Mijn oudtante Noor.

Mijn oudtante Noor.

Het is een bizar verhaal, ze vertelde het pas toen ze stervende was.
Maar ja, toen was het leed al geleden en kon niemand haar nog straffen.

Ze waren nog steeds getrouwd, het oudere echtpaar Van Duikelsteyn.
Tante Noor zat bij het raam, ze haakte een kantig kleedje, met haar pinnige graftakjes.
Op haar schoot onder het gehaakte werkje, lag de kater Froderick, te slapen, half over de oude schoot hangend met zijn kop naar beneden gericht.
Tante Noor zuchtte eens diep.
Geirriteerd keek ze naar haar man Norbert die op zijn grasmaaimachine het gazon weer eens netjes maaide.
Bah de perfectionist ook altijd, het hing haar de keel uit.
Hij wist dat ze allergisch was voor gras, en dat ze dan in slaap viel.
Ze wilde het kleedje afhaken vandaag. Dat stond zo mooi op haar theetafeltje.
Wat een lastig man was het toch, daar reed hij weer voorbij langs het raam en keek niet op of om, hij wist toch dat ze daar zat?
Al 2 uren was Norbert bezig het gazon te maaien.
Na 50 jaar huwelijk was Noor het ook echt zat. Zijn gemopper op haar,… Hoe kon ze het uithouden met hem?
Hij gilde even later aan de achterdeur:”Neur, komt gij eensch hier kijken, ik heb iets gevonden, iets bijzonders. Misschien leuk veur op het tafeltje veur je creatie, kom dan toch!”
Boos keek Noor op van haar haakwerkje, altijd commanderen dat kon hij.
Mopperend stond ze met moeite op, de kater van haar schoot gooiend.
Neurbert ik kom er aan. Moeizaam sjokte ze door de kamer, richting de achterdeur. En daar stond hij, met zijn vochtige natte laarzen vol grassprieten. In zijn hand een bruin iets. ”Wat is het Neurbert”, zei Noor uit de hoogte.
”Pak het maar aan, Neur. Het is iets schitterends geleuf me.”
Noor pakte het aan, en in haar hand lag een gedroogde bruine drol van een hond ofzo.
Vol ongeloof en haat keek ze haar man aan. “De hund van de beuren lieve schat, is in onze garden geweest”.
”Neurberttttttttttt, nu ben je te ver gegaan, ik accepteer dit niet langer”. Vol afschuw gooide ze de drol om de deur de tuin in en waste snel haar handen met dure zeep in de keuken.
Norbert stond te lachen bij de achterdeur, en eigenlijk was dit een spel dat hij al jaren speelde.
Zijn oude Neur plagen, dat beviel hem wel. Het leven verveelde hem stierlijk, hij had weinig om handen sinds zijn pensioen. Lachend trok hij zijn laarzen uit.
Hierna ging hij de trap op naar boven om te gaan douchen in zijn luxe badkamer.
Noor ging even later weer zitten met haar haakwerkje.
Froderick lag weer op haar schoot, heerlijk die rust.
Ze was bijna klaar met het kanten kleedje.
Plots voelde zij zich heerlijk rustig worden, nog enkele jaren in rust leven op haar oude dag.
Dat leek haar wel fijn.
Mocht ze ook eens genieten van het leven? Ze had zoveel doorstaan met die man van haar.
Zijn escapades met dames, zijn gemopper en negativiteit, zijn getreiter.
Nee ze had het verdiend vond zij zelf en als God haar niet wilde helpen dan, nu ja. Driftig haakte ze verder aan het kleedje.
Boven hoorde ze Norbert uit de badkamer komen, fluitend en wel. Hij had een goed humeur omdat hij haar weer eens te grazen had gehad.
Tante Noor glimlachte eens, en aaide Froderick over zijn grote kattenkop.
”Zo dan”, zei ze opgeruimd.
Met veel gedonder viel Norbert van de trappen, Noor stond op om te gaan kijken.
Daar lag hij onderaan de trap, zijn ogen wijdopen, zijn mond scheef.
Er druipte wat bloed uit zijn ene oor, en ze bukte naast hem neder.
Nee, gelukkig hij ademde niet meer.
Noor ging moeizaam de trap om om het touw weg te halen.
Zo dan, zei ze nogmaals.
Ze liep met een boog om Norbert heen.
Ze belde een ambulance, klonk nogal paniekerig, toen ze vertelde dat haar man zomaar plots van de trap was gevallen.
Niemand zou het door hebben, dat wist ze zeker. De begrafenis verliep rustig en fatsoenlijk, ieder was onder de indruk en steunde tante Noor met goedbedoelde raad.
Noor vond het best.
De verzekering betaalde ook nog eens goed, Noor had best een fijn leven naderhand.
Missen deed ze haar Neurbert niet. Ze haakte nog vele kleedjes.
Froderick vond het ook wel fijn dat Neurbert er niet meer was, die lastige man.
En ze leefden nog een tijdje best wel gelukkig zo saam.

© AngelWings

 

 

Gerelateerde Berichten