ATLANTIS door Edgar Cayce

ATLANTIS

 

Er werd op 3/2/32 aan de slapende Cayce gevraagd een lezing over Atlantis te geven als voorbereiding op een voordracht die op 19/2/32 zou gehouden worden.

2. Atlantis als werelddeel is een legende. Of dat wat paranormaal ontvangen werd, ja dan neen steunt op de enkele regels van Plato, of op de verwijzingen in de Heilige Schrift naar de verdeling van de aarde (Gen.10,5 en Kron. 1,19), hangt af van de trend van de individuele geest (mind). Nochtans kreeg het onderwerp meer belangstelling sinds enkele wetenschapsmensen verklaarden dat zo’n werelddeel niet alleen redelijk en geloofwaardig was, (het krijgt ook meer belangstelling) sinds langzaam bewijzen verzameld worden van dit mogelijk bestaan.

3. We erkennen dat er veel over een verloren werelddeel werd gegeven door bij voorbeeld de schrijver van “Two Planets”, Atlantis of Poseida en Lemuria (Phylos: Dweller on Two Planets), een boek dat werd uitgegeven bij de Theosofische boeken. Of die inlichtingen juist zijn of niet hangt af van het geloof dat men eraan wil schenken.

4. Het scheen menigeen van deze groep interessant door dit kanaal (Edgar Cayce) inlichtingen te bekomen die kunnen toegepast worden in het huidige leven of in de ervaring van de enkeling.

5. Van tijd tot tijd vernamen we in levenslezingen dat toentertijd een persoon een bepaalde plaats innam, of een werkzaamheid uitoefende, in een deel van dat werelddeel, of (dat hij) van dat werelddeel uitweek naar een ander deel van de aarde en een bepaalde ontwikkeling begon. Dat moeten ijverige mensen geweest zijn want toen ze in andere klimaten aankwamen begonnen ze daar (volgens de inlichtingen) veel veranderingen aan te brengen.

6. Of we dat nu aanvaarden als feit of fictie, hangt af van de mate waarin de kennis van dat volk de huidige mens beïnvloedt. In welke mate draagt die kennis in de geest van de mens bij tot het begrijpen van een betere verhouding tot, of een beter begrip van, de Scheppende Krachten?

Of anders uitgedrukt: Wat betekenen die inlichtingen voor mijn ziel vandaag?

7. Als het waar is dat reïncarnatie een feit is, en dat zielen die eens in Atlantis waren, nu op aarde herboren worden, is het dan een wonder dat – indien ze toen zoveel veranderingen op aarde brachten en zichzelf vernietigden – ze nu weer veel veranderingen meebrengen? Zijn ze nu aan het herboren worden? Indien ja, welke was hun omgeving en wat betekent die in de stoffelijke wereld vandaag?

8. Wordt vervolgd. Genoeg voor vandaag.

 

Nu volgt een parafrase van deze lezing door Hugh Lynn, Edgars oudste zoon:

Voor de meeste mensen zijn verhalen over Atlantis legenden en wilde verbeelding. Plato’s verwijzing naar het verloren werelddeel en enkele regels in de Bijbel betreffende de verdeling van de aarde kunnen een basis vormen voor veel van de paranormale gegevens ontvangen over dit onderwerp. Maar dit zijn slechts produkten van de verbeelding en voldoen degenen die bewijzen zoeken niet.

Ook de literatuur uitgegeven door verschillende ordes en genootschappen schijnt niets te bewijzen, uitgezonderd voor hen die zulke inlichtingen geloven. Onlangs hebben enkele wetenschapsmensen belangstelling voor de zaak opgewekt door hun onderzoekingen die het geloof in het bestaan van zo’n werelddeeel blijken te bevestigen.

De volgende gegevens, naar beweerd paranormaal ontvangen, zullen slechts iets toevoegen aan veel wat reeds werd geschreven. Het feit dat ze overeenstemmen met stof die reeds werd uitgegeven, zal ze voor sommigen, boeiender maken.

Degenen die door persoonlijke ondervinding geloof hechten aan de waarde van de inlichtingen die door dit kanaal komen, zullen deze gegevens een waardige basis vinden voor verdere studie van het onderwerp.

In meer dan 150 levenslezingen gegeven voor verschillende individuen in alle delen van het land, zijn details over hun bestaan gedurende een of meer stadia van de ontwikkeling van het verloren werelddeel Atlantis. Zij die toen op aarde waren, zullen zich voor die stof bijzonder interesseren.

Als we even de mogelijkheid van het bestaan van het werelddeel aanvaarden, vragen we ons vanzelfsprekend af welke waarde die kennis wat vandaag heeft.

In het huidige tijdperk wordt de wereld sterk beïnvloed door Atlanten. Velen worden in dit vlak herboren en een hoop anderen spreken door paragnosten overal ter wereld.

Om de invloed die ze met zich meebrengen op te vangen, moeten we hun ontwikkeling, hun zwakheden zowel als hun verwezenlijkingen, begrijpen. Hun wereld was een wereld van verandering, van grote verwezenlijkingen en van vreselijke vernietigingen.

De grote schreden waarmee de wetenschap nu vooruitgaat, zijn bewijzen van hun werkzaamheid en grote ontdekkingen zullen worden gemaakt dankzij hun invloed.

Onze grootste wetenschappers weten weinig over de vele natuurwetten die de Atlanten beheersten. Zal hun komst vrede of twist in de wereld veroorzaken? Veel hangt af van wie hun grote kennis en hun onvermoeibare kracht zal leiden. Het is belangrijk dat we iets over de idealen en doelstellingen van dat volk weten en hun verwezenlijkingen begrijpen.

 

364-2

 

Toen men de slapende Cayce op 15/2/32 vroeg verder te gaan over “Het verloren werelddeel Atlantis” antwoordde hij dat het lichaam, het ik, eerst diende gelouterd te worden door gebed en meditatie vooraleer zo’n moeilijk onderwerp aan te snijden.

 

364-3

Gegeven op 16/2/32 om 11u40

 

1. Ja, we hebben het onderwerp en de toestanden.

Zoals reeds gezegd werden die inlichtingen over de toestand, de tijden van het bestaan van het werelddeel nu en dan ontvangen door de zielskrachten. Dat het werelddeel bestond, is men nu aan het bewijzen.

2. Wat gebeurde er in die tijden toen het uiteenviel? Wat gebeurde er met de bewoners? Wat voor ’n beschaving hadden ze? Zijn er bewijzen dat er inwoners ontkwamen? De plaats van het werelddeel moet de huidige mens interesseren, zij het omdat nu enkelingen uit die tijd herboren worden om zich verder te ontwikkelen, of zij het omdat enkelingen geleid worden, in hun geestelijke duiding van hun leven of ontwikkeling, door de geesten van degenen die dit werelddeel bewoonden. In beide gevallen, indien ze waar zijn, beïnvloeden ze (de Atlanten) de gebeurtenissen in de hedendaagse wereld.

3. Het werelddeel Atlantis lag tussen de Golf van Mexico en de Middellandse Zee. Bewijzen van die verdwenen beschaving kan men vinden in de Pyreneeën en Marokka aan de ene kant, en in Brits Honduros, Yucatan en Amerika aan de andere kant. Sommige uitstekende delen waren eens een deel van dat groot werelddeel. We hunnen ervan nog delen zien in de Britse West Indies of de Bahamas. Indien men een aardkundig onderzoek deed van die streek, voornamelijk van Bimini en in de Golfstroom en omgeving – kunnen ze (de delen) zelfs nu nog aangeduid worden.

4. Wat soort mensen waren dat? Om er een juist idee van te hebben kunnen we een groep volgen, of een enkeling, in zijn bestaan aldaar, om zo zijn karakter, zijn uiterlijk, en zijn stoffelijke ontwikkeling te leren kennen.

5. In die tijd, ongeveer honderd-, ongeveer achtennegentigduizend jaar voor de intrede van Ram in India, leefde een zekere Amilius. Hij was de eerste die bij de wezens die op dat deel van de aarde woonden, de scheiding opmerkte in man en vrouw als gescheiden wezens of enkelingen. Wat hun stoffelijke vorm betreft waren ze veeleer als gedachtevormen. Ze duwden zich uit zichzelf in de richting waarin hun gedachte zich ontwikkelde – zoals nu een eencelligdiertje doet in stilstaand water of in een meer. Ze namen dus een vorm aan die hun veroorloofde aan hun verlangens te voldoen – ze voegden die toe aan hun stoffelijke toestand – en werden zo dichter, harder, tot ze ongeveer ons huidig lichaam hadden. Hun kleur namen ze uit hun omgeving, ongeveer zoals de kameleon nu doet. Zo namen de rode volkeren vorm aan, of de gemengde volkeren – of kleuren; later werden ze, door hun verwantschappen, bekend als het rode ras.

Ze konden, in hun geleidelijke ontwikkeling, alle krachten gebruiken die zich in hun individuele omgeving openbaarden. Zo doorliepen ze de perioden van ontwikkelingen (stenentijdperk,…) zoals we beter kunnen volgen in de andere rassen, het gele, het zwarte en het blanke, in andere delen van de wereld.

Dankzij hun onmiddellijke omgeving met zijn mogelijkheden van ontwikkeling, ontwikkelden de wezens zich in dat deel van de aarde vlugger dan in de andere.

De vernietiging van dit werelddeel en van dit volk is veel groter dan ongeacht welk ander dat ooit werd geboekstaafd; toch blijft dat dokument in de rotsen* nog altijd. Zo ook blijft de invloed van de mensen die konden ontsnappen gedurende de tijden der vernietiging, op de levens van de mensen wonende in de streken waarheen ze (de Atlanten) vluchtten. Zo ook kunnen ze nu, ofwel door op aarde herboren te worden, ofwel mentaal, invloed hebben op de gedachten van enkelingen of groepen door vanuit die (mentale) omgeving te spreken.

6. Wat de levenswijze betreft, het morele, sociale, godsdienstige leven van die volkeren: daar bestonden klassen, zoals bij de andere rassen, maar, het verlangen van oorlog tussen de mensen, als een volk, zoals in de andere delen van het universum, bestond er niet.

7. Wordt vervolgd.

 

* In lezing 315-4 zegt Edgar Cayce dat de volgelingen van 315 in Calais iets in de rotsen beitelden. Is dit een verwijzing daarnaar?

 

364-4

gegeven op 16/2/32 om 15u50

3. Als fysieke, stoffelijke lichamen waren ze vreedzaam; ze ontwikkelden zich vredig en snel; ze gebruikten de elementen rondom zich; ze erkenden zichzelf als een deel van hun omgeving. Vandaar komt het dat, – wat betreft het verkrijgen van produkten nodig om in stoffelijk leven te blijven, zoals we dat vandaag verstaan, de kledij, het voldoen van de lichaamsbehoeften, – deze (produkten) uit natuurlijke elementen werden bekomen. De ontwikkelingen waren meer in de vorm van voorbereiding op die dingen behorend tot wat we vandaag het “aerial” of het elektrisch tijdperk zouden noemen. Ze (de machines) gaven hun de wijzen om de bouwstoffen die lichamelijk niet bij hen hoorden van plaats te verwisselen, bouwstoffen die niet bij hen pasten, door de kracht die ieder heeft en welke hem in staat stelt geestelijk en lichamelijk van gedaante te verwisselen.

4. Amilius zag in die dingen het ontstaan, en het vermogen, van degenen uit zijn eigen tijd, niet alleen om op te bouwen wat van plaats kon verwisselen, of om elementen rondom hen op te bouwen, maar ook om hen lichamelijk naar een ander deel van het universum over te plaatsen. Die gebeurde niet alleen door het gebruik van de onlangs herontdekte gassen, maar ook die ontstaan door elektrische vormingen – door het splitsen van atoomkrachten om die stuwende krachten voort te brengen voor die wijze van verplaatsen, van reizen, of van zware gewichten op te heffen, of om het uitzicht of de krachten van de natuur zelf te veranderen.

Maar bij die verwisselingen, bij die veranderingen die incarneerden als persoonlijkheden, vinden we de Zonen van de Scheppende Kracht die keken naar die veranderde vormen, of de dochters van de mens. Zo kwam verontreiniging, zo verontreinigden ze zichzelf met die gemengde schepselen die minachting, haat, bloedvergieten met zich meebrachten.

Dat deed ook verlangens ontstaan die geen rekening hielden met de vrijheid van de andere, met de verlangens van de andere. Dit was de oorzaak, in de latere ontwikkelingsperiode, van de scheiding en de onenigheid tussen de volkeren van de landen.

De pogingen van degenen die nog aan de macht waren, zij die van het zuivere ras afstamden, van hen die onaangeraakt waren door die krachten in hun werkzaamheden, waren gericht op het bouwen van die dingen die trachtten (de degeneratie van) de volkeren tegen te houden; eerst door de veranderingen of seizoenen die zich voordeden; in het latere deel van de ervaring van Amilius werden de eerste altaren opgericht voor de offergaven van het veld en het woud, men offerde er ook de dingen die de verlangens van het stoffelijke lichaam voldoening gaven.

5. Met de komst van Esai, met de verandering die gebeurd was, begon de periode van het veroveren van het werelddeel door het dierenrijk.

Dit had tot gevolg de ontmoeting van de (hoofden der) naties van de wereld die een manier zochten om zich van die dieren te ontdoen, anders zouden ze (de dieren) zich van hen (de mensen) ontdoen.

Deze komst bracht de eerste vernietigende krachten met zich mee. Dit waren de eersten explosieven; ze kwamen in dat tijdperk, toen de mens begon met de dieren af te rekenen die de aarde op veel plaatsen overrompelden.

Ten tijde van deze vernietigende krachten werden ook de eerste altaarvuren gebruikt om gevangenen op te offeren en ontstonden menselijke offers.

Tezelfdertijd begon de uittocht van de volkeren, eerst naar de Pyreneëen; vandaar trokken er later mensen (naar Afrika) waar ze zich bewogen onder de zwarte of gemengde mensen waaruit later de Egyptische dynastie voortkwam.

We hebben ook mensen die naar Og trekken, zij die later het begin van de Inca’s werden, of de Ohum (Aymara?), zij die in die tijd de muren over de bergen optrokken, gebruik makend van de krachten welke die mensen hadden ontwikkeld. Bij hen waren er ook anderen, die naar een ander land trokken en daar, met dezelfde krachten, de eerste “mound dwellers”* werden.

Door voortdurend degenen te negeren die het ras en de lijn zuiver hielden, degenen die de wetten brachten die van toepassing waren op de Zonen van God, bracht de mens de vernietigende krachten met zich mee, die door de regeerders zouden gebruikt worden. Die krachten, samengevoegd met de natuurlijke krachten van de gassen, en met elektrische krachten, gevormd in de natuur, deed de eerste uitbarsting ontstaan uit de diepte van de langzaam afkoelende aarde, en het deel dat lag waar nu de Sargasso Zee is, verdween in de afgrond. Te dezer gelegenheid ontstond weer een uittocht van de mensen die hielpen, of probeerden controle te nemen en ze brachten met zich al de vormen mee van Amilius die hij tot stand had gebracht wat betreft tekens, seizoenen, dagen, jaren. Vandaar komt het dat we vandaag nog in de verschillende delen van de wereld vormen vinden die deze mensen meebrachten in deze (periode van) grote ontwikkeling, in het Eden van de wereld.

6. In het latere deel van die periode werden steden gebouwd en steeds raarder werd het vermogen om op de krachten der natuur beroep te doen om de noden van het lichaam te voldoen, om het vernieuwen van hetgeen in het stoffelijk wezen verbruikt werd. En honger heerste. Met de beslissing (de elektrische krachten, de heilige vuren) weer in werking te stellen, ontmoeten we Ani, in de latere perioden, 10.700 jaar voor de Prins van de Vrede kwam. Opnieuw werden de krachten gebruikt, als het ware om de natuur te verleiden, in haar opslagplaats, om de dingen weer aan te vullen, de dingen die waren weggeteerd, eerst in de bergen, dan in de valleien, dan zelfs in de zee, en dit bracht de snelle vernietiging van het werelddeel en van die volkeren met zich mee, uitgezonderd van hen die naar verre landen gevlucht waren.

7. Hoe is dat dan toepasselijk op ons huidig begrip?

Zoals we kunnen opmerken uit de gevolgen komend van de heilige vuren, zoals die van Hermes, die van Arart, die van de Aztec, die van Ohum (Aymara), dragen ze elk in hun sfeer een deel van die weldaden – op voorwaarde dat ze in akkoord en zuiver zijn met die waardoor de kanalen van de weldaden, of de Scheppende Krachten, zich kunnen uiten.

Zo zien we , als we die lessen vandaag willen toepassen : wil je trouw zijn, doe dan wat je in het diepste van je hart weet wat je moet doen. Onthou dat, naarmate je gebruikt wat je weet, je meer een meer licht zult ontvangen om te weten waarvan je komt en waarheen je gaat.

8. Klaar voor vragen.

9. (v.) Geef a.u.b. een beschrijving van het aardoppervlak zoals die was ten tijde van het hoogtepunt van de Atlantische beschaving.

(a.) Men zou eerst moeten bepalen volgens welke criteria het hoogtepunt der beschaving moet geoordeeld worden. Was het toen Amilius met begrip heerste – hij begreep de veranderingen – of toen ze zelfstandig (man made) werden? Beschouwen we dit uit een geestelijk of uit een zuiver stoffelijk en commercieel oogpunt? Want de veranderingen strekken over een tijdspanne van 200.000 jaar, lichtjaren – zoals we de jaren nu tellen – en er waren veel veranderingen op aarde.

De eerste en grootste veranderingen waren in de zuidelijke delen van wat nu Zuid-Amerika is en in de Arctic of de streek rond de Noordpool. Wat nu Siberia is – of de Hudson Baai – lag in de tropen, of op dezelfde lengtegraad als die streek nu ingenomen door de zuidelijke Stille Oceaan, of het centrale gedeelte van de Stille Oceaan.

Na die eerste verandering, toen de eerste van die mensen gebruikten wat voorbereid was met het oog op de veranderingen op aarde, was onze positie bijna dezelfde als nu, wat betreft de Kreeftskeerkring, of de Evenaar, of de Polen. Daarna begon de zuidelijke Stille Oceaan of Lemuria te verdwijnen – zelfs voor Atlantis, want de veranderingen (van Atlantis) gebeurden in het laatste deel van die tijdspanne, 10.700 lichtjaren geleden, of aardjaren, volgens de huidige jaartelling, zoals Amilius – of Adam – die had vastgelegd.

 

10. Genoeg voor vandaag.

 

*in Noord-Amerika, de naam gegeven aan de voorhistorische bewoners van, voornamelijk, de Mississippi vallei en Ohio.

 

Korte geschiedenis van Atlantis – door Hugh Lynn Cayce

 

(Noot van de vertaler: Deze tekst is voornamelijk gebaseerd op de reeds lezingen 364, verrijkt met details gesprokkeld uit andere lezingen, levenslezingen van personen die zich in die lang vervlogen tijden op aarde incarneerden.)

 

Tijd en plaats

De oorsprong van het Atlantische werelddeel is verduisterd in de mistige tijd van de voor-geschiedenis. Zelfs paranormale gegevens zijn moeilijk te begrijpen omdat de oppervlakte van de aarde zelfs in die cyclus dikwijls veranderde.

Toen de mens als mens op aarde kwam, was Atlantis een groot werelddeel dat in de huidige Atlantische Oceaan lag, tussen de Golf van Mexico en de Middellandse Zee.

De oppervlakte kan vergeleken worden met wat nu Europa en Rusland is. De noord- en de zuidpool bevonden zich niet waar ze zich nu bevinden, ook was van alle landoppervlakte die nu boven het water uitsteekt, slechts een deel zichtbaar:

De oostelijke kust was de kuststreek van Atlantis; de bergstreek van de Karpaten en de woestijn van Mongolië waren bewoonbaar; zo ook het noordelijk deel van wat nu Afrika is en het zuidoostelijk deel van Atlantis.

De Andeskust van Zuid-Amerika was onder water, de vlakten van Utah, Nevada en Arizona lagen boven de zeespiegel.

Het volk van Atlantis moest dezelfde ontwikkelingsfasen doormaken als de andere volkeren. Zoals we zullen zien, waren er tijden dat ze een zeer groot begrip van de natuurwetten bereikten en dat hun stoffelijke beschaving die van de andere rassen in de wereld overtrof.

De eerste van een reeks storingen kwam door het gebruiken van zware springstoffen om de reusachtige dieren die op aarde zwierven te vernietigen. Grote gasbellen werden open geblazen en vulkanische uitbarstingen en aardbevingen van de langzaam afkoelende aarde braken het werelddeel op in een groep grote eilanden.

In de Bijbel wordt die tweede verandering de zondvloed genoemd.

Door de laatste vernietiging die omstreeks 10.700 voor Christus plaatsvond, waren de belangrijkste overgebleven eilanden Poseidia, Aryaz en Og.

De West Indies zijn overblijfselen van dat groot werelddeel.

Atlanten waren een combinatie van verharde gedachtevormen, die zich manifesteerden in dat deel van de aarde en de projectie van de mens, zoals in zijn huidige vorm, als één van de vijf rassen; het resultaat was het rode ras.

Zoals in andere delen van de wereld kwamen in Atlantis de gedachtevormen in alle soorten vormen en maten voor. Toen Amelius besloot de wereld uit de duisternis waarin hij verkeerde te leiden, koos Hij een lichaam zoals ons huidig lichaam. En in vijf plaatsen op aarde begon Hij de vijf grote rassen. Het zwarte in de Soedan, het bruine in Lemuria, het gele in de Gobi, het blanke in de Karpaten (Centraal Europa) en het rode in Atlantis.

De eerste mens had een lichaam waardoor de ziel gemakkelijker werkte dan in zijn huidig lichaam. Het derde oog, dat we nu kennen als de hypofyse was sterk ontwikkeld. Daardoor beheerste de geest (mind) van het ziel het lichaam en beïnvloedde zijn omgeving; bijvoorbeeld kon men naar believen weten wat in andere verafgelegen delen van het land gebeurde en reisde het stoffelijk lichaam door gedachtebeheersing.

De Atlanten maakten dezelfde ontwikkelingsfasen door als de andere rassen. De behoeften aan voedsel, bescherming en vermaak bracht hen tezamen, eerst in kleine groepjes, later in grotere.

De eerste huizen waren in holen in de rotsen en nesten in de bomen. Later bouwden georganiseerde groepen strukturen in hout en steen. Instrumenten waarmee de mensen zich beschermden en zich voorzagen in voedsel waren eerst van steen. IJzer, brons en koper werden reeds gebruikt voor de eerste rampen plaatsvonden.

Daar de vroege Atlanten een vredig volk waren, maakten ze vlugge vooruitgang in het toepassen van de natuurwetten.

Reeds vroeg werd gas gebruikt om grote ballonnen uit dierenhuiden te maken en die ballonnen dienden voor het transport van bouwmateriaal. De elektriciteit werd ook ontdekt en gebruikt ten voordele van de mens; ze maakte de weg vrij voor merkwaardige ontwikkelingen op dat gebied.

Verwarring ontstond toen die van zuivere afstamming zich mengelden met degenen die hun dierlijke invloeden nog niet hadden afgeworpen. Dit had minachting, haat en bloedvergieten tot gevolg.

Wegens die groei van storende faktoren – het gevolg van het vergroten van verlangens zonder rekening te houden met de rechten van anderen – werd een inspanning gedaan om het volk weer één God te doen aanbidden. Er werden altaren opgericht waar de vruchten van het veld en van het woud werden geofferd. Rituelen en ceremonieën werden ingesteld, de heilige vuren werden opgericht als heiligdommen voor de zuiveren en werden ook gebruikt als middel van loutering voor allen.

Na de eerste vernietiging werden de altaren soms gebruikt om mensen te offeren door hen die zich steeds verder verwijderden van het oorspronkelijk begrip van de Scheppende Krachten.

Er heerste een toestand van conflict in plaats van vrede en daar de natuurkrachten goed gekend waren, waren de vernietigingen des te vreselijker.

Van toen af, al rees de stoffelijke beschaving de hoogte in, was er een groeiende onrust. Die veroorzaakte volksverhuizingen naar het oosten en het westen.

Het is niet moeilijk te begrijpen dat op dit grote werelddeel in die lange tijdspanne de beschaving meerdere malen opbloeide en verwelkte. Op het hoogste punt van hun stoffelijke beschaving waren de Atlanten veel verder gevorderd dan wij vandaag. Zoals wij gebruikten ze elektriciteit maar hadden bovendien andere uitvindingen, o.a. een goed ontwikkelde tv en radio, een versterking van lichtstralen voor sterrenkijkers, betere verwarmingssystemen en licht.

Ze beheersten verschillende soorten stralen, ook de dodenstraal. Nu onbekende smeltstoffen van metalen werden gebruikt in verschillende soorten toestellen voor vervoer in lucht en water gemaakt door de Atlanten. De krachten die gebruikt werden om voertuigen voort te drijven waren eerst gas en elektriciteit; later waren het krachten uit zonnestralen opgevangen en weerkaatst door kristallen.

Overal in het land werden mooie steden gebouwd. Waarschijnlijk de grootste heette Poseidia. Ze lag op het laatste grote eiland dat dezelfde naam droeg. Hier in de Baai van Parfa, een van de grote havens van de oude wereld, bouwden de Atlanten een stad van steen.

Water werd aangebracht door grote leidingen uit de bergen en werd verdeeld naar de individuele gebouwen en mooie bassins; er waren er zo veel. De gebouwen, uitgezonderd de tempel in het hart van de stad, waren in trappen gebouwd.

Gekleurde stenen, fijn gepolijst, werden gebruikt, het was voornamelijk inlegwerk.

In de tempel kon men reusachtige halfronde kolommen zien van onyx, topaas en beryl, ingelegd met amethyst en andere stenen die de zonnestralen vanuit verschillende hoeken opvingen.

In de tempel brandden de heilige vuren doorlopend. Het waren stralen waarvan we nu het bestaan niet kennen. Er was een buitenhof of een vergaderplaats, er waren ook binnenkamers voor de dienaren en binnenkamers rondom het altaar en de vuren.

Uiterlijk waren de Atlanten zo verschillend als de mensen van een groot werelddeel nu. In de vroege tijden waren er zowel reuzen als dwergen. Er ontstonden monsterachtige wezens als gevolg van het mengelen van gedachtevormen, maar de oorsprong van het rode ras was uit een zuivere afstamming, het was één van de vijf projecties.

Daar de inkomende zielen het lichaam gebruikten dat Amelius had uitgekozen als het beste voertuig voor dit vlak, werd het doel van de ontwikkeling wel bepaalder. Verenigingen in groepen werden mogelijk dankzij de samenwerking nodig voor zo’n ontwikkeling. Tehuizen, stammen, steden, natiën waren het gevolg.

In den beginne werden dierenhuiden als kledij gebruikt. Later werden veel soorten stof gebruikt.

De wetten van erfelijkheid en omgeving kregen steeds meer invloed. Het uiterlijk veranderde, afhankelijk van de zuiverheid van het ras, het doel en de gevolgen van de werkzaamheden.

De Atlanten waren waarlijk een volk van uitersten. Sommigen waren volmaakt van uiterlijk, anderen hadden een afschuwelijk lichaam.

Paradoxaal genoeg was het gevolg van de mengelingen soms een goddelijke vorm waarin een verdorven ziel huisde, soms afstotelijke lichamen waarin zielen huisden die het licht zochten. Het waren moeilijke tijden om in te leven, maar hoe belangrijk! Is dat vandaag ook niet het geval?

Er zijn nu nog veel bewijzen van Atlantische invloeden. Maar de mens heeft de rechtstreekse verbinding nog niet gelegd. In Noord-Spanje, in de streek rond de Pyreneeën, in Marokko en Egypte aan de ene zijde van de Atlantische Oceaan, in Brits Honduras en Amerika aan de andere zijde, vinden we overblijfselen van de beschaving gebracht door de immigrerende Atlanten.

We mogen niet vergeten dat de perioden van de uittocht uit Atlantis ver uit elkaar liggen. De beschaving naar de Pyreneeën en Amerika gebracht, juist voor en na de eerste vernietiging, was niet dezelfde als die welke naar Centraal Amerika en Marokko werd gebracht voor de tweede opheffing van de aardkorst; noch dezelfde als die welke in Egypte en Yucatan werd ingevoerd voor de laatste vernietiging.

In de Pyreneeën zijn er overblijfselen van vroege Atlantische nederzettingen, evenals in Marokka, die nog niet werden ontdekt. In Amerika zijn sporen te vinden van Atlantische rituelen en ceremonieën in de vele Indiaanse stammen. In Centraal Amerika en Egypte tonen oude ruïnes zekere Atlantische invloeden aan en in beide plaatsen zal men geschriften ontdekken over de Atlantische geschiedenis, verhalen van vroegere beschavingen die veel van de Joodse geschriften die we in de Bijbel vinden, zullen uitleggen.

De West-Indies – zoals werd aangeduid – zijn delen van het werelddeel en op Bimini zijn er vandaag nog overblijfselen van een oude Atlantische tempel.

Stuk voor stuk zullen de bewijzen van het bestaan van Atlantisch samengebracht worden.

Zoals werd opgemerkt is het voor de huidige mens zeer belangrijk de vele invloeden te begrijpen die steeds duidelijker een Atlantisch karakter zullen krijgen. Dit kan ons helpen de verwarring te begrijpen waardoor we nu gaan en waardoor we verder moeten gaan.

(vertalingen: M. Vansteenkiste)

http://users.belgacom.net/cayce/framenl.htm

Gerelateerde Berichten