Spirituele informatie

Lichaam en geest

Er is ontzettend weinig bekend over de inwerking van de geest op het lichaam. Hoe is het in vredesnaam mogelijk, dat, als ik eraan denk om een kopje beet te pakken, door mijn wil deze denkkracht omgezet kan worden in de fysieke beweging om werkelijk het kopje te pakken ? Evenzo is over de inwerking van het lichaam op de geest nauwelijks iets bekend. De ervaring van lichamelijke pijn kennen we allemaal, evenals die van aanraking, streling, gekieteld worden, tasten, smaken, horen, zien etc. Wat zijn dit voor processen, die zo alledaags zijn, dat we er nagenoeg nooit bij stilstaan, maar als je ze onder de loep neemt, raadselachtig en niet te doorgronden zijn ?
Voor wetenschappelijke analyse zijn deze processen bijna ongrijpbaar.
De New-Age-beweging grijpt terug op oude inzichten uit de hindoeïstische en boeddhistische wereld.
Prana

Allereerst gaat men uit van het bestaan van ”levensenergie”. In de literatuur treft men diverse benamingen aan voor levensenergie, bijvoorbeeld od, chi, ki, tj’i, bio-energie, kundalini, prana, etc. Eerlijk gezegd weet ik niet precies of met de verschillende benamingen dezelfde energieën bedoeld worden, of verschillende energie-vormen.
Het woord prana wordt meestal weergegeven met het woord adem, wat helaas geleid heeft tot veel misverstand. Prana betekent wel in veel gevallen ook adem maar bij de wijsgeren der yoga heeft het bovendien de betekenis van levensadem of levenskracht.
Moderne theoretici spreken in dit verband ook graag van kosmische energie, wat soms aanleiding gegeven heeft tot verwarring. Prana is inderdaad kosmische energie maar men kan haar niet registreren met natuurkundige apparaten omdat deze instrumenten geen geestelijke observaties kunnen doen.
(Henri van Praag, Paranormale lichamelijkheid)

Deze levensenergie stroomt door de ruimte, en is overal aanwezig. Verschillende richingen beschrijven aspecten van deze energie-stromen.

Feng shui betekent wind en water. Deze Chinese leer houdt zich bezig met de manier waarop energie door de ruimte stroomt, zowel door huizen als door een stad of een landschap.
(Alternatieve woordenlijst in : Alternatieve geneeswijzen, januari 1999)
Meridianen

In het lichaam zijn energiebanen te onderkennen die in verband staan met de levensenergie. Deze energiebanen worden meridianen genoemd. In de acupunctuur prikkelt men punten op de huid die op deze meridianen liggen om de organen die met de betreffende meridiaan in verbinding staan te stimuleren. Eerlijk gezegd ben ik niet echt goed op de hoogte van de precieze theorieën op dit gebied, Ik hoop dat ik niets verkeerd formuleer. Ik beschrijf deze onderwerpen zoals ik ze begrepen heb.
De wetenschap heeft het bestaan van deze energiebanen kunnen bevestigen voor zover het electrische energie betreft :

Zoals de lezer bekend zal zijn, berust deze naaldentherapie (de acupunctuur) op punctie in bepaalde gevoelige punten van het lichaam. Franse metingen hebben uitgewezen dat de acupunctuurlijnen die deze punten verbinden, samenvallen met de banen der geringste (electrische) weerstand aan de huidoppervlakte.
… het is onmiskenbaar dat er over het hele huidoppervlak ’kanalen’ liggen die een geringere weerstand hebben dan hun omgeving. Leidt men electriciteit over het lichaam, dan kiest ze de weg van de geringste weerstand, d.w.z. via de kanalen. Dat is ook het geval als er electriciteit vanuit de organen naar de huid gezonden wordt.
Men zou dit kunnen vergelijken met een landschap waarin kanalen lopen, die telkens op één plaats het diepste zijn. Bij een overstroming zullen nu eerst die kanalen vollopen en het allereerst de diepe punten.
Nu hebben de Chinese anatomen deze kanalen of lichaamsmeridianen … al meer dan tweeduizend jaar geleden gelokaliseerd. Dat ze er zijn is onmiskenbaar en de galvanometer situeert ze op precies dezelfde plaatsen.
(Prof. H. van Praag, Paranormale lichamelijkheid)
Aura

Rondom het lichaam nemen helderzienden een eivormig omhulsel waar, de z.g. aura. In het boek ”De aura, uitstraling van mens dier, plant en steen” staan afbeeldingen van aura’s. Hierover wordt vermeld :
In het eerste en verreweg het grootste gedeelte gaat het om geschilderde afbeeldingen van allerlei soorten aura’s zoals ik die helderziend heb waargenomen. De afbeeldingen zijn zo getrouw mogelijk vervaardigd, maar het is natuurlijk toch maar een momentopname die u de indruk kunnen geven dat het hier om een statische toestand gaat. En dat is bezijden de werkelijkheid. In feite is het zo dat zich binnen dat complexe geheel van de aura voortdurend wisselingen voordoen, wisselingen van kleur, van intensiteit en van omvang. Er is binnen zo’n aura een voortdurende beweging van veranderende kleurpatronen.
(W.H. Gmelig Meijling, De aura; uitstraling van mens, dier, plant en steen)

In de aura weerspiegelen zich de lichamelijke en psychische toestand :

Ik heb al tientallen jaren een drukke praktijk waar maandelijks honderden mensen komen.

Gelukkig staat mij … zowel bij ziekte als bij andere problemen, het vermogen ter beschikking om de aura’s van mijn patiënten te kunnen zien. Een ziekte bij voorbeeld wordt in de aura zichtbaar als een afwijking van het normale patroon in kleur en opbouw rond de ziektehaard, terwijl ook geestelijke problemen op een andere wijze afwijkingen in de aura teweegbrengen. Natuurlijk is de interpretatie van al die details niet altijd even eenvoudig maar toch kan ik zeggen dat het waarnemen van de aura voor mij verreweg de belangrijkste factor is wanneer ik moet beoordelen hoe het met een patiënt gesteld is. Ik weet niet alleen in vrij korte tijd wat een patiënt ongeveer mankeert en waar de hoofdproblemen zitten, dikwijls zie ik ook wat zij bewust of onbewust achterhouden. Want u kunt zich voorstellen dat iemand die in moeilijkheden zit, lang niet altijd direct bereid is alles te vertellen wat hem dwars zit. Soms onbewust omdat hij het niet durft, soms ook bewust omdat hij zich mooier wil voordoen dan hij is omdat hij anders bang is zijn gevoel van eigenwaarde te verliezen. Het komt nogal eens voor dat mensen niet in staat zijn mij de hele waarheid te vertellen en ook dan kan het zien van de aura voor mij een aanwijzing zijn.
(W.H. Gmelig Meijling, De aura; uitstraling van mens, dier, plant en steen)
Chakra’s

Er worden een aantal plaatsen in het lichaam geïdentificeerd die speciaal in verband staan met emoties. Deze plaatsen worden chakra’s of energiecentra genoemd.
Binnen de aura vinden we op zeven verschillende plaatsen een soort knooppunten, de chakra’s, die we zouden kunnen vergelijken met de zenuwknooppunten in ons gewone, fysieke lichaam. Die chakra’s worden door helderzienden waargenomen als zeer snel draaiende trechters die met het punt op het lichaam staan en die alle een verbinding hebben met de grote zenuwbanen die door ons ruggemerg lopen.

(Hun) functie is tweeërlei. In de eerste plaats is het mogelijk om via de chakra’s energie uit de buitenwereld op te nemen.

De tweede functie van die chakra’s is zo mogelijk nog belangrijker, want via die chakra’s vangen wij ook de gedachten van anderen op en via de verbinding met het ruggemerg komen die gedachten in ons bewustzijn terecht waar wij ze dan voor onze eigen gedachten houden.
(W.H. Gmelig Meijling, De aura; uitstraling van mens, dier, plant en steen)

De verschillende chakra’s hebben verschillende functies :

De onderste vier chakra’s zitten respectievelijk bij het stuitbeen, ter hoogte van de navel, één bij de maag ter hoogte van de plexus solaris en één bij het hart.
Die vier chakra’s behoren bij het meer stoffelijke deel van de aura en ze regelen allerlei organische functies in ons lichaam.
De overige drie werken heel nauw met elkaar samen en hebben meer met de geestelijk aspecten van de mens te maken.
De keelchakra bij voorbeeld beïnvloedt het spreken en dus ook de stembanden.
De voorhoofdchakra zit tussen beide wenkbrauwen en beheerst het denken.
En tenslotte is er het kruinchakra bovenop het hoofd. Langs deze opening in de aura kunnen allerlei inspiratieve gedachten indalen en zo tot het menselijk bewustzijn doordringen.
(W.H. Gmelig Meijling, De aura; uitstraling van mens, dier, plant en steen)

Een enkele auteur noemt meer dan zeven energiecentra :

Er zijn ook drie wilscentra, die zich aan de achterkant van het lichaam bevinden. De eerste hiervan ligt in de lendestreek … De tweede … ligt tussen de schouderbladen en heeft zowel eronder, bij de achterste aanhechting van het middenrif, als erboven, bij de nek een soort neventrechter. Deze drieledige formatie, die in het bijzonder verband houdt met de naar buiten gerichte wil, wordt zelden in de vakliteratuur vermeld. Bij het achterhoofd bevindt zich een trechter die zowel wils- als mentaal centrum is.
(John C. Pierrakos, Energetica van de Ziel)

Een niet paranormaal begaafd persoon kan aanvoelen dat de plaatsen op het lichaam, waar helderzienden chakra’s waarnemen, meer verbonden zijn met emoties of de wil dan andere delen van het lichaam. Dat vinden we terug in zegswijzen als “de zenuwen gieren door mijn keel” of “ik hield mijn buik vast van het lachen”.

Astraal lichaam

In spiritistische literatuur wordt melding gemaakt van meerdere lichamen. Behalve ons gewone stoffelijke lichaam, zijn er lichamen van andere fijnstoffelijke substanties, van andere soorten materie dan we kennen van onze stoffelijke wereld, en onzichtbaar voor het gewone oog,. Tijdens het waakbewustzijn vallen deze lichamen doorgaans samen. Tijdens de slaap, tijdens een droom of tijdens uittredingen kunnen de fijnstoffelijke lichamen ons stoffelijk lichaam verlaten. Met fijnstoffelijke lichamen kan men waarnemingen doen, De meeste mensen kunnen deze waarnemingen – die zij doen tijdens hun slaap – niet mee nemen naar het dagbewustzijn. Toch herinnert men zich er soms iets van tijdens het waakbewustzijn. Het doet zich dan voor alsof het in een droom voorkwam.
We beschikken … over een soort tweede lichaam dat het ’etherisch dubbel’ wordt genoemd, een voertuig voor de geest …
(Gijsbert van der Zeeuw, Wonderen of wetten)

Tijdens een uittreding beleefde Gijsbert van der Zeeuw het volgende :

Ik liep in een half donkere stad, hier en daar brandde wat licht. Ik zag een lage ouderwetse auto en Duitse officieren die ik herkende aan hun helmen met pieken, afkomstig uit de eerste Wereldoorlog. Ik verwonderde me daar vaag over want het was toch 1947 maar ik liep door. Bij een jongeman die werkte in een loods waar hout werd verwerkt, kreeg ik het gevoel dat ik in dit gebied iets moest doen. Ik wilde me al bekend maken, toen een oudere man waarschuwend de vinger op zijn lippen legde. Ik liep de straat weer op en zag meisjes in een kring dansen. Er ging een rolletje pepermunt rond, en toen de meisjes mij opmerkten, boden ze mij er een aan die ik opat. Daarna werd ik in hun kring meegetrokken, ze grepen mijn handen vast en toen was het alsof de hel losbarstte. Zij die mijn handen vasthielden, hun eigen handen voelden klam en koud aan, riepen ’Ach, hier is er een van de aarde, zijn handen zijn gloeiend’. En het hele stel stortte zich op mij. Wat er gebeurd zou zijn als ik geen hulp had gekregen werd mij later verteld. Ze houden je vast en proberen via je etherisch dubbel in je lichaam binnen te dringen, soms wel met meerdere tegelijk. U begrijpt dat iemand die zo bezeten wordt onvermijdelijk in een zenuwinrichting terechtkomt. Maar in dit geval schreeuwde ik om hulp en plotseling was alles weg en ik stond in een fel blauw licht. Daarin verscheen een vrouw die ik later altijd ’de vrouw met de bruine ogen’ ben blijven noemen. Ze keek me half lachend, half spottend aan en begon me toen op mijn fouten te wijzen. ’Kijk’, zei ze, ’je hebt twee fouten begaan, ten eerste heb je in deze sfeer pepermunt gegeten en ten tweede, je hebt je laten aanraken. Vergeet niet dat je je etherisch dubbel bij je hebt en dat wordt zwaarder als je iets eet uit een sfeer lager dan je eigen sfeer. Doordat je je dubbel bij je hebt, ben je bovendien voor iedereen zichtbaar. Was je alleen als geest gekomen, dan zou niemand je gezien hebben. De wondjes die je nu aan je dubbel hebt opgelopen, zullen snel weer wegtrekken, maar ze zullen ook op je stoflichaam te zien zijn. Je moet nooit iets eten in een sfeer lager dan de jouwe, gebeurt er toch zoiets als dit, dan moet je je direct naar je eigen lichaam terugdenken. Omdat je tot een hogere sfeer behoort, is je temperatuur ook hoger en daaraan word je direct herkend.’
(Gijsbert van der Zeeuw, Wonderen of wetten)

Gedachtekracht

In het niet materiële universum, dat men via uittredingen kan bezoeken, heersen geheel andere natuurwetten dan op aarde. Eén van die wetten is dat men dingen kan bewerkstelligen door ze alleen maar te denken. Zo kan men ergens heen gaan door zich daarheen te denken.
Ik heb na talloze ervaringen geleerd dat de mens die via uittredingen deze sferen bezoekt, macht kan verkrijgen over de fijne materie waaruit deze gebieden zijn opgebouwd. Hij kan deze vervormen door middel van gedachtekracht. Men heeft echter alleen maar macht over materie uit lagere gebieden dan de eigen sfeer. Noch mensen, noch zielen kunnen op korte termijn iets veranderen in hun eigen sfeer. Wel kunnen geesten in hun eigen sfeer veranderingen bewerkstelligen bij langdurige concentratie.
(Gijsbert van der Zeeuw, Wonderen of wetten)
In een andere uittreding leert Gijsbert van der Zeeuw

… dat er ook in de allerlaagste sferen onbewuste zielen leven die een zekere macht over de bij hun aanwezige materie hebben en zich daardoor bij voorbeeld mooier kunnen voordoen dan ze zijn.
(Gijsbert van der Zeeuw, Wonderen of wetten)

Het zilveren koord

Ik had mijn lichaam in slaap gebracht en verlaten en ik keek om mij heen.

Ik probeerde mijzelf te bekijken, maar dat lukte mij niet. Alleen wist ik, dat ik een lichaam bezat, ongeveer gelijk aan het stoffelijke en dat ik gekleed was in een soort zachte, wollige gele mantel, met op de rug een capuchon, zoals bij de pij van een monnik. Er waren meerdere vreemde dingen. Er liep een lichtend snoer van mijn stoffelijk lichaam vanuit de maagstreek naar de maagstreek van het lichaam waarin ik mij nu bevond. Ik trachtte het vast te grijpen, maar dat lukte niet, want ik ging er gewoon doorheen. Het snoer leek dan ook meer op een lichtstraal dan op een stoffelijke substantie. Hoe ik mij wendde of keerde, de lichtstraal bleef één rechte baan beschrijven, zonder onderbreking en zonder hoeken of bochten.
Ik wist, dat deze lichtstraal mijn geestelijk lichaam vasthield aan het stoffelijke en zolang deze verbinding er was, zou ik verplicht zijn op aarde te blijven. Zodra deze lichtstraal brak was ik ’vrij’. Ik kon mij toch vrij bewegen, want de lichtstraal werd langer en korter naar gelang ik mij van mijn stoffelijke lichaam verwijderde of er dichterbij kwam.
(Gijsbert van der Zeeuw, Helderziendheid in ruimte en tijd)
Dit zilveren koord wordt reeds in de bijbel genoemd :

Het zilveren koord is versleten en knapt af, de gouden lamp valt stuk; de kruik breekt bij de bron en het scheprad valt kapot in de put. Je lichaam vergaat tot stof, keert terug in de aarde, waaruit het kwam; en je levensadem keert terug naar God, die hem gegeven heeft.
(Prediker 12 : 6, 7)

Het lichaam verdooft gevoelens

Een veelgehoorde opvatting is dat het lichaam de menselijke ervaring inperkt. Wanneer de mens het aardse lichaam heeft losgelaten, zal men gevoelens veel intenser kunnen ervaren.
Gevoelens in het lichaam ontstaan vanuit de fijnstoffelijke lichamen en kunnen zich pas juist manifesteren als de lichamelijke blokkades zijn opgeheven. Dus als het fysieke lichaam is achtergelaten, kunnen deze gevoelens nog veel sterker zijn, omdat ze niet meer worden tegengehouden door het grofstoffelijke van het fysieke bestaan. Het is van belang te weten dat de gevoelens die je in je lichaam waarneemt, gevoelens van genot en geluk, na dit aardse leven niet zijn afgelopen. Ze worden juist intenser. Je bent veel beter in staat tot het voelen van puur genot, van extase, van gelukzaligheid, van liefde, van wat op aarde sexualiteit genoemd wordt, dat wil zeggen totale eenwording met een ander wezen. (Ik spreek nu over die entiteiten die valse angsten en belemmeringen achter zich gelaten hebben; zo niet, dan zal hun bestaan niet anders zijn dan op aarde.)
(Padwerklezing 177)

Verdovende middelen

De New-Age-beweging keurt het gebruik van verdovende middelen doorgaans af :
Verdovende middelen mogen gebruikt worden als het nodig is bij operaties en dergelijke. Maar dan nog raden wij een ieder aan die ermee te maken heeft, tast goed af en test of gij werkelijk niet meer gebruikt dan nodig is.
Maar onnodig allerlei middelen tot u nemen betekent verduistering …, betekent een zo sterke mate van versluiering, dat alles vergrijst in u …

Wees bereid dit kruid-der-duisternis uit uw leven te bannen, doe het zónder, overwin uzelf en beheers u. En als ge dat niet meer kunt, zoek dan bronnen die bereid zijn u te helpen om dit alles te overwinnen. Maar durf te erkennen dat het niet goed is die verdovende middelen te gebruiken. Stel het niet voor alsof het wél goed is en nodig anderen niet uit tot het gebruik ervan.
En moedig dat zeker niet aan door mooie universele verhalen te gaan vertellen, die niet waarlijk lichtend zijn.
Ik weet dat ik misschien sommigen zeer opstandig zal maken met datgene wat ik nu zeg, maar besef goed, mijn kind, dat gij die deze waarschuwing hoort grote verantwoordelijkheid op u laadt met dóór te gaan, want ge kunt niet meer zeggen : ik wist niet wat ik deed ! Want nu weet ge wél wat ge doet ! Ge kunt alleen zeggen : ik geloof u niet. Dán moge God u beschermen, want voorwaar ik zeg u : élk woord is wáár !
(Laetitia, Van mens tot mens)

Lichaamswerk

Binnen de New-Age-beweging wordt lichaamsbeweging gebruikt om zich meer bewust te worden van innerlijke spanningen. Lichaamsoefeningen stellen de mens tevens in staat zich te ontspannen.
Ik heb op dit gebied kennis gemaakt met bio-energetica en hatha-yoga. Beide vormen van lichaamsoefeningen hebben op mij een overduidelijk effect, dat ik niet met het verstand kan verklaren.

Zowel bio-energetica als yoga kennen geen competitie-element :

Het zijn oefeningen, geen vaardigheden, en er hangt veel af van wat je erin stopt. Je kunt ze mechanisch doen, maar dan heb je er weinig profijt van. Je kunt ze dwangmatig doen, maar dan daalt hun waarde. Je kunt ze doen om jezelf te bewijzen, maar er valt niets te bewijzen. Als je ze echter doet met liefde en belangstelling voor je lichaam, zul je er versteld van staan wat dat oplevert.
(Alexander en Leslie Lowen, Bio-energetische oefeningen)

Bio-energetica

De basis voor de bio-energetica werd gelegd door de Amerikaan Wilhelm Reich. Zijn ideeën werden uitgewerkt door zijn leerlingen Alexander Lowen en John Pierrakos.
Wat we wel kunnen vermijden is de verstarring die te wijten is aan spierspanningen die het gevolg zijn van onopgeloste emotionele conflicten. Iedere druk produceert een toestand van spanning in het lichaam. Normaal gesproken verdwijnt de spanning als de druk wordt opgeheven. Chronische spanningen blijven echter, ook nadat de druk die ze opriepen is verdwenen, bestaan in de vorm van een onbewuste lichaamshouding of spierstand. Zulke chronische spierspanningen verstoren de emotionele gezondheid doordat ze iemands energie doen afnemen, zijn beweeglijkheid belemmeren (het natuurlijke spontane spel en de beweging van het spierenstelsel) en zijn zelfexpressie beperken.
Het wordt dan zaak deze chronische spanning te verlichten wil de persoon weer volledig gaan leven en zijn emotionele welzijn terugkrijgen.
Het lichaamswerk van de bio-energetica omvat zowel methodes waarbij je met je handen te werk gaat als speciale oefeningen. De methodes voor je handen bestaan uit massage, beheerste druk en en zachte aanraking om de samengetrokken spieren te ontspannen. De bedoeling van de oefeningen is dat ze iemand helpen om contact te leggen met zijn spanningen en die via geschikte bewegingen los te laten. Het is belangrijk om te weten dat elke samengetrokken spier een bepaalde beweging tegenhoudt.
Deze oefeningen zijn ontwikkeld in de loop van meer dan twintig jaar van therapeutisch werk met patiënten. Ze worden toegepast in therapiesessies, in groepen en thuis. De mensen die deze oefeningen doen geven te kennen dat ze een positief effect hebben op hun energie, hun stemming, hun werk.

Diepgaande emotionele problemen, die gewoonlijk om bekwame professionele hulp vragen, kunnen er niet door worden opgelost. Mensen die niet in therapie zijn en deze oefeningen doen, blijken ze vaak als hulpmiddel te kunnen gebruiken om problemen door te werken die ze zich tijdens de loop van de oefeningen bewust zijn geworden. Maar of je nu wel of niet in therapie bent, als je de oefeningen regelmatig doet kan dat je aanzienlijk helpen om meer te gaan leven en meer te genieten.
(Alexander en Leslie Lowen, Bio-energetische oefeningen)
Rembrandt,
Jezus geneest een melaatse

Alternatieve geneeswijzen

Alternatieve geneeswijzen zijn al die vormen van diagnostiek en therapie waarvan de doeltreffendheid met behulp van wetenschappelijke methoden niet begrepen kan worden of niet aangetoond kan worden. Bekende voorbeelden zijn homeopathie en acupunctuur.
Toen ik weer in Nederland was moest ik mijn laatste studiejaar nog afmaken. Tijdens sommige co-schappen in het ziekenhuis is het gebruikelijk dat je voor de heren specialisten, assistenten en co-assistenten een voordracht houdt over een medisch onderwerp. Ik koos acupunctuur. Dat stuitte echter op geweldige weerstand. Dat soort kwakzalverij hoorde geen onderwerp te zijn van een wetenschappelijke bijeenkomst. Ik zette door en ik werd tijdens mijn presentatie volledig gevierendeeld. Er bleef van mij en mijn onderwerp niets over.
Na afloop van de bijeenkomst kwam één van de hoogleraren die zich tijdens mijn presentatie uiterst negatief had uitgelaten naast mij lopen en zei : ’Ik heb een broer met ernstige rheuma, onze geneeskunde heeft hem niets meer te bieden, heb jij misschien een adres van een goede acupuncturist ?’
(Paul van Dijk, Meer dan één geneeskunde, in : Alternatieve geneeswijzen, januari 1999)

In de afgelopen jaren is in de reguliere ziekenzorg de belangstelling voor en acceptatie van alternatieve therapieën toegenomen :

Dokter Kho is anesthesioloog in het Academisch Ziekehuis in Nijmegen. Om mensen onder zeil te krijgen voor een operatie gebruikt hij soms morfine maar ook acupuntuur.
’Met gewone narcose stel je het lichaam buiten werking door er morfine in te brengen. Met acupunctuur activeer je het lichaam juist. Ik zet naaldjes op het oor en stimuleer die met kleine stroomstootjes. Daardoor verhoog ik de pijngrens : de patiënt maakt dan zelf morfine aan. Soms kan de normale dosis morfine daarna enorm verlaagd worden, soms is de natuurlijke morfine-aanmaak al voldoende om een operatie te kunnen doen. De hersteltijd na de operatie is dan veel korter. Van morfine blijf je vaak dagenlang suf, misselijk en duizelig. Er zijn ook mensen die er allergisch voor zijn. Sinds we hier onderzoek hebben gedaan naar acupunctuur-narcoses is deze techniek in veel meer ziekenhuizen routine geworden.

In Engeland en Duitsland draaien al faculteiten voor complementaire geneeswijzen. In Nederland is de lobby van de farmaceutische industrie misschien nog net iets te groot; die hebben natuurlijk geen belang bij afgestudeerde medici die ook iets weten van aanvullende methodes waar ze de industrie niet bij nodig hebben. Maar de zorgverzekeraars zijn wél enthousiast. Na een acupunctuur-narcose verblijft een patiënt vaak dagen korter in het ziekenhuis. Geld is tegenwoordig toch vaak het belangrijkste argument in de medische sector.’
(Yoeke Nagel, ’Alternatief wordt complementair’, in : Alternatieve geneeswijzen, januari 1999)

Ook critici van alternatieve geneeswijzen hebben bezwaren tegen de rol die de commercie speelt. De industrie moedigt alternatieve geneeskunde aan of wijst deze af al naar gelang daar geld mee te verdienen is :

Tegenwoordig wint de orthomoleculaire benadering sterk terrein. Deze beroept zich op de reguliere geneeskunde, maar is voor (gynaecoloog en criticus van alternatieve geneeswijzen) Renckens net zo goed kwakzalverij. De grondlegger Linus Pauling won twee maal de Nobelprijs, zij het niet voor de geneeskunde. Renckens : ”Op latere leeftijd heeft die man vitamine C als een panacee omhelsd. Dat zou goed zijn voor psychische en psychiatrische aandoeningen.” Vitaminesupplementen zijn alleen nuttig als je tekorten hebt. Wij zouden vitamines moeten slikken alsof scheurbuik ons grote probleem is. De propaganda van de orthomoleculairen richt zich direct tot de leek; een normale dokter heeft meteen door dat het flauwe kul is. Het zijn kwakzalvers want ze bieden de pillen aan terwijl nog niets bewezen is. ”Daarom irriteer ik mij zo aan Numico. De directeur van Numico zei in de Volkskrant ’Of de pillen werken of niet, laat ik voorlopig niet onderzoeken’. Numico loopt ver voor de muziek uit. Ze zeggen dat het nog jaren duurt om onderzoek te doen maar ondertussen verkopen ze het spul wel.”
(Morries Leeraert, ’Hedendaagse Kwakzalvers’, in : Kritisch consumeren, november 2000)

Het eerste punt in de volgende opsomming heeft wellicht te maken met het feit dat deze lijst stamt uit een publicatie van de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse boek.

Waar u aan moet denken bij het bezoek aan een alternatief therapeut :
Verzamel vooraf informatie over de vele verschillende complementaire geneeswijzen die beschreven worden in boeken, tijdschriften en op het internet.
Kies bij voorkeur een therapeut die lid is van een bonafide beroepsvereniging; de meeste therapeuten zullen zelf vertellen waar ze lid van zijn.
Informeer bij uw ziektekostenverzekeraar of de behandeling vergoed wordt.
Stel uzelf een periode voor een minimaal behaald resultaat, waarna u voortzetting van de behandeling overweegt.
Bespreek uw keuze met uw huisarts, zodat er geen onverenigbare behandelingen worden toegepast.
Heroverweeg direct uw keuze als uw alternatieve therapeut u aanraadt te stoppen met uw reguliere behandeling, middelen voorschrijft die hij of zij zelf verkoopt, u een erg ingrijpende verandering van levensstijl op lijkt te dringen, niet wil of kan verklaren waarom hij bepaalde handelingen verricht of voorschrijft, grote hoeveelheden tabletten of andere preparaten laat gebruiken, ook als die ’onschadelijk’ en ’natuurlijk’ worden genoemd.
Vraag bij uw reguliere arts, instelling of ziekenhuis naar de mogelijkheden voor complementaire zorg als u daar belangstelling voor hebt. Als u besluit om zelf een ’alternatief therapeut’ aan uw bed te vragen, meld dat dan ook aan uw behandelend arts.
Een kritische houding ten aanzien van alternatieve geneeswijzen is natuurlijk geboden. Kwakzalvers hebben in het verleden al veel te veel schade aangericht. Maar wanneer een kritische houding omslaat in het bij voorbaat afwijzen van elke vorm van alternatieve therapie, is de wetenschap daar zeker niet bij gebaat.

Onvoorwaardelijk verwijst (gynaecoloog) Cees Renckens de geneeskracht van alternatieve geneesmiddelen naar het rijk der fabelen. Wie ze voorschrijft, aanraadt of verkoopt, maakt zich schuldig aan kwakzalverij.

In zijn boek (Kwakzalvers op kaliloog) noemt Renckens vier bezwaren tegen de kwakzalverij:
Zij kan gevaarlijk zijn; door het uitblijven van een juiste diagnose kan een adequate behandeling te lang worden uitgesteld;
Alternatieve geneeswijzen medicaliseren problemen die vaak van sociale of psychische of psychsomatische aard zijn.
Ze wekken valse hoop, en
ze berusten op onbewezen of achterhaalde voorstellingen.

’In de geneeskunde is er zóveel traditie en folklore dat je rigoureus wetenschappelijk moet kijken of iets werkt of niet, en dat je dat empirisch toetst.

Een commissie waarin alternatieve en reguliere artsen zaten concludeerde dat je homeopathie wel degelijk als methode kom onderzoeken. Dat is dan ook gebeurd. Eén helft van een groep patiënten kreeg een placebo, de andere een homeopathisch middel naar keuze. Er bleek geen verschil te zijn tussen de werking van het placebo en de homeopathische behandeling. Dus je kunt het wel degelijk nakijken.

De artsen die alternatieve geneeswijzen toepassen moeten hun dokterstitel inleveren. Ik kan niet tolereren dat dokters en apothekers met hun titel en status vertrouwen wekken maar het gebruiken voor iets anders.’
(Morries Leeraert, ’Hedendaagse Kwakzalvers’, in : Kritisch consumeren, november 2000)

Mijn huisarts heeft mij een homeopathisch middel aanbevolen voor een kwaal waarvoor in de reguliere geneeskunde geen medicijnen bestaan. Zij heeft daarbij geen enkele valse hoop gewekt. Ik heb het middel uitgeprobeerd, en ik verbeeld mij dat door dit middel de symptomen aanzienlijk verminderd zijn. Ik schrijf ’verbeeld mij’ om voorzichtig te zijn, maar eigenlijk heb ik gewoon de indruk dat het geneesmiddel (in mijn lichaam met zijn specifieke kenmerken) echt een zeker effect ten goede heeft. Dat hetzelfde middel in andere lichamen wellicht geen enkele uitwerking heeft, dat zou heel goed kunnen. Een statistische analyse zou kunnen uitwijzen, dat het middel bij de meeste mensen geen effect ressorteert. Maar dat betekent toch niet dat het bij niemand werkt ? Wellicht worden in de toekomst de specifieke condities ontdekt, waaronder het middel wel en niet werkt, en wordt het dan alsnog aan de reguliere geneesmiddelen toegevoegd.

Alternatieve geneeskunde is inmiddels terrein voor serieus wetenschappelijk onderzoek geworden, en de resultaten geven allerminst aan dat het in alle gevallen om kwakzalverij gaat :

Het Parapsychologisch Instituut te Utrecht heeft van 1989 tot eind 1992, met subsidie van het Ministerie van WVC, onderzoek verricht in de praktijken van drie paranormaal therapeuten. Hieruit komt naar voren dat paranormale therapie voor chronisch zieken een zinvolle aanvulling kan betekenen op een medische behandeling, met name op het gebied van pijnvermindering en verbetering van de kwaliteit van leven.

Als de geënqueteerde patiënten gevraagd wordt naar het door hen beleefde effect van de paranormale behandeling, meldt 83% in meer of mindere mate een verbetering te ervaren. Dit is een bijzonder hoog percentage !
Bij 12% verdwijnt de klacht en bij 47% vermindert deze. Opvallend is het grote aantal mensen dat aangeeft dat de verbetering vooral ook merkbaar is op psychologisch vlak. 36% voelt zich rustiger, 34% krijgt meer vertrouwen, 27% kan zijn problemen beter aan en 21% is minder depressief. Dit is een belangrijk gegeven, omdat vooral bij chronisch zieke mensen psychosociale aspecten met betrekking tot de ziekte een grote rol spelen : de wijze waarop zij hun ziekte beleven en de mate waarin de ziekte invloed heeft op hun sociale leven zijn van belang bij het verloop van en het omgaan met de ziekte. Medische hulpverleners hebben op dat vlak – gegeven de uitgangspunten van het medisch model dat vooral op het lichaam betrekking heeft – doorgaans weining te bieden.
In totaal geeft 74% van de respondenten in dit onderzoek aan dat er sprake is van verbetering van het psychisch welzijn, ervaart 59% een verbetering van het lichamelijk welzijn en merkt 30% de invloed van de paranormale behandeling bij de uitoefening van hun dagelijkse activiteiten.
(Martine Busch, Paranormale therapie, een zinvolle aanvulling bij de behandeling van chronische zieken, in : Prana, nr. 84, augustus/september 1994)

De alternatieve geneeskunde is, lijkt mij, het meest gebaat met eerlijkheid. De resultaten bagatelliseren is net zo onjuist als resultaten ophemelen. Sommige resultaten zijn verbluffend, maar het komt ook voor dat een alternatieve geneeswijze medisch geen effect heeft :

Ook zijn er mensen die genezen en hun mond niet open doen. Zij verzwijgen dat het hier gebeurd is terwijl ze van een ongeneselijke ziekte genezen zijn en met een jaap van een litteken rondlopen. Ze durven het niet eens tegen hun arts te zeggen. Die mensen zijn er ook. Genezingen komen ook voor bij mensen die het, menselijk gesproken, eigenlijk niet verdienen. Dan zie je soms mensen die vol liefde zijn en die ook al heel lang komen. Ik zou hen graag gunnen dat ze mogen genezen. Ik wou dan dat ik als mens iets kon doen en vraag me dan af waarom met al die liefde er toch niets gebeurt.
(Jomanda in een interview met Jo van Orshoven, in : Prana, nr. 84, augustus/september 1994)
Paragnosie

Paragnosie is het verschijnsel dat mensen iets weten wat ze onmogelijk door waarneming met de fysieke zintuigen of door logisch redeneren kunnen weten.
Van de oudheid af tot op onze dagen vinden wij melding gemaakt van voorspellende dromen en daaraan verwante verschijnselen. Het behoeft wel geen betoog dat slechts een deel van deze berichten de toets ener wetenschappelijke kritiek kan doorstaan.
(Prof.Dr. W.H.C. Tenhaeff, Inleiding tot de parapsychologie)
Dat paragnosie bestaat, is inmiddels door de wetenschap vastgesteld.

We spreken van spontane paragnosie wanneer iemand die zichzelf geen paranormale vermogens toedicht, via paranormale weg iets weet. Dat kan iedereen overkomen.
Een paragnost is iemand die paranormale indrukken kan oproepen.
Vaak maken paragnosten gebruik van voorwerpen die in verband staan met de persoon of de gebeurtenis waarover men via paranormale weg iets wil waarnemen. Zo’n voorwerp wordt een inductor genoemd. Een inductor behoeft niet per sé stoffelijk te zijn. Sommige paragnosten gebruiken geboortedata of sterrenbeelden of dergelijk gegevens om zich af te stemmen op een persoon of gebeurtenis :

Ik hield eens een lezing over geboortedata. Het publiek kon deze vrijwillig opgeven en via een schoolbord berekende ik het een en ander en kwam soms tot verrassende resultaten. … Het was november 1960 en ik was met (de) datum … 7-12-1915 … bezig. …
Op dat moment was die persoon dus 44 jaar, Ik vertelde dat dit de geboortedatum was van een vrouw, die nu, óf weduwe, óf gescheiden zou zijn en waarschijnlijk geen kinderen had. Het laatste half jaar klachten had over haar gezondheid; psychisch een beetje in de knoop zat, zich erg eenzaam voelde en er over dacht al het oude te verkopen, o.a. haar eigen huis. Zij hoopte op een nieuw leven in een andere omgeving met andere mensen en zij hoopte op een nieuw huwelijk.
Het geheel klopte van A tot Z.

Thuisgekomen en nog even napratende met mijn vrouw, die de avond ook had bijgewoond, zei deze plotseling ’Wat jij vanavond hebt gedaan is ergens volkomen ”nep”.’ Ik keek haar verbaasd aan en vroeg nadere uitleg. Zij vervolgde : ’Laten wij die laatste geboortedatum eens onder de loep nemen. Op die datum zijn er zowel meisjes als jongens geboren, Chinezen, Hottentotten, Indianen, negers, Turken, etc. Laten we nu alleen Nederland nemen. Er worden ongeveer 100.000 kinderen per jaar geboren. Indien dit goed verdeeld zou zijn over alle dagen van het jaar dan zouden er per dag ongeveer 275 worden geboren. Velen hebben de 44 jaar niet gehaald en zijn reeds overleden.
1. Hoe en waaraan kan jij dan zien, dat het een vrouw is die nog in leven is ?
2. Zouden dan alle mensen die op deze datum zijn geboren en nog in leven zijn, weduwe of weduwnaar zijn, zich geestelijk niet geheel prettig voelen, hun huis willen verkopen, geen kinderen hebben en een nieuw huwelijk willen sluiten ?
Nee, dat ligt even anders. Ik heb de gehele avond goed opgelet. Je haalt wel iets uit die cijfers, maar verder gebruik je zo’n geboortedatum gewoon als ”inductor”, zoals een foto of een voorwerp, om je zo op iemand af te stemmen en krijg je het merendeel van je gegevens op een paragnostische manier.’
Ik zat met stomheid geslagen, maar bij nader inzien moest ik haar gelijk geven. Inderdaad als ik zo’n datum zie, begin ik wel een paar cijfers te verklaren, maar allengs als ik daarmede bezig ben, begint de persoon daarachter voor mij te ’leven’ en kan ik verder zonder nog naar de cijfers te kijken het een en ander vertellen, dat vér buiten de cijfers valt.
Heeft dit boekje (over numerologie) dan nog wel zin ? Ik heb wel eens aan mensen gezegd, die geen uitgesproken gaven hadden, dat de mogelijkheid bestaat, dat zodra ze aan astrologie doen, tijdens het berekenen van zo’n horoscoop, de latente gave, die een ieder mens bezit ’wakker’ wordt en men méér kan zeggen dan de horoscoop aangeeft.
Dit nu, wil ik ook zeggen voor het ’geboortedataspelletje’.
(Gijsbert van der Zeeuw, Getallen vertellen)

 

http://home.planet.nl/~maat0003/newage3.htm

Related posts