23 april 2021

 

Autisme en vit b6

autisme en vit b6
Geen fantasie maar werkelijkheid….

vitamine B6 is geen geneesmiddel. Toch kunnen hoge doses van deze vitamine, in combinatie met magnesium, voor zowel autistische kinderen als volwassenen een wereld van verschil betekenen.

In de wetenschappelijke literatuur heeft geen enkele biologische behandeling van autisme meer stteun gekregen dan het gebruik van hoge doses vitamine B6 – bij voorkeur in combinatie met normale supplementen van magnesium. Sinds 1965 zijn 18 studies gepubliceerd die duidelijk laten zien dat ongever de helft van alle autistische kinderen en volwassenen die aan het onderzoek hebben deelgenomen baat heeft bij hoge dosis vitamine B6.

Een van de weinige dingen die over autisme bekend zijn, is dat de urine van patiëntten abnormale hoeveelheden van bepaalde stoffen bevat. Dubbelblinde placebogecontroleerde experimenten met vitamine B6, die in elf van de achttien studies werden uitgevoerd, hebben aangetoond, dat B6 de niveaus van deze stoffen normaliseert. En in andere studies bleek B6 de hersenactiviteit te reguleren. De effectiviteit van vitamine B6 is in alle achttien opeenvolgende studies aangetoond. Met geen enkel medicijn is – zelfs niet bij benadering – een dergelijk resultaat behaald.

Onderzoek naar het gebruik van vitamine B6 met autistische kinderen is in de jaren zestig gestart. In 1966 rapporteerden twee Britse neurologen, A.F. Heeley en G.E. Robert, dat elf van negentien onderzochte kinderen abnormale producten van de stofwisseling in de urine hadden. Door deze kinderen een enkel tablet van 30 milligram vitamine B6 te geven, normaliseerde hun urine. Destijds zijn echter geen gedragsstudies gedaan.

Een Duitse onderzoeker, V.E. Bonishch, beschreef in 1968 dat twaalf van de vijftien autistische kinderen aanzienlijk beter op hun omgeving reageerden nadat zij hoge doses vitamine B6 – 100 tot 600 milligram per dag – hadden gekregen. Drie van de patiënten van Bonishch spraken voor het eerst in hun leven.

Naar aanleiding van de vele brieven die ik van ouders heb gekregen, ben ik een grootschalig onderzoek gestart naar het effect van hoge doses vitamine B6, niacine, panthotheenzuur en vitamine C, in combinatie met een speciaalvoor dit onderzoek ontwikkeld multi-vitaminetablet. Deze stoffen werden gedurende vier maanden bij tweehonderd autistische kinderen getest, en aan het eind van de studieperiode was het duidelijk datt vitamine B6 van de vier beproefde vitaminen het meest belangrijk is. Bij 30-40% van de kinderen leidde B6 tot aanmerkdelijke verbetering. In een aanttal gevllen was de verandering zelfs opzienbarend. Echter, er was ook sprake van bijwerkingen, zoals prikkelbaarheid, overgevoeligheid voor geluid en bedplassen. Maar toen de kinderen daarnaast ook magnesium kregen, verdwenen deze neveneffecten!

Lees ook:   Botox wel safe?

Een andere dubbelblinde, placebogecontroleerde studie die ik in samenwerrking met professor Enoch Callaway en Pierre Drefus van de University of California Medical Centers heb uitgevoerd, heeft statistisch significante resultaten opgeleverd. Kinderen die tussen 300 en 500 milligram vitamine B6 innamen, in combinatie met een paar honderd milligram magnesium en een tablet vitamine B-complex – ter compensatie van tekorten die B6 veroorzaakt – vertoonden beter oogcontact en minder zelfstimulerend gedrag. Tot grote verrassing van hun ouders toonden zij meer belangstelling voor de wereld om zich heen, hadden zij minder woedeaanvallen en begonnen zij meer te praten. Over het algemeen gingen de kinderen zich ‘normaal’ gedragen, hoewel zij niet volledig waren genezen.

Op grond van de resultaten van deze studies kan autisme worden beschouwd als een van vitamine B6 afhankelijk syndroom. Franse onderzoekers reageerden aanvankelijk sceptisch, maar gingen na hun eerste schoorvoetend uitgevoerde experiement bij 44 kinderen in ziekenhuizen overstag. Sindsdien zijn zes studies naar het effect van vitamine B6 bij autisme gepubliceerd, zij het dat de Fransen niet meer dan één gram B6 en een halve gram magnesium per dag gebruikten. Onderzocht werden niet alleen het gedrag van de kinderen en de uitscheiding van homovanillic acid (HVA) en andere producten van de stofwisseling in hun urine, maar ook het effect van B6 op de hersenactiviteit. Elk van deze studies heeft positieve resultaten opgeleverd.

Van vitamine B6 zijn geen significante bijwerkingen bekend. Gedurende de jaren 60, 70 en begin 80, hebben tienduizenden mensen – onder wie duizenden autistische kinderen en volwassenen – grote doses van deze vitamine ingenomen zonder dat er van ernstige neveneffectten melding is gemaakt. Vitamine B6 wordt ook – in hoeveelheden tot 50 gram per dag – gebruikt als tegengif bij mensen die het slachtoffer zijn geworden van bepaalde gifsoorten. Is vitamine B6 giftig? Vrijwel niet.

Bernard Rimland

Naschrift auteur: Voor ons lichaam is vitamine B6 niet giftig omdat onze nieren in staat zijn de spiegels te regelen. Is er te veel? Dan wordt het afgevoerd. Is er te weinig? Dan is het te hopen voor iemand die er last van heeft dat het extra wordt aangevuld.

[ ~*~AnGeLWinGs~*~ | 13/8/2003 ]

Gerelateerde berichten