Geluk en je eigen IQ
Geluk en je eigen IQ
Je eigen leven in handen nemen houdt in: afrekenen met enkele heersende mythen. Een van de belangrijkste hiervan is het idee dat intelligentie wordt afgemeten aan je capaciteit om ingewikkelde problemen tot een oplossing te kunnen brengen; om te kunnen lezen, schrijven en rekenen op een bepaald niveau; en om abstracte vergelijkingen snel te kunnen oplossen. Bij deze visie op intelligentie worden formeel onderwijs en boekengeleerdheid gezien als de ware maatstaven voor zelfvervulling. Het moedigt een soort intellectueel snobisme aan dat tot enkele demoraliserende resultaten heeft geleid. We zijn gaan geloven dat iemand die meer diploma’s heeft, die een kraan is in de een of andere tak van onderwijs (wiskunde, natuurkunde), die een uitgebreide vocabulaire heeft, een geheugen voor oppervlakkige feiten, of die snel leest) ‘intelligent’ is. Toch zitten de psychiatrische inrichtingen vol met patiënten die alle mogelijke diploma’s hebben én met patiënten die geen enkel papiertje bezitten. De juiste barometer voor intelligentie is een effectief, gelukkig leven, elke dag opnieuw en elk moment van elke dag.
Als je gelukkig bent, als je uit elk moment haalt wat eruit te halen valt, dan ben je een intelligent mens. Problemen oplossen is een nuttige bijkomstigheid voor je geluk, maar als je weet dat het je niet gegeven is een bepaalde moeilijkheid op te lossen en je kunt toch geluk voor jezelf kiezen, of minstens weigeren voor ongelukkig zijn te kiezen, dan ben je intelligent. Je bent intelligent omdat je het beslissende wapen bezit tegen de grote zenuwinzinking.
Misschien verbaast het je te horen dat er niet zoiets als een zenuwinstorting bestaat. Zenuwen storten niet in. Snij iemand open en zoek de ingestorte zenuwen. Je zult ze niet vinden. ‘Intelligente’ mensen krijgen geen zenuwinstorting omdat ze zichzelf in de hand hebben. Ze weten hoe ze geluk boven depressiviteit kunnen kiezen, omdat ze weten hoe ze met de problemen in hun leven moeten omspringen. Let op, ik zeg niet de problemen oplossen. Hun intelligentie meten ze niet af aan hun capaciteit om het probleem op te lossen, maar eerder aan hun capaciteit om gelukkig en waardevol te blijven, of het probleem nu opgelost wordt of niet.
Je kunt aan jezelf als echt intelligent gaan denken op basis van hoe je je wenst te voelen onder moeilijke omstandigheden. De levensstrijd is voor ieder van ons ongeveer hetzelfde. Iedereen die met andere menselijke wezens in willekeurig welk sociaal verband betrokken is, heeft soortgelijke moeilijkheden. Meningsverschillen, conflicten en compromissen horen bij het mensenleven. Ook geld, oud worden, ziekte, sterfgevallen, natuurrampen en ongelukken zijn allemaal gebeurtenissen die voor alle menselijke wezens problemen scheppen. Maar sommige mensen slaan zich er goed doorheen, weten verlammende neerslachtigheid en ongelukkig zijn ondanks dergelijke gebeurtenissen te vermijden, terwijl anderen bezwijken, apathisch worden of een zenuwinstorting krijgen. Degenen die problemen erkennen als een onderdeel van het menselijk leven en geluk niet afmeten aan aanwezigheid van problemen, zijn de meest intelligente mensen die we kennen; en ook de zeldzaamste.
Leren jezelf totaal onder controle te hebben, zal een geheel nieuw denkproces vereisen, een proces dat moeilijk kan blijken omdat te veel krachten in onze maatschappij samenspannen tegen individuele verantwoordelijkheid. Je moet vertrouwen op je eigen capaciteit om emotioneel te voelen wat je verkiest te voelen, op welk tijdstip in je leven ook. Dit is een radicaal denkbeeld. Je bent waarschijnlijk opgegroeid met het geloof dat je je eigen emoties niet onder controle kunt houden; dat woede, angst en haat, evenals liefde, extase en vreugde dingen zijn die je overkomen. Een individu beheerst die dingen niet, hij accepteert ze. Wanneer droevige gebeurtenissen plaatsvinden, moet je je natuurlijk bedroefd voelen en maar hopen dat zich gauw een gelukkige gebeurtenis voordoet zodat je je weer goed kan gaan voelen.
Kiezen hoe je je voelen wilt
Gevoelens zijn niet gewoon emoties die je overvallen. Gevoelens zijn reacties die je verkiest te hebben. Als je je emoties beheerst, hoef je geen zelfvernietigende reacties te kiezen. Als je eenmaal geleerd hebt dat je kunt voelen wat je verkiest te voelen, ben je op weg naar ‘intelligentie’: een weg die geen zijpaden kent die naar een zenuwinstorting leiden. Deze weg zal nieuw zijn omdat je een bepaalde emotie eerder zult zien als een keuze dan als iets onvermijdelijks. Dit is de kern van persoonlijke vrijheid.
Je kunt de mythe van het niet onder controle hebben van je emoties met logica doorprikken. Door het gebruik van een eenvoudige syllogisme (een formulering in de logica die bestaat uit een major premisse, een minor premisse en een conclusie gebaseerd op de overeenkomst van de twee premissen) kun je beginnen aan het proces om jezelf onder controle te krijgen, verstandelijk zowel als emotioneel.
Logisch syllogisme
|
major premisse: |
Aristoteles is een man. |
|
minor premisse: |
Alle mannen hebben gezichtshaar. |
|
conclusie: |
Aristoteles heeft gezichtshaar. |
Onlogisch syllogisme
|
major premisse: |
Aristoteles heeft gezichtshaar. |
|
minor premisse: |
Alle mannen hebben gezichtshaar. |
|
conclusie: |
Aristoteles is een man. |
Het is duidelijk dat je er bij logica voor zorgen moet dat je major en minor premissen overeenkomen. In het tweede voorbeeld zou Aristoteles een aap of een mol kunnen zijn. Hier volgt een logische redenering die voor altijd het idee kan uitschakelen dat je je eigen emotionele wereld niet in je macht hebt.
|
major premisse: |
Ik kan mijn gedachten beheersen. |
|
minor premisse: |
Mijn gevoelens vloeien voort uit mijn gedachten. |
|
conclusie: |
Ik kan mijn gevoelens beheersen. |
Je major premisse is duidelijk. Je hebt de macht te denken wat je in je hoofd wilt laten opkomen. Als je zo maar iets te binnen ‘schiet’ (je verkoos dat iets naar binnen te laten komen, hoewel je misschien niet weet waarom), heb je nog altijd de macht om het te verdrijven en daarom beheers je nog steeds je geestelijke wereld. Ik kan tegen je zeggen: ‘Denk aan een roze antilope,’ en je kan er een groene van maken of een aardvarken, of gewoon aan iets heel anders denken als je dat wilt. Alleen jij hebt het voor het zeggen wat als een gedachte je hoofd mag binnenkomen. Als je dit niet gelooft, beantwoord dan eens de volgende vraag: ‘Als je je gedachten niet beheerst, wie beheerst die dan wel?’ Is het je echtgenoot of je baas of je moeder? En als zij je gedachten beheersen, zorg dan dat ze therapie krijgen en jij bent ogenblikkelijk genezen. Maar je weet wel beter. Jij en jij alleen beheerst je denkapparaat (met uitzondering van extreme hersenspoelingen of gedragsexperimenten die buiten je leven vallen). Je gedachten zijn van jezelf, uitsluitend van jou, je kunt ze voor je houden, veranderen, mededelen of erover nadenken. Niemand anders kan in je hoofd binnendringen en jouw gedachten kennen zoals jij die ervaart. Je beheerst inderdaad je eigen gedachten, en je kunt je hersenen gebruiken als je daartoe beslist.
Over je minor premisse valt nauwelijks te debatteren als je onderzoeksresultaten en je eigen gezonde verstand laat spreken. Je kunt geen gevoel (emotie) hebben zonder eerst een gedachte te hebben ervaren. Neem je hersens weg en je mogelijkheid om te ‘voelen’ is uitgevaagd. Een gevoel is een fysieke reactie op een gedachte. Als je huilt, of bloost, of hartkloppingen krijgt of willekeurig welke van die eindeloze reeks emotionele reacties, heb je eerst een signaal van je denkcentrum ontvangen. Wanneer je denkcentrum beschadigd of uitgeschakeld is, kun je geen emotionele reacties meer ervaren. Bij bepaalde stoornissen in de hersenen kun je zelfs geen lichamelijke pijn meer voelen, en dan zou je je hand letterlijk boven een gasvlam kunnen branden zonder ook maar iets van pijn te voelen. Je weet dat je, wanneer je je denkcentrum uitschakelt, geen gevoelens in je lichaam kunt ervaren. Je minor premisse is dus waar. Elk gevoel dat je hebt, werd voorafgegaan door een gedachte en zonder hersens kun je geen gevoelens hebben.
Ook je conclusie is onvermijdelijk. Als je je gedachten beheerst, en je gevoelens voortkomen uit je gedachten, dan ben je in staat je eigen gevoelens te beheersen. En je heerst over je gevoelens door aan de gedachten te werken die eraan voorafgingen. Eenvoudig gezegd, je gelooft dat dingen of mensen je ongelukkig maken, maar dat is niet juist. Je maakt jezelf ongelukkig door de gedachten die je hebt over de mensen of dingen in je leven. Een vrij en gezond mens worden houdt noodzakelijk in anders te leren denken. Als je eenmaal je gedachten kunt veranderen, zullen ook nieuwe gevoelens naar boven komen, en heb je de eerste stap ondernomen op de weg naar persoonlijke vrijheid.
Laten we om het syllogisme meer praktische inhoud te geven het geval Cal nemen, een jonge ambtenaar die zich eindeloos kwelt met de gedachte dat zijn baas hem stom vindt. Cal voelt zich erg ongelukkig omdat zijn baas geen hoge dunk van hem heeft. Maar als Cal niet wist dat zijn baas hem stom vindt, zou hij dan nog ongelukkig zijn? Natuurlijk niet. Hoe zou hij zich ongelukkig kunnen voelen om iets wat hij niet weet? Daarom maakt wat zijn baas denkt of niet denkt hem niet ongelukkig. Wat Cál denkt maakt hem ongelukkig. Bovendien maakt Cál zich ongelukkig door zichzelf voor te houden dat wat iemand anders denkt belangrijker is dan wat hij zelf denkt.
Dezelfde logica is van toepassing op alle gebeurtenissen, voorvallen en gezichtspunten. Iemands dood op zich maakt je niet ongelukkig; je kunt niet ongelukkig zijn voor je weet dat iemand gestorven is, dus is het niet de dood op zich maar wat je jezelf over deze gebeurtenis aanpraat. Orkanen zijn op zich niet deprimerend; depressiviteit is iets uniek menselijks. Als je gedeprimeerd raakt door een orkaan, vertel je jezelf dingen die je gedeprimeerd maken. Dat wil niet zeggen dat je jezelf voor de gek moet houden en van een orkaan moet gaan genieten, maar vraag jezelf af: ‘Waarom zou ik depressiviteit verkiezen? Helpt het me om meer doelmatig op te treden?’
Je bent opgegroeid in een cultuur die je geleerd heeft dat je niet verantwoordelijk voor je gevoelens bent, hoewel de syllogistische waarheid is dat je het altijd bent geweest. Je hebt een reeks gezegdes geleerd om jezelf tegen het feit te verdedigen dat je je gevoelens wel degelijk beheerst. Hier volgt een korte lijst van dergelijke uitspraken die je telkens weer gebruikt. Bekijk de boodschap die ze uitzenden.
- ‘Je kwetst mijn gevoelens.’
- ‘Het is jouw schuld dat ik er de pest in heb.’
- ‘Ik kan er niets aan doen dat ik het zo voel.’
- ‘Ik ben gewoon kwaad, vraag me niet waarom.’
- ‘Ik word ziek van hem.’
- ‘Ik heb hoogtevrees.’
- ‘Je maakt me verlegen.’
- ‘Ze maakt me gewoon opgewonden.’
- ‘Je hebt me openlijk voor schut gezet.’
De lijst is in feite eindeloos. Elk gezegde heeft de ingebouwde boodschap dat jij niet verantwoordelijk bent voor hoe je je voelt. Nu gaan we de lijst accuraat herschrijven, zodat deze het feit weerspiegelt dat je wel verantwoordelijk bent voor hoe je je voelt en dat je gevoelens voortspruiten uit de gedachten die je over iets hebt.
- ‘Mijn gevoelens zijn gekwetst door dat wat ik mezelf wijs maakte over jouw reacties op mij.’
- ‘Ik maak mezelf beroerd.’
- ‘Ik kan er wel iets aan doen hoe ik me voel maar ik heb besloten overstuur te raken.’
- ‘Ik heb besloten kwaad te worden, omdat ik doorgaans anderen met mijn kwaadheid manipuleren kan, omdat zíj dan denken dat ik hen in mijn macht heb.’
- ‘Ik maak mezelf ziek.’
- ‘Ik praat mezelf aan dat ik hoogtevrees heb.’
- ‘Ik vind mezelf verlegen.’
- ‘Ik wind mezelf op wanneer ik in haar buurt ben.’
- ‘Ik zette mezelf voor schut door jouw mening over mij belangrijker te vinden dan die van mezelf, en door te geloven dat anderen hetzelfde dachten.’
Misschien geloof je dat de punten van de eerste lijst opmerkingen zijn die in feite weinig te betekenen hebben, gewone uitdrukkingen die in onze cultuur clichés zijn geworden. Als dat je redenatie is, vraag jezelf dan eens af waarom de beweringen van de tweede lijst geen clichés zijn geworden. Het antwoord ligt in onze cultuur die het denken van de eerste lijst leert en de logica van de tweede lijst afremt.
De boodschap is glashelder. Jij bent degene die verantwoordelijk is voor hoe je je voelt. Je voelt wat je denkt, en je kunt over alles anders leren denken: als je besluit dat te gaan doen. Vraag jezelf af of ongelukkig, terneergeslagen of gekwetst zijn wel degelijk de moeite waard is. Begin dan grondig de gedachten te onderzoeken die tot dergelijke verlammende gevoelens leiden.
Leren niet ongelukkig te zijn: een moeilijke opdracht
Het is niet gemakkelijk om anders te gaan denken. Je bent gewend aan een bepaald gedachtepatroon en de verlammende gevoelens die er het gevolg van zijn. Het kost heel wat inspanning om de denkgewoontes af te leren die je je tot nu toe hebt aangewend. Geluk is gemakkelijk, maar leren om niet ongelukkig te zijn is soms moeilijk.
Geluk is een natuurlijke toestand voor een menselijk wezen. Jonge kinderen vormen hiervan een duidelijk bewijs. Moeilijk is het alle ‘dat hoort zo’s’ en ‘dat moet zo’s’ af te leren die je in het verleden zijn geleerd. Het heft van je leven in eigen hand nemen begint met bewustwording. Steek een waarschuwende vinger tegen jezelf op als je zinnen zegt als: ‘Hij kwetst mijn gevoelens.’ Realiseer je wat je doet op het moment dat je het doet. Nieuw denken eist van je dat je je het oude denken bewust wordt. Je bent gewend geraakt aan mentale patronen die de oorzaak van je gevoelens buiten jezelf leggen. Je hebt duizenden uren gestoken in het versterken van dergelijke gevoelens, en je zult de balans in evenwicht moeten brengen met duizenden uren van nieuw denken, denken dat uitgaat van verantwoordelijkheid voor je eigen gevoelens. Dat is moeilijk, verdraaid moeilijk, maar het is beslist geen reden om het niet te doen.
Denk terug aan de tijd dat je auto leerde rijden. Je had het gevoel dat je voor een onoverkomelijk probleem werd geplaatst. Drie pedalen en slechts twee voeten om ze te bedienen. Je werd je eerst de ingewikkeldheid van de opdracht bewust. De koppeling langzaam op laten komen, het gaat te snel, een schok, gaspedaal intrappen terwijl je geleidelijk de koppeling op laat komen, rechtervoet voor de rem, maar de koppeling moet weer ingetrapt worden, weer een schok. Een miljoen seintjes: steeds maar denken en je hersens gebruiken. Wat doe ik? Bewustzijn, en dan na duizend keer proberen, fouten, nieuwe pogingen, komt de dag dat je in je auto stapt en wegrijdt. Geen geaarzel en geen denken meer. Autorijden is een tweede natuur geworden, en hoe leerde je dat? Met veel moeilijkheden. Heel veel denken op elk moment, herinneren, onthouden en ploeteren.
Je weet hoe je je geest moet ordenen wanneer het erop aankomt lichamelijk opdrachten uit te voeren, zoals je handen en voeten te coördineren om een auto te besturen. Het proces is, hoewel minder bekend, identiek in de emotionele wereld. Je hebt de gewoonten die je nu hebt doordat je ze je hele leven hebt versterkt. Je wordt automatisch ongelukkig, kwaad, gekwetst, gefrustreerd omdat je lang geleden geleerd hebt zo te denken. Je hebt je gedrag geaccepteerd en nooit geprobeerd het te veranderen. Maar je kunt leren niet ongelukkig, kwaad, gekwetst of gefrustreerd te zijn net zoals je deze zelfvernietigende emoties hebt aangeleerd.
Je hebt bijvoorbeeld geleerd dat een bezoek aan de tandarts een nare ervaring is, die met pijn te maken heeft. Je hebt het altijd onplezierig gevonden en je hebt je zelfs dingen aangepraat als: ‘Ik haat die boor.’ Maar dit zijn allemaal aangeleerde reacties. Je zou de hele gebeurtenis eerder voor dan tegen je kunnen laten werken door er een plezierige, opwindende ervaring van te maken. Je zou, als je werkelijk besloot je hersens te gebruiken, aan het geluid van de boor een prachtige seksuele ervaring kunnen vastkoppelen en elke keer dat het geluid opduikt, zou je je geest kunnen trainen om het heerlijkste orgasme van je leven op te roepen. Je zou heel wat anders kunnen denken over dat wat je gewend was pijn te noemen, en besluiten voortaan iets nieuws en plezierigs te voelen. Het is heel wat opwindender en bevredigender de wereld van je eigen gebit te beheersen dan te blijven vasthouden aan de oude beelden en de behandeling te dulden.
Misschien ben je sceptisch. Misschien zeg je: ‘Ik kan denken wat ik wil, maar ik voel me nog steeds doodongelukkig als hij begint te boren.’ Denk dan terug aan de rijlessen. Wanneer geloofde je dat je auto kon rijden? Een gedachte wordt een geloof wanneer je er herhaaldelijk aan werkt, niet wanneer je het maar een keer probeert en je van je eerste mislukte poging de reden maakt om het op te geven.
Zelf het heft in handen nemen vraagt meer dan gewoonweg nieuwe gedachten op maat proberen. Het eist van je dat je je vastberaden voorneemt gelukkig te worden en elke gedachte die een verlammend ongelukkig zijn oproept, tart en vernietigt.
Keuze: je uiteindelijke vrijheid
Als je nog steeds gelooft dat je niet zelf kiest ongelukkig te zijn, tracht je dan deze gang van zaken eens voor te stellen. Elke keer dat je ongelukkig wordt, ben je onderworpen aan een behandeling die je onplezierig vindt. Misschien zit je in je eentje voor lange tijd opgesloten in een kamer of, omgekeerd, opgesloten in een propvolle lift waar je dagenlang moet staan. Je kunt verstoken zijn van eten en drinken of gedwongen worden iets te eten wat je juist afschuwelijk vindt. Of misschien word je gemarteld, lichamelijk gemarteld door anderen, niet geestelijk gemarteld door jezelf. Stel je voor dat je aan een van deze straffen werd onderworpen tot je afrekende met je gevoelens van ongelukkig zijn. Hoe lang denk je dat je je eraan blijft vastklampen? Alle kans dat je ze snel onder controle hebt. Het probleem is dus niet of je je gevoelens onder controle kunt krijgen, maar of je het wilt. Wat moet je verduren voor je een dergelijke keus gaat maken? Sommige mensen worden nog liever krankzinnig dan dat ze proberen hun gevoelens onder controle te krijgen. Anderen geven het gewoon op en leiden een leven vol ellende omdat de hoeveelheid medelijden die hun ten deel valt groter is dan de beloning van gelukkig zijn.
Het punt hier is dat je kunt kiezen voor geluk of minstens kunt kiezen niet ongelukkig te zijn op elk willekeurig moment van je leven. Misschien is het een verbluffend idee, maar een idee dat je zorgvuldig moet overdenken voor je het verwerpt, want verwerpen betekent jij zelf opgeven. Verwerpen betekent geloven dat iemand anders en niet jezelf de leiding over je heeft. Maar kiezen om gelukkig te worden is soms gemakkelijker dan sommige dingen die dagelijks je leven verwarren, te blijven verduren.
Net zoals je vrij bent om gelukkig boven ongelukkig zijn te verkiezen, zo ben je in de ontelbare alledaagse gebeurtenissen vrij om zelfvervullend gedrag boven zelfvernietigend gedrag te kiezen. Als je auto rijdt, bestaat er alle kans dat je herhaaldelijk in een file terechtkomt. Word je dan boos, scheld je op andere automobilisten, ga je vitten op je medepassagiers, laat je alles en iedereen onder je gevoelens lijden? Rechtvaardig je je gedrag door te zeggen dat je nu eenmaal de kriebels van het verkeer krijgt en dat je je niet beheersen kunt in een verkeersopstopping? Als dat zo is, ben je eraan gewend geraakt bepaalde facetten van jezelf en de manier waarop je aan het verkeer deelneemt gewoon te vinden. Maar als je nu eens besloot anders te denken? Als je nu eens besloot je geest op een meer zinnige manier te gebruiken? Het zal tijd kosten maar je kunt een andere, nieuwe denkwijze leren, je kunt gewend raken aan nieuw gedrag waaronder misschien fluiten, zingen, een bandrecorder aanzetten om een paar brieven in te spreken, zelfs jezelf dwingen om tot tien te tellen voor je woedend wordt. Je hebt daarmee niet geleerd van verkeersopstoppingen te houden maar je hebt wel geleerd, eerst erg langzaam, nieuwe gedachten in de praktijk te brengen. Je hebt besloten je niet meer onbehaaglijk te voelen. Je hebt besloten langzaam en geleidelijk oude en zelfvernietigende emoties te vervangen door gezonde, nieuwe gevoelens en emoties.
Je kunt beslissen elke ervaring aangenaam te vinden en er een uitdaging van te maken. Saaie bijeenkomsten en vergaderingen vormen een vruchtbaar terrein voor nieuwe gevoelens. Wanneer het je de keel uithangt, kun je je geest opwindend laten werken, door het gespreksonderwerp te veranderen met een kleine opmerking, of door in gedachten het eerste hoofdstuk van je roman te schrijven, of door een plan uit te werken waarmee je aan dergelijke aangelegenheden in de toekomst kunt ontkomen. Je geest actief gebruiken betekent de mensen en gebeurtenissen taxeren die je de grootste moeilijkheden geven en dan beslissen hen voortaan met een nieuwe mentale inspanning voor je te laten werken. Als je je in een restaurant altijd opwindt over de slechte bediening, bedenk dan eerst waarom je nu juist boos wordt omdat iets niet verloopt zoals je het graag wilt. Je bent te waardevol om je door iemand overstuur te laten maken, vooral niet door iemand die in je leven zo onbelangrijk is. Bedenk dan een strategie om de situatie te veranderen, vertrek, of wat dan ook. Maar raak niet alleen maar van streek. Laat je hersens voor je werken, en ten slotte zul je de heerlijke gewoonte hebben niet overstuur te raken als er iets misloopt.
Boek: Wayne W Dyer – Niet morgen maar NU
Een fantastisch boek dat ik ooit kreeg van mijn nicht!
Dank alsnog!

