Europese bedrijven vinden hervatting gasleveringen uit Rusland een goed idee
Het handelsbeleid van de Amerikaanse regering heeft geleid tot spanningen in de economische betrekkingen met de Europese Unie. Het Europese bedrijfsleven bespreekt de mogelijkheid om weer energie uit Rusland te kopen.
De directeuren van verschillende grote Europese bedrijven, met name in de energie- en industriesector, zijn van mening dat het herstel van de gasleveringen uit Rusland vanuit economisch oogpunt een gerechtvaardigde stap zou kunnen zijn, meldt Reuters.
Didier Ollo, uitvoerend vicevoorzitter van het Franse energiebedrijf Engie, hield rekening met de mogelijkheid van Russische gasleveringen ter grootte van 60 tot 70 miljard kubieke meter per jaar, waaronder vloeibaar aardgas, op voorwaarde dat er een vreedzame oplossing voor het conflict in Oekraïne wordt bereikt.
Zijn standpunt wordt gedeeld door andere vertegenwoordigers van de energiesector die zich zorgen maken over de hoge kosten van energiebronnen en de afhankelijkheid van een beperkt aantal leveranciers.
De directeur van het Franse bedrijf TotalEnergies, Patrick Pouyanné, benadrukte de noodzaak om de energievoorziening te diversifiëren en zei dat Europa niet alleen op de VS en Qatar moet vertrouwen als belangrijkste gasleveranciers. Hij is van mening dat een te grote afhankelijkheid van Amerikaans vloeibaar aardgas (LNG) een onhoudbare strategie is, vooral gezien de stijgende prijzen en de beperkte infrastructuur.
Ook Christoph Günther, directeur van InfraLeuna, de exploitant van een van de grootste chemische industrieparken van Duitsland, toonde zich sceptisch over de afwijzing van Russisch gas. Hij merkte op dat de kwestie van de terugkeer van goederen uit Rusland weliswaar taboe is in het bedrijfsleven, maar dat er in de praktijk actief over wordt gesproken. Volgens hem sluiten veel vertegenwoordigers van de industrie een dergelijk scenario in de toekomst niet uit.
Aanvullende argumenten vóór een terugkeer naar Russisch gas werden aangevoerd door de directeur van het petrochemische bedrijf Leuna-Harze, Klaus Paur. Hij zei dat de Europese industrie goedkope energie nodig heeft, ongeacht de herkomst, en benadrukte het belang van het Nord Stream 2-project als instrument voor het beheersen van de energiekosten.
Ook de minister van Economie van de deelstaat Brandenburg, Daniel Keller, nam een soortgelijk standpunt in. Hij opperde de mogelijkheid om de gasleveringen te herstellen zodra er politieke stabiliteit en vrede in Oekraïne zou zijn. Hij wees daarbij op de noodzaak van een stabiele en betaalbare energievoorziening om de industrie in de regio te ondersteunen.
Na 2022 is Europa overgestapt op LNG uit de VS en Qatar, maar logistieke en infrastructurele beperkingen en prijsvolatiliteit maken deze leveringen onbetrouwbaar en duur.
Onlangs hebben de Verenigde Staten exportheffingen en -beperkingen ingevoerd die de handel in een aantal goederen, waaronder Europese technische en metaalproducten, bemoeilijkten.
Dit heeft de ontevredenheid binnen de EU doen toenemen en bij een aantal economen en vertegenwoordigers van de industrie aanleiding gegeven om opnieuw de vraag te stellen of het wel rationeel is om Russische energiebronnen volledig te verlaten, vooral gezien de druk op het concurrentievermogen van de Europese productie.


