DE MENS EN ZIJN
OMGEVING
Echt een heel mooi stuk uit een boek over astrologie van Mellie Uyldert!
Ik ben dit nooit vergeten…

Ieder mens leeft in zijn eigen wereld. Zelfs twee huwelijksgenoten die alles samen doen. Want men leeft niet in een objektieve wereld, maar in een subjektieve. Ieder leeft in een wereld van voorstellingen, die zijn aard zich van zijn omgeving maakt. In een wereld gevuld met die dingen, die zijn aard daaruit aantrekt, en die hij opmerkt, waar hij door verwantschap van trilling op reageert. De dingen waarop hij niet is afgestemd, ontgaan hem.
Door het verschil in reaktie zal dezelfde omgeving de één opgewekt, de ander gedrukt stemmen. Als bijv. twee kinderen uit hetzelfde gezin een saturnale vader hebben, zal het kind met een harmonisch geaspekteerde Saturnus in zijn eigen struktuur die vader als een strenge, maar steunende, opvoedende macht ervaren, waar het dankbaar voor is, terwijl het andere kind, met een disharmonisch gesitueerde Saturnus, diezelfde vader zal ervaren als hard, neerdruk-kend, elk initiatief dodend. Volwassen geworden, zullen ze heel verschillend over hun vader spreken. De eerste zal zeggen: hij heeft mij geleerd naar het volmaakte te streven, hij heeft een flink mens van me gemaakt! En de ander: door mijn vader heb ik altijd in angsten geleefd, het was nóóit goed wat ik deed, hij heeft mij totaal ontmoedigd, het is zijn schuld dat ik niets heb gepresteerd!

Een planeet in het zevende huis van de horoskoop geeft aan welk type mens men aantrekt en hoe men op die mens reageert. Iemand met Mars in 7 zal in een gezelschap de grove typen opmerken, zich wellicht daaraan ergeren en op zo’n geprikkelde toon reageren, dat er ongenoegen ontstaat. Iemand met Venus in 7 zal in datzelfde gezelschap aardige mensen opmerken, zich vriendelijk en tegemoetkomend tonen en sympathiek gevonden worden.
Die martiale mens zal misschien zeggen: ik houd het niet uit met die ruzieënde man! – of met die kijvende vrouw! – en hij/zij zal elders z’n geluk zoeken, maar waar hij ook heen gaat, altijd komt zijn Mars-in-7 weer uit de koffer. De mens maakt zelf zijn omgeving!
Het is dus zinloos om te verzuchten: als ik maar andere ouders had gehad, in een ander milieu geboren was, in een ander land was opge-groeid, enz. Er is geen als, zulke gedachten zijn enkel een spelletje van het brein. De dingen kunnen maar op één manier gebeuren, juist zoáls ze gebeuren.
Wetten van aantrekking

Hebben twee mensen een horoskopische faktor gemeen, dan trekken zij elkaar aan. de gemeenschappelijke faktoren pakken op elkaar en vormen een blijvende schakel. Men zegt dan: met die mens heb ik kontakt! Heeft A een positieve planeet op een bepaalde graad van een zodiakaal teken en B een negatieve planeet op diezelfde graad, dan pakt dat goed: wat A teveel heeft, kan hij aan B kwijt. Zo voelt A zich door het kontakt opgelucht en 13 voelt zich verrijkt. Zijn het echter twee positieve faktoren die op elkaar pakken, dan ontstaat een botsing, altijd weer, al doet men nog zo z’n best om de vrede te bewaren. Men doet elkaar opbruisen. (Soms gaan ze een voorlopig bestand aan). Twee negatieve faktoren kunnen elkaar nog erger in de put drukken.
Wat het resultaat van het kontakt zal zijn, hangt natuurlijk van de algehele situatie van de twee elkaar ontmoetende krachten af! Staat bijv. A’s Saturnus op B’s Zon in een positief teken, dan is er meer kans dat B’s warmte en levensvreugde de somberheid van A verlicht dan dat A op B drukt. Maar staan ze in een negatief teken, dan is er meer kans dat A met z’n eeuwige nee, z’n verboden en dooddoeners, een domper op B’s optimisme zet.

Hoe moeilijk zo’n kontakt ook voor de ene partij kan zijn, men wil tóch meestal niet van elkaar af, zo sterk houdt die schakel de partijen bijeen. Dit is nog veel sterker als eenzelfde aspekt tussen dezelfde twee planeten bij de één uitgaand (aktief), bij de ander ingaand (passief) is.
Bijv. iemand met een uitgaand vierkant Zon-Neptunus is getrouwd met iemand met een ingaand vierkant tussen die beide. De eerste zal de tweede uitbuiten, maar die tweede zal zich ook láten uitbuiten! Zo ziet men duidelijk dat tyran en slaaf een twee-eenheid vormen. De idealisten, die opkomen tegen onderdrukking (omdat zij dat niet laten kunnen door hun sterke rechtvaardigheidsgevoel), ervaren vaak tot hun verdriet, dat de door hen van haar man bevrijde slavin, of de van zijn over-heersende moeder verloste sukkelige jongen, even slaafs en sukkelig blijft en binen korte tijd zichzelf aan een nieuwe uitbuiter of overheerser gekoppeld heeft. Zo worden ook militaire junta’s aangetrokken door een ongedisciplineerde volksmassa. Daar werkt de wet van aantrekking der tegengesteldheden. Zij passen in elkaar als een stekker in een stopkontakt.
De natuur wil blijkbaar de twee eenzijdigheden met elkaar vereffenen.

Als beide partijen bereid zijn, wat van de ander over te nemen en zodoende zelf minder eenzijdig te worden, zullen beide mensen door het moeilijke en vaak pijnlijke kontakt harmonischer worden. Wanneer ze zich echter zo aan elkaar ergeren, dat ze elkaar wederzijds in het eigen uiterste drijven, dan worden ze beide nog eenzijdiger dan ze al waren en maken ze elkaar tenslotte kapot. Bijv. een lijdzame tot zelfverloochening neigende vrouw trekt een bruut van een man aan, die háár alle gemeenschappelijke lasten laat dragen, nooit bedankt, maar uitscheldt en slaat. De vrouw jammert alleen, de man wordt steeds erger, doordat hij geen tegenwicht ondervindt en raakt tenslotte aan de drank, de vrouw belandt kapotgetrapt in een ziekenhuis. Had de vrouw de eerste keer dat hij haar brutaliseerde, een nog grotere mond opgezet dan hij, dan zou hij, tevreden zijn grens gevonden te hebben, wat hebben inge-bonden. Maar dat kán die vrouw dan juist niet!
Ook het gelijke trekt elkaar aan. Zijn man en vrouw beide opvliegend, dan zijn er op geregelde tijden scènes, waarbij ze elkaar het servies naar het hoofd gooien. Daarna, opgelucht, vallen zij elkaar om de hals en men noemt hun huwelijk gelukkig. In zo’n geval hebben beide een positieve planeet op dezelfde graad van een positief teken, en die planeet zal dan wel Mars zijn. Hebben zij bijv. Mercurius in hetzelfde teken, dan zijn zij verwant in hun wijze van denken en spreken en begrijpen elkaar met een half woord. In zulke gevallen is de relatie geen aanvulling maar een verdubbeling voor ieder. Het is aangenaam in de praktijk van het leven, maar kan eentonig worden en men leert er uiteraard weinig van.
Voor verloofden en gehuwden kan het hoogst nuttig zijn, zich aan de hand van hun horoskopen door een astroloog te laten verhelderen hoe hun onderlinge verhouding eigenlijk is. Men kan zich dan inzetten voor het leren van de les die in de kombinatie ligt. Dit houdt het verkrijgen van meer zelfkennis in, want de ander spiegelt een faktor in het eigen karakter, waarvan men zich vaak niet of nauwelijks bewust is. Wat men in de ander laakt, is vaak iets dat men zelf ook bezit, maar verdringt, negeert of bestrijdt. Wat men in de ander waardeert en liefheeft, is wat men zelf te zwak bezit, maar graag zou willen versterken. In de ander en in de hele eigen omgeving ziet men als het ware zichzelf uitgespreid.

Alle faktoren van de horoskoop zijn er in af te lezen. Moeilijke aspekten in de horoskoop wijzen tegelijk moeilijke karakter-eigenschappen en moeilijke verhoudingen tot mensen aan.
Horoskopische voorlichting zou echter haar doel voorbijstreven, als zij de geadviseerden er toe zou brengen om angstvallig die personen te mijden, die een disharmonisch aspekt in de eigen struktuur zouden aktiveren. Dat is Soep-Hein, die het bord wegschuift, dat hem niet aan-staat. Zoals Hein elke dag dat bord soep weer kreeg voorgezet, tot hij de soep opgegeten had, zo krijgt elk mens de les die hij op aarde leren moet, net zo lang voorgeschoteld tot hij hem aanvaardt. Wie zich van een lastige partner ontdoet zonder de les die in het kontakt lag, geleerd te hebben, zal bemerken, dat het type dat hij de voordeur uit gooide, door de achterdeur weer binnen komt: de nieuwe vondst ont-popt zich alras als nét zo iemand als de verjaagde partner! Men wordt nu eenmaal aangetrokken tot het les-objekt!

Het kontakt wordt nl. niet gelegd met iemand, een persoon, maar met een faktor uit de horoskoop-struktuur, die zich in die persoon belichaamt, personifiëert, uitbeeldt. Laat men de ene persoon vallen, dan trekt de lege plek onmiddellijk opnieuw een persoon van zijn eigen trilling aan, die de plek weer opvult. Wij leven met typen, niet met personen.
Wie het wezen der planeten heeft leren kennen, zal gemakkelijk in eigen kring kunnen herkennen, wie zijn Saturnus, zijn Venus, zijn Jupiter, enz. personifiëert. En als hij dan de situatie van die planeet in zijn eigen horoskoop kent, zal hij begrijpen, waarom die persoon zo en niet anders tegenover hem moet optreden.
Omgekeerd gaat men zien wie men is in de struktuur van een ander.

Is men iemands Maan, dan heeft men de neiging hem te verzorgen, na te doen en na te praten. Is men iemands Saturnus, dan belichaamt men zijn geweten! Een arts is meestal de Jupiter van zijn patiënten.
Heeft hij zelf een geheel goed geaspekteerde Jupiter, dan zal hij in het algemeen een goede arts zijn. Heeft hij er gemengde aspekten op, dan zal hij verschillende soorten patiënten aantrekken: één groep zal op een ongunstig aspekt van hem pakken, die soort ligt hem niet goed, hij geeft hun de verkeerde raad of zijn raad slaat niet aan: een andere groep, die op een goed aspekt van hem pakt, vindt juist wél baat bij zijn voorschriften en prijst hem zeer! Een patiënt met een goed aspekt Zon-Jupiter in zijn eigen horoskoop, treft een goede arts, als zijn Zon ergens last van heeft, wellicht is dat een arts die zijn eigen Jupiter op de Zon van die patiënt heeft staan, in aanleg of bij progressie. Dan zal hij hem veel goed doen.
Er zijn ook mensen, die hun halve leven van de ene arts naar de andere lopen met hun kwaal en nergens baat vinden. Dan hebben zij waarschijnlijk zelf een slecht gesitueerde Jupiter, waardoor zij altijd een arts aantrekken die niet goed op hen pakt. Hebben zij dan eens bij progressie een goed aspekt op Jupiter, dan zal de arts die zij dán raadplegen, hen genezen en grote lof oogsten. Toch is hij misschien op zich zelf geen beter arts dan al die vorige. Maar het werd hem mogelijk gemaakt om die patiënt te genezen, doordat Jupiter als de ingeboren geneeskracht in de patiënt zelf op dat tijdstip in staat was om de genezende werking te ontvangen. Elk kontakt moet van twee kanten komen! Wie niet ontvangen kan, gaat aan de hem geboden gaven voorbij. Het kan ook zijn, dat een patiënt maar nooit ergens baat bij vindt door dat zijn Jupiter retrograde loopt, waardoor die op het konkrete vlak niet vooruit kan. Wanneer zo’n Jupiter dan op een moment om-keert en vooruit gaat lopen, komt er opeens schot in het genezings-proces en de arts die dan juist gekonsulteerd is, krijgt de lof en de dank!

Er zijn vrouwen die, als ze alleen over de hei wandelen, altijd last van mannen krijgen. Andere vrouwen die over diezelfde hei alleen wandelen, hebben nooit die last. Hoe komt dat? De eerste vrouw gaf heus geen aanleiding door gedrag of kleding. Juist niet, want ze verdrong haar verlangen. En juist datgene wat men wegstopt in het onbewuste deel der ziel, komt met des te meer kracht in de omgeving te voorschijn omdat de kosmische kracht die er achter zit, een niveau minder heeft om zich op te verwerkelijken en dus op het overblijvende niveau dubbel kracht zet.
Hetzelfde geldt voor de gebieden van ziel en lichaam. Wat in de ziel verdrongen wordt, komt er door het lichaam uit en dan extra sterk.
Mensen die in hun beroepswerk niet zichzelf kunnen of mogen zijn, worden dan ook vaak ziek!

De faktoren die men in eigen omgeving en levensloop altijd weer ziet opdoemen en toch niet als eigen karakter-trekken herkent, zullen dus allicht verdrongen faktoren zijn. Het leven maant die mens dan, om zich door spiegeling in zijn omgeving van zijn verdrongen faktoren bewust te worden. Zo zien wij vaak, dat kinderen de verdrongen karak-tereigenschappen der ouders personifiëren. Hoe kwam Keplers grove bruut van een vader aan zo’n beleefd en beminnelijk kind? Het was zijn eigen overgeschoten deel, dat in zijn zoon tot uiting kwam. Hoe komen die koude intellektuele ouders aan een lief dom mongooltje? Hoe komt de naar geld jachtende westerse maatschappij aan die generatie van lieve, werkschuwe en filosoferende hippies? „Der Sohn ist des Vaters enthülltes Geheimnis” zei Goethe.
Iemands omgeving is dus geenszins toevallig, integendeel: volstrekt wetmatig aangetrokken door de mens zelf, die uit het materiaal der hele wereld juist datgene aanzuigt wat dezelfde trilling heeft als hij zelf, of de tegenovergestelde (wat dezelfde is in de omgekeerde toestand).
De omgeving is zijn spiegel, zowel van het onbewuste als van het bewuste deel van zijn eigen struktuur. Verandert de omgeving, dan moet er in die mens innerlijk ook iets veranderd zijn. Dat zijn de progressies in zijn horoskoop (of de transits).
De psychologie spreekt van projektie, naar buiten werpen. Zij bedoelt daarmee, dat een mens geneigd is een voorstelling, die hij in zijn ziel koestert, bijv. een wensbeeld, op een persoon in zijn omgeving te werpen, er aan op te hangen als aan een kapstok, als er maar enige gelijkenis mee bestaat. Wat gebeurt er dan eigenlijk?
Nemen wij als voorbeeld het wensbeeld dat ieder mens van zijn geboorte af meedraagt van de ideale partner. Dat is het beeld van de situatie van zijn zevende huis in de horoskoop. Dit blijft latent en misschien ook onbewust in zijn ziel tot dat beeld geaktiveerd wordt doordat er bijv. een planeet bij progressie door dat zevende huis gaat lopen. Dan wordt een persoon aangetrokken, die op dat beeld past. Maar behalve die ene faktor, die deze persoon met dat zevende huis gemeen heeft, bezit die persoon nog vele andere karakter-faktoren. De mens die ineens zijn wensbeeld in levende lijve voor zich ziet staan, is er meteen wèg van!
In zijn vreugde kijkt hij over de andere, niet-passende faktoren heen.
Van lieverlede, na enige tijd van onderlinge omgang, worden ze echter wel opgemerkt, en dan is men teleurgesteld dat het beeld toch niet geheel op de persoon past. Begrijpt men dan, hoe dat in elkaar zit, dan kan men zich gaan afvragen of dat wat wél past, voldoende is voor een relatie van langere duur.
Hetzelfde doet zich voor op godsdienstig gebied. Elke kultuur draagt als ideaalbeeld het teken van de dierenriem waar in die tijd het lentepunt van de Zon door loopt, gedurende 2160 jaren. De ene universele godsdienst, die door alle tijden heen bestaat en alleen telkens van naam en stijl verandert volgens die tekens van de dierenriem, krijgt in elke nieuwe periode ook een centrale figuur van een godszoon, die als type het ideaalbeeld van dat teken vertoont. Toen aan het begin onzer jaartelling het lentepunt der Zon van de Ram naar de Vissen overging, veranderde uiteraard in de ziel der mensheid ook het ideaalbeeld van de godszoon. Na de ramsgod Ammon der Egyptenaren, na de strijdbare held zoals bijv. Mithras, moest er een personificatie van de Vissen komen, dus juist het omgekeerde: de lijdende en zichzelf opofferende godszoon. Want de Vissen geven het meest passieve lijdende en zichzelf verloochenende type van alle twaalf. Dit beeld van de zachtmoedige, on-begrepen, opgeofferde en toch zelf nog troostende heiland werd nu geprojekteerd op de mens Jezus van Nazareth. En aangezien er achteraf weinig te kontroleren viel, merkte geen der gelovigen de faktoren op, die niet bij het wensbeeld pasten. Nu we aan het eind der Vissen-kultuur en godsdienst gekomen zijn, werkt dit beeld niet meer en nu gaat men plotseling zien wat er niet paste: sommigen bijv. zien de mens Jezus nu als een lang niet zo lijdzame, maar strijdbare revolutionnair! (En hoe men hem ook zien wil, voor elke opvatting zijn altijd wel bewijzen te vinden in de Bijbel!).

Zowel in het groot in de godsdienst als in het klein van het partiku-liere leven dringt men dus aan een persoon, bij zijn leven of achteraf na zijn dood, een rol op. Zo is de mens geneigd te doen met al z’n horoskopische verwachtings-beelden. Men verwacht een bepaalde moeder, leraar, woning, positie, enz. De beelden liggen al klaar in de horoskoop en worden levend in personen en zaken, maar nooit geheel zuiver. De mens is echter geneigd de verschillen over het hoofd te zien zo lang dat mogelijk is. Bijgevolg leeft men in een subjektieve eigen wereld. Men ziet de mensen, dingen en toestanden op z’n persoonlijke manier. Een ander ziet ze heel anders, nl. op zijn manier. Begrijpt men, hoe dit in elkaar zit, dan zal men over de verschillen niet meer gaan redetwisten. Ieder mens ziet om zich heen zijn eigen horoskoop, gekonkretiseerd. Een objektieve blik bestaat alleen in het geestelijk gebied, boven het astrale en persoonlijke. uit. Vandaar dat iemand die de grens tussen het psychische en het geestelijke overschrijdt, zo enorm kan schrikken van de waarheid!
HOE DE STERREN DE MENS BEINVLOEDEN
Dát de sterren de mens beïnvloeden, nemen veel mensen wel aan. Maar hóe dat gaat, kan vrijwel niemand hun uitleggen.
Toch is dat speciaal tegenwoordig niet moeilijk te begrijpen, daar onze hele radio-techniek ervan afgekeken en nagemaakt is. Wie de radio begrijpt, kan ook de kosmische beïnvloeding begrijpen.
De hemellichamen zijn tegelijk zenders en ontvangers van kosmische trillingen. Ieder zendt zijn eigen trillingen uit op zijn eigen golflengte en is afgestemd op die van de andere, die hij dus ontvangt en vervolgens op zijn eigen manier transformeert en dan opnieuw uitzendt. Al die kosmische trillingen vervullen de ruimte en worden ook door onze Aarde opgenomen, getransformeerd en her-uitgezonden.
Het levenslichaam

Elk hemellichaam is omgeven door een sfeer of veld, dat aan de buitenzijde door verdichting een soort vlies gevormd heeft, dat die sfeer min of meer afsluit, d.w.z. het werkt als een zeef, laat sommige kosmische trillingen wél en andere niet door. Dit beschermt ook de Aarde tegen schadelijke invloeden. Bovendien werkt deze laag als een muur, die de door de Aarde en haar schepselen uitgezonden trillingen ook zeeft: weinig worden doorgelaten de ruimte in, en vele worden teruggekaatst naar de afzender. Dit brengt de wet van Karma te weeg: wat de mens uitzendt, ontvangt hij terug (en wat hij ontvangt, zendt hij ook weer uit!): Boontje komt om zijn loontje.
Onze Maan (en ook de verkoolde lichamen van de twee vorige manen der aarde, die nog altijd om haar heen lopen) bevindt zich nog net binnen dit vlies, de aardse sfeer is het ondermaanse! Alle kosmische trillingen, bijv. die van de planeten, die doorgelaten zijn, komen in de aardse atmosfeer en vormen daar eerstens mede het klimaat en het weer.

Tegelijk werken ze in op de invidiuele sferen die alle levende wezens om zich heen hebben, en die wij hun levenslichaam noemen. Mens, dier en plant hebben er een, en ook kollektiviteiten zoals een berg, een land-streek, een stad, een meer. Zulk een levenslichaam is etherisch, niet grofstoffelijk. Het is een veld waardoorheen krachtstromen lopen, die wij verdelen in twee groepen: elektrische of yang, en magnetische of yin stromen. Deze stromen bevatten knooppunten of transformatoren, waarin de stroom verfijnd wordt (de chakra’s bij de mens).
De Aarde heeft zulk een stelsel in haar sfeer en de mens ook, ze zijn onderling analoog. Al wat het levenslichaam der Aarde aandoet, werkt tegelijk op dat van de mens. Degenen die zeggen: ik kan niet tegen de noordoostenwind, niet tegen de föhn, enz., bedoelen eigenlijk: ik reageer slecht op die kosmische trillingen, die in de aardse atmosfeer de noordoostenwind, de föhn, enz. te weeg brengen.
Van het levenslichaam uit planten die trillingen, die dus door het levenslichaam al een keer getransformeerd zijn, zich voort enerzijds naar het stoffelijk lichaam, anderzijds naar de ziel, tegelijk. Terwijl ze nog in het levenslichaam der Aarde zijn, werken ze daar al in de omstandigheden van de mens persoonlijk, maar dan zijn ze ook al in het eigen levenslichaam bezig, want dat gaat zo snel, dat er praktisch geen tijd mee heen gaat. In het stoffelijk lichaam worden ze het eerst opgevangen door het vegetatieve zenuwstelsel, dat alle lichaamsprocessen regelt, die onbewust blijven.
Dat ieder mens op zijn eigen manier, dus onderling verschillend, op de kosmische trillingen reageert, komt doordat zijn eigen struktuur, dus zijn eigen radiotoestel, verschilt van die van andere mensen. Van dezelfde kosmische uitzending maakt het ene toestel mooiere, meer harmonische, muziek dan het andere. Het hangt er maar van af, hoe die uitzending op die struktuur pakt. Een aktueel aspekt tussen planeten bijv. aktiveert bij de ene mens een harmonisch aspekt in de geboorte-struktuur (radix horoskoop), bij de andere een disharmonisch. Met al wat er aan vast zit. Ieder mens transformeert de kosmische uitzending dus op zijn eigen manier. Dat hangt ook van z’n niveau af. Hoe hoger ontwikkeld iemand is, hoe meer en hoe fijner afstemmingen hij heeft.

Als in hetzelfde huis op hetzelfde ogenblik een mens en een poesje geboren worden, hebben ze dezelfde horoskoop, maar de mens heeft meer niveau’s (voor zover wij weten) ter transformatie van die trillingen dan de poes, daardoor kan hij meer máken van die horoskoop.
Er is ook verschil in kwaliteit. Het levenslichaam is tweepolig; de polen, die wij denkpool en levenspool noemen, zijn de lampen in het radiotoestel. Hoe sterker de elektromagnetische stroom, hoe helderder de lampen branden en hoe meer kosmische trillingen nog net opgevangen kunnen worden, hoe rijker dus het leven, en hoe bewuster. Bij flauwe stroom wordt men door de omstandigheden geleefd.
Een krachtig klierstelsel geeft een sterke hormonenstroom door de endokrine klieren, analoog met de transformatoren in het levenslichaam.
Beide polen geven dan sterk brandende lampen (hoe groter geest, hoe groter beest, pleegt men dan te zeggen). Elke endokrine klier en bijbehorende transformator (chakram) is afgestemd op een bepaalde planeettrilling.
Het levenslichaam der Aarde met ’t haar afsluitende vlies, heet ook wel de aardse zodiak en is verdeeld in twaalf even grote zônes,zoals de parten van een sinaasappel. Deze dragen de namen van de sterrenbeelden van de dierenriem of zodiak, en worden de tekens van de dierenriem genoemd. Zulk een zône waardoorheen de trillingen van een planeet op een bepaald ogenblik naar de Aarde komen, verleent aan die trillingen speciale mogelijkheden. Bovendien is het menselijk levenslichaam zowel als de ziel als het stoffelijk lichaam zowel als de sociale omgeving, ook weer in die twaalf zônes verdeeld. Elke zône bovendien nog in dertig graden van zeer verschillende struktuur. Deze 360 smalle zônetjes korresponderen met bepaalde onderdelen in het levenslichaam, het stoffelijk lichaam, de ziel en de omstandigheden. Naarmate een planeet zich voortbeweegt, en daarbij dus opeenvolgende graden van een zodiakaal teken doorloopt, werkt zijn invloed dus op andere onderdelen van de mens in al zijn geledingen.
De graad, waarop bij de konceptie en bij de eerste ademteug na de geboorte een planeet staat of een belangrijk horoskopisch punt valt (zoals de ascendant-de descendant, de midhemel of het dieptepunt), ontvangt daarbij het wezen, de specifieke trilling, van die planeet op dat punt ingedrukt, en blijft die behouden. Dit zijn de gevoelige punten in de horoskoop (behalve nog een aantal andere), die in een familie veelvuldig als gevoelige punten voorkomen. Hiermee hangt samen dat in een familie bepaalde data veel voorkomen als geboorte-en sterf-data.
De Chinezen hebben vanouds een nauwkeurige studie gemaakt van het menselijk levenslichaam. Zij hebben er de geleidende banen (zg.

meridianen) van in kaart gebracht. Sinds 6000 jaren passen zij in hun geneeskunst de akupunktuur toe, een methode die direkt op die banen inwerkt. Men heft stuwingen in die banen op door op een bepaalde, daarmee korresponderende plaats in het stoffelijk lichaam te prikken met een gouden naald (als het de elektrische stroom betreft) of met een zilveren (als het de magnetische stroom aangaat).
Analoog met en parallel aan de banen door het levenslichaam waarlangs de elektrische en de magnetische stroom lopen, gaan de adem-, de zenuwen de bloedbanen door het stoffelijk lichaam, en de gedachten-stroom, die tussen de levenspool met het droomdenken en de denkpool met het verstandsdenken cirkuleert. (Vandaar bijv. dat, als men koude voeten heeft en dan de gedachten op die voeten koncentreert, de bloedstroom er heen gaat en ze warm worden!) Op deze analogie zijn tal van genezings-, opvoedings-en geestelijke oefen-methoden gebaseerd, bijv. bij verschillende yoga-stelsels. De adem neemt het bloed, het gevoel en de gedachte mee, daarom gaat men van adem-beheersing uit; even goed neemt de gedachte de andere drie mee, daarom koncentreert men zich op bepaalde gedachten en voorstellingen, bij gebed en meditatie; en zo meer.
Doordat de Aarde in een etmaal om haar eigen as draait en dus elk punt op aarde in een etmaal door de hele dierenriem gaat, hebben de bij de zodiakale graden behorende lichaams-organen of delen daarvan elk een eigen moment in het etmaal, dat ze over bepaalde gevoelige punten van vatbaarheid voor bepaalde trillingen gaan – ook daarmee hielden en houden de Chinezen rekening; de twaalf belangrijkste organen hebben elk hun twee uren in het etmaal, korresponderend met een bepaald zodiakaal teken, waarop zij het vatbaarst zijn voor inwerking van bijv. medicijnen en omgekeerd wijzen lichaamsverschijnselen (bijv.
pijn, benauwdheid) op steeds dezelfde uren van het etmaal. op een bepaald orgaan. De homoeopathen kennen deze ritmen, de Chinezen houden er rekening mee en de goede astroloog begrijpt hoe de hele samenhang in elkaar zit.

De Chinezen houden bij geneeskundige behandeling rekening met het kosmische en aardse ritme en de tijd. Zij weten op welk uur het te behandelen orgaan de kosmisch levensstroom pakt. Zij weten ook dat men een verstopte yang-stroom bij wassende maan en een verstopte yin-stroom bij afnemende maan moet doorsteken, en bovendien de yang stroom ’s morgens en de yin-stroom na de middag. Zij zullen nooit een belangrijke ingreep doen op de kritieke punten der maan of bij een omkeringspunt van een planeet, of op een solstitium (omkering der zonne-loop). Zij werken dus méé met de wetten en ritmen van de kosmos – dat is de enig juiste geneeskunst!
Van het door kosmische trillingen aangedane levenslichaam uit verbreiden de transformaties dezer trillingen zich als elektrische, chemische, psychische, enz. over alle lagen van de mens. Na aldaar hun werk gedaan te hebben, komen zij, vrijwel zonder tijdsverbruik, uit alle lagen en richtingen weer tezamen in de grote versterker van ons ingebouwde radiotoestel: het bewustzijn, wanneer dit funktioneert volgens de bedoeling, en dit gaat via de pijnappelklier of epiphyse, in welke centrale alle mededelingen van buiten en binnen, van omgeving, lichaam, levenslichaam en ziel, aankomen (de mens heeft dit nagemaakt in zijn telex).
In de meeste menselijke organismen branden de lampen echter zó flauw, dat van die bewustwording bijna niets terecht komt. In het algemeen worden vrouwen zich veel meer bewust van de mededelingen uit haar levenslichaam, dan mannen. Dat geeft baar het vanzelf-weten, dat men intuïtie noemt. Vaak is een vrouw zich de figuur der kosmische krachtlijnen al bewust vóór dat deze zich via een personifikatie aan haar kenbaar maakt langs de omweg der omstandigheden, men noemt dat dan voorgevoelens. Zij staat bijv. op een dag op met het gevoel: gevaar! –
en een halve dag later ontmoet zij een man, waarbij in haar bewustzijn het rode lampje aanflitst: dat is hem! – zij kan dan op haar hoede zijn.
De zegswijze: Een ongeluk komt nooit alleen – wijst op de algemene menselijke ervaring, dat een kosmisch patroon zich tegelijk op elk plan van mens en leven tracht te manifesteren. Een vrouw ervaart bijv. bij een Maan-Saturnus vierkant tegelijk het sterven van haar moeder (omstandigheden), een verkrampte maag (lichaam) en een diepe gemoeds-depressie (ziel). De kausaal denkende omgeving zegt dan: zij trekt zich de dood van maar moeder zó aan, dat zij er ziek van is geworden. Dat is echter niet de ware toedracht. De dood van de moeder, de ziekte en de depressie komen tegelijk als stralen uit hetzelfde kosmische middelpunt.
Hoe dichter, kompakter, een laag van de mens is, hoe meer weerstand hij biedt aan de verwerkelijking der kosmische patronen. Daardoor ziet men de verschijningsvormen niet altijd tegelijk optreden. Als regel gaat het uiteraard het snelst door de ziel, dan door het lichaam.
ten slotte door de omstandigheden. Daardoor is de ster van krachtlijnen niet altijd duidelijk waarneembaar. De weg door de ziel gaat door gezindheid en plan naar de daad. Pas als de Maan meewerkt aan het planetaire aspekt. kan het plan zich konkretiseren in uitvoering, de wens vervuld of het gebed verhoord worden.
Vervang de K door de C in de modernere taal






