De Wet van de Sticker op de helm
De Wet van de Sticker op de helm
De wind had vrij spel over de dijk in Tjongerwoerds. Het was nogal frisjes. Sjoerd, de eerste hoofdagent van de regio Friesland-Noord, stond met zijn kraag omhoog naast de lasergun. Het was een rustige maandagavond; er passeerde hooguit eens in de tien minuten een verdwaalde trekker of een visser, of een moeder met koters op de e bike. Tot er in de verte een brommer verscheen. Het ding pruttelde gestaag tegen de wind in, met op het zadel een damesfiguur die er onmiskenbaar comfortabel bij zat. Geen strakke motorpakken, gewoon de wind in de zeilen en wapperende rok.
Sjoerd stapte de weg op en hief zijn hand. “Pliesie. Stap er maar es eem af.”
De brommer kwam ronkend tot stilstand. De bestuurster zette de motor uit en keek hem kalm aan.
“Helm af, asjeblieft,” zei Sjoerd, zijn opschrijfboekje al in de aanslag. “We controleren vanavond op de veiligheidseisen. Er rijdt hier de laatste tijd nogal wat illegaal spul rond uit het verre oosten.”
De helm ging af. Een wilde krullenbos kwam woest tevoorschijn. Sjoerd pakte de pot aan, draaide hem routineus rond en fronste zijn wenkbrauwen. “Ja… en het verplichte ECE-keurmerk? Waar zit dat?”
“Nou, daar toch?” Er werd met een angstaanjagend onschuldige blik naar de binnenkant van de helm gewezen.
Sjoerd tuurde in de voering. Er zat inderdaad een zilverkleurige sticker. Het ding zat er pas een paar dagen in en rook nog vaag naar goedkope lijm, maar de letters ECE stonden er met onmiskenbare, Chinese trots op gedrukt.
Een lieflijke glimlach was Sjoerd zijn deel.
“Is dit wel officieel?” vroeg Sjoerd achterdochtig. Hij keek van de sticker naar de vrouw, en weer terug naar de sticker. De blik die hij terugkreeg was de personificatie van de puurste onschuld. Die sticker zegt toch genoeg, agent? (Wat een geluk dat ze dit aanvoelde en snel die sticker uit die andere helm uit Chinatown, in deze had geplakt, alsof ze ergens voorvoelde dat ze Sjoerd tegen zou komen! Maar met een grootmoeder die ook best wel vaak mediamiek leek te zijn was dit geen wonder natuurlijk)
Sjoerd zuchtte. De polderwind sneed kil door zijn jas. Hij pakte zijn splinternieuwe diensttelefoon erbij, startte de database op en begon te typen. ECE… keurmerken… import… Het cirkeltje bleef maar draaien. Geen bereik. De database gaf geen krimp op deze afgelegen duistere weg tussen de weilanden.
Na twee minuten gefrustreerd staren naar een laadscherm gaf hij het op. De wet van de polder dicteerde dat een haperend systeem het altijd wint van de plichtpleging.
Hij gaf de helm terug. “Nou ja,” zei hij, terwijl hij zijn pet rechtzette. “Ik kan het zo gauw niet vinden in het systeem. Het zal wel goed zijn. Rijdt maar door.”
De helm ging weer op, de motor sloeg met één kick aan. Terwijl de achterlamp in de Friese schemering verdween, stopte Sjoerd zijn telefoon diep in zijn zak. Hij wist van de helft van de dingen in de polder ook niet hoe ze vastzaten, maar zolang er een sticker op zat, bleef het in elk geval overeind.
(Waargebeurd alleen niet in de polder!)

