7 Oermoeders

MARENTELEN 

We kennen de parentelen, dat zijn de lijnen van vader op zoon. Op zich is dat leuk, maar hoe groot is de kans dat we de juiste (voor)vader hebben? 
Uit DNA-onderzoeken is gebleken dat (schrik niet) 5% tot 10% van de kinderen een andere vader hebben dan de juridische vader. In deze gevallen is de moeder dus vreemd gegaan. (meer) 
Het vreemd gaan is van alle tijden en zal dan ook vroeger zijn gebeurd. Dat betekent dat er een goede kans bestaat je als enthousiaste genealoog een verkeerde (vaderlijke) lijn aan het uitzoeken bent. Een frustratie waar je als genealoog maar liever niet aan denkt. 

Hoe groot is de kans dat een voorvader niet de echte voorvader is? 
Wanneer we er van uit gaan dat ook vroeger 5% tot 10% van de ingeschreven vaders niet de biologische vader was, dan kunnen we dat berekenen. Maar waren de vrouwen vroeger even ontrouw als tegenwoordig? De kerk hield weliswaar mensen op het ‘rechte pad’, maar uit de bestraffingen die we in de kerkboeken terug kunnen vinden, de ‘onegte’ kinderen die werden ingeschreven en de kinderen die eerst bij het huwelijk werden erkend, blijkt dat de drang van de natuur in een aantal gevallen toch sterker was. Daarbij komt dat vroeger bij het huwelijk niet alleen zuivere liefde een rol speelde. De positie van de vrouw was onbeduidend en er was een vrouwenoverschot. 
Bij adel was het natuurlijk duidelijk dat je iemand moest trouwen van dezelfde stand en de partnerkeuze werd daardoor bepaald. Maar ook in de ‘lagere klassen’ was de partnerkeuze niet altijd zuiver. Zo werden door boeren kinderen ‘uitgehuwelijkt’ om land te verwerven of te behouden. Een boer die geen zoon had, liet zijn dochter bijvoorbeeld trouwen met een zoon van zijn broer. Zo bleef het land in de familie. 
Ook zien we nog wel eens een oudere weduwnaar (al dan niet met kinderen) huwen met een jonge blom (de zwanger geworden huishoudster?). Hoewel liefde zich natuurlijk niet altijd iets aantrekt van leeftijdsverschillen zullen sociaal-economische omstandigheden toch ook wel eens een rol gespeeld hebben bij dit soort huwelijken, want in de regel voelt een vrouw zich toch meer aangetrokken tot iemand van de eigen leeftijd dan tot een dertig jaar oudere man (waarschijnlijk tandeloos, want tandenborstels bestonden nog niet en er waren nog geen tandartsen om kronen te zetten). 
Verder speelde de kerk een rol in de partnerkeuze. Je kon als rooms meisje natuurlijk hopeloos verliefd worden op een jongen van het concurerende geloof, maar dan had je de kerk wel weer om je van die dwaling af te helpen. Twee geloven op een kussen, daar slaapt immers de duivel tussen. 
Scheiden kwam vroeger uiteraard niet of amper ter sprake. Je had immers voor de kerk trouw beloofd tot de dood je verloste. 
Al met al hadden vrouwen vroeger waarschijnlijk wel meer redenen om ontrouw te zijn en even het ware gevoel te volgen dan tegenwoordig. Dat dit, bij gebrek aan beschikbare voorbehoedsmiddelen, ook gevolgen zal hebben gehad laat zich raden. 

Wanneer we er van uit gaan dat ook vroeger 5% tot 10% van de kinderen een andere vader hadden dan de trotse vader die aangifte kwam doen bij de burgerlijke stand of de gelukkige vader die bij het doopvont stond, dan is de kans dat we bij een parenteel als genealoog bezig zijn met een goede lijn als volgt: 

Generatie 
5% ontrouw. Kans dat de naam vader klopt: 
10% ontrouw. Kans dat de naam vader klopt: 


0.95 
0.9 

II 
0.90 
0.81 

III 
0.86 
0.73 

IV 
0.81 
0.66 


0.77 
0.59 

VI 
0.73 
0.53 

VII 
0.70 
0.48 

VIII 
0.66 
0.43 

IX 
0.63 
0.39 


0.60 
0.35 

XI 
0.57 
0.31 

XII 
0.54 
0.28 

Wanneer we 12 generaties terug hebben gezocht, dan varieert in een parenteel de kans dat we de juiste vader hebben van 28% tot 54%. Dat betekent dat er meer kans bestaat dat we onjuiste vaders benoemen dan juiste vaders. 

Met betrekking tot de moeders ligt dat anders. Het kind is van de moeder, een enkele uitzondering daargelaten is er geen twijfel aan mogelijk. Bij het zoeken naar ‘echte’ voorouders zijn het dan ook met name de moeders waar we ons aan moeten vastklampen. Een leuke bijkomstigheid daarbij is dat we weliswaar van beide ouders genetisch materiaal erven, doch dat een bepaald soort genetisch materiaal uitsluitend van moeder op kind overerft. De vader speelt daarbij geen rol. Dit is het mitochondriaal DNA. De mitochondriën zijn de kachels in onze cellen. In de mitochondriën worden suikers verbrand waaruit energie vrijkomt. Het DNA (de erfelijke eigenschappen) van het kind in de mitochondriën is exact gelijk aan het DNA in de mitochondriën van de moeder. 
Dit betekent dat de meeste zekerheid die we hebben met betrekking tot ons genetisch materiaal (de erfelijke eigenschappen die we bij ons dragen) bestaat uit het mitochondriaal DNA dat van moeder op dochter is overgedragen. Het sterft uit bij de zonen. Hun kinderen hebben immers niet hun mitochondriaal DNA maar het mitochondriaal DNA van de vrouw waarbij het kind is verwekt. 

In de stamboom van mijn zoon Erik ben ik, twaalf generaties terug, beland bij het huwelijk van Cornelis Sanders van Eijckevelt en Anna Quint. De kans dat Erik echt afstamt van Cornelis is, uitgaand van een ‘normale’ ontrouw bij (één of meer van) de twaalf moeders, 28% tot 54%, maar nagenoeg zeker is het dat hij in zijn mitochondriën het genetisch materiaal heeft van Anna Quint. Het erfelijk materiaal van Anna Quint (geboren omstreeks 1612) is via dochters doorgegeven aan Erik en nu dus al bijna vierhonderd jaar oud. 
Zelf draag ik het mitochondriaal DNA van Magdalena den Raad (geboren tussen 1720 en 1730, acht generaties terug). De kans dat ik afstam van haar echtgenoot IJzak IJsselstein (geboren 21-01-1725 te Gouda) is tussen de 43% en 66%. 

Degene die echt geïnteresseerd is in voorouders kan dus beter de vrouwelijke lijn nazoeken dan de mannelijke lijn. Deze uitkomst geeft veel meer zekerheid en we dragen het genetisch materiaal van onze ‘oermoeder’ nog bij ons. 
Dus niet meer zoeken naar de parentelen, maar naar de marentelen. 

Uit onderzoek is weer gebleken dat er in europa zeven verschillende vormen van mitochondriaal DNA zijn. Dat betekent dat er zeven oermoeders zijn. Wellicht zijn er meer oermoeders geweest, maar die zijn dan ergens in de keten dochterloos gestorven. Deze oermoeders komen waarschijnlijk ook ooit weer ergens samen. Dat zou een Eva moeten zijn die ongeveer 150.000 jaar geleden leefde. 
Uitgaande van zeven oermoeders is de kans dat uw stamboom en de mijne samenkomen één op zeven. Wanneer we er van uit gaan dat er net zoveel ‘oervaders’ zijn als ‘oermoeders’ (en onderzoeken bevestigen ook dat) dan is de kans dat u en ik ergens in ons voorgeslacht zowel dezelfde voorvader als voormoeder hebben, en dus heel ver terug directe familie zijn, ongeveer 1 op de 50. Dat is 2%. En dat is op een wereldbevolking van ruim 6,3 miljard mensen weer best wel groot. 

In een vol voetbalstadion met 50.000 mannelijke toeschouwers zouden er dus meer dan 7000 mensen zitten met uw mitochondriaal DNA van dezelfde oermoeder en ook ruim 7000 mensen met hetzelfde Y-gen, dus van dezelfde oervader. En meer dan 1000 mensen dragen hetzelfde Y-gen en hetzelfde mitochondriaal DNA. Zij hebben dezelfde oervader en oermoeder als u. 
U heeft ruim 125 miljoen familieleden en u komt ze dagelijks tegen. Wees een beetje aardig voor uw familie… 

Onze marentelen 

Voor wie meer wil weten over onze oermoeders: 
artikel de standaard 23-11-2001 / weekkrant NRC / de multiregionale hypothese / Eva

Vrouwen gaan vreemd! 
Ten minste één op de tien kinderen is niet verwekt door de man die denkt de vader te zijn. Dat zeggen onderzoekscentra die zich bezig houden met ouderschap. Sommigen melden zelfs dat één op de zeven kinderen een ‘onverwachte’ vader heeft. 

In Groot-Brittannië doen op dit moment zeven laboratoria onderzoek naar ouderschap met goedkeuring van de overheid. Eén is Cellmark Diagnostics in Abingdon, die jaarlijks 10.000 verzoeken ontvangt om een test uit te voeren op het ouderschap. Daarvan is ongeveer 20 procent privé, dus niet aangevraagd vanwege een rechtzaak of ruzie over onderhoudsverplichting. 

Een woordvoerder van Cellmark zei dat in ongeveer één op de zeven gevallen de vermeende vader een ander blijkt te zijn. “Het is verrassend hoe vaak de moeder het bij het verkeerde eind heeft over de persoon van wie zij denkt dat het de vader is.” 

Het uiteenvallen van huwelijken en een toenemend aantal geboorten buiten een huwelijk hebben het aantal ruzies over ouderschap en het verzoek om tests de afgelopen jaren sterk doen toenemen. 

Onderzoekers van de London School of Economics stellen dat lange werk- en reistijden leiden tot een groeiende onzekerheid bij mannen of kinderen wel van henzelf zijn. Wat spookt hun vrouw uit tijdens hun lange afwezigheid? Zij kunnen zo gaan twijfelen dat ze heel anders tegen het kind aankijken en niet langer bereid zijn zich met de opvoeding te bemoeien. 

Casanova 
Dat vrouwen zoveel vreemdgaan komt volgens de London School door hun zoektocht naar het beste genetische materiaal. Een mooie, sterke en intelligente man geeft meer zekerheid op gezond nageslacht. Hierdoor delen ze in hun vruchtbare periode niet alleen met hun echtgenoot het bed. Ze duiken ook de koffer in met ‘een Casanova met een hoge sociale status’. 

De psycholoog David Buss van de universiteit van Texas zegt dat zijn onderzoek uitwijst dat een groot aantal mannen denkt dat een kind echt van hem is en de moeders er alles aan doen om hem in die waan te laten. Hij wijt het feit dat sommige vrouwen zelfs niet weten wie de vader is aan ‘hun neiging ruim op zoek te gaan naar het beste genetische materiaal’.

We komen allemaal uit Afrika 

Alle huidige mensen op de wereld stammen af van homo sapiens-groepen die minder dan 100.000 jaar geleden uit Afrika over de wereld uitwaaierden. Dat beweren Chinese en Amerikaanse onderzoekers, die onderzoek hebben gedaan onder ruim twaalfduizend Aziatische mannen, afkomstig uit 163 verschillende bevolkingsgroepen. Bij al deze mannen werden dezelfde drie mutaties in hun mannelijk Y-chromosoom gevonden. Van die drie mutaties was al eerder bewezen dat ze in Afrika ontstaan zijn, ergens tussen 89.000 en 35.000 jaar geleden. De onderzoekers vinden dat ze daarmee een nieuw bewijs hebben gevonden voor de Out of Africa-theorie. 

Skelet dat in 1974 werd ontdekt in Lake Mungo in Australië. Het is ongeveer 62.000 jaar oud en bevat mtDNA dat past bij het mtDNA van moderne Aboriginals. De DNA-vondst gaf de multiregionalisten vorig jaar een nieuwe troef voor hun theorie in handen. Maar inmiddels zijn de ‘Afrika’-aanhangers met nieuwe bewijsvoeringen gekomen. (Foto: Colin Groves) 

De Out of Africa-theorie begint een beetje op een ja-nee-ja-nee-spelletje te lijken. De afgelopen twee jaar wisselden onderzoeksgroepen vóór en tegen elkaar af met publicaties. Tegenstanders van de theorie, de zogenoemde multiregionalisten, denken dat de moderne mens of homo sapiens op verschillende plaatsen in de wereld tegelijk is ontstaan uit oudere voorouders. 

De discussie tussen multiregionalisten en ‘Afrika-aanhangers’ gaat alleen over de laatste 100.000 jaar. Over de periode daarvoor zijn de onderzoekers het wel eens. Ook dat is trouwens een Out of Africa-verhaal. De paleontologen denken dat onze oudste voorouders in Afrika hebben geleefd. Dat concluderen ze uit fossielen van twee tot tweeëneenhalf miljoen jaar oud, die alleen in Tanzania en Kenia zijn gevonden. De naam van deze voorouder is homo habilis. 

De homo habilis evolueerde tot de homo erectus en die is een miljoen jaar geleden aan het zwerven geslagen. In Azië, het Midden-Oosten en Europa zijn resten gevonden die heel erg op de Afrikaanse homo erectus lijken. 

Maar hoe ging het toen verder? Want uit die verre voorouders is de moderne mens, de homo sapiens, ontstaan. De oudste resten van deze mens zijn ook weer in Afrika aangetroffen. Maar dat hoeft niets anders betekenen dan dat de evolutie daar alleen wat vlotter is verlopen dan elders in de wereld. Dat is in ieder geval de theorie van de multiregionalisten. 

Maar veel paleontologen vinden dat een onzin-theorie. Hoe kan dat nou, zeggen zij, dat zich op ver uit elkaar gelegen gebieden die helemaal niet met elkaar in contact stonden, precies dezelfde ontwikkeling zou hebben voorgedaan? Zij gaan voor een tweede Out of Africa-theorie. Met andere woorden: de homo sapiens ontstond in Afrika, heeft zich over de rest van de wereld verspreid en alle oudere homo’s verdrongen. Dit laatste zou minder dan 100.000 jaar geleden gebeurd zijn. 

De ‘Afrika-aanhangers’ zagen hun gelijk bevestigd door het onderzoek van het genetische materiaal van onze oudste voorouders. Daarbij gaat het om mitochondriaal DNA (mtDNA). Dit mtDNA bevindt zich alleen in de zogenoemde mitochondriën van de lichaamscellen. Ze zorgen voor de energiehuishouding in de cellen. Zonder mitochondriën zouden de cellen hun specifieke werk niet kunnen doen. 

Het mtDNA wordt niet via versmelting van eicellen en zaadcellen overgeërfd. We krijgen het rechtstreeks van onze moeders. Dat maakt het makkelijker het spoor terug te volgen. Genetici hebben dat ook gedaan, door het mtDNA bij een heleboel verschillende volkeren met elkaar te vergelijken. Hoe meer variatie op het mtDNA ze in een bepaald gebied vinden, des te langer moet dit gebied bewoond zijn geweest. Hun conclusie is dat de oermoeder van de moderne mens in Afrika heeft gewoond. 

De multigeneralisten gaven zich niet zomaar gewonnen. Zij moesten de bewijzen die de genetici hadden gevonden wel accepteren. Maar ze konden niet geloven dat tussen die uit Afrika oprukkende homo sapiens en de Aziatische homo erectus geen enkele vermenging had plaatsgevonden. Want vooral in Azië zijn veel homo erectus-fossielen gevonden, dus daar moet deze mens diep geworteld zijn geweest. 

Het recente Chinees/Amerikaanse onderzoek geeft de multiregionalisten een hoop nieuw werk. Onder al die Aziatische bevolkingsgroepen die genetisch zijn onderzocht is niet één niet-Afrikaanse mutatie gevonden. En dus zeggen de ‘Afrika-aanhangers’: we praten wel weer verder als jullie een mutatie vinden die niet uit Afrika afkomstig is.

 

Wetenschap : Bryan Sykes’ baanbrekend genetisch onderzoek 
De zeven moeders van Europa 

De Britse geneticus Bryan Sykes heeft een sleutel gevonden waarmee hij de geschiedenis van de mensheid uit de genen kan aflezen. Europeanen stammen af van zeven oermoeders, stelt hij. Een verhaal over voortplanting, mutaties en Sykes’ eigen leven. 

Geert Magiels 

Ieder van ons staat aan het einde van een lange rij van voorouders. Elk van die voorouders heeft lang genoeg geleefd om nakomelingen te verwekken. Die rij gaat generaties terug, tot in een grijs verleden. Elk van ons is een merkwaardige winnaar van een onwaarschijnlijk lot in de loterij van het leven, onze keten werd nooit onderbroken. Tegelijkertijd impliceert dit dat we allemaal familie zijn van elkaar. We zijn stuk voor stuk de laatsten in een wijd vertakte stamboom. 

De grote verwantschap tussen alle bewoners op deze planeet is de onderliggende boodschap van Bryan Sykes’ De zeven dochters van Eva. Sykes is een Brits geneticus en vertelt zijn verhaal aan de hand van zijn levenswerk : de speurtocht naar het mitochondriaal DNA. De mitochondriën zijn de energiefabriekjes van de cellen. Ze zorgen voor de zuurstofgebonden verbranding van voedsel, zodat energie beschikbaar komt voor de cel om zijn werk te doen. Wat de mitochondriën zo speciaal maakt, is dat ze bestaan als onafhankelijke structuurtjes (organellen) die hun eigen DNA bevatten en alleen via de eicel (via de moeder dus) worden doorgegeven aan het nageslacht. In een spermacel zitten dus geen mitochondriën. 

Als ei- en spermacel samensmelten tot een nieuw embryo, vermengt het gewone DNA van vader en moeder zich met elkaar, maar het mitochondriaal DNA blijft zoals het is. Zo wordt het van generatie op generatie ongewijzigd doorgegeven. De enige veranderingen die erin optreden zijn toevallig optredende mutaties. Het is ondertussen geweten hoe vaak zulke veranderingen zich voordoen. (Het werk van Sykes is daarin van kapitaal belang geweest.) Op die manier beschikken wetenschappers over een “DNA-klok”. De mutaties slaan toe met een snelheid van één per tienduizend jaar. Als je het mitochondriaal DNA van twee mensen van nu vergelijkt en op twee punten een mutatie ziet, wil dat zeggen dat hun gemeenschappelijke stammoeder twintigduizend jaar vroeger geleefd heeft. Die twee takken van de stamboom waarop die twee mensen dus als prille twijgjes staan, komen in één stam samen, zowat twintig millenia geleden. 

Elke twee personen, in uw familie, in uw stad, zelfs in de hele wereld, zijn met elkaar verbonden door een gemeenschappelijke, vrouwelijke voorouder. Het enige verschil tussen twee willekeurige personen is het antwoord op de vraag hoe lang geleden die leefde. 

Sykes’ speurtocht naar mitochondriaal DNA in oude en nieuwe weefsels, botten en bloedstalen en ook het verhaal van zijn eigen leven en laat zien hoe toevalligheden de loop van het onderzoek mee bepalen. Op een tussenstop op Rarotonga in de Stille Zuidzee breekt hij een schouder, moet noodgedwongen daar blijven en maakt van de gelegenheid gebruik om lokale bloedmonsters te verzamelen. Die geven hem het juiste materiaal om de afstamming van de eilandbewoners in de Stille Zuidzee aan de hand van de wetenschappen van hun mitochondriaal DNA in kaart te brengen. De resultaten zijn verbluffend. Het blijkt dat de inwoners van Polynesië niet uit Zuid-Amerika afkomstig zijn, maar van de kusten van Azië. De hypothese van Thor Heyerdahl, die met zijn vlot “Kon-Tiki” vanuit Peru de Stillef Oceaan overzeilde, bleek niet meer dan een mooi verhaal te zijn. 

Sykes maakte ook naam met het identificeren van de nakomelingen van de Russische tsaar en zette een punt achter de speculaties over vermeende afstammelingen die de moordpartij van de bolsjewieken zouden hebben overleefd – en dus aanspraak konden maken op de erfenis. Of zoals Sykes het zelf zegt : “Zo groot is de kracht van het DNA om mythen te verjagen – zelfs die welke we liever zouden geloofd hebben.” 

Het boek geeft ook een aardig inkijkje in de wereld van de wetenschap en hoe kennis, met vallen en opstaan, moeizaam vordert, al weet je nooit in welke richting. Die richting wordt bovendien voor een groot deel bepaald door de rivaliteit tussen wetenschappers om eer, aanzien en budgetten. Niets menselijks is de wetenschapper vreemd. Sykes geeft hier en daar een beetje betweterig en zelfingenomen de indruk de vernieuwende held te zijn die moet opboksen tegen naijverige collega’s. Hij ging de frontale confrontatie aan met de grote geneticus Luca Cavalli-Sforza en diens school. Het ging om de bewering dat de moderne Europese mens afstamt van de eerste landbouwers die de oudere jager-verzamelaars wegvaagden. Sykes’ mitochondriaal DNA vertelt een ander verhaal. Volgens hem gaan de wortels van de meest Europeanen terug tot een peride voor de opkomst van de landbouw. De mitochondriën hebben hem gelijk gegeven. Syken identificeert zeven oermoeders, de vrouwen wier mitochondriaal DNA bijna 95 procent van de Europese bevolking in elke lichaamscel meedraagt. Die zeven dochters van Eva leefden tussen de 45.000 en de 10.000 jaar geleden. Sykes geeft ze namen (Ursula, Xenia, Helena, Velda, Tara, Katrine en Jasmine) en doet ook een poging om ze een gezicht te geven. Dat resulteert in zeven geromantiseerde passages met een hoog Jean Auel-“Kinderen van de Aarde”-gehalte. In al hun onbeholpenheid weten die portretten toch een beeld op te roepen van het leven van onze verre grootmoeders, en dat zegt meer dan een abstract stukje DNA. 

Opnieuw sneuvelen mooie verhalen. Van de Basken werd lang aangenomen dat ze de laatste overlevenden waren van de oorspronkelijke jager-verzamelaars in Europa. Ze vertonen de kenmerken van een unieke populatie en zijn trots op hun andere aard. Als de afkomst van de overige Europeanen terug te voeren is op geïmmigreerde landbouwers uit het Midden-Oosten, dan waren zij de laatste overlevenden uit de tijd van de jager-verzamelaars. Dan zouden ze ook een heel ander mitochondriaal DNA-patroon moeten hebben. Dat patroon verschilt echter in niets van dat van de rest van de Europeanen. Als de Basken afstammen van de paleolithische jager-verzamelaars, dan wij ook. 

Dit vrouwelijke verhaal werd ondertussen bevestigd door een mannelijk spiegelverhaal. Zoals je je mitochondriën van je moeder krijgt, zo krijgt elke jongen het Y-chromosoom van zijn vader. Vergelijkend genetisch onderzoek van dat mannelijk chromosoom leidt tot dezelfde bevindingen als Sykes’ onderzoek. Sykes weet dat, en geeft het als een kort terzijde weer. Wie daar meer wil over weten, moet Steve Jones’ recente Y: the Descent of Men lezen. De veranderingen in het vaderlijke Y-chromosoom vertonen bruuskere lokale afwijkingen dan die van het moederlijke DNA. Misschien is de verklaring wel de volgende : de meeste van onze voorouders waren tussen 10.000 en 150 jaar geleden landbouwers. Boerderijen werden van vader op zoon doorgegeven. Zonen hadden dus de neiging te blijven waar hun vaders al waren. Vrouwen trouwden en trokken mee met hun man. Mitochondriale mutaties raakten geleidelijker verspreid over grote gebieden, de mutaties in het Y-chromosoom waren honkvaster en vormden stevigere lokale clusters. De geografie van de genetica weerspiegelt nog steeds de agrarische voorgeschiedenis van ons continent. 

Hoewel het overgrote deel van dit boek over de genetische voorgeschiedenis van Europa gaat, is hetzelfde onderzoek ondertussen ook in de rest van de wereld gedaan. De zeven Europese clans maken deel uit van een wereldwijd netwerk met drieëndertig clans, waarvan er dertien uit Afrika komen. Afrika levert vandaag slechts 13 procent van de wereldbevolking, maar maakt aanspraak op 40 procent van de moederlijke clans. De mens heeft veel langer in Afrika gewoond dan elders. Er is dus heel veel tijd geweest waarin mitochondriale mutaties zich in Afrika konden vermeerderen, zodat zich nieuwe clans konden vormen met duidelijk verschillend DNA. De “mitochondriale Eva” heeft dus zonder twijfel in Afrika geleefd, zowat 150.000 jaar geleden. Zij leidde tot dertien clans, en van één daarvan zijn wij, Europeanen de nazaten. 

Zelfs die verre geschiedenis leeft in ons lichaam voort, neergeschreven in onze genen. Sykes vormt met zijn verhaal leven in de genetica. Het is geen wetenschap van statistische gemiddelden en abstracte patronen. Het is de genetica van individuen. Het was die ene vrouw die niet werd opgegeten door een holenbeer waaruit jij bent voortgekomen. We kennen haar mitochondriaal DNA, want het zit in elk van jouw cellen. Het schetst een visie op de evolutie van de mens waarin toevallige gebeurtenissen en samenlopen van omstandigheden de uitkomst bepalen. Een boot zinkt. En het duurt nog tweehonderd jaar voor een polynesisch eiland wordt ontdekt. Of erger, één gemiste afspraak in een ver verleden en jij was er nooit geweest.

Heeft de wetenschap Adam en Eva al ontdekt? 

——————————————————————————– 

Vrijwel alle levende cellen (van planten, dieren en mensen) bevatten DNA strengen met gecodeerde informatie. De DNA bestuurt de cel en geeft aan welke stoffen er geproduceerd moeten worden en wanneer. Veel van ons uiterlijk en onze persoonlijkheid is bepaald door het DNA dat we geërfd hebben van onze ouders. 

De kern van menselijke cellen bevatten 99,5% van het DNA. De helft daarvan is afkomstig van de moeder en de andere helft van de vader. Omdat bij de bevruchting beide helften met elkaar vermengd worden is het moeilijk na te gaan welke segmenten van welke ouder afkomstig zijn. Met andere woorden, de helft van het DNA veranderd per generatie. Daarnaast bevat iedere cel buiten de kern duizenden kleine energie producerende celorganen die mitochondriën worden genoemd. Deze mitochondriën bevatten ieder een cyclische DNA strengel (mtDNA) die alleen van de moeder afkomstig is!1 Zij heeft het op haar beurt geërfd van haar moeder, enzovoorts. Normaal gesproken is er geen van verandering in het mtDNA van generatie op generatie. 

DNA kan worden voorgesteld met een alfabet van vier letters: A, G, T, en C. Een kopie van iemands mtDNA bestaat uit 16,559 van deze letters. Er kunnen mutaties optreden van moeder op kind, waardoor een letter van het mtDNA verandert. Deze zeldzame en willekeurige veranderingen stellen genetici in staat om families te onderscheiden. Als je grootmoeder een mutatie in haar mtDNA zou hebben, dan zouden haar kinderen en de kinderen van haar dochters dezelfde gewijzigde mtDNA hebben. In het algemeen gesproken zou het verschillend zijn van de rest van de wereldbevolking.2 

In 1987, publiceerde een team van de Universiteit van Californië in Berkeley een studie, waarin het mtDNA van 147 mensen van vijf verschillende geografische gebieden met elkaar vergeleken werd.3 Zij concludeerden dat alle 147 dezelfde vrouwelijke moeder hebben gehad. Zij wordt sindsdien de “mitochondriële Eva” genoemd. 

Waar kwam deze mitochondriële Eva vandaan? Aanvankelijk onderzoek concludeerde dat ze waarschijnlijk uit Afrika afkomstig was. Later werd na veel discussie duidelijk dat ook Azië en Europa als oorspronkelijke locatie in aanmerking kwamen.4 

Vanuit een Bijbels standpunt gezien weten we niet precies waar Eva vandaan kwam. Omdat de vloed zo destructief was, kan niemand meer met zekerheid achterhalen waar de hof van Eden zich bevond.5 De schoondochters van Noach leefden echter slechts een aantal generaties na Eva, en zij begonnen hun gezinsleven in de buurt van de berg Ararat in oost Turkije. Dit is vlakbij de gemeenschappelijke grens van Azië, Afrika en Europa. (Iedereen heeft dus een van Noach’s schoondochters als stammoeder.) Aldus is het niet verbazingwekkend dat Azië, Afrika en Europa als mogelijke oorsprong genoemd worden voor de mitochondriële Eva.. 

Op soortgelijke wijze kunnen overeenstemmende woorden, klanken en grammatica van de meest gesproken talen getraceerd worden. Ook dit onderzoek wijst naar een gemeenschappelijke oorsprong in de buurt van de berg Ararat.6 Een derde factor, de landbouw, wijst eveneens naar een oorsprong in de richting van oost Turkije.7 

Figuur 135 : Verspreiding van talen. Talen tonen evenals genen een zekere verwantschap. Een van de duizenden voorbeelden is het woord van, in het Engels “from, of.” Het komt voor in het Frans (de), Italiaans (di), Spaans (de), Portugees (de), en Romeens (de). Dit zijn allemaal talen die gesproken worden in het Zuidwesten van Europa, allemaal twijgen aan een boomtak die wordt aangeduid met de Romaanse (van Rome) talen. Deze tak stamt af van de bredere tak van Latijnse talen. Samen met andere taalgroepen, zoals het Germaans (waartoe o.a. het Engels en het Duits behoren) vormen deze de familie van Indo-Europeaanse talen. Als deze en andere talen verder terug gevolgd worden, dan convergeren ze in de richting van de berg Ararat, waarschijnlijk de landplaats van de ark van Noach. (Zie “het ontstaan van de aarde”) Linguistici geven openlijk toe dat ze wel weten hoe talen zich ontwikkelden, maar niet hoe talen zijn ontstaan.8 

Wanneer leefde de mitochondriële Eva? Om deze vraag te beantwoorden is het belangrijk om te weten hoe vaak mutaties in het mtDNA voorkomen. De eerste schattingen waren gebaseerd op de volgende onjuiste redenering: “Mensen en chimpansees hadden ongeveer 5 miljoen jaar geleden een gemeenschappelijke voorouder. Omdat het mtDNA in mensen en chimpansees op zo’n 1000 plaatsen verschilt, treed er gemiddeld eens in de 10.000 jaar een mutatie op.” Een andere foutieve benadering gaat er vanuit dat Australië ongeveer 40.000 jaar geleden bevolkt werd. Het gemiddelde aantal mitochondriële mutaties onder de Aboriginals gedeeld door 40.000 jaar levert eveneens een zeer lage mutatie frequentie op voor het mtDNA. Deze schattingen, die uitgaan van de Evolutie theorie, hebben geleid tot het misverstand dat de mitochondriële Eva ongeveer 100.000 tot 200.000 jaar geleden leefde. Dit verbaasde evolutionisten die geloven dat onze gemeenschappelijke voorouder een mensaap was, die ongeveer 3½ miljoen jaar geleden leefde. 9 

Het was een nog veel grotere verrassing toen in 1997 bleek, dat mutaties in het mtDNA ongeveer 20 maal zo vaak optreden als aanvankelijk gedacht werd! Inmiddels was het mogelijk om de mutatie frequentie direkt te bepalen door het mtDNA van een groot aantal moeders te bepalen en met en hun kinderen te vergelijken. Uitgaande van deze nieuwe, nauwkeurigere frequentie leefde de mitochondriële Eva slechts 6000 jaar geleden.10 

Is er ook een “genetische Adam”? Ja, een man ontvangt van zijn vader een segment DNA dat zich op het Y chromosoom bevindt, dat zijn geslacht bepaald. De vader ontving het van zijn vader en zo verder. Als wij allemaal afstammen van dezelfde vader, dan zouden alle mannelijke cellen hetzelfde Y chromosoom segment moeten bevatten (met uitzondering van eventuele mutaties). 

Een onderzoek uit 1995 van 38 mannen wereldwijd bracht geen verschillen aan het licht van dit segment van het Y chromosoom. Als de mens geëvolueerd zou zijn, en alle mannen zouden afstammen van een man die 500.000 jaar geleden geleefd heeft, dan zouden er gemiddeld 19 mutaties moeten zijn. Als het 150.000 jaar gelden was, dan zouden er gemiddeld 5.5 mutaties moeten zijn.11 Aangezien er geen enkele mutatie gevonden is, is het zeer goed mogelijk dat onze gemeenschappelijke voorouder slechts enkele duizenden jaren geleden leefde. 
Als we ervan uitgaan dat Adam de vader van allen is, dan is Noach onze meest recente gemeenschappelijke voorvader. 

Voor de volledigheid dienen we nog een andere mogelijkheid na te gaan. Zelfs als we allemaal afstammen van dezelfde vrouw, dan zouden er nog steeds meerdere vrouwen tegelijkertijd hebben kunnen leven. De keten van opeenvolgende vrouwelijke nakomelingen kan ophouden, dan sterft het bijbehorende mtDNA uit. Zoiets gebeurt ook met familie namen. Als Marie en John XYZ geen kinderen hebben, dan sterft hun vreemde achternaam uit. Het is even goed mogelijk dat er tegelijkertijd met onze “genetische Adam (of Noach)” andere mannen leefden, waarvan er geen nakomelingen meer in leven zijn. Hoe groot is dan de kans dat er geen nakomelingen zijn van die andere mannen en ook niet van die ander vrouwen die 6000 jaar geleden leefden op de (huidige) wereldbevolking van 6 miljard? Deze kans is verwaarloosbaar.12 

Recente wetenschappelijke ontdekkingen tonen aan dat we in onze cellen allemaal sporen van “Adam en Eva” meedragen. Deze gemeenschappelijke ouders zijn waarschijnlijk slechts zo’n 200 tot 300 generaties van ons verwijderd. Dat betekent alle mensen familie zijn en dat we gemeenschappelijk en recente wortels hebben. We zijn dus een grote familie! 

Referenties en voetnoten 
1 . Een recent onderzoek is uitdagend voor deze algemeen gangbare overtuiging van iedere geneticus. Uit het onderzoek blijkt dat een kind een klein gedeelte van het mtDNA van de vader erft. Ofschoon de resultaten hierover geen definitief uitsluitsel geven is dit op basis van statistische analyse zeer waarschijnlijk. Het heeft te maken met de manier waarop chromosomen in de kern recombineren, alhoewel mtDNA geen deel uit maakt van een chromosoom en zich ook niet in de kern bevindt. [Zie Philip Awadalla, e.a., “Linkage Disequilibrium and Recombination in Hominid Mitochondrial DNA,” Science, Vol. 286, 24 December 1999, blz. 2524–2525.] 

Veel experimenten hebben echter aangetoond dat het in het sperma aanwezige mtDNA vernietigd wordt na de bevruchting met de vrouwelijke eicel. Verder blijkt dat alle tot dusver bekende mitochondriële aandoeningen en afwijkingen tot de moeder herleid kunnen worden. Een van de onderzoekers, de geneticus Bryan Sykes van de universiteit van Oxford, zegt dat zijn proeven, die overeenkomen met die van Awadalla, niet tot dezelfde resultaten leiden. Andere onderzoekers proberen een verklaring te vinden voor de merkwaardige statistische afwijkingen. Het wachten is op verdere resultaten voordat er definieve conclusies kunnen worden getrokken uit dit nieuwe onderzoek. 

“… zoals verwacht, is er geen bewijs gevonden voor vaderlijke overdracht van mtDNA.” Thomas J. Parsons e.a., “A High Observed Substitution Rate in the Human Mitochondrial DNA Control Region,” Nature Genetics, Vol. 15, April 1997, blz. 364. 
2 . Deze vereenvoudigde uitleg wordt gecompliceerd door heteroplasmy, een recentelijk ontdekte vorm van erfelijkheid van het mtDNA. Heteroplasmy veroorzaakt een geringe statistische onzekerheid in normale erfelijke patronen.. 

3 . Rebecca L. Cann e.a., “Mitochondrial DNA and Human Evolution,” Nature, Vol. 325, 1 January 1987, blz. 31–36. 

4 . Marcia Barinaga, “ ‘African Eve’ Backers Beat a Retreat,” Science, Vol. 255, 7 February 1992, blz. 686–687. 

Alan R. Templeton e.a., “Human Origins and Analysis of Mitochondrial DNA Sequences,” Science, Vol. 255, 7 February 1992, blz. 737–739. 
“African Eve Gets Lost in the ‘Trees’,” Science News, Vol. 141, 22 February 1992, blz. 123. 
5 . Sommigen geloven dat de hof van Eden zich in de buurt van de huidige Tigris en Eufraat bevinden, omdat deze rivieren genoemd worden in Genesis 2:14. Het is echter waarschijnlijk dat de globale vloed de hof van Eden verwoest heeft en dat deze begraven ligt onder honderden meters sediment. Continentale verschuivingen en veranderingen in de dikte van de continentale platen en de topografie zal de ligging van Eden en de stroming van rivieren ingrijpend gewijzigd hebben. (Zie hydroplaat theorie) 

Het lijkt waarschijnlijker dat de overlevenden van de vloed deze namen (opnieuw) gaven aan de twee enorme rivieren die zich in de buurt van de berg Ararat bevinden (de huidige Tigris en Eufraat). Dat verklaart eveneens waarom de twee andere rivieren die in Genesis 2 genoemd worden nu niet meer bestaan en waarom de pre-vloed rivieren die in in Genesis 2:10 –14 genoemd worden kenmerken hadden die afwijken van de huidige rivieren: 

De rivieren die uit de hof van Eden stroomden verdeelden zich in vier rivieren. De meeste huidige rivieren verdelen zich echter niet, maar vloeien juist samen. 
Twee van de in Genesis genoemde rivieren stroomden rondom een land. Omdat onze rivieren bergafwaarts stromen is het moeilijk voor te stellen hoe een rivier (bijna) om een land heen kan stromen. 
als het voor de vloed niet geregend had, waar kwam dan het water van deze rivieren vandaan? 
6 . “Ons onderzoek geeft aan dat de proto-taal ruim 6000 jaar geleden ontstond in het oosten van Anatolia [in Oost Turkije] …” 
Thomas V. Gamkrelidze en V. V. Ivanov, “The Early History of Indo-European Languages,” Scientific American, Vol. 262, March 1990, blz. 110. 

7 . Colin Renfrew, “The Origins of Indo-European Languages,” Scientific American, Vol. 261, October 1989, blz. 114. 

8 . Volgens Genesis (11:1-9) ontstonden de verschillende talen in Babel enkele generaties na de grote vloed. Hier komt het begrip “Babylonische spraakverwarring” vandaan. De meeste geleerden plaatsen het oude Babylon ergens in het gebied tussen de huidige Tigris en Eufraat in de buurt van de berg Ararat. 

9 . Voor evolutionisten is een schatting van 100,000 – 200,000 jaar geleden veel te dicht bij de door veel creationisten veronderstelde ouderdom van de mensheid (van 6000 jaar). Deze schatting kwam ook niet overeen met de volgens de evolutie verwachte ouderdom (van 3.500.000 jaar). De onderzoekers van de mitochondriële Eva wisten dat deze relatieve lage schatting op veel kritiek zou stuiten en mogelijke verwerping van hun resultaten. (Belangrijk wetenschappelijke onderzoek kan rekenen op subsidies, werkgelegenheid en prestige) Omdat complexe wetenschappelijke studies te maken hebben met veel onzekerheden en veronderstellingen, is het te verwachten dat alle mogelijke moeite gedaan is om de schattingen van de ouderdom van de mitochondriële Eva te maximaliseren. Met andere woorden: “als je te maken hebt met onzekerheden, ga dan uit van de veronderstellingen die zo gunstig mogelijk zijn voor de acceptatie van het resultaat”. Achteraf is duidelijk geworden dat de schatting inderdaad veel te hoog is. 

10 .“Onafhankelijk van de oorzaak, zijn veel evolutionisten bezorgd over een snellere mutatie frequentie. Onderzoekers waren eerder tot de conclusie gekomen dat de mitochondriële Eva’ – de vrouw wiens mtDNA de oorsprong was van alle levende mensen – 100.000 tot 200.000 jaar geleden in Afrika leefde. Met de nieuwe frequentie zou ze slechts 6000 jaar oud zijn.” Ann Gibbons, “Calibrating the Mitochondrial Clock,” Science, Vol. 279, 2 January 1998, blz. 29. 

“Dat betekent dat onze constatering van de veranderings frequentie, 2½/punt/myr [miljoen jaren], ongeveer 20 keer zo groot is, dan voorspeld door de fylogenetische analyse [evolutie studies]. Gebruik makend van de empirische frequentie om de moleculaire klok van het mtDNA te kalibreren zou betekenen dat de geschatte oorsprong van het mtDNA van de meest recente gemeenschappelijke voorvader slechts ~6,500 jaar geleden is. Dit is duidelijk niet in overeenstemming met de bekende ouderdom van de moderne mens.” Parsons, e.a., blz. 365. 
Evolutionisten die deze nieuwe ontdekking begrijpen zijn geschokt. Ze proberen nu een verklaring te vinden waarom de gemeten mutatie frequenties van het mtDNA zo hoog zijn, terwijl de verwachte mutatie frequentie (op basis van fossiele datering en de evolutie van aapachtige wezens tot mens) zo laag zijn. Ze zeggen, misschien dat de mutaties alleen maar vaak voorkomen op bepaalde plaatsen van het mtDNA molekuul en zichzelf later corrigeren. Daarom worden er veel mutaties geteld, maar zijn de uiteindelijke verschillen gering. Deze “hot spot” hypothese, is in wezen een “uitzonderlijk pleidooi” – iets dat voorgesteld wordt om een probleem op te lossen. Testen hebben aangetoond dat deze bewering niet klopt. 

Door het ontbreken van voldoende beginselen geeft de “hot spot” hypothese geen voldoende verklaring voor de waargenomen hoge veranderings frequentie. Parsons et al., p. 365. 

“Als moleculaire evolutie werkelijk neutraal is op deze gebieden [plaatsvindt met een konstante snelheid], geeft zo’n hoge mutatie frequentie aan dat Eva slechts ongeveer 6500 jaar geleden leefde – een jaartal dat duidelijk niet overeenkomt met de huidige theorieën over de menselijke oorsprong.” Laurence Loewe and Siegfried Scherer, “Mitochondrial Eve: The Plot Thickens,” Trends in Ecology & Evolution, Vol. 12, 11 November 1997, blz. 422. 
11 . Robert L. Dorit e.a., “Absence of Polymorphism at the ZFY Locus on the Human Y Chromosome,” Science, Vol. 268, 26 May 1995, blz. 1183–1185. 

Een soortgelijk onderzoek werd uitgevoerd met hetzelfde DNA segment in drie soorten apen: een chimpansee, twee oerang-oetangs en drie gorilla’s. Het DNA segment was onderling verschillend voor de drie apensoorten, maar het DNA van de drie gorilla’s was identiek evenals dat van de twee oerang-oetangs. [Zie Wes Burrows and Oliver A. Ryder, “Y-Chromosome Variation in Great Apes,” Nature, Vol. 385, 9 January 1997, blz. 125–126.] 
Statistici erkennen dat als er variatie bestaat tussen groepen onderling, maar niet binnen de groepen, dit erop wijst dat de drie groepen verschillende, onafhankelijke populaties zijn. Met ander woorden: gorilla’s, oerang-oetangs en chimpansees stammen waarschijnlijk niet af van dezelfde voorouder. Uiteraard verschilde het DNA segment van mensen in een nog veel grotere mate met dat van de apen. 

12 . Veronderstel dat er 6000 jaar geleden veel vrouwen leefden, en dat hun nakomelingen nu 6 miljard in aantal zijn. Gemiddeld moet iedere vrouw dan veel kinderen hebben gehad. Telkens als het gemiddelde aantal kinderen per vrouw meer dan twee was, neemt de kans af, dat slechts één van de vele vrouwen opeenvolgende vrouwelijke nakomelingen had. Een overeenkomstige onwaarschijnlijke situatie moet ook voor de mannen gegeld hebben. Omdat beide hoogst onwaarschijnlijke gebeurtenissen ook nog tegelijkertijd moesten plaatsvinden, kan deze mogelijkheid verworpen als belachelijk onwaarschijnlijk. 

——————————————————————————– 

Copyright ©1995 – 2001: Center for Scientific Creation 
Nederlandse vertaling: Frank van de Laar © 2002

Gerelateerde Berichten