Dieren en het weer…

Boeren zwaluwDieren reageren op veranderingen in het weer, waar wij mensen als we geen meetinstrumenten gebruiken, geen weet van hebben. Weerprikkels voor dieren zijn veranderingen in vochtigheid, temperatuur, luchtdruk, wind en onweer.

Als er ander weer op komst is, veranderen deze grootheden vaak tevoren, zodat uit het gedrag van dieren soms een primitieve weersvoorspelling kan worden afgeleid. De dieren nemen hun maatregelen om elk levensgevaar te mijden of aan voedsel te komen. Een bekend gezegde vertelt hierover: “Vliegen de zwaluwen hoog dan is het weer schoon en droog, vliegen ze laag, regen voor vandaag.” Een heel betrouwbare weerspreuk.

Bij mooi weer zijn er opwaartse bewegingen in de lucht (thermiek) die de insecten mee omhoog nemen. De zwaluwen moeten het dan ook hogerop zoeken om aan voedsel te komen. Bij somber en nat weer blijven de insecten lager en vliegen de zwaluwen ook lager.

Als kippen, koeien of schapen niet gaan schuilen voor de regen blijft het lang regenen. Zoeken ze meteen een schuilplaats dan duurt de bui meestal niet lang. Vissen komen bij mooi (warm, zonnig en windstil) weer naar boven omdat het zuurstofgehalte in het water onder de omstandigheden afneemt.

Veel dieren tonen een specifiek gedrag afhankelijk van weer en wind. Bij een zwakke wind (kracht 1 of 2) vliegen de bladluizen en zweven jonge spinnen aan herfstdraden. Bij windkracht 3 verplaatsen spinnen, luizen en sprinkhanen zich niet meer en bij 4 Beaufort blijven ook de kevers aan de grond. Windkracht 5 is voor alle vliegen teveel, behalve voor horzels. De nachtelijke vogeltrek stopt dan ook.

Bij windkracht 6 stoppen de nachtvlinders en bijen en wagen zich nog maar weinig vogels in de lucht. Windkracht 7 is aanleiding voor kleine vogels om een schuilplaats te zoeken en bij kracht 8 zijn er nauwelijks nog vogels in de lucht.

Als het stormt (kracht 9) zien we alleen nog zwaluwen of eenden vliegen en in een zware storm (kracht 10) blijven alle vogels aan de grond

Bron

Gerelateerde Berichten