Koppenstätter. Voor een latere tijd is verschenen Ebertin’s Weltzeit-Tabelle en Edw. W. Whitman: World Time Diffe-rences (Fowler & Co., London).) Momenteel, in 1971, hebben alle landen van West-Europa, behalve Portugal, de Midden-Europese Tijd: MET. Engeland sinds 18 februari 1968.

Nederland

Aanvankelijk (vóór 1908) had elke plaats zijn eigen zuivere zonnetijd, waarbij het 12 uur sloeg op de kerkklok als de Zon voor die dag haar hoogste stand had bereikt.

Amsterdamse tijd (AT) werd ingevoerd op 7 november 1908 te 0 uur.

De ware tijd van Amsterdam, vastgesteld op 20 minuten later dan Greenwich Tijd, gold van dat tijdstip af voor geheel Nederland. Voor alle plaatsen die niet op dezelfde lengte liggen als Amsterdam, ontstond toen dus een verschil tussen deze kloktijd en de ware tijd voor die plaats. Zone Tijd werd, gelijk aan de Amsterdamse Tijd, ingevoerd op 1 juli 1937.

Zomer Tijd werd elk jaar opnieuw vastgesteld als volgt:

1916

1917

1918

1919

1920

1921

1922

1923

1924

1925

1926

1927

1928

1929

1930

1931

1932

1933

1934

1935

1936

1937

1938

1939

van

van

van

van

van

van

van

van

van

van

van

van

van

van

van

van

van

van

van

van

van

van

van

van

30

16

1

7

5

4

26

1

30

6

16

15

15

15

15

15

22

15

15

15

15

22

15

15

april

april

april

april

april

april

maart

april

maart

juni

mei

mei

mei

mei

mei

mei

mei

mei

mei

mei

mei

mei

mei

mei

24

2

2

2

2

2

2

2

2

2

2

2

2

2

2

2

2

2

2

2

2

2

2

2

uur

uur

uur

uur

uur

uur

uur

uur

uur

uur

uur

uur

uur

uur

uur

uur

uur

uur

uur

uur

uur

uur

uur

uur

tot

tot

tot

tot

tot

tot

tot

tot

tot

tot

tot

tot

tot

tot

tot

tot

tot

tot

tot

tot

tot

tot

tot

tot

30

17

30

29

27

26

8

7

5

4

3

2

7

6

5

4

2

8

7

6

4

3

2

1

september

september

september

september

september

september

oktober

oktober

oktober

oktober

oktober

oktober

oktober

oktober

oktober

oktober

oktober

oktober

oktober

oktober

oktober

oktober

oktober

oktober

24

2

2

2

2

2

2

2

2

2

2

2

2

2

2

2

2

2

2

2

2

2

2

2

uur

uur

uur

uur

uur

uur

uur

uur

uur

uur

uur

uur

uur

uur

uur

uur

uur

uur

uur

uur

uur

uur

uur

uur

Deze zomertijd houdt in, dat men brandstof voor verlichting uitspaar-de door het ’s avonds schijnbaar een uur langer licht te doen zijn. Daartoe zette men dus in 1916 op 30 april te 24 uur de klok op 1 uur, die nacht kreeg men dus een uur slaap korter. Scholen, winkels en kantoren een uur vroeger laten beginnen had hetzelfde effekt te weeg gebracht, maar waarschijnlijk ook een storm van verontwaardiging in Nederland verwekt. Door dit zelfbedrog van het verzetten van de klok ging het, behalve bij de boeren, geruisloos. Sommige boerendorpen behielden de oude tijd, let wel!

Op 30 september 1916 zette men te 24 uur de klok op 23 uur, en kreeg dus die nacht een uur slaap extra. Als men het begrijpt, kan men het altijd terug vinden, als men vergeten was hoe het ook al weer ging.

Ook de andere landen van Europa voerden op een of andere datum de zomertijd in. Zie boekjes daarover.

Midden-Europese tijd

In 1940 begon op 10 mei de oorlog met Duitsland, voordat er nog een klok was verzet. Deze eindigde op 15 mei, waarbij Nederland als bezet gebied bij de Duitse, d.i. Midden-Europese tijd, werd ingelijfd en bovendien met zomertijd, dus op 16 mei 1940 om 2 uur werd de klok in Nederland verzet op ME

Zomertijd, dus 1 uur en 40 minuten later, is op 3.40 uur.

In 1941 bleef deze tijd doorlopen en in 1942 op 2 november 3 uur werd dit verzet op MET (dus op 2 uur, geen zomertijd meer).

In 1943 van 29 maart 2 uur MEZT (dus op 3 uur zetten) tot 4 oktober 3 uur.

In 1944 van 3 april 2 uur MEZT tot 2 oktober 3 uur.

In 1945 van 2 april 2 uur MEZT tot 16 september 3 uur.

Daarna bleef de klok op MET en was de zomertijd voorgoed afgelopen.

Daarmee is Amsterdam nu 40 minuten fout t.o.v. de ware zonnetijd.

EUROPA

Andere landen dan Nederland

België

Van 1880 af landstijd van Brussel. 17 minuten later dan Greenwich Tijd.

Van 1892 1 mei 12 uur af West Europese Tijd (WET) = Greenwich Tijd. Van 1914 t.m. 1937 vele verschillende zomertijden. De MET ging in België in op 1 januari 1946.

Luxemburg

Sinds 1 december 1918 WET. Van 1916 tot 1939 vele zomertijden, ongelijk aan België. Sinds 1946 MET.

Frankrijk

Sinds 2 maart 1911 WET. (Daarvóór tijd van Parijs, 9 minuten later dan GT). Vele zomertijden. Sinds 16 september 1945 MET.

Engeland

Sinds 1 oktober 1880 WET = GT (over de O meridiaan van Greenwich).

Vele zomertijden. Sinds 18 februari 1968 MET.

Spanje

Sinds 1 januari 1901 WET. Sinds 1946 MET.

Duitsland

Sinds 1 april 1893 MET (Baden, Bayern, Rheinpaltz en Württemberg 1 jaar eerder). Het Saargebied had van 11 november 1918 tot 1 maart 1935 WET. Helgoland WET tot 1 januari 1900, sindsdien MET.

Zwitserland

Sinds 1 juni 1894 MET. Zomertijden gedurende de tweede wereldoorlog.

Italië

Sinds 1 november 1893 MET. Van 1916 t.m. 1920 zomertijden.

Oostenrijk

Sinds 1 oktober 1891 MET. Van 1916 t.m. 1918 zomertijden.

Denemarken

Sinds 1 januari 1894 MET. Zomertijd alleen van 15 mei 1916 1 uur tot 30 september 1 uur.

Noorwegen

Sinds 1 januari 1895 MET. Zomertijd alleen van 21 mei 1916 23 uur tot 21 oktober 13 uur.

Zweden

Sinds 1 januari 1900 1 uur MET. Zomertijd alleen van 15 mei 1916

1 uur tot 30 september 1 uur.

Ware tijd

4. Deze berekent men voor de geboorteplaats (en bij heel grote steden voor het huis daarin) door die plaats op de atlas op te zoeken en daarvan de lengtegraad in graden en graadminuten te noteren. OL indien de plaats ten oosten van de nuI-meridiaan van Greenwich ligt tot aan de datumgrens in de Beringstraat. WL indien ze ten westen van de nul-meridiaan ligt. Men meet dan de tijd af van de nul-meridiaan uitgaande. Ligt de plaats OL dus bijv. in Nederland, dan telt men voor elke lengtegraad vier tijdminuten bij de Greenwich Tijd = GT op. Amsterdam bijv. ligt 5 graden oostelijk van Greenwich dus is het daar 20 minuten later dan GT. Een geboorte te Amsterdam vóór 16 mei 1940 2 uur viel op Amsterdamse tijd. De GT was dan 20 minuten vroeger.

Een geboorte te Amsterdam op MET op de klok is géén ware tijd.

Het is daar ware tijd 40 minuten vroeger dan op de klok.

De Ware Tijd wordt dus altijd berekend uit de GT, d.i. de nul-meridiaan of Wereld Tijd, die niet verandert al heeft Engeland zelf deze GT niet meer op de klok sinds 18 februari 1968.

Ook de delen van een lengtegraad, dus het aantal graadminuten, waarvan elke graad er 60 bezit, moeten met de tijd verrekend worden!

HERLEIDING VAN DE TIJD

Benodigd: een atlas, boekjes met opgave der nationale-en zomertijden, een Huizen Tabel van 0 tot 66 graden, een ephemeris van het geboortejaar, een gradenboog. Verder de opgave van de geboortetijd, liefst op de minuut, niet alleen van de moeder of de persoon die het heeft opgenomen maar ook van de Burgerlijke Stand op het gemeentehuis in de geboorteplaats.

Noteer de naam van de geborene voluit, de geboorteplaats, de datum en het uur zo nauwkeurig mogelijk, tevens het geslacht. Noteer de N of Z Breedte en de O of W Lengte van de geboorteplaats, volgens de atlas.

Het lot van die mens is door die tijd en die plaats bepaald in dit aange-vangen leven op aarde.

Teken nu met gradenboog (geheel rond) en lineaal op een flink blok-noot vel een cirkel die in 12 gelijke parten verdeeld is, zó, dat één scheids-lijn verticaal en één horizontaal loopt, zodat men vier kwadranten van ieder drie parten verkrijgt (een zg. wieltje).

Nu moet het opgegeven geboorte-uur herleid worden. Ga na, welk soort tijd het is. De volgorde van de herleiding is: kloktijd. wereld-tijd (Greenwich Tijd, GT), ware tijd, sterrentijd.

1. Wereldtijd

Is de kloktijd van een oudere persoon WET, dan is dat gelijk aan de wereld-tijd (vroeger de kloktijd van België, Frankrijk, Spanje en Engeland). Maar let op zomertijden! Is de kloktijd in Nederland tussen 7 november 1908 en 16 mei 1940 2 uur, dus AT, dan ga men eerst na, of het soms zomertijd is. Zo ja, dan is het in werkelijkheid één uur vroeger Amsterdamse Tijd. Zo nee, dan blijft het zo.

Deze verkregen AT moet dan nog met 20 minuten verminderd

worden, dan heeft men wereld-tijd. Valt de geboortetijd in Nederland op of na 16 mei 1940 2 uur, dan ga men het lijstje van de toenmalige tijden na. Zomertijd: een uur aftrekken. MET: nog één uur aftrekken, dan heeft men wereld-tijd. Want de MET gaat over de meridiaan van Berlijn en is precies een uur later dan wereld-tijd (GT).

Heeft men dus eventueel zomertijd, Amsterdamse Tijd of MET verrekend tot wereld-tijd (GT), dan schrijft men deze berekening links van de tekening op het papier, om het eventueel nog eens te kunnen nagaan.

Kloktijd en Wereldtijd worden rood onderstreept.

3. Sterre Tijd

Als de aarde na eenmaal om haar eigen as gedraaid te zijn in 24 uren weer dezelfde stand t.o.v. de Zon bereikt heeft, zeggen wij dat één etmaal of zonnedag voorbij is. Het duurt echter even korter tot de aarde dezelfde plaats t.o.v. een verre ster weer bereikt heeft, waardoor die sterrendag 4 minuten korter duurt dan 24 uren. (Dit komt doordat de Aarde ook om de Zon heen draait en daardoor de Zon schijnbaar een graad per etmaal opschuift).

Wij moeten nu onze gevonden Ware Tijd nog verrekenen met deze SterrenTijd of Siderische Tijd, die in de efemeride staat aangegeven.

Staat de ST op 0 uur van de geboorte-datum aangegeven, dan moet men daar nog bij optellen het aantal uren en minuten van de gevonden Ware Tijd plus nog 4 tijdminuten voor 24 uren, dus voor elk uur 10

seconden. Bij een geboorte van bijv. 8 uur Ware Tijd, moet men dus optellen 8 uur + 80 seconden = 8 uur 1 minuut 20 seconden bij die aangegeven ST.

In de nieuwere efemeriden staat de ST altijd op 0 uur aangegeven, in de oudere (bijv. Raphael) op 12 uur (middag). In dat laatste geval moet er dus bij een geboorte van Ware Tijd v6ór de middag iets afgetrokken worden, bijv. voor een geboorte om 8 uur, moet er dan 12 – 8 = 4 uren plus voor de ST 4 x 10 seconden afgetrokken worden, dus 4 uur 0 minuten 40 seconden van de op 12 uur aangegeven ST er af.

De nu verkregen juiste ST wordt weer op het papier onder de andere tijden opgetekend en rood onderstreept. Nu heeft men dus: kloktijd, wereld-tijd, ware tijd en sterrentijd. Hebt u niet vergeten op zomertijd te letten? Nu de hele berekening nog even over doen. Goed? Dan gaan wij verder.

DE TEKENING

Nu nemen wij de Huizen Tabel en zoeken daarin op: de bladzijde waarop een NB of ZB staat die zoveel mogelijk overeenkomt met de op de atlas gevonden NB of ZB van de geboorteplaats (De NB en ZB graden lopen evenwijdig aan de evenaar om de aardbol en beginnen bij de evenaar te tellen, naar het noorden zowel als naar het zuiden.) Nu zoekt men de verkregen ST (sterrentijd) op in de desbetreffende eerste kolom en legt een liniaal onder de gehele regel die op dezelfde hoogte staat als die ST. Wanneer de verkregen ST tussen twee aangegeven ST-en in valt, moet men een getal nemen dat in de juiste verhouding daar tussen staat. Is bijv. de verkregen ST 3.30, en staan onder elkaar aangegeven ST-en van 2.20 en daaronder van 4.30, dan neemt men ook van alle andere op die 2 regels genoemde aantallen het midden. Men moet dus het verschil van de op elkaar volgende twee regels ST nagaan om te weten op welk deel van hun onderlinge afstand de gevonden ST past.

Boven de nu volgende kolommen staan de nummers: 10, 11, 12, 1, 2, 3. Deze no’s duiden de cusps (beginlijnen) van de huizen, dat zijn de twaalfde-parten van de cirkel, aan. U nummert deze huizen in uw cirkel dicht bij het middelpunt, te beginnen links onder de horizontale lijn en dan naar beneden gaand, als in de tekening bij deze tekst.

De cirkel is een projectie op het platte vlak van uw papier, van een denkbeeldige bol in de hemel, die onze Aarde als middelpunt heeft. De tekening wordt nu een hemelkaartje van het ogenblik van de eerste schreeuw van de geborene. De horizontale lijn is de horizon. De projectie is net andersom als bij een landkaart: het Noorden is Onderaan de verticale lijn, het Zuiden boven, het Oosten links op de horizon en het Westen rechts. Op deze manier zien wij dus de Zon links boven de horizon opkomen in het Oosten, welk punt wij dan ook het opgangspunt of de ascendant noemen. Als de Zon op haar hoogste punt voor die dag gekomen is, staat zij bovenaan in het Zuiden, dat punt noemen wij de Midhemel (Medium Coeli of MC). Bij haar ondergang gaat zij over het punt in het Westen op de horizon naar beneden, dat punt heet daarom het ondergangspunt of descendant. Te middernacht is zij aangekomen op het diepste punt van de cirkel (het Imum Coeli of IC), het middernachts-punt.

De omtrek van de cirkel beschouwen wij als de dierenriem: de baan waarlangs wij van de Aarde uit alle planeten, Zon en Maan, zien lopen, en die in twaalf gelijke stukken is verdeeld (niet gelijk lopend met de huizen!) welke de namen van de zg. Tekens van de dierenriem dragen.

Waar de verdeel-lijnen der huizen die dierenriem snijden in een bepaald teken en op een zekere graad van dat teken (elk teken is in 30 gelijke graden verdeeld), geven wij, buiten de cirkel, dat teken met zijn eigen glyfe aan en zetten rechts daarvan het aantal graden en na de punt de graadminuten. Deze tekens en hun graden vinden wij nu in die zes kolommen van de huizentabel.

Het tekentje of de glyfe dat in de kolom het dichtst boven de door ons te gebruiken regel staat, wordt nu op dat snijpunt gezet; dat van de eerste kolom, met 10 erboven, komt bovenop, want de midhemel is het begin van het tiende huis. Linksom naar beneden gaand vullen wij op cusp 11 de glyfe en het aantal graden van de tweede kolom in, en zo voort, tot en met de zesde kolom. De andere cusps (of hoorns) der huizen vullen wij zelf in door het tegenoverliggende teken van de dierenriem te nemen, en dezelfde graad als aan de overkant. Staat dus bijv. de Ram op 10, dan komt de Weegschaal, zes tekens verder, op 4.

Daarna gaan wij de rij der dierenriem-tekens aftellen om te zien of er niet een is overgeslagen. Zo ja, dan komt dat teken tussen het vorige en het volgende, midden op een huis te staan, het krijgt geen cusp voor zichzelf en heet: een onderschept teken.

Aan het onderschept zijn van een teken behoeft men generlei betekenis te hechten, het is enkel een gevolg van de gebruikte methode van projekteren. Wij hebben nu de huizen even groot gemaakt en de tekens zich laten aanpassen. Dit maakt de huizen-indeling het overzichtelijkst. Maar het kan ook anders.

 

Andere huizen-indelingen

Men kan ook met een passer een grote cirkel trekken en een kleinere er binnen in, zodat de rand ca. 1 cm breed wordt. Op de omtrek van de binnenste geeft men met de gradenboog in fijne streepjes de 360 graden van de dierenriem aan, of men neemt stukjes van 10 graden. Nu zoekt men in de huizentabel graad en teken van de ascendant op en zet die links op het uiteinde van een horizontaal getrokken lijn. Verder trekt men nog geen lijnen.

Nu gaat men volgens het aantal graden na, waar begin en eind van het ascendant-teken komen te liggen en zet op die plaatsen een verbindings-streepje tussen de twee cirkels, zodat men een vak voor dat teken krijgt, dat men er dan in tekent. Nu telt men telkens 30 graden verder en zet daar weer een afsluitend streepje en het teken in het vak, zo dat de volgorde van de dierenriem hier in dezelfde richting als de huizentelling gaat, tegen de klok in.

Uit:
Astrologie 1 Kosmische samenhangen
Mellie Uyldert

Vroeger berekende ik zelf de horoscopen en  ik maakte dan ook zelf de tekening.
Ik was goed in de tekens alsof ik die in een vorig leven al had leren kennen, en ook het intekenen etc ging prima, aspecten idem!
Maar de uitleg? Ik blijf dit vreemd vinden tegenwoordig, hou meer van de strakke uitleg van heel lang geleden.
En niet bv zoals men het wilde moderniseren als het vierde huis was ineens de vader en de moeder 10, ja dat klopt voor mijn gevoel totaal niet! Het tiende huis hoort bij de vader, en carriere en het vierde bij de moeder en de oude dag.
En nog wel meer dingen, maar goed ik heb een programma en sinds die tijd is een horoscoop maken een fluitje van een cent!

Gerelateerde artikelen

Back to top button