Moedervlekken tekens van vorige levens? e.a.

Update Moedervlekken tekens van vorige levens?

 photo vishnu-reincarnation_zpsd1fea4d7.jpg

Dr Jim Tucker van de Universiteit in Virginia zet het werk voort van wijlen Dr Ian Stevenson, die meer dan 201 gevallen van kinderen met moedervlekken onderzocht, ivm vorige levens.
Men gelooft dat er enige samenhang is met moedervlekken en vorige levens.
Het zouden littekens zijn vanuit vorige levens, nog zichtbaar op het inmiddels nieuwe aardse lichaam, dit door middel van energieën van de ziel, die dit naar voren doen komen op het aardse lichaam.

Ook zou men geloven dat tekens op het lichaam vertellen aan familieleden wie de nieuwgeborene was in een vorig leven.

-Een oude vrouw in Thailand bv vertelde haar familie dat ze weer zou willen incarneren als man.
Toen ze stierf doopte haar dochter haar vinger in een witte pasta en markeerde de achterkant van haar moeders nek met een kenmerkende verticale lijn.
Enige tijd later kreeg de dochter een baby, een zoon.
De jongen had een verticale lijn in zijn nek als moedervlek, toen hij ouder werd was hij ook erg bezitterig naar voorwerpen die zijn overgrootmoeder hadden toebehoord.

 photo 33366013_zps9385f9e8.jpg

Het klinkt vergezocht maar volgens Dr Tucker zijn er zoveel van dit soort verhalen.

 photo 26603406_zps48fe9fc6.jpg

Een jongen geboren in India zonder vingers aan zijn rechterhand herinnerde zich zijn vorige leven, toen hij ook een jongen was, en zijn vingers geamputeerd werden nadat ze vast kwamen te zitten in een voedselmolen.

 photo 38175705_zpsdc9d1a06.jpg

Een jongen uit Turkije geboren met een misvormd oor, herinnerde zich uit een vorig leven dat hij werd neergeschoten van nabij aan de zijkant van zijn hoofd.

 photo 68858296_zps12f336f0.gif

 photo 00818916_zps579d73ad.jpg
Een jongen genaamd Maha Ram herinnerde zich uit een vorig leven in India dat hij werd gedood door een geweerschot op korte afstand. Zijn herinneringen zijn voldoende gedetailleerd en Stevenson vond het in een autopsierapport dat de Moedervlekken op de borst in het kader geëvenaard zijn aan de kogelwonden, welke nu verschijnen in de vorm van vlekken op de borst van de jongen.

Karen Kubik postte foto’s van zichzelf op de middelbare school met een moedervlek in haar nek en een foto van zichzelf op oudere leeftijd zonder een moedervlek. Ze zei dat in 2011, ze herinneringen had aan een vorig leven ze was een vrouw genaamd Helen, die werd neergeschoten door een verdwaalde kogel in 1927.

De moedervlek was de plaats waar de kogel haar raakte zo is haar visie. Zodra ze het zich herinnerde vervaagde plots haar vlek.

Een ander meisje zei in een blog dat ze een moedervlek had gehad op de achterste deel van haar voet. Ze herinnerde zich plots een vorig leven, waarin een slang haar beet op dezelfde plaats. Een paar jaar later, realiseerde ze zich dat er geen moedervlek meer was het was verdwenen.

 photo 28395646_zpsde097afe.jpg

Een grote grillige moedervlek met onregelmatige contouren op het hoofd van Thai. Als kind, herinnerde hij zich dat hij in een vorig leven werd gedood door een groot mes in zijn hoofd.

-Een cafe au lait vlek dichtbij het hart, kan duiden bv. op een schotwond uit een vorig leven.
-Een kind dat net zo een witte pigmentloze vlek in zijn nek heeft als zijn overgrootvader, ook al kan dit erfelijk zijn uiteraard.
-Een jonge vrouw die plots op 23 jarige leeftijd een cafe au lait vlek op haar bovenarm aan de binnenzijde krijgt, hierna spreekt over, als ik ooit een zoon krijg, er plots van overtuigd dat het dan een zoon zal zijn, en dan een naam noemt, zo moet haar zoon gaan heten.
Als haar zoon na enkele jaren geboren wordt, heeft haar kind dezelfde cafe au lait vlek op de binnenzijde aan de andere arm, hetzelfde gevormd als de cafe au lait vlek bij de moeder, maar bij de moeder is deze vlek plotseling spoorloos verdwenen!?
-Een Paranormaal gevoelige vrouw die haar vader jaren daarvoor is verloren, denkt met verdriet aan hem terug en hoort plots innerlijk een stem,  die zegt, waarom huil je, hij ligt nu boven in zijn bed?!
Hij is terug. Haar pasgeboren kind slaapt boven in zijn bed.

Een ander persoon werd geboren met een vreemd gevormde teennagel.
Volgens herinneringen aan een vorig leven leed diegene aan een ernstige teeninfectie.
 photo 58965225_zps8aafe383.jpg

Een meisje uit Birma werd geboren zonder een helft van een scheenbeen.
Ze herinnerde zich een vorig leven waarin zij als jong meisje stierf door een aanrijding met een trein waarbij de trein over haar been ging.

http://www.angel-wings.nl/moedervlekken-tekens-van-vorige-levens-e/ photo 16790074_zpsaa45612d.jpg

——

 photo Philosophy05DoyoubelieveinReincarnation_zps0f555eec.jpg
4.4 Moedervlekken en aangeboren afwijkingen

In veel gevallen vertonen kinderen merkwaardige moedervlekken of aangeboren fysieke afwijkingen die qua plaats en vorm overeenkomen met een verwonding die verband houdt met de doodsoorzaak uit het vorige leven. Ze kunnen zich bijvoorbeeld herinneren hoe ze zijn doodgeschoten en vertonen daarbij ronde moedervlekken ter hoogte van de plek waarop ze in hun vorige incarnatie geraakt zouden zijn. Of ze kunnen bepaalde lichaamsdelen missen die rond het moment van hun overlijden werden afgehakt. Soms zijn er ook afwijkingen die samenhangen met andere verwondingen uit het vorige leven.

http://www.parapsy.nl/items/informatie1g.html
———-
Moedervlekken
Chanai Choomalaiwong werd in 1967 geboren in het Thaise dorp Nong La Korn met twee opvallende moedervlekken op zijn hoofd die er aanvankelijk uitzagen als echte littekens. Toen Chanai ongeveer drie jaar oud was, zei hij tegen andere kinderen dat hij in zijn vorige leven leraar was geweest. Hij noemde de naam Bua Kai en vertelde dat hij was doodgeschoten. Chanai vermeldde nog meer details en wilde steeds weer naar het dorp Ban Khao Sai. Uiteindelijk gaf men hem zijn zin, en eenmaal in het dorp wees Chanai de weg naar het huis van de ouders van ene Bua Kai Lawnak, een leraar die doodgeschoten was in 1962. Chanai herkende familieleden uit het vorige leven en kon specifieke vragen beantwoorden over zijn incarnatie als Bua Kai.
Stevenson schrijft dat de moord op de leraar onopgelost was gebleven, maar dat hij in elk geval wel in zijn hoofd was geschoten en dat de locatie overeenkwam met Chanai’s moedervlekken. De twee families hadden nog nooit van elkaar gehoord voordat Chanai over zijn vorige leven begon.
Het Alevitische meisje Dellâl Beyaz uit Turkije werd geboren in juli 1970. Ze had een grote moedervlek op haar achterhoofd. Dellâl begon over een vorig leven zodra ze kon praten. Ze noemde haar eigen voornaam, Zehide, de naam van familieleden en haar woonplaats Kavaslı. Ze beschreef ook hoe ze om het leven was gekomen. Ze had wasgoed opgehangen op een balkon toen ze naar beneden viel en met haar hoofd op een betonnen vloer terechtkwam.
Men slaagde erin om ene Zehide Köse uit Kavaslı te traceren die sterk overeenkwam met het verhaal van Dellâl. Uit een medisch verslag blijkt dat Zehide van haar balkon gevallen was en vervolgens overleed aan het letsel aan haar hoofd. Net als in het geval Chanai Choomalaiwong, was er van tevoren geen contact geweest tussen de families van Dellâl en Zehide.
Stevenson merkt op dat moedervlekken die verwijzen naar dodelijke verwondingen in de loop van een leven kunnen veranderen in precieze locatie en vorm. Het gaat er dus steeds om te achterhalen waar zich moedervlek bij de geboorte precies bevond.
Dit soort gevallen zijn niet alleen door Stevenson ontdekt, maar ook door andere onderzoekers, zoals de Indiërs dr. Kirti Swaroop Rawat en dr. Satwant Pasricha en de IJslandse psycholoog Erlendur Haraldsson.
Rawat bestudeerde bijvoorbeeld het geval van het Indiase meisje Radha, dat zich een leven herinnerde als ene Sohani uit het dorp Jhadali. Ze beweerde dat ze gestorven was toen ze gevallen was terwijl ze wat takken van bomen was gaan snijden als voer voor haar vee. Ze belandde op een onbewaakt moment met haar hoofd op een scherpe steen. De uitspraken van Radha maakten het mogelijk een historisch vorig leven te traceren. Bovendien had Radha ter hoogte van de dodelijke verwonding een aangeboren moedervlek die gefotografeerd werd door dr. Rawat.
Ook in de gevallen die Satwant Pasricha onderzocht in Noord-India is er steeds een verband tussen vorm en locatie van een moedervlek en een dodelijke verwonding, evenals in gevallen die dr. Haraldsson onderzocht op Sri Lanka, waaronder het bekende geval Purnima Ekanayake.
Gevallen met moedervlekken gaan meestal niet gepaard met lichamelijke handicaps. Dit ligt anders bij gevallen met aangeboren fysieke afwijkingen. Daarbij kan er bijvoorbeeld sprake zijn van misvormingen aan ledematen e.d. die het functioneren bemoeilijken.

Geboorteafwijkingen
De Turkse jongen Mehmet Samioglu werd op 20 januari 1963 geboren in Büyükdere. Bij zijn geboorte had hij een bloedende afwijking aan de achterkant van zijn schedel die operatief moest worden verwijderd. De schedel groeide na de operatie dicht.
Toen hij zo’n twee jaar oud was zei hij dat vroeger Ali heette en de zoon van Süleyman Köybaslı uit Hatun Köy. Mehmet beweerde ook dat hij was vermoord. Hij had gemengde gevoelens over zijn vroegere woonplaats. Aan de ene kant verlangde hij ernaar terug, maar aan de andere kant was hij bang om opnieuw vermoord te worden. Men slaagde erin om vast te stellen wie Mehmet waarschijnlijk was geweest. Zijn aangeboren afwijking kwam overeen met de vermoedelijke plaats waarin Ali dodelijk was verwond.

Dr. Kirti Swaroop Rawat onderzocht onder meer een geval van een jongen, Neera Kathat uit Chang (Rajasthan). Neera had maar één hand; zijn linkerarm eindigde in een stompje. Na enkele jaren beweerde hij al eens eerder te hebben geleefd en toen Kajja te hebben geheten. De jongen wist nog dat hij gedood was tijdens een ruzie over de eigendomsrechten over een stuk land. Hij was daarbij aangevallen met bijlen en stokken.
Rawat verifieerde de herinneringen van Neera en stelde bovendien vast dat Kajja’s armen en benen nog voor zijn dood waren gebroken door zijn moordenaars. De aangeboren misvorming kwam overeen met een diepe verwonding op Kajja’s linkerarm, zoals vermeld in een medisch rapport dat Rawat terug kon vinden.

http://www.txtxs.nl/artikel.asp?artid=121
———
Stevenson heeft ontdekt dat moedervlekken en geboortemisvormingen vaak verband houden met verwondingen die in een vorig leven zijn opgelopen, vooral verwondingen die verband houden met een gewelddadige dood. In veel gevallen heeft hij verslagen van postmortale onderzoeken, ziekenhuisrapporten of andere documenten kunnen verkrijgen die de plaats van de wonden op de overleden persoon bevestigen. Moedervlekken komen vaak overeen met kogel- of steekwonden; soms zijn er twee vlekken die overeenkomen met de plaatsen waar een kogel het lichaam binnenging en waar deze het weer verliet. Moedervlekken kunnen ook verband houden met allerlei andere wonden of tekens die niet noodzakelijk te maken hebben met de dood van de vorige persoon, bijvoorbeeld chirurgische incisies en bloed dat op het lichaam achterbleef toen het werd gecremeerd.

Een jongen die zijn vingers had verloren in een ongeluk met een voeder-hakmachine en het jaar daarop stierf aan de gevolgen van een ziekte die niet daarmee verband hield, reïncarneerde zonder vingers aan zijn rechterhand. Een vrouw die door een trein was overreden, die haar rechterbeen in tweeën sneed, werd wedergeboren met een rechterbeen dat net onder de knie ophield. Een man die in de schemering op een veld uitrustte en in zijn oor werd geschoten omdat hij voor een konijn werd aangezien, werd wedergeboren met een ernstig misvormd oor.

Stevenson heeft vastgesteld dat de meeste details die kinderen zich uit vroegere levens herinneren juist blijken te zijn (hij werkt alleen met spontane herinneringen en maakt geen gebruik van hypnose). Verder bewijs voor reïncarnatie wordt geleverd door ‘gedragsherinneringen’. Kinderen vertonen soms een gedrag dat ongewoon is voor de familie van het kind maar dat overeenkomt met wat bekend is over het leven van de persoon dat het kind zich herinnert. Er zijn bijvoorbeeld gevallen van kinderen van Indiase families uit een lagere kaste die geloven dat ze brahmanen waren – en volgens hen nog steeds zijn – en die weigeren het voedsel van hun familie te eten, omdat ze dat als onrein beschouwen. Omgekeerd kan een kind dat zich het leven herinnert van een straatveger zich ontstellend weinig om reinheid bekommeren. Sommige kinderen vertonen bekwaamheden die ze niet in hun huidige leven hebben opgedaan, maar waarover de vroegere persoon bleek te beschikken.

Veel van de kinderen brengen hun herinneringen aan het vorige leven in hun spel tot uitdrukking. Een meisje dat zich herinnerde in een vorig leven een onderwijzeres te zijn geweest, verzamelde haar speelgenootjes als leerlingen om haar heen en speelde alsof ze hen met een imaginair schoolbord onderricht gaf. Een kind dat zich het leven van een monteur in een garage herinnerde was uren bezig onder de canapé om de auto te ‘repareren’ die deze voor hem voorstelde. Eén kind dat zich een leven herinnerde waarin het zelfmoord had gepleegd door zich op te hangen had de gewoonte om rond te lopen met een stuk touw om zijn nek.

Fobieën komen in ongeveer een derde van de gevallen voor en houden bijna altijd verband met de manier van sterven in het vorige leven. Bijvoorbeeld, de verdrinkingsdood kan leiden tot een angst om door het water te worden verzwolgen; de dood door een slangenbeet kan leiden tot een fobie voor slangen; een kind dat zich een leven herinnert dat eindigde in een schietpartij kan een fobie vertonen voor vuurwapens en luide knallen; en iemand die stierf in een auto-ongeluk kan een fobie hebben voor auto’s, bussen of vrachtwagens. Filia’s (het tegenovergestelde van fobieën) komen ook veel voor. Ze nemen vaak de vorm aan van een verlangen naar bepaalde soorten voedsel die in het huidige gezin van het kind niet worden gegeten, of naar kleding die verschilt van wat gewoonlijk door de familieleden wordt gedragen. Andere voorbeelden omvatten verlangens naar verslavende middelen zoals tabak, alcohol en andere drugs waarvan met weet dat deze door de vroegere persoon werden gebruikt.

In sommige gevallen herinnert een kind zich een vorig leven als iemand van het tegenovergestelde geslacht. Stevenson maakt hierbij de volgende opmerking: ‘Zulke kinderen vertonen bijna altijd eigenschappen van het geslacht uit het beweerde vorige leven. Ze trekken de kleren aan en spelen de spelletjes van het andere geslacht, en kunnen in andere opzichten de karakteristieke houdingen vertonen van dat geslacht. Evenals bij fobieën wordt de gehechtheid aan het geslacht en de gewoonten van het vorige leven gewoonlijk zwakker naarmate het kind ouder wordt; maar enkele van die kinderen blijven onveranderlijk vastzitten aan het geslacht van het vorige leven, en één is homoseksueel geworden.’ (blz. 7)

Volgens Stevenson lenen zijn sterkste gevallen zich niet gemakkelijk voor een andere verklaring dan reïncarnatie. Dit betekent, zegt hij, dat onze ziel, die hij ook de ‘reïncarnerende persoonlijkheid’ noemt, onafhankelijk van het brein en het lichaam moet kunnen bestaan in een soort ‘mentale ruimte’. Hij stelt voor dat er ook een tussenliggend voertuig is, gemaakt van ‘niet-materiële denkstof’, die op het embryo of de foetus herinneringen van verwondingen of andere tekenen uit een vorig leven afdrukt, alsmede voorkeuren, afkeer en andere eigenschappen. Hij verzint het woord ‘psychofoor’ (letterlijk ‘ziel-dragend’) voor dit voertuig.

Stevenson maakt een onderscheid tussen persoonlijkheid en individualiteit, maar zijn gebruik van deze woorden verschilt van het theosofische gebruik. Hij omschrijft individualiteit als ‘alle kenmerken, verborgen of tot uitdrukking gebracht, die een persoon uit een vorig leven of vorige levens kan hebben, alsook uit dit leven’, en persoonlijkheid als ‘de aspecten van individualiteit die op dit moment tot uitdrukking komen of kunnen komen’ (blz. 182). In de theosofie is de persoonlijkheid daarentegen het lagere dierlijk-menselijke zelf, en de individualiteit het reïncarnerende menselijk-geestelijke zelf. Aan het einde van elke incarnatie worden alle edelste en zuiverste eigenschappen van het persoonlijke zelf opgenomen in de reïncarnerende ziel, die een periode van devachanische rust ingaat waarin zij de lessen van het afgelopen leven assimileert.

De resterende delen van het persoonlijke zelf worden in de lagere astrale rijken of kamaloka achtergelaten als een astrale schil (kamarupa), die langzaam uiteenvalt in zijn samenstellende levensatomen. Wanneer een ziel opnieuw incarneert, worden haar lagere astrale en fysieke voertuigen opgebouwd uit veel van dezelfde levensatomen, en omdat deze de karmische afdruk van de vroegere persoonlijkheid dragen, zullen veel van dezelfde persoonlijke eigenschappen (skandha’s) zich manifesteren. Voor de meeste mensen kan de persoonlijkheid alleen in deze betekenis reïncarneren. In sommige gevallen reïncarneert de ziel voordat de astrale schil tijd heeft gehad om volledig uiteen te vallen – een proces dat voor een gemiddeld mens tot ongeveer 20 jaar duurt, hoewel het in sommige gevallen eeuwen kan duren.1

 photo reincarnation2_zps30e93a2c.jpg
Een belangrijk kenmerk van de gevallen die door Stevenson zijn bestudeerd is dat het interval tussen twee levens vaak niet meer dan enkele jaren is. Volgens de theosofie is zo’n korte periode een uitzondering. De algemene regel is dat de periode van postmortale rust ongeveer 100 keer de duur van het vorige leven is; voor de gemiddelde periode wordt soms 1500 jaar genoemd, maar dit komt omdat de gemiddelde levensduur nu ongeveer 15 jaar is.2

De explosieve groei van de wereldbevolking in recente tijden is een aanwijzing dat reïncarnatie nu veel sneller plaatsvindt dan in het verleden – voor een deel een weerspiegeling van het versnelde levenstempo en de grotere dorst naar materiële dingen in het huidige tijdperk. In zeldzame gevallen kan reïncarnatie zelfs vrijwel onmiddellijk plaatsvinden, zoals G. de Purucker verklaart:

Bepaalde mensen hebben zo’n zwakke band met hun geestelijke natuur dat wanneer de dood komt, er in het pas beëindigde leven niets is opgebouwd dat de devachanische toestand kan doen ontstaan. Het gevolg is dat ze in een toestand van volledige onbewustheid verzinken, waarin ze blijven tot de volgende incarnatie, die heel snel volgt.

Verscheidene voorbeelden van bijna onmiddellijke wederbelichaming zijn gemeld die, als ze echt zijn, die zeldzame en buitengewone gevallen vertegenwoordigen van schijnbaar normale mensen die, om de een of andere karmische reden, misschien wel binnen een paar jaar na de dood reïncarneren. Vergeleken met de grote massa van gemiddelde mensen, die zowel kamaloka als devachan ondergaan tussen de incarnaties, zijn ze zeer gering in aantal. Zulke mensen zijn in geen geval slecht of verdorven, maar zijn wat men geestelijk passief of neutraal zou kunnen noemen, en omdat ze zich tijdens het leven niet bewust zijn geworden van dat karakteristieke geestelijke leven dat de devachanische ervaring voortbrengt, brengen ze korte tijd in kamaloka door en incarneren dan weer.3

In 51% van de gevallen die Stevenson heeft onderzocht, herinneren de kinderen zich dat ze onder gewelddadige omstandigheden zijn gestorven. Als regel blijven slachtoffers van ongelukken of geweld, waaronder mensen die zelfmoord plegen, aan de aarde gebonden tot hun levenskracht is uitgeput, waarna ze door kamaloka kunnen gaan en devachan betreden; in sommige gevallen vindt reïncarnatie heel snel plaats.4 Hoe jonger mensen sterven, hoe minder ze de gelegenheid hebben gehad om de lagere en hogere mentale energieën te activeren die de lengte van het verblijf in kamaloka en devachan bepalen.

Een andere belangrijke factor is ons geloof en onze verwachting over het leven na de dood. Mensen die niet geloven in een leven na de dood zullen in het algemeen sneller naar de aarde worden teruggetrokken dan zij die daar wel in geloven. En mensen die geloven in reïncarnatie maar de sterke overtuiging hebben dat ze heel snel zullen reïncarneren, zullen de neiging hebben sneller terug te keren dan zij die die overtuiging missen.

In sommige gevallen die Stevenson heeft bestudeerd, hebben mensen kennelijk voor hun dood voorspeld in welke familie ze zouden reïncarneren en de moedervlekken of andere kenmerken waaraan de overlevende familieleden hen zouden kunnen herkennen. Evenzo is het voor edele en altruïstische mensen, onder wie chela’s, mogelijk op hun bewustzijn een impuls af te drukken om snel naar de aarde terug te keren om hun werk voor de mensheid voort te zetten. Voor de meeste mensen is een lange periode van postmortale rust echter even natuurlijk en essentieel als een goede nachtrust.

Het zal duidelijk zijn dat de exacte aard en de duur van de verschillende stadia van de reis na de dood sterk moeten uiteenlopen om te passen bij het karma van de desbetreffende persoon. Zoals mahatma KH schreef aan A.P. Sinnett: ‘Onthoud altijd dat er uitzonderingen zijn op elke regel, en daarop weer andere bijkomstige uitzonderingen, en wees altijd bereid iets nieuws te leren.’5

Alleen al het feit dat de kinderen die Stevenson heeft onderzocht zich details kunnen herinneren van hun vorige leven is een teken dat de gevallen niet helemaal representatief zijn, want het vermogen om zich vroegere levens te herinneren is voor de meeste mensen tegenwoordig niet gebruikelijk. Stevenson legt er de nadruk op dat het zich herinneren van een vorig leven bijna nooit een plezierige ervaring is: de desbetreffende kinderen lijden vaak aan verwarring over hun identiteit, en soms voelen ze zich innerlijk verdeeld over hun banden met hun huidige en vroegere families. Gelukkig hebben hun herinneringen aan een vorig leven de neiging tussen hun vijfde en achtste jaar te vervagen.

Stevenson gelooft dat reïncarnatie een ‘derde factor’ is die bijdraagt aan de vorming van de menselijke persoonlijkheid en bepaalde lichamelijke kenmerken en afwijkingen, en dat deze werkzaam is naast de genetische en omgevingsinvloeden. Vanuit een ruimer theosofisch gezichtspunt kan men anderzijds de genetische en de omgevingsfactoren beschouwen als de karmische gevolgen van onze gedachten en daden in vorige levens. In feite kunnen al onze fysieke en mentale eigenschappen worden gezien als ‘herinneringen’ aan vorige incarnaties.

Wat de werking van karma betreft maakt Stevenson de volgende interessante opmerking: ‘Lezers van de talloze verslagen van moorden die voorkomen in de gevallen die ik al heb beschreven, zullen ongetwijfeld hebben gemerkt dat als we deze gevallen opvatten als gevallen van reïncarnatie, het slachtoffer dat wordt wedergeboren de geboortemisvormingen heeft en niet de moordenaar. Dit kan ingaan tegen ons gevoel van rechtvaardigheid. . . . Als antwoord op dit bezwaar kunnen we zeggen dat we niet weten wat er met de meeste moordenaars gebeurt als ze zouden reïncarneren. In de weinige gevallen die onder mijn aandacht zijn gekomen, heeft iemand die zich herinnerde een boosdoener te zijn geweest, een kennelijk daarmee verband houdende geboortemisvorming gehad.’ (blz. 126)

Iemand die in zijn vorige leven zijn vrouw had vermoord, bijvoorbeeld, werd wedergeboren met een misvormde rechterarm: deze was korter dan de linkerarm, de vingers van zijn hand waren uiterst kort, en de belangrijkste spier rechtsboven in zijn borst ontbrak.

http://www.theosofie.net/impuls/1998/reincarnatieonderz.html
———

http://www.evp-experiments.nl/pages/reincarnatie.htm

Zie foto gelijkenissen!
—-

 http://www.lunadea.nl/Artikelen/2012/7-Vorige_levens.htm

http://www.enlighteningmedia.nl/?p=3350

 http://www.rnlnd.com/ian-stevenson.htm

 

Gerelateerde Berichten