Uittredingen

In principe is een uittreding niets bijzonders omdat iedereen tijdens de slaap zijn fysieke lichaam verlaat, alleen niet iedereen is zich van deze uittredingen bewust.

Bij een uittreding, maakt het astrale lichaam zich los van het fysieke lichaam maar blijft wel verbonden met het fysieke lichaam door het zilveren koord. Het zilveren koord is zeer rekbaar en zal door een uittreding niet breken tenzij het gaat om het fysieke sterven van het lichaam.

Het ervaren van een uittreding is zeer persoonlijk en iedereen zal dit ook anders ondervinden. Je gaat op een gegeven moment uit je lichaam. Het voelt echt aan als opstijgen en je bent je ervan bewust dat je je fysieke lichaam hebt achter gelaten.

Het is mogelijk dat je bij zo’n uittreding je eigen fysieke lichaam ziet liggen. Het is ook mogelijk dat je door het opstijgen opeens het plafond van heel dichtbij bekijkt. Ook kun je met je astrale lichaam door het plafond heen of zelfs door de muur. Dit geeft een vreemde sensatie, alsof je toch enige weerstand moet overbruggen.

Tijdens uittredingen is het mogelijk om andere zielen te ontmoeten, deze zielen verkeren in de tussen sferen, het gebied tussen onze aarde en het gebied waar zielen naar toe gaan als ze zijn overgegaan. Het kan ook dat je geen bekenden ontmoet, maar dat schijnt ook tot de mogelijkheden te behoren.

Het vreemde van uittredingen is, dat hetgeen je meemaakt, helderder is dan ‘gewone’ dromen. Je bent in staat om handelingen te verrichten die je ook daadwerkelijk wilt verrichten, alsof je de zaken naar je hand kunt zetten.

Na een uittreding zal het astrale lichaam weer in het fysieke lichaam terugkomen, dit gebeurd evenwel niet zonder slag of stoot als je hiervan bewust bent. Meestal ervaar je het met een flinke schok dan wel met een soort van metaalachtig klikken in de hersenen

Het vreemde resultaat, dat in de eigentijdse medische dagboeken wordt gepubliceerd, was dat de patiënten een gemiddelde van 21 gram op het nauwkeurige ogenblik van dood verloren. Dr. MacDougall nam de conclusie dat dit het gewicht van de menselijke ziel was

 Op 28 juli 1976 om 3.42 in de vroege ochtend, vindt er een aardbeving plaats in Tangshan, China. Het is de ergste van de twintigste eeuw. Ongeveer een vijfde van de stad kwam om het leven. en duizenden anderen werden van de dood gered. Er werd een speciaal onderzoek gedaan naar het moment van de dood, wat voelden de mensen op het kritieke punt.

Er kwamen verrassende resultaten uit het onderzoek. De meeste mensen voelden geen pijn, maar eerder een opluchting. Het was een soort van opwinding die ze voelden. Sommigen zeiden zelfs dat zij andere afmetingen, speciale wezens, een tunnel van licht, en dingen van deze soort hadden gezien.

Het is waarschijnlijk dat de meeste mensen met deze soorten verhalen vertrouwd zijn, die door deskundigen als NDEs (dichtbij de Ervaringen van de Dood) worden gekend. Zoals het wordt verwacht, hebben de wetenschappers diverse posities met betrekking tot het bestaan van de ziel als individuele entiteit.

In 1907 is er een studie geweest door Duncan MacDougall in Haverhill, Massachussets. MacDougall werkten met 6 patiënten in een kritieke staat, die hij op het ogenblik onmiddellijk voorafgaand aan dood, en toen direct daarna woog.

Het vreemde resultaat, dat in de eigentijdse medische dagboeken wordt gepubliceerd, was dat de patiënten een gemiddelde van 21 gram op het nauwkeurige ogenblik van dood verloren. Dr. MacDougall nam de conclusie dat dit het gewicht van de menselijke ziel was.

Tegenwoordig stelt dit onderzoek niets meer voor in de huidige wetenschap, omdat er vele verklaringen zijn met betrekking tot gewichtsverlies tijdens de intrede van de dood. Nochtans, tot dit ogenblik, schijnt niemand om de wil gehad te hebben om dit experiment te herhalen, of om het te bevestigen of te weerleggen.

De wetenschapper Francis Crick-awarded die de Nobel prijs won in 1962 voor het ontdekken van de dubbel-schroefstructuur van DNA-IS waarschijnlijk de meest bekende eigentijdse vertegenwoordiger voor deze manier om te denken.

Vanuit het tegenovergestelde perspectief van Crick, openbaarden de onderzoeken die in ongeveer de zelfde tijd door een team van Nederlandse artsen van totaal 344 patiënten worden gemaakt die hartoperaties ondergingen, dat 18% van deze mensen van dichtbij doodservaringen had. Stuk van een interview met Pim van Lommel.

Cardioloog Hersendood is niet dood Als het hart stopt, wordt er geen informatie meer uitgewisseld, de interactie stopt en de mens gaat dood. In het kader van postmortale orgaandonatie wordt echter een ander doodscriterium gehanteerd, namelijk hersendood.

Hier kun je grote vraagtekens bij plaatsen. Het hart is samen met de hersenen en het centrale zenuwstelsel het orgaan met de meeste elektrische activiteit. In het hart zit een enorm elektrisch netwerk. Dit betekent dat er ook heel veel magnetische activiteit is. De kontakten van het lichaam met de bewustzijnsvelden treden op via de elektrische en de magnetische velden (die bestaan uit virtuele fotonen).

Ik ben ervan overtuigd dat je bewustzijn niet in je lichaam is opgeslagen, maar dat je via je lichaam je dagelijks bewustzijn ervaart. Je hart is een orgaan met zeer veel elektrische en magnetische activiteit. Het hart heeft – net als de hersenen – rechtstreeks contact met speciale bewustzijnsvelden. Die onderlinge verbondenheid is er zowel in het lichaam, als met de omgeving en met alles.

Wij zijn voortdurend met elkaar en met alles verbonden, zowel in het lichaam als daarbuiten. Als nu het hart stopt met pompen betekent dat het volgende. Realiseer je eerst dat bijna dertig procent van het bloed naar de hersenen gaat. Er zijn proeven gedaan met mensen in een volkomen afgesloten ruimte zonder licht en geluid.

Als deze mensen gaan denken, zie je niet alleen materiële activiteit ontstaan via het elektro-encefalogram (eeg), maar ook de bloedtoevoer naar de hersenen neemt toe. Dus een immateriële activiteit zoals denken of gerichte aandacht veroorzaakt materiële activiteit in de hersenen.

Als de bloedtoevoer nu wegvalt, betekent dit dat de energievoorziening van de hersencellen wegvalt en dat deze niet meer kunnen functioneren. De elektrische en magnetische velden van de cellen vallen weg, waardoor. op dat moment de verbinding met het dagbewustzijn wegvalt.

Je raakt bewusteloos en je ervaart je bewustzijn niet meer via je lichaam. Dit betekent dat wanneer je klinisch dood bent – bij een hartstilstand of een ademstilstand – je onder normale omstandigheden overlijdt binnen vijf tot tien minuten. De cellen zijn dan definitief beschadigd doordat er geen energie meer wordt aangevoerd. Reanimatie lukt dan niet meer.

Bij een kloppend hart echter – bij een hersendode – kun je weliswaar je bewustzijn niet meer via je lichaam ervaren, maar dat betekent nog niet dat de onderlinge verbondenheid tussen alle organen is weggevallen. De stervensfase is ingetreden, is net begonnen, maar de lichamelijke dood is zeker nog geen feit.

Dood ontstaat niet van het ene moment op het andere. Daar gaat een stervensproces aan vooraf. Dat proces begint als het hart stilstaat; vervolgens stoppen de hersenen met functioneren; dan volgt de rest van het lichaam. Dit is een actief proces dat uren kan duren.

Als je een kloppend hart hebt met alleen ‘hersendood’ en je houdt die circulatie in stand, je houdt het hart kloppend en je geeft medicijnen voor een goede bloeddruk, dan is het lichaam niet dood want de cellen versterven niet. De interactie tussen de bewustzijnsvelden en je hersenen kán (!) zijn verbroken, maar je weet nooit of dit definitief of tijdelijk is.

Wetenschap De wetenschap gaat wat merkwaardig om met hersendood. Wetenschap is vragen stellen. Vrij veel wetenschappers beperken zich tot de ideeën die ze al hebben, en alles wat ze tegenkomen wat hierin niet past wijzen ze af. In mijn ogen is dit geen wetenschap en het is ook niet vernieuwend. Het niet kunnen loslaten van je ideeën is ook gebaseerd op angst.

Zo worden nieuwe inzichten op hersendood en bijna doodervaringen door wetenschappers geblokkeerd op een onwetenschappelijke manier. Met de huidige medische kennis uit de westerse wereld kunnen we een hoop aspecten niet verklaren – bv bijna doodervaringen en spontane genezingen van kwaadaardige tumoren – en dus worden ze ontkend.

Je kunt alleen wetenschappelijk blijven door te kijken of je een verklaring kunt vinden voor de vele verschijnselen die je niet kunt begrijpen. Als je die verklaringen niet kunt vinden moet je niet gaan roepen dat het verschijnsel niet bestaat, maar zou je moeten afvragen of er een andere verklaring is die je misschien niet begrijpt.

De westerse wetenschap gaat zover dat ze gebeurtenissen of verschijnselen ontkent als ze niet met een prospectief dubbelblind onderzoek te onderzoeken zijn. Veel wetenschappers willen er nog steeds niet aan dat je psychische gesteldheid je lichamelijke gesteldheid positief of negatief beïnvloedt. Nou hoeft men niet alles te accepteren, maar een wat opener houding zou niet verkeerd zijn.

Ik hanteer graag een citaat uit de Kalama Sutra dat zegt “Beschouw alles als een mogelijkheid, maar aanvaard het pas als je voor jezelf erachter kunt staan en helemaal kunt meevoelen. Dan pas is het waar voor jou”. Ik zal nooit iemand vertellen dat ik gelijk heb, maar ik zal mensen iets proberen aan te reiken.

Als ze er niets mee kunnen, is het goed en als ze er wel iets mee willen, is het ook goed. Bijna-dood ervaringen Bijna-dood ervaringen (BDE’s) worden door een hoop wetenschappers niet serieus genomen, maar voor mij zijn ze waarheid geworden. Door mensen met een BDE te ontmoeten en met hen te spreken is mij veel duidelijk geworden.

Door deze ontmoetingen en gesprekken heb ik de veranderingsprocessen na een BDE bij hen gezien. Alles in onze wereld is subjectief. Dit blijkt nu ook uit de kwantummechanica, niets is objectief. De wereld die wij ervaren via onze waarneming is subjectief.

En dat geldt dus zeker voor de ervaringen die wij innerlijk hebben. We kennen eigenlijk geen objectiviteit. Dé waarheid bestaat niet. Het verhaal van de mens over zijn BDE is zijn waarheid. Deze ervaring is zo indrukwekkend dat het zijn/haar leven wezenlijk verandert.

En omdat de BDE zoveel voorkomt over de hele wereld en de mensen in essentie hetzelfde vertellen – zij het in subjectief gekleurde woorden – is de BDE een gezamenlijke waarheid. Een van de belangrijkste veranderingen na een BDE is dat de angst voor de dood volledig verdwijnt omdat dood niet dood blijkt te zijn.

De mensen verklaren dat hun bewustzijn door blijft bestaan terwijl hun lichaam daar voor dood ligt. Wie uit zijn/haar lichaam is geraakt, is zijn/haar bewustzijn gewórden in die zin dat de beperkingen van het bewustzijn tijdens je ‘leven’ zijn weggevallen.

De beperkingen van het lichaam zijn opgeheven. Als je dan in deze bewustzijnservaring via een tunnel in een andere dimensie komt – waar geen ruimte en tijd zijn – ervaar je dat er ook geen verleden, heden en toekomst is: alles is aanwezig. Je bewustzijn is dan enorm ruim.

Via de BDE krijgt die mens de kans om te ervaren dat, als hij in deze bewustzijnsvelden zit, hij ook alles kan meemaken wat hij in het verleden heeft meegemaakt. Die mens komt in contact met zijn eigen bewustzijnsvelden, met zijn eigen herinneringen, en ook met die van anderen. Hij beleeft dan zijn leven opnieuw vanuit het bewustzijn van een ander.

Als je iemand bv bewust of onbewust kwaad hebt gedaan of geen liefde hebt gegeven, ervaar je dat vanuit de ander. Je voelt vanuit de ander wat je niet goed hebt gedaan. Of je voelt wat je wel goed hebt gedaan. Dit wordt ook wel het ‘levenspanorama’ genoemd.

Hieruit blijkt dat al je gedachten en handelingen blijven bestaan en dat je hiermee opnieuw in contact kunt komen en óók met de bewustzijnsvelden van anderen. Hieruit blijkt tevens dat al die bewustzijnsvelden onderling verbonden zijn.

Mensen kunnen dan ook in contact komen met de bewustzijnsvelden van de gebeurtenissen die nog op handen zijn, met hun eigen toekomstbeelden, en mensen nemen dan waar wat ze nog gaan meemaken. Als ze weer ‘terug zijn’ zijn ze dit soms vergeten en soms weten ze het nog.

Later ervaren ze die gebeurtenissen dan als déjà vu. Soms nemen ze ook toekomstbeelden van de wereldontwikkelingen waar. Ze kunnen in die andere dimensie ook in contact komen met bewustzijnsvelden van overleden dierbaren.

Die bewustzijnsvelden zijn dus overal en altijd met de mensen verbonden. Alles is in die andere dimensie aanwezig en je bent onmiddellijk daar waar je je aandacht op richt. Als die mensen met een BDE twee minuten ‘weg’ zijn geweest kunnen ze een dag praten over wat ze ervaren hebben.

Het boeiende van de BDE’s is dat je inzicht kunt krijgen in hoe die bewustzijnsvelden samengesteld zijn. En tevens krijg je enig zicht op de bewustzijnsbeperkingen die het lichaam ons oplegt.

Mensen die weer in hun lichaam terug zijn vertellen allemaal dat het absolute gevoel van onvoorwaardelijke liefde waar ze even in verkeerd hebben nu weg is, evenals de absolute kennis die ze even hadden, en de absolute acceptatie waarin alles helder was.

Dankzij de BDE heb ik inzicht kunnen krijgen hoe de relatie tussen bewustzijn en lichaam zou kunnen zijn en hoe je hiermee om zou kunnen gaan. De neurofysiologie heeft gezocht waar je bewustzijn en je herinneringen in je hersenen gelokaliseerd zouden kunnen zijn.

Penfield – neurochirurg en Nobelprijswinnaar – heeft proeven gedaan tijdens neurochirurgische ingrepen bij epilepsiepatiënten. Tijdens hersenoperaties heeft hij een bepaald deel van de hersenen geprikkeld waarbij die patiënten soms een gevoel van uittreding kregen en soms ook flitsen uit het verleden.

Maar dit bleken niet de klassieke BDE-verhalen: geen levenspanorama vanuit het bewustzijn van anderen, geen absoluut gevoel van onvoorwaardelijke liefde, geen absolute kennis, geen veranderend levensinzicht. Penfield kwam tot de conclusie dat de bewustzijnsherinneringen niet in de hersenen te lokaliseren zijn.

Verschillende andere onderzoekers zijn tot dezelfde conclusies gekomen (Pribram, Eccles). Er is een interactie tussen een immaterieel veld, een niet-materiële zijnsorde in het universum en het fysieke deel van de mens.

Het concept in de huidige wetenschap vertelt dat het bewustzijn in de hersenen is gelokaliseerd, maar dat concept is nooit aangetoond, nooit bewezen; men gaat er vanuit.

Dit concept, deze hypothese mag je echter niet aanvallen want dan ondergraaf je de ideeën van mensen en dat stellen ze niet op prijs. Mensen als Penfield geven aan dat hun hele levenswerk tot resultaat heeft gehad dat ze deze hypothese niet kunnen bewijzen. De Nederlandse hersenonderzoeker Herms Romijn – ook adviseur van de Stichting Bezinning Orgaandonatie – lanceert iets nieuws.

Hij zegt dat de hersenen binnen een uur vol zitten als ze de informatie opnemen die ze toegediend krijgen. Dit zou betekenen dat het z.g. korte en lange termijn geheugen helemaal niet kunnen bestaan. Ook Romijn ondergraaft nu dus de gehanteerde hypothese dat de hersenen de bewustzijnsherinneringen bevatten.

Dit heeft implicaties voor het hersendoodconcept. De Nederlandse wetgever koppelt persoonlijkheid aan de hersenen en stelt dat een hersendode dus geen persoonlijkheid meer heeft. Hier kun je wel heel grote vraagtekens bij plaatsen.

Wat versta je onder persoonlijkheid als je het voorgaande in acht neemt? Persoonlijkheid zou je kunnen definiëren als de combinatie van je totale bewustzijn, je gevoel van identiteit – je zelfbewustzijn – en je herinneringen.

Uit de BDE’s nu blijkt dat het bewustzijn van je hogere Zelf veel omvattender is dan je kunt ervaren met je dagbewustzijn in je lichaam. Je ego dat je ervaart in je lichaam is wat anders dan je hogere Zelf dat je ervaart buiten je lichaam.

Er is wel een onderling verband, maar je hogere Zelf is een veel grotere dimensie dan je ego. Je ego sterft af als je lichaam afsterft. Je hogere Zelf – je hogere bewustzijn waarmee je in contact bent met alle andere bewustzijnsvelden die bestaan, ooit bestaan hebben en nog zullen bestaan – blijft. Intrigerende vragen Enige boeiende vragen.

Hoe kan het dat elk lichaam dat voortdurend wordt afgebroken (alle cellen worden constant door nieuwe vervangen) en weer opnieuw wordt aangemaakt toch een continuïteit van functies en van functioneren heeft? Waar komt die continuïteit vandaan? Hoe kan dit opgeslagen zijn in cellen die steeds veranderen en worden afgebroken? Hoe werkt dit? Dit kan nooit als alles in die cellen zou zijn opgeslagen.

Het enige dat niet verandert, is je DNA. Dit is het enige constante in je lichaam. Het DNA zal dus waarschijnlijk een essentiële rol spelen als het contactpunt tussen je cellen en je bewustzijnsvelden. Maar hoe? Na een BDE zijn de functies van de hersenen veranderd: de mensen houden een verhoogde intuïtie.

Veel mensen zijn na een BDE helderziend, helderhorend, heldervoelend. Ze hebben waarschijnlijk ook een ander elektrisch en magnetisch veld om zich heen. Hoe komt het dat de functie van je lichaam na een BDE zo verandert?

Welke rol speelt de DNA-functie hierin? Mijn theorie is dat elk mens zijn eigen, persoonsspecifiek DNA heeft in al zijn cellen – en dus ook in zijn hersencellen – en dat elk mens hierdoor contact met zijn eigen bewustzijnsvelden kan maken.

Je DNA speelt een essentiële rol in je contactmogelijkheden en je DNA gaat kapot als je cel zich niet meer splitst en definitief afsterft. Mensen ervaren iets in een BDE en halen hier het wezenlijke inzicht dat dood niet bestaat: hiermee krijgt leven een totaal andere waarde; hiermee worden liefde, aandacht en compassie naar jezelf en naar anderen belangrijk; hiermee neemt het belang van uiterlijk, geld, en verslavende dingen aanzienlijk af; hiermee wordt levensenergie gegeven aan dingen die te maken hebben met de continuïteit.

Dit botst vreselijk met de heersende opvattingen en dit betekent dat ongeveer 80% van mensen met een BDE in echtscheiding raakt, van baan verandert en anders gaan leven. Dit is een heel moeilijk proces dat jaren en jaren kost. Als je openstaat voor wat deze mensen te vertellen hebben, kun je die inzichten oppakken.

Als je ze niet uit angst afwijst, zijn mensen met BDE’s grote leermeesters voor je. Bijna-dood ervaringen en orgaandonatie Tussen BDE’s en orgaandonatie ligt een zeker verband. Deze wordt gevormd door medische en ethische problemen. Hoe ga je om met comateuze patiënten? Hoe ga je om met stervende patiënten? Hoe ga je om met euthanasie? Hoe ga je om met abortus?

Hoe ga je om met organen die verwijderd worden uit hersendode patiënten met een kloppend hart? Dit zijn voor mij vragen waarbij dezelfde problemen een rol spelen. Als je beseft dat je bewustzijn en je identiteit niet in je lichaam zitten, maar wel via je lichaam worden ervaren, dan zou dat het volgende kunnen betekenen.

Als je de organen bij iemand wegneemt bij wie de hersenen niet voldoende functioneren en die ‘hersendood’ genoemd wordt , neem je de organen weg bij iemand van wie het organisme niet gestorven is. Dit is een belangrijk inzicht. Hij of zij is dus niet dood.

Vanuit dit inzicht mag ieder mens met zichzelf handelen zoals hij zelf wil, als hij het maar bewust doet. Uit liefde mag je een orgaan afstaan, als je maar weet wat dat betekent. Een ander mag zoiets niet voor je beslissen. Dit kán eigenlijk niet.

Ik geloof namelijk niet dat je bewustzijn in je lichaam zetelt. Je kunt op allerlei vragen die op dit gebied ontstaan antwoorden krijgen als je ernaar wilt zoeken. Het verband tussen BDE’s en orgaandonatie heeft dus te maken met het inzicht in de relatie tussen je bewustzijn en je lichaam, het inzicht in wat dood betekent en wat leven betekent.

Leven betekent dat je cellen dankzij energieën in staat zijn met je bewustzijn te communiceren. Dood betekent dat door het versterven van de cellen de communicatie tussen je lichaam en je bewustzijn onmogelijk is geworden, maar je bewustzijn blijft bestaan. Je kunt het een beetje vergelijken met televisie.

Als ik het televisietoestel aanzet kan ik het beeld ontvangen, dan wordt het zichtbaar voor mijn zintuigen. Als ik het toestel uitzet ontvang ik niets meer, maar de uitzending gaat door. En zo gaat het met alle mogelijke informatie in het universum: deze wordt alsmaar uitgezonden en wij vangen er iets van op als we ons ervoor kunnen en willen openstellen.

bron: http://www.aquariusage.com/

Gerelateerde Berichten