Gesluierde jaren
Schokkend de wereld in Iran hoe het daar gaat.
Mooi boek aanrader om te lezen, dit heb ik nooit geweten nml.
‘De volgende ochtend, toen ik de deur uitging om naar school te lopen, zag ik Armin haastig op me afkomen. Hij had een verlegen blik in zijn ogen. Ik vroeg: “Wat is er? Ik heb niet veel tijd, ik moet opschieten.”
Armin aarzelde een beetje en vroeg toen: “Jouw vriendin van gisteren, Roya heet ze toch?”
“Ja.”
“Heeft ze nog wat gezegd over mij, nadat ik was vertrokken?”
“Nee,” antwoordde ik een beetje gemeen. “Hoezo?”
“Nou, uh, ik wil je vragen om iets voor me te doen. Ik heb een brief geschreven. Wil je die aan haar geven?”
Ik geloofde niet wat ik hoorde. “Jij? Een brief voor Roya?”
Zijn gezicht werd helemaal rood. “Doe niet zo gemeen, Ella,” zei hij met een dun stemmetje. “Alsjeblieft!”
Hij keek zo onschuldig dat ik hem eigenlijk zielig vond. “Onder één voorwaarde,” zei ik streng. “Ik wil je paarse elektrische gitaar.” Ik wist dat dit zijn favoriete gitaar was. Hij was helemaal verliefd op dat ding. En je weet zelf: je kunt in Iran geen muziekinstrumenten kopen, die zijn verboden. En o wee als ze erachter komen dat je een instrument hebt. Daar staat een minimale straf van 500 zweepslagen en 5 jaar gevangenis op. Zijn gitaar was dus goud waard!
Armins ogen werden groot. “Wat zeg je nou?” vroeg hij. “Je kunt niet eens gitaar spelen. Dit is heel gemeen!”
“Nou, dan niet,” zei ik koppig. “Aan de kant, Armin. Ik ga naar school.”
Armin capituleerde. “Oké trut, oké.”
Ik lachte trots. Armin pakte een opgevouwen blauwe envelop uit zijn rugzak. “Hier,” zei hij. “Maar, uh… hoe ga je die brief eigenlijk naar binnen smokkelen op school?”’
Ella onderbrak haar verhaal en keek me aan met een blik van: je kent het dilemma. Nou, en of ik dat kende! Iedere ochtend werden we namelijk bij de ingang van top tot teen gefouilleerd door vier à vijf meiden van de islamitische studentenvereniging Anjomane Eslami. Ze droegen een chador (een soort boerka waar je gezicht wél te zien is) en gingen zeer nauwkeurig te werk. Ook onze tassen, boeken en schriften werden zorgvuldig nagekeken om er zeker van te zijn dat er niets tussen zat dat verboden was: make-up, een kam, parfum, foto’s – behalve foto’s van islamitische leiders; zelfs foto’s van jezelf of van je familie waren niet toegestaan – en alles wat met muziek te maken had. Je mocht uitsluitend lesboeken, schriften en pennen bij je hebben. Zelfs tekeningen en kalligrafie waren verboden. De boekkaften mochten ook geen opvallende kleuren hebben. De enige toegestane kleuren waren: zwart, bruin, donkergrijs en donkerblauw.
Ella nam een slok van haar Sekanjabin en vervolgde haar verhaal: ‘Als je onder druk staat, word je heel creatief. Dus zei ik tegen Armin: “Maak je geen zorgen. Ik heb altijd een plan.” Ik rende snel naar binnen, ging naar de wc, pakte een maandverband, maakte de binnenkant leeg en stopte de brief van Armin erin. Uit de medicijnkast pakte ik Betadine en liet een paar druppels op het maandverband vallen, zodat het er allemaal heel geloofwaardig uitzag. Daarna deed ik het maandverband in mijn onderbroek en rende naar school.
Opeens hoorde ik iemand heel hard roepen: “Hey jij daar, stop!” Ik keek verschrikt naar de overkant van de straat en zag een auto vol met islamitische toezichthouders. Een vrouw in een chador stapte uit en snelde, gewapend met een machinegeweer, haastig op me af. Ik hield stil en ik controleerde gauw of mijn hoofddoek goed zat en er geen haren te zien waren.
“Salam aleykom zuster! Is er iets?” vroeg ik, terwijl ik probeerde mijn angst te verbergen.
“Stomme hoer!” antwoordde de vrouw. “Je weet toch dat je niet mag rennen?”
Ze kwam heel dicht bij me staan met haar gezicht bijna tegen dat van mij. “Als je rent, plakt je kleding aan je lichaam en dat windt mannen op! Door dat rennen gaan je borsten ook op en neer. Wat moeten al die arme mannen dan doen? Geniet je van je hoerige gedrag? Zal ik je meenemen naar het bureau om je dit schandalige gedrag af te leren? Wil je soms naar hel? Deze zonde wordt je niet vergeven!”
Ik was heel bang, Shohreh. En trouwens, je ziet zelf dat ik nauwelijks tieten heb! Ik verzon snel een excuus. “Sorry zuster,” zei ik. “Dat was absoluut niet mijn bedoeling. Ik heb mijn opa geholpen met zijn gebed en nu ben ik te laat voor school. Daarom ben ik gaan rennen. Sorry! Ik ga nu rustig en passend lopen.”
Ze duwde me met haar geweer. “Ga, ezel!” riep ze dreigend.
Ik liep met een bonkend hart verder en was gelukkig nog net op tijd op school. Na het fouilleren liep ik gelijk door naar de wc, haalde het briefje uit het maandverband en stak het in mijn natuurkundeboek.
Toen ik naar het klaslokaal liep, kwam Roya er huppelend op haar rechterbeen ook aan. Ze gaf me een militaire begroeting en riep keihard: “Salaam, mijn allerleukste vriendin! Heb je er zin in? In weer een dag in een stom lokaal met nog stommere docenten en boeken? Haha, ik wel, hoor!”
Op hetzelfde moment kwam de schooldirectrice, mevrouw Aribi, eraan en kneep hard in de arm van Roya. Ze gilde van de pijn en keek boos om. Toen ze mevrouw Aribi zag, werd ze stil.
“Wat is hier aan de hand?” riep Aribi kwaad. “Het is hier geen hoerenhuis! Denk je dat je zomaar kunt gillen en hardop praten? Voor straf ga je een week lang de wc’s schoonmaken. Een moslima praat altijd heel zacht, zodat geen man haar stem kan horen. Begrepen?”
Omdat Roya niets terug zei, kneep Aribi haar nog harder en draaide ze Roya’s hand om. Roya viel op haar knieen. “Auw, laat me los mevrouw Aribi, alstublieft!” smeekte Roya met een van pijn vertrokken gezicht.
Mevrouw Aribi liet haar los en zei: ‘Tijdens de volgende pauze kom je naar mijn kamer.’
Roya had nog tranen in haar ogen toen we samen naar het klaslokaal liepen. “Wat vond je van gisteren?” vroeg ik.
Roya kreeg weer een glimlach op haar gezicht. “Je bedoelt waarschijnlijk wat ik van je neef vond, hè. Nou, om eerlijk te zijn heb ik de hele nacht aan hem gedacht. Hij had iets aandoenlijks in zijn ogen. Hij keek me heel diep aan.”
“Ik denk dat hij heel erg verliefd op je is,” antwoordde ik.
Roya keek me verrast aan. “Waarom denk je dat?”
“Omdat hij me vanochtend buiten stond op te wachten en me vroeg om jou iets te geven. Eigenlijk snap ik niet wat je in hem ziet, maar eerlijk is eerlijk: hij is heel lief, grappig, serieus en getalenteerd.”
“Hou op met al die onzin. Wat is het dat hij me wilde geven?”
Ik gaf Roya mijn natuurkundeboek en ze wist meteen hoe het zat. Ze nam het rustig aan, gaf me een knipoog en deed het boek in haar tas.
Tijdens de les zag ik hoe opgewonden ze was, en nadat de schoolbel was gegaan, verdween ze meteen naar huis. Een uurtje later belde ik haar, omdat ik natuurlijk benieuwd was naar de brief, maar ik kreeg geen gehoor. Om acht uur ’s avonds ging de telefoon: het was Roya.
“Ella, wat heb je een lieve neef.” zei ze. “Ik heb me nog nooit zo goed gevoeld. Ik heb hem een brief terug geschreven. Wil je die morgen aan hem geven?”
“Ja zeg, ik ben jullie postbode niet,” zei ik. “Weet je wel wat voor risico ik neem?”
“Alsjeblieft Ella. Ik smeek het je.”
Ik kon Roya’s verliefdheid gewoon ruiken, Shohreh. Alleen al door de manier waarop ze sprak.
“Oke, ik doe het,” zei ik. “Maar zet ook jouw telefoonnummer erop, dan kan hij je bellen, dat is makkelijker.”
Vijf minuten later belde Armin.
“En?” vroeg hij. “Heb je mijn brief aan Roya gegeven?”
“Ja.”
“En?”
“Ze heeft ’m gelezen. Morgen neem ik haar brief voor je mee.”
“Heeft ze een brief voor mij geschreven?” vroeg Armin verrast. “Meen je dit of hou je me voor de gek?”
“Nee, ze heeft je echt geschreven,” zei ik. “Kom morgen maar langs met een nieuwe Sony walkman.”
“Een nieuwe walkman?” vroeg Armin.
“Alles heeft een prijs, ik ben je loopmeisje niet hè. Je weet dat ik risico’s voor je neem.”
“Oké.”
“En neem ook zes lege cassettebandjes mee,” besloot ik.
Daarna hing ik op.
De volgende ochtend, onderweg naar school, zag ik dat de rotonde werd klaargemaakt voor een publieke bijeenkomst. Ik kreeg rillingen over mijn hele lichaam. Wat zou het nu weer zijn? Zou iemand zweepslagen krijgen? Zou iemand worden opgehangen?
Eenmaal op school hoorde ik dat een dag eerder de jongste zoon van dokter Montasser, je weet wel, die aardige huisarts, was opgepakt. Hij had twee cassettebandjes van Wham bij zich. Twee cassettebandjes van elk 90 minuten. Daarom kreeg hij 180 zweepslagen. Zijn vader had aangeboden om die 180 zweepslagen zelf te ondergaan, maar dat verzoek was afgewezen. Pas nadat hij medisch bewijs had geleverd dat zijn zoon die 180 zweepslagen niet zou overleven – hij was net 16 en heel tenger – was de imam akkoord gegaan met ‘slechts’ 90 zweepslagen en 90 gouden munten.
In de klas gaf Roya me haar natuurkundeboek en zei heel zachtjes: “De brief van Armin ligt onder de kaft van het boek.” Ik deed het boek meteen in mijn boekentas.
In de pauze vertelde ik haar dat Armin mij had gebeld en dat ik hem nog nooit zo gevoelig had meegemaakt. Roya werd er stil van en kreeg een mooie lach op haar gezicht. Ze had altijd al een levendige vonk in haar ogen, maar die vonk werd nu een vlam.
Toen kwam plotseling de schooldirectie naar buiten en riep in een megafoon: “We vertrekken allemaal om elf uur naar het stadsplein. Daar krijgt een slechte burger zijn straf voor zijn satanische daad. Iedereen dus om kwart voor elf op schoolplein! Elke klas in een rij en alle klassen, van het eerste tot en met het laatste jaar, achter elkaar. Rond half twee zijn we terug voor het middaggebed. We hopen dat door de uitvoering van deze wettelijke straf, bepaald volgens de wetten van de sharia, Allah hem minder straft na zijn dood!”
We wisten meteen over wie ze het had. Dokter Montasser is een vriend van onze familie, dus ik ken zijn jongste zoon Keyvan heel goed; een knappe vent van onze leeftijd, ontzettend lief en een getalenteerd tekenaar. Ik had er pijn in mijn buik van en zei tegen Roya: “Dit kan ik niet! Ik kan niet meegaan en toekijken hoe Keyvan geslagen wordt.”
“Ik ook niet,” zei Roya. “Niemand wil dit. Elke keer als we weer gedwongen naar zo’n marteling, executie of begrafenis moeten gaan, heb ik de hele nacht nachtmerries en ik voel me weken ziek. Iedereen heeft er last van.”
We moesten snel wat bedenken, want als we naar het klaslokaal gingen, kwamen we er niet meer onderuit; ze namen iedereen mee. Daarom liepen we onopvallend naar de wc’s om ons daar te verstoppen. Een van de wc’s was buiten gebruik, omdat de pot verstopt was. Daar hebben we van tien tot half twee gezeten, muisstil. Toen iedereen weer terug was, slopen we onopvallend de wc uit en mengden we ons tussen de anderen. Iedereen liep als een zombie rond. Ze hadden allemaal gezien hoe Keyvan voor de ogen van alle bewoners van de stad was vernederd en mishandeld. Al na de vijfde slag was hij buiten bewustzijn geraakt. Op het laatst was zijn lijf zo toegetakeld, dat zijn bloed bij elke slag, op het gezicht van de beul terechtkwam. Keyvans moeder had de hele tijd geschreeuwd en gehuild en was op een gegeven moment ook buiten bewust geraakt. Zijn vader had het lichaam van zijn zoon – die meer dood dan levend was – opgepakt en huilend naar het ziekenhuis gebracht.
Toen ik thuis kwam, barstte ik van de hoofdpijn. Ik rende naar mijn kamer en ik begon hard te huilen om die arme Keyvan.
De volgende dag ging Roya na schooltijd met mij mee naar huis. Door alle commotie had ik haar brief nog niet aan Armin kunnen geven. Eenmaal op mijn kamer vroeg ze: “Denk je dat Armin al thuis is?”
“Geen idee,” zei ik, “Ik zal ’m wel even bellen.”
Terwijl ik zijn nummer draaide, zag ik weer die vonk in Roya’s ogen. Ik vertelde Sahin dat ik een brief van Roya voor hem had en dat hij die kon komen ophalen. “Als je op tijd bent, zie je haar ook nog,” zei ik. “Ze zit nu hier voor me.”
Twee minuten later ging de deurbel. Roya werd nerveus: “Wat moet ik doen?” vroeg ze.
“Jij blijft zitten!” zei ik. “Ik geef hem jouw brief en stuur hem daarna weg.”
“Waarom?”
“Gewoon, een beetje hard to get spelen. Je mag wel uit het raam kijken, maar let op dat je niet gezien wordt.”
Ik liep naar beneden. Armin stond als een klein jongetje in de tuin en keek naar het gebouw.
“Hey neef!”
“Salam.”
“Kijk eens wat ik voor jou heb,” zei ik, zwaaiend met het envelopje.
“Is dat voor mij? Je zei dat Roya bij jou is.”
“ Ja ja… rustig Romeo. Dat klopt, ze is boven.”
Hij keek naar het raampje van mijn kamer. Je kon duidelijk zien dat Roya stond te kijken.
“In haar brief staat ook haar telefoonnummer,” zei ik. “Ik stuur haar zo naar huis, dan kun je haar vanavond bellen. Maar wacht niet te lang met bellen, anders moet ik haar uitleggen waarom jij nog niet gebeld hebt. Ik word gek van jullie!”
Armin nam de envelop aan en vertrok. Ik liep naar boven en gaf Roya een tik op haar hoofd: “Jij bent echt gek!” riep ik. “Ik zei kijk stiekem, maar je staat gewoon duidelijk achter het raam zo van: kijk, hier ben ik.”
“Maar hij is ook zo knap,” lachte ze.
Ik kon maar niet begrijpen dan zo’n mooi meisje als Roya mijn irritante neef knap kon vinden. De volgende dag hoorde ik dat ze de hele nacht met elkaar aan de telefoon hadden gezeten. De dagen gingen voorbij en Roya en Armin werden steeds verliefder op elkaar. Ik vermoed dat Roya’s moeder wist dat haar dochter een vriendje had, maar daar werd niet over gesproken. Zij gaf haar alle vrijheid en Roya was gelukkig en nog vrolijker dan anders. Armin was niet meer zo stil en alleen maar met school en muziek bezig. Zijn ouders – mijn oom en tante – merkten het ook, en begrepen maar niet waar het vandaan kwam. Je weet hoe mijn familie is: vanwege de rijkdom leven ze heel gesloten en laten ze niemand tot de familie toe. Mijn oom zei altijd dat Armin zijn middelbare school moest afmaken om daarna te gaan studeren aan Harvard University in Amerika. Hij had alles al in gang gezet en het zelfs al bijna voor elkaar dat Armins dienstplicht kon worden afgekocht. En je weet hoe ontzettend duur dat is; vrijwel onbetaalbaar.
Ondertussen zagen ze elkaar regelmatig. Roya spijbelde van school, Armin ook. Ze hadden telkens een plek om samen te zijn, want de ouders van Armin waren altijd aan het werk, evenals de moeder van Roya.
Elke dag vertelde Roya me hoe leuk en lief Armin voor haar was. Toen ik twee jaar geleden mijn verjaardagsfeest vierde voor mijn familie en mijn beste vrienden, waren Roya en Armin er ook. Ze zaten afzonderlijk aan één kant van de zaal. Roya zag voor het eerst de vader en moeder en van Armin. Voor de grap zei ik tegen haar dat ze maar haar best moest doen om een goede indruk te maken op haar toekomstige schoonouders, want ze was stiknerveus.
Tijdens het avondeten vroeg de moeder van Armin mij: “Ella, wat is je vriendin Roya mooi en schattig! Komt ze hier vandaan?”
“Nee tante,” zei ik, “ze is vanuit Teheran hierheen verhuisd, samen met haar moeder.”
“Aha, en wat doet haar vader?”
“Haar vader is dood. haar moeder is docente.”
Ik zag haar gezicht betrekken: “Oh, wat jammer. Zo’n mooie meid en toch niet high class.”
De ouders van Armin zijn erg gefocust op etiquette en prestige. Roya paste dus niet in dat plaatje, maar dat weerhield hen er niet van om samen te genieten. Telkens als ze bij hem was, speelde hij gitaar voor haar en dan smolt zij van geluk.
Toen ze een maand of zes, zeven samen waren, belde Roya me op een avond op. “Ella, ik wil je wat vertellen,” zei ze opgewonden. “Maar beloof je dat je dit tegen niemand zult zeggen?”
“Ja natuurlijk.”
“Ik weet niet hoe ik dit moet zeggen, dit is heftig!”
“Hebben jullie ruzie? Nee toch!”
“Nee, nee, wij hebben…” (haar stem werd zachter) “wij hebben vandaag gezoend!”
“Wow. Vertel…”
“Ik zat in zijn kamer op zijn bed, terwijl hij op zijn bureaustoel gitaar speelde. We keken elkaar heel verliefd aan. Mijn hart begon sneller te kloppen, mijn wangen werden warm en ik zag een soort verlangen in zijn ogen. Hij stopte met spelen en kwam naast mij zitten. Ik durfde niet meer naar hem te kijken. “Roya,” zei hij, “kijk naar me.” Hij legde zijn vinger onder mijn kin en draaide zachtjes mijn gezicht naar hem toe. Ik keek naar beneden en ondertussen hoorde ik hoe ook zijn hart tekeer ging. Ik hief mijn hoofd langzaam omhoog en zag dat zijn hele lijf meedeed met zijn ademhaling. Hij keek heel diep in mijn ogen en zei: “Roya, ik hou van je. Je bent alles voor me, ik had geen leven voordat ik jou ontmoette. “Ik hou ook van jou, Armin,” antwoordde ik. Ik deed mijn ogen dicht en voelde zachtjes zijn lippen op de mijne. Ella, ik kan niet beschrijven hoe dat voelde. Het was extase, het was de hemel, het was donder en bliksem, het einde van de wereld, het was het mooiste ooit! Ik bleef heel lang in zijn armen. Wat een gevoel, zo veilig, mooi, warm, sterk, zacht, liefdevol, alles. Ik ruik hem nog steeds, Ella. Ik ben de gelukkigste mens op aarde!”
Ik geloofde niet wat ik hoorde, Shohreh. Ondertussen ging Roya door: “Ik weet het, het mag niet, omdat we niet getrouwd zijn. Ik heb een zonde gepleegd, maar het voelde zó goed. Ik voel me nu zó compleet… Ik…”
“Doe nou maar rustig,” onderbrak ik haar. Maak je geen zorgen, maar wees alsjeblieft héél voorzichtig. Je weet wat voor ernstige consequenties dit heeft als iemand hier achter komt. Je kunt gestenigd worden. Niemand mag dit weten. Zorg ook dat je niet betrapt wordt als jij naar hem gaat of hij naar jou. Niemand mag jullie zien, begrepen?”
“Weet ik, Ella, maar je hebt geen idee hoe ik me voel!” antwoordde Roya, en ze ging door over hoe mooi en bijzonder die zoen was, hoe gelukkig zij zich voelde en hoe alle zorgen en onzekerheden die ze had steeds minder en minder werden.’
~ Hoofdstuk 7 ~
‘Ondertussen maakte ik me zorgen over Roya’s verliefdheid,’ vervolgde Ella haar verhaal. ‘Mijn oom en tante waren op vakantie en Armin had het rijk alleen. Roya had me verteld dat ze de eerste twee uur bij Armin zou zijn en daarna naar school zou komen. Maar ze bleef de hele dag weg. Na school moest ik meteen met mijn ouders mee naar een verjaardag, dus de hele dag wist ik niet waar Roya uithing. Dat vond ik eng. We kwamen pas ’s avonds laat terug, en toen durfde ik Roya niet meer te bellen. Wel probeerde ik Armin te bereiken, maar die nam zijn telefoon niet op. Er zat niets anders op dan te wachten tot de volgende schooldag.
Vol ongeduld stond ik Roya die ochtend op te wachten. Pas vlak voordat de bel ging, kwam ze aanlopen, haar hoofd naar beneden. Haastig liep ik naar haar toe: “Roya, alles goed met je?” Ze keek me met een afwezige blik aan.
“Roya, wat is er?”
“Niks hoor! Waarom denk je dat?”
“Roya, je gaat mij nu vertellen wat er aan de hand is! Is er iets met je moeder? Heb je ruzie gehad met Armin?”
“Nee,” antwoordde Roya op flauwe toon, “er is echt niks aan de hand. Maar luister, tijdens de les ga ik me excuseren om naar wc te gaan. Kun je dan gelijk na mij ook naar wc komen?”
“Ja natuurlijk, maar ik moet eerst weten of iets ernstig gebeurd is.”
“Ja en nee. Maak je geen zorgen. Mijn moeder is oké. Armin en ik zijn ook oké. Eigenlijk meer dan oké… perfect.”
Roya klonk alsof ze half verdoofd was. Ze had de blik van een zombie. We gingen naar de les en na een kwartier begon Roya te braken. Ik sprong op en ging naar haar toe. “Ze is echt niet in orde, mevrouw,” zei ik tegen de docente. “Mag ik haar alstublieft naar de wc brengen?” De vrouw stemde toe, waarna ik met Roya de klas uitliep. Eenmaal in de wc deden we de deur op slot en keken we elkaar lachend aan. Dit trucje werkte altijd.
“Nou kom op, vertel,” fluisterde ik.
Roya leunde tegen de muur en zei: “Ik was gisteren de hele dag bij Armin.”
“Ja, en?”
“Je snapt me niet, ik was de hele dag bij Armin.”
“Wat snap ik niet? Ja, je was bij Armin en nee, je was niet op school.”
Roya’s blik was anders dan ik van haar gewend was en haar gezicht was lijkbleek. Ik kreeg een raar gevoel in mijn buik. Ze bleef me maar aankijken.
“Roya, vertel op,” zei ik bang. “Wat is er gebeurd? Wat hebben jullie gedaan?”
“We hebben met elkaar gevreeën,” fluisterde ze heel zacht.
“Wat?” schreeuwde bijna.
“Shhhh… straks hoort iemand ons. Ja, Armin en ik we hebben met elkaar gevreeën, voor het eerst en het was zo mooi, zo liefdevol, zo prachtig.”
Ineens hoorden we snel iemand wegrennen. Ik deed angstig de wc-deur open en keek rond. Niemand te zien. Roya was zich dood geschrokken. “Heeft iemand ons gehoord? O mijn god, Ella, heeft iemand mij gehoord? Dit mag niemand weten. Ik word opgehangen, o nee…”
“Rustig Roya, ik zag niemand en iedereen zit in de les. Het was waarschijnlijk de wind.”
Roya trilde van paniek: “Weet je het zeker?”
“Honderd procent,” verzekerde ik haar, terwijl ik haar hand vastpakte. “Maar hoe is het zo ver gekomen?”
“Ik weet niet hoe het gebeurde, maar ik kon mezelf niet meer inhouden. Ik was een bal van vuur, hij ook. Het was zo mooi Ella, het mooiste dat er bestaat.” Ze begon te huilen. “Ik ben bang Ella. Wat als dit uitkomt? Ik wil niet opgehangen worden. Mijn arme moeder, ze trekt dit niet. Ze gaat dood. Wat heb ik gedaan?”
“Rustig nou maar, Roya, niemand komt het te weten. Jullie zijn verliefd en straks gaan jullie trouwen. Dan word je mijn nichtje. Ze lachte verdrietig: “Ja,” sprak ze, terwijl ze haar tranen met haar mouw wegveegde, dan worden we eindelijk echte familie van elkaar.
“Precies, dus maak je nou maar geen zorgen. Alles komt goed.”
Ik pakte haar handen, die ijskoud waren.’
Ella pauzeerde hier haar relaas over Roya, greep naar haar hoofd en slikte haar tranen weg. Het leek of ik vastgelijmd zat op mijn stoel. Ik voelde dat dit lange verhaal wel eens een heel gruwelijk einde kon hebben, omdat ik de islamitische wet kende: volgens de sharia moet een meisje als maagd haar huwelijksnacht ingaan. Elk contact met het andere geslacht is strikt verboden. Overtreding van de wet heeft zware straffen tot gevolg. Om seks te mogen hebben, moet een meisje getrouwd zijn of officiële toestemming van een imam hebben (dat heet sigheh). Die geeft dan precies aan hoe lang zij seks mag hebben met een man. Dat varieert van minimaal een kwartier tot een maximum tijd die door de imam wordt bepaald. Als een meisje geen maagd meer is voor haar huwelijksnacht, moet zij gestenigd worden. Als de man met wie zij seks heeft gehad, bereid is om met haar te trouwen, wordt zij eerst drie maanden opgesloten en krijgt ze daarna nog 500 zweepslagen. Pas nadat zij die zweepslagen heeft overleefd, mag ze met de man trouwen.
Al op de basisschool kregen we tijdens de dagelijkse islamitische opvoedingslessen te horen dat seks een vieze en verboden daad is. We leerden dat contact met een man, zelfs praten, strikt verboden is, ook al is hij je neef. Praten mag alleen met je man, vader, broer en oom. Contact met andere mannen is een grote zonde waar Allah je zwaar en eeuwig voor zal straffen. Je zult nooit rust hebben; niet in dit leven, niet in je graf en niet in de andere wereld.
‘Ik zal je vertellen hoe het verder ging,’ sprak Ella, nadat ze wat tot rust was gekomen.
‘We hoorden onze docente in de wc-ruimte roepen: “Ella, Roya… waar zijn jullie?”
Ik opende de wc-deur en antwoordde: “Hier juf. Roya voelt zich helemaal niet lekker. Mag ze naar huis?”
De docente zag Roya’s bleke gezicht en gaf haar goedkeuring. Ze zou een taxi bellen. Ik hielp Roya opstaan en liep met haar naar de uitgang van de school. Toen ze in de taxi stapte zei ik: “Ga thuis lekker op bed liggen en probeer te slapen. Geloof me, je hebt niks te vrezen.” Ze keek me bang aan en zei: “Er gaat iets heel ernstig gebeuren, Ella. Dat weet ik zeker.”
Met een onheilspellend gevoel liep ik terug naar de klas. Had iemand ons gehoord? Als dat zo was, kon dat het einde betekenen van Roya’s leven. Maar ook ik was niet veilig, want ik was natuurlijk medeplichtig.
De volgende dag was Roya niet op school en moest ik naar de directiekamer van mevrouw Aribi komen. Ze was volledig in het zwart gekleed en keek me eerst een halve minuut indringend aan door haar zwart omrande bril. Daarna vroeg ze: “Waarom is Roya er vandaag niet?”
Ik antwoordde dat ze gisteren al heel ziek was en zich waarschijnlijk nog niet beter voelde.
“Waarom is ze ziek?” ging mevrouw Aribi door.
“Geen idee, hoe moet ik dat weten?”
“Weet je zeker dat je niks weet?” Ze bleef me opnieuw strak aankijken. “Je weet dat je niet mag liegen, hè?”
“Ja, mevrouw,” antwoordde ik.
Hierop liet ze me gaan, en terwijl ik haar kamer uitliep werd ik gegrepen door grote angst. Dit was niet goed. Wat ging er gebeuren? Eenmaal thuis belde ik gelijk Roya op. Haar moeder nam op en vertelde me dat Roya de hele nacht aan het infuus had gelegen. Ze was zo ziek geweest dat zij haar midden in de nacht naar het ziekenhuis had moeten brengen. Haar hartslag was extreem hoog geweest en ze was nauwelijks nog bij bewustzijn. Ze had kalmerende medicijnen gekregen en lag nu te slapen.
Even later belde Armin mij op. Hij had al sinds eergisteren niets meer van Roya gehoord. Of ik soms wist waarom. Was ze boos op hem? Ik vertelde dat Roya ziek was en dat ze van hem hield. Ik had er moeite mee om met Armin te praten. Ik vond hem een crimineel, een vies mens.
De dag erna merkte ik een andere sfeer op school. Iedereen ontweek me. Ik rook het, er was een ramp op komst! Met mijn hoofd naar beneden ging ik de klas in, maar al na een half uur werd ik opnieuw naar de directiekamer geroepen. Daar kreeg ik te horen dat het schoolbestuur inmiddels wist wat er tussen Roya en Armin was gebeurd, en ook dat ik daarvan op de hoogte was.
De school had inmiddels melding gemaakt bij de Sepahe Pasdarane Enghelabe Eslami (de islamitische Revolutionaire Garde). Er waren twee auto’s met gewapende islamitische politie én twee leden van het schoolbestuur op weg naar de woning van Roya. Zo’n zelfde politie-escorte was onderweg naar de school van Armin. Aangezien ik als medeplichtige werd gezien in dit zware misdrijf, moest ik ook mee naar het bureau om te worden verhoord. Mijn ergste nachtmerrie was waarheid geworden. Het klopte dus wat we al vreesden: iemand had ons gehoord en verraden.
Vanaf dat moment ging alles heel snel. Ik werd meegenomen naar de Sepah, werd drie dagen opgesloten, en pas nadat mijn vader een extreem hoge geldboete had betaald kwam ik vrij. Je kunt het je nauwelijks voorstellen, maar van het geld van die boete had hij drie grote huizen kunnen kopen!
Armin kreeg tweehonderd zweepslagen opgelegd en een gevangenisstraf van drie maanden in een eenpersoonscel. Hij mocht geen bezoek ontvangen en moest gedwongen met Roya trouwen. Ook kreeg hij een schoolverbod. Hij mocht wel examen doen, maar met niemand van de school contact hebben.
De ouders van Armin waren natuurlijk ontzettend geschrokken. Zijn moeder huilde continue en mijn oom was zo aangeslagen dat hij niet eens kon praten. Sindsdien stottert hij heel erg. Bovendien vonden ze dat ik de oorzaak was van deze situatie, waardoor ze in conflict kwamen met mijn moeder en vader. Sindsdien hebben we geen contact meer met mijn oom en zijn familie.
Die tweehonderd zweepslagen hebben Armins ouders uiteindelijk afgekocht met één gouden munt voor elke slag. Maar ze wilden ook absoluut niet dat hun zoon met Roya zou gaan trouwen. Roya stond inmiddels bekend als de ‘hoer van de stad’, want het verhaal was ingeslagen als een bom. Iedereen sprak erover. Mijn oom en tante hebben alles geprobeerd om het gedwongen huwelijk te voorkomen, maar zonder succes. Daarop besloten ze dat Armin en Roya binnen vierentwintig uur moesten gaan scheiden. Dat wilde Armin absoluut niet, maar als minderjarige van zeventien hij had niks te zeggen.
Roya kreeg de zwaarste straf van ons drieën. Ze hadden haar naar de Sepah afgevoerd terwijl ze nog steeds hartstikke ziek was. Haar moeder wist niet wat ze meemaakte. Roya werd meteen kaal geschoren, kreeg eveneens drie maanden celstraf in een eenpersoonscel zonder recht op bezoek en driehonderd zweepslagen die ze bewust moest meemaken. Ik zal je vertellen wat dat inhoudt: na een aantal zweepslagen raakt een beschuldigde vaak al buiten bewustzijn. Dat is niet de bedoeling. Hij moet alle zweepslagen écht meemaken en voelen. Dat doen ze als volgt: op het moment dat hij na een aantal slagen bewusteloos raakt, stoppen ze en wachten ze tot hij weer bij zijn positieven komt. Dan gaan ze verder. Soms moet dat worden uitgesteld, als het zo slecht met hem gaat dat hij in het ziekenhuis moet worden opgenomen. Zodra hij weer een beetje is hersteld, wordt de uitvoering van straf voortgezet.
Bij Roya heeft dat zweepslagen-proces twee maanden geduurd. Ze was zo zwak en kwetsbaar geworden dat ze al na een paar zweepslagen weer bewusteloos raakte. Ze had ook een volledig studieverbod gekregen. Haar moeder werd ontslagen. Op de dag dat Roya gearresteerd werd, kreeg ze een hartaanval. Roya was alles wat ze had. Haar broer kwam meteen uit Teheran om zijn zus bij te staan. Hij was heel boos op Roya en ervan overtuigd dat ze een duivel was. Hij zag Roya als een opgewonden hoer die haar benen niet bij elkaar kon houden. Een schande voor de familie, een lopende zonde. Hij zei: “Ik wou dat ze dood was. Mijn arme zus heeft haar eigen moordenares op de wereld gezet.”
Toch heeft hij, samen met zijn zus, nog geprobeerd om met de ouders van Armin in contact te komen en de voorgenomen scheiding te voorkomen. Maar die wilden niets met hen te maken hebben. Roya was in hun ogen niet highclass genoeg en bovendien wordt een meisje dat haar maagdelijkheid vóór haar huwelijk weggeeft, hier sowieso als een hoer beschouwd.
Het huwelijks vond plaats terwijl Armin en Roya allebei nog in de gevangenis zaten. Zij kwamen ieder afzonderlijk binnen, beiden volledig gebroken. Roya kon niet eens lopen. Ze werd ondersteund door twee vrouwelijke bewakers en had een witte chador aan, dat haar gehele lichaam behalve haar gezicht bedekte. De ouders van Armin en Roya’s moeder en oom waren erbij. Een imam zegende het huwelijk in. Iedereen huilde, ook Armin en Roya, die elkaar pas weer voor het eerst zagen sinds ze met elkaar hadden gevreeën!
De familie van Armin vroeg meteen de volgende dag de echtscheiding aan. Zij hadden Armin meegenomen naar huis en niemand mocht bij hen op bezoek komen. De telefoon werd niet beantwoord en de deur werd voor niemand open gedaan.
Roya mocht ook naar huis, maar met niemand contact hebben. Haar oom had Roya en haar moeder daarom voorgesteld om met hem mee te gaan naar Teheran. Hier konden ze niet langer meer blijven. Overal werden ze nagewezen, iedereen vermeed ze. Mensen gooiden eieren naar hun ramen en op de de muur van hun huis had iemand geschreven: Hier geen plek voor hoeren! Ga weg!
Het werd de moeder van Roya allemaal te veel en een paar dagen voor de verhuizing, overleed ze. Roya ging met haar oom mee naar Teheran en sindsdien heeft niemand meer iets van of over haar gehoord.
Zelf stond ik onder strenge controle van mijn ouders. Ze hadden zelfs iemand in dienst genomen om me dag en nacht in de gaten te houden. Ik durfde niets meer. Zelfs niet meer te slapen. Elke dag huilde ik om Roya, om haar arme moeder, om Armin en om dat stomme land waarin we wonen, met zijn absurde regels. Tweemaal heb ik geprobeerd een einde aan mijn leven te maken. Dat is niet gelukt, helaas. Of gelukkig… ik weet het niet.
Armin was inmiddels zwaar depressief en sprak met niemand. Hij wilde niemand zien en we zagen regelmatig een ambulance voor zijn huis staan. Ik hoorde later dat hij bijna dagelijks had geprobeerd uit het leven te stappen. Hij at niets en ze moesten hem via een infuus voeden. Zijn vader had zelfs twee mensen in dienst genomen om dag en nacht bij hem te zijn, hem te verzorgen en een oogje in het zeil te houden.
Toen ik na al dit gedoe weer naar school moest, keek iedereen me aan alsof ik een enge ziekte had. Overal zag ik het gezicht van Roya. Het was echt een hel. Ik werd genegeerd en gemeden, behalve door Negin, Sanaz en Taraneh. Pas na lange tijd werd het uiteindelijk wat rustiger. Armin en Roya waren niet langer meer het gesprek van de dag en het gemis van Roya werd steeds meer dagelijkse routine. Maar toch, ik mis haar nog elke dag en ik zou zo graag willen weten hoe het met haar gaat. Echt, daar zou ik de helft van m’n leven voor willen geven.’
Ella begon opnieuw te huilen. Ze stond op, liep naar haar kast, pakte een fotoalbum en sloeg het open. ‘Kijk,’ zei ze, ‘dit was op mijn verjaardagsfeest van twee jaar geleden. Dit is Roya. Alle andere foto’s van haar moest ik vernietigen van de Sepah.’
Zelf keek ik ook met waterige ogen naar de foto. Wat een prachtig meisje was Roya. Ze zat op de leuning van de bank, droeg een zwarte leren broek met een geel shirt en had zwart, gekruld haar tot op haar schouders. Ze had een hand in haar zij en met andere maakte ze een V-teken, terwijl ze naar de camera lachte.
‘En dit is Armin,’ zei Ella.
Helemaal rechts op de foto, in de verte, zag ik, niet echt duidelijk, een jongen die stiekem naar Roya keek. Ik kon niks zeggen. Mijn keel deed zeer van emotie.
Plotseling werd er op de deur geklopt. De moeder van Ella maakte de deur zachtjes open en zei: ‘Hey meiden, alles goed hier?’
‘Ja hoor,’ antwoordde Ella, terwijl ze zich snel omdraaide zodat haar moeder haar tranen niet kon zien. ‘Wat is er?’
‘Shohreh, blijf je bij ons eten, lieverd?’ vroeg haar moeder.
Ik schrok. ‘Is het al zo laat dan?’
‘Acht uur.’
‘O mijn god, dan moet ik gaan! Ik had al lang thuis moeten zijn! Dus nee, dank u. Ik bel eerst naar huis en daarna bel ik een taxi.’
‘Oké. Doe de groeten aan je moeder en vader.’
‘Zal ik zeker doen, mevrouw.’
Ik pakte meteen de telefoon en belde naar huis. Mijn zusje nam op en vertelde dat mijn ouders nog bij opa en oma waren. Wat een geluk! Snel bestelde ik daarna een taxi.
Ella zat op haar bed met haar armen om haar knieën heen. Ze staarde verdrietig naar de grond. ‘Hoe gaat het nu met Armin?’ vroeg ik.
‘Nog altijd zwaar depressief. Hij komt het huis niet uit en praat met niemand. Hij heeft op zijn achttiende al veel grijze haren en hij oogt minstens twintig jaar ouder. Iedereen in de stad ziet hem als een verschrikkelijke crimineel. Ze hebben stenen en stront naar zijn slaapkamerraam gegooid, waardoor hij naar een andere kamer aan de tuinkant moest verhuizen. Zijn familie heeft zo veel dreigende brieven en telefoontjes gekregen dat mijn oom twee beveiligingsagenten voor zijn huis heeft gezet. Armin krijgt vanwege zijn schoolverbod privéles. Alleen tijdens de toetsweken mag hij naar school. Zodra hij zijn middelbare school-diploma heeft gehaald, gaat hij naar Amerika. Dat heeft mijn oom al helemaal geregeld.’
De telefoon naast Ellas bed ging over: mijn taxi was er.
‘Ik zie je morgen,’ zei ik, en vertrok met een hoofd dat zwaarder aanvoelde dan de wereldbol.
~ Hoofdstuk 8 ~
Ik liep gelijk naar mijn kamer, deed de deur dicht en voelde de pijn die ik zo goed kende. Alsof twee sterke handen mijn keel dicht drukten. Ik kende Roya niet, maar mijn hart was verscheurd door wat zij had moeten meemaken. Waar was ze nu? Leefde ze nog? Misschien had haar oom haar wel gedood of had ze zelfmoord gepleegd. Haar levendige blik op de enige foto die ik van haar had gezien, spookte continu door mijn hoofd.
De hele nacht lag ik wakker. Waarom was het leven z’n horror? Waarom was alles zo moeilijk? Wat hadden Roya en Armin verkeerd gedaan? Gevoel overkomt je. Je kiest er niet voor. Waarom is verliefdheid verboden? Ik dacht weer aan mijn eigen liefde voor Arya en voelde de tranen in mijn ogen opwellen. God, wat miste ik hem. Wat zou hij tegenwoordig doen? Zou hij nog aan mij denken? Zou hij er ook onder lijden dat we elkaar niet meer zien?
Ik had er grote moeite mee dat er in mijn land zo veel achterlijke en onmenselijke regels waren. Iran was een mannenland, en dat kon ik niet accepteren. Waarom mochten wij niks? Waarom was vrijheid in Amerika en Europa wél normaal? Waarom was de maagdelijkheid bij meisjes zo ontzettend belangrijk, terwijl je dat bij jongens niet eens kon checken? Waarom woog alles voor meisjes veel zwaarder dan voor jongens? Waarom, waarom en nog veel meer waarom…
De volgende ochtend schreef ik een brief naar Ava over wat me allemaal was verteld. Uiteraard in ons geheimschrift. Ella was die dag ziek gemeld en was niet op school. In de pauze zat ik met Negin, Sanaz en Taraneh bij ‘Mr. Gini’. Ik vertelde dat ik het hele verhaal over Roya had gehoord. Negin vroeg of ik het nu nog steeds aandurfde om het met een jongen aan te pappen. ‘Ik word niet meer verliefd, want dat ben ik al,’ antwoordde ik. ‘Ik vergeef het mijn ouders nooit dat ze me uit Rasht hebben weggehaald, dat ze zo oneerlijk tegen me zijn geweest. Zelf hadden ze nota bene al vier jaar een relatie met elkaar voordat ze gingen trouwen. Ik heb al hun liefdesbrieven gevonden en gelezen. Nu doen ze zo schijnheilig, daar kan ik niet tegen.’
‘Maar toen was het anders, zei Negin. ‘Liefde was niet verboden. Contact tussen jongens en meisjes was heel normaal. Mijn ouders hebben voor hun huwelijk ook eerst een tijdje samengewoond. Maar dat was in de jaren zeventig. Toen kon dat nog gewoon.’
Taraneh knikte en zei: ‘Een tante van mij is drie jaar geleden gearresteerd, omdat ze in een winkel had verkondigd dat ze Khomeini en de regering dictatoriaal vond. Zij was pas zeventien geworden, heel duidelijk in haar mening en voor gelijkheid van mannen en vrouwen. Om die reden kreeg ze de doodstraf. Zij was nog maagd, en omdat alle maagden naar de hemel gaan – en dat wilde men natuurlijk niet – werd ze in de nacht voordat ze werd opgehangen verkracht door de islamitische rechter. Mijn oma kreeg een acute hartstilstand toen ze haar opbelden dat de lichaam van haar dochter kon worden opgehaald. Ze overleed ter plekke.’
Er viel een stilte waarin we elkaar verslagen aankeken.
‘Weet je,’ sprak Negin even later op gedempte toon, ‘zulke dingen gebeuren hier wekelijks. Mijn oom is geëxecuteerd door een vuurpeloton. Voordat we zijn lichaam mee mochten nemen om het te begraven, moest mijn opa eerst de achttien kogels betalen die zijn zoon hadden gedood, anders werd zijn lichaam in een massagraf gegooid. Iedereen kent deze verhalen, want bijna iedereen heeft wel zoiets meegemaakt. Daarom Shohreh, wees voorzichtig. Je praat heel makkelijk en dat kan je je leven kosten!’
‘Maar we kunnen toch niet alles accepteren?’ wierp ik tegen.
‘We staan machteloos,’ zei Taraneh. ‘Wij hebben niets te zeggen of te willen. Ik zeg niet dat je niets moet doen, maar dat je voorzichtig moet zijn. En onthou dat je niet de enige bent die hier onder lijdt. We lijden er allemaal onder. We hopen allemaal dat het ooit anders zal worden.’
Ella bleek een dag later weer te zijn hersteld. Ze begroette me op het schoolplein, en alsof er niets gezegd en gebeurd was, vroeg ze: ‘Zeg, wil je nog steeds in contact komen met Tiam?’
Ik was zo verrast door haar vraag dat ik spontaan ja zei.
‘Dan regel ik dat voor je,’ antwoordde ze, en liep meteen door naar het klaslokaal. Ik begreep nu waarom Ella aanvankelijk haar hulp had ingetrokken: ze wilde me eerst het drama van Roya en Armin hebben verteld, zodat ik me bewust zou zijn van alle gevaren.
Toen we in de pauze weer met z’n allen onder Mr. Gini zaten, zei ik ten overstaan van alle anderen tegen Ella: ‘Oké, dus je gaat me in contact brengen met Tiam.’
‘Ja.’
‘Wat? Dat meen je niet!’ riep Negin uit. ‘Als ze er achter komen, word je dit keer echt opgehangen. Dan kan zelfs het geld van je familie je niet meer redden! Heb je dan niks geleerd van alles wat er gebeurd is?’
‘Ik doe toch niks bijzonders?’ antwoordde Ella. ‘Ik geef alleen zijn nummer aan Shohreh en ik laat hem weten dat zij hem gaat bellen. Ik zal uiteraard niet zeggen dat ze ‘de dochter van’ is. Tiam praat met tientallen meisjes, dus nog eentje erbij maakt ook niets uit. Dit loopt heus niet uit de hand. Tiam is een gevoelloos type en Shohreh is heel nuchter. Dit is een heel ander verhaal.’
‘Dat is waar,’ zei Negin. ‘Tiam-break is cool en onverschillig, maar tegelijkertijd ook heel teder. Hij is de enige die nog met Armin contact heeft, toch?
‘Klopt,’ antwoordde Ella. ‘Hij is de enige die dat durft. Hij heeft maling aan waarschuwingen en verboden. Hij is al drie keer aangehouden omdat hij nog met Armin contact heeft, maar hij blijft het doen. Hij is ook de enige met wie Armin nog wil praten.’
Ik zat geboeid naar het gesprek te luisteren. Hoe meer ze over Tiam praatten, hoe nieuwsgieriger ik werd. Ik begreep dat hij erg geliefd was onder de meisjes. Hij was trots, knap, stoer, goed gekleed en kon kennelijk geweldig dansen. Hij speelde gitaar, hij rookte, had z’n school verlaten… kortom, een echte bad ass. De ideale jongen om mijn ouders de nachtmerrie van hun leven te bezorgen.
‘Wanneer bel je hem, Ella?’ vroeg ik.
‘Ik probeer hem vanavond te pakken te krijgen. Als hij niet zelf opneemt of zijn ouders in de buurt zijn, moet ik ophangen, begrijp je? Ik laat het je in sowieso snel weten.’
~ Hoofdstuk 9 ~
Enkele dagen later, toen ik van een extra studietraining naar huis liep, hoorde ik plotseling een oorverdovend gegil en geschreeuw. Bij de rotonde stonden een aantal wagens van de Gashte Sarollah, die erop moesten toezien dat de wetten en protocollen van de Sepah werden gehandhaafd. Iedereen die ook maar enigszins van de strenge kledingeisen afweek, werd van straat gesleurd, tegen de grond gewerkt en geslagen met de kolf van een geweer. Zo ging het altijd: als het gezag de kleding van vrouwen niet lang, wijd of donker genoeg vond, of als er ook maar één haartje te zien was, of als je haardracht – zoals een staartje – onder je hoofddoek te raden was, of je schoenen te opvallend waren, dan werd je opgepakt en gewelddadig afgevoerd naar de wagen. Zodra een wagen met schreeuwende jongeren wegreed, stond de volgende alweer klaar om volgepropt te worden.
Make up was ook verboden; als een vrouw maar een klein beetje lippenstift op had, liepen de Khaharane Gasht – die nóg meer bevoegdheden hadden, zeker met betrekking tot het martelen van vrouwen – met een tissue naar haar toe en veegden ze haar lippen af. In dat tissue hadden ze altijd een klein scherp mesje verstopt, zodat gelijk de hele lip werd opengesneden. Ze deden dat razendsnel; voordat de arme vrouw het doorhad, zat ze al vol bloed. Hetzelfde gebeurde wanneer ze vermoedden dat je wat rouge op had: dan sneden ze je hele wang open. En o wee als je hoofddoek iets hoger zat dan je wenkbrauwen. Dan werd die hoofddoek met een punaise op je voorhoofd vastgeprikt.
Ik zag overal motors rondrijden met mannen die emmers vol batterijzuur bij zich hadden. Als een vrouw of meisje zich niet goed had bedekt, of een opvallende schoonheid bezat, gooiden ze zo’n emmer over haar leeg. Er reden wel vijftig motoren, elk met twee mannen erop, volledig in het zwart gekleed. Sommigen hadden een bandana voor hun gezicht, anderen droegen een bivakmuts, en allemaal riepen ze wild: ‘Heydar, Heydar, Heydar’, wat ‘leeuw’ betekent en een van de bijnamen was van Ali, de eerste imam van sjiitische moslims. Met elektrische wapenstokken sloegen ze iedereen die ze op straat tegenkwamen op hun rug, benen of hoofd. Vooral jongens die een spijkerbroek of sportschoenen droegen moesten het ontgelden. Bij jongens moest hun lichaam tot en met de pols bedekt zijn. Was dat niet het geval, dan werden hun armen zwart geverfd.
Dit soort taferelen zag ik vaak; ze hoorden bijna bij het dagelijkse leven. Als het weer eens zover was, keek ik gauw naar beneden en sloeg ik de eerste de beste zijstraat in, terwijl de angst door m’n lijf gierde. Als ik geluk had, stond daar een taxi, zodat ik me snel uit de voeten kon maken, anders kwam ik gegarandeerd in de problemen.
Ook nu moest ik maken dat ik wegkwam, maar alle zijstraten waren geblokkeerd door politieauto’s. Overal liepen gewapende soldaten. Taxi’s werden gestopt, passagiers moesten uitstappen en werden gecontroleerd en gefouilleerd. Winkeliers sloten hun deuren. Ik voelde mijn hart in mijn keel bonken en rende naar een winkel waar ze sapjes en smoothies verkochten. De eigenaar had net zijn deur gesloten. Wanhopig en stampvoetend klopte ik aan, terwijl ik door het glas zijn bange, twijfelende blik zag. Maar gelukkig, hij deed open. ‘Kom snel naar binnen,’ sprak hij nerveus.
Haastig deed hij de deur achter me dicht en zei dat ik me moest verbergen, zodat niemand van buiten kon zien dat hij samen met een meisje in de winkel was – dat zou desastreuze gevolgen kunnen hebben voor ons allebei.
Hij draaide de deur op slot en knipte het licht uit. Ik kroop achter de balie en sloeg mijn handen voor mijn gezicht. Buiten klonk gegil, sirenes en rennende mensen. Ook de man was inmiddels achter de balie gekropen.
‘Dank u wel,’ hijgde ik. ‘Ik wist niet wat ik moest doen’.
‘Geen dank. Vandaag zijn ze nog agressiever dan anders.’
‘Ik moet naar huis bellen en mijn moeder laten weten dat ik hier ben.’
‘Wacht nog even. Er staan nog mensen voor mijn winkel. Misschien zien ze ons.’
Ik keek naar zijn gezicht. Hij was nog jong, begin twintig. Hij keek lief en bezorgd.
‘Ben je wel eens opgepakt?’ vroeg hij.
‘Gelukkig niet,’ antwoordde ik, ‘en dat wil ik graag zo houden.’
‘Dat snap ik,’ zei hij. ‘Ik ben vorig jaar opgepakt, tijdens het bruiloftsfeest van mijn broer. Dat was nota bene ver buiten de stad, maar ineens viel de Gashte Sarollah binnen. Iedereen werd meegenomen naar het bureau, zelfs de bruid en de bruidegom. We moesten allemaal twee nachten in de cel doorbrengen. Ook de bruid en de bruidegom kregen aparte cellen. Ik kreeg twintig zweepslagen en een vriend van mij dertig. Maar hij was dan ook een bekend gezicht bij de islamitische politie.’
Hij stak zijn hand naar mij: ‘Ik heet Kami.’
‘Shohreh. Aangenaam.’
‘Woon je hier in de buurt, Shohreh? Ik heb je nog nooit gezien.’
‘We wonen hier pas een paar maanden. Maar… kun je misschien bij de telefoon? Ik ben bang dat mijn moeder zich zorgen gaat maken. Ik moet haar nu echt bellen.’
Hij strekte zijn arm en pakte de telefoon.
Ik draaide ons nummer. Mijn moeder nam op en ik vertelde haar wat er was gebeurd en waar ik nu schuilde.
‘Blijf daar,’ zei ze. ‘Papa en ik komen je halen.’
‘Nee, niet doen,’ zei ik, ‘dan komt de eigenaar van de winkel in de problemen, omdat hij mij binnen heeft gelaten.’
‘Maak je geen zorgen, we komen eraan, blijf binnen,’ zei mijn moeder, waarna ze ophing.
Ik haalde opgelucht adem. Nog even en ik was weer in mijn veilige omgeving.
‘Is dit jouw winkel?’ vroeg ik aan Kami.
‘Ik beheer ’m samen met m’n drie broers,’ zei hij. ‘Ik studeer nog aan de universiteit. Dit is mijn bijbaan. Maar om op mijn vraag terug te komen: waar woon je?’
‘Op de Karegar-straat, het eerste huis.’
‘Echt? Maar dat ken ik. Ben jij dan de dochter van…?’
‘Ja, dat ben ik. We komen uit Rasht. Ik voel me hier nog steeds niet echt thuis.’
Dat begrijp ik, Rasht is veel vrijer dan Fuman. Luister je trouwens graag naar muziek?
‘Ik ben gek op muziek. Elke avond luister ik naar The Voice of America. Zo blijf ik op de hoogte van alle nieuwe nummers.
‘Oké, luister… wij verkopen buiten de winkel om in het geheim ook muziekcassettes en we verhuren videobanden. Dus als je daar belangstelling voor hebt, kun je dat via mij regelen.’
‘Echt? Dus als ik je een lijst met nummers geef, kun jij die voor me op een cassettebandje zetten?’
Kami knikte.
‘Je hebt geen idee hoe blij ik daarmee ben. Dankjewel!’
Ondertussen werd het buiten geleidelijk aan rustiger. Kami pakte een papiertje en noteerde zijn telefoonnummer. ‘Dit is het nummer van de winkel, zei hij. ‘Je kunt altijd bellen en naar mij vragen. Mijn broers zijn ook heel cool en vriendelijk.’
Op dat moment hoorden we iemand aan het raam kloppen. Kami stond voorzichtig op en keek naar het raam. ‘Ik denk dat je ouders voor het raam staan. Blijf zitten. Ik ga het checken.’
Hij liep heel voorzichtig naar de deur en opende hem op een kiertje.
‘Is mijn dochter hier?’ hoorde ik mijn vader vragen.
‘Ja meneer, ze zit achter de balie,’ antwoordde Kami, terwijl hij mijn ouders binnen liet en ogenblikkelijk de deur achter hen sloot.
‘Kom maar tevoorschijn, lieverd,’ zei mijn moeder. ‘Het is veilig.’
Langzaam stond ik op, stelde Kami aan hen voor en vertelde dat hij mij gered had. Mijn vader bedankte hem hartelijk. Hij had gehoord dat er wel 500 mensen waren. We namen afscheid van Kami en reden terug naar huis.
Door het gebeuren wilden mijn ouders me niet langer alleen naar buiten, naar school of naar een vriendin laten gaan. Zij vonden dat te riskant en stelden voor dat mijn vader of zijn chauffeur mij voortaan zou wegbrengen en ophalen. Natuurlijk wist ik dat ze gelijk hadden, maar ik wilde het kleine stukje vrijheid dat ik nog had niet opgeven en begon te protesteren: ‘Willen jullie soms ook mijn eten voorkauwen? Ik weiger om als een marionet gebracht en opgehaald te worden. Dan ga ik liever nergens meer naartoe, ook niet naar school.’
‘Waarom doe je zo moeilijk?’ zei mijn vader. ‘We willen gewoon niet dat je in de problemen komt.’
‘Doe ik moeilijk?’ riep ik kwaad uit. ‘Hebben jullie ook op deze manier jullie jeugd doorgebracht? Jullie hadden alle vrijheid, disco, geen hijab, geen strenge regels, niks. Jullie hadden vier jaar verkering met elkaar voordat jullie gingen trouwen. We hebben drie albums vol foto’s van de tijd dat jullie als verliefd stel zonder problemen hand in hand naar de bioscoop gingen. Of naar concerten. En ik? Ik mag niet eens in mijn eentje naar school lopen!’
‘De tijden zijn veranderd Shohreh, dat zie je zelf ook,’ wierp mijn vader tegen. ‘Wij bepalen de regels niet. We wonen nu in een islamitisch land, sharia is de wet. De gevolgen zijn heel erg als je je daar niet aan houdt!’
‘Wie heeft die tijden veranderd? Niet ik! Jullie hadden alle vrijheid en moderniteit, en toch moest alles veranderen. Nergens in de wereld gaat het zo slecht als hier! Ik wil niet gestraft worden als ik naar muziek luister, ik wil niet gedwongen worden om toe te kijken als iemand zweepslagen krijgt, of hoe omgekomen jonge soldaten begraven worden, of hoe iemand opgehangen wordt. Ik wil geen oorlog, geen discriminatie, geen verschil tussen jongens en meisjes. Ik wil niet met hijab lopen, ik wil niet zo leven!’
Ik was helemaal van de kook geraakt en voelde mijn hele lijf trillen. Mijn zusjes en mijn broertje keken met grote, angstige ogen naar me. Het was lang geleden dat ik zoveel gezegd had.
Mijn moeder mengde zich in het gesprek en zei met duidelijke stem: ‘Of je dit zo wilt of niet, dat doet er niet toe. Jij bent niet in een positie om iets te willen. Leer er maar mee leven. Wij zeggen dit niet om je te plagen. Ga naar je kamer. Ik kom zo met je vader naar je toe.’
Ik liep weg en ik gooide mijn kamerdeur hard dicht – die arme deur had het zwaar te verduren door al mijn frustraties. De woede maakte me gek. Was dit dan het leven? Je wordt geboren zonder daar zelf voor te kiezen, je moet leven op een manier die je niet wilt, en je hebt daar ook nog eens niets over te vertellen. Dit is toch slavernij? Hoe lang moest ik dit nog pikken?
De deur ging open en mijn vader en moeder kwamen binnen. Ze legden nogmaals uit dat het hen slechts om mijn eigen bestwil ging en dat het écht gevaarlijk zou zijn om alleen naar buiten te gaan. Het werd een lang en emotioneel gesprek, maar uiteindelijk moest ik er wel mee instemmen dat ik voortaan een taxi zou nemen, zelfs als het om korte afstanden ging en zéker wanneer de geboorte- of sterfdag van een islamitische leider, imam of profeet werd herdacht. Dan waren de risico’s extra groot.
Toen mijn ouders weg waren probeerde ik radiozender The Voice of America te vinden. Daar draaiden ze een kwartier lang de allernieuwste hits. Dat was mijn favoriete moment van de avond, mijn meditatie. De ontvangst was niet altijd even goed, en soms kon ik de zender niet vinden, waarna ik geïrriteerd en teleurgesteld naar bed ging. Maar als het wel lukte, genoot ik. Je kon The Voice ook bellen om een boodschap in te spreken of een liedje aan te vragen. Die boodschappen en liedjes werden dan op vrijdagavond uitgezonden.
Aanvankelijk deden mijn ouders er moeilijk over dat ik naar de zender luisterde. Muziek was haram – iets dat niet aan de islamitische eisen voldoet. Ook op school werd ons ook voortdurend voorgehouden welke gruwelijke straffen ons na de dood te wachten stonden voor elke verboden daad. Bijna alles was verboden, behalve treuren en huilen om de dood van een islamitische leider. Talloze nachten heb ik wakker gelegen van angst voor de dood en voor wat er daarna, in die andere wereld, met me zou gebeuren. Als je tijdens je aardse leven naar muziek had geluisterd, zouden daar, in die andere wereld, honderden slangen via je oor naar binnen dringen en via je ogen weer naar buiten komen. Om meteen daarna je neus in te glijden en er via je mond weer uit te schieten. Vervolgens zouden ze je hele lijf stukje bij beetje opeten. Je werd ook telkens weer tot leven gewekt om opnieuw te worden gestraft; je straf zou dus eindeloos zijn.
Parfum was eveneens een grote zonde. Er werd ons verteld dat ieder mens een engel op zijn linkerschouder heeft die alle zonden bijhoudt. Die engel noteert dus ook de minuten dat een vrouw parfum op heeft. Voor elke minuut dat een vrouw parfum draagt, moet ze een jaar in het hellevuur branden. En als ze helemaal verbrand is, wordt ze opnieuw tot leven gebracht om haar straf opnieuw te beleven.
Enfin, dit soort geestelijke martelingen ondergingen wij onder het mom van ‘godsdienstonderwijs’. Ook op de televisie, in alle kranten, op scholen en universiteiten, tijdens het verplichte vrijdaggebed en zelfs tijdens wijkbijeenkomsten werd er gesproken over waar de mens allemaal voor zou worden gestraft na zijn dood. Je kwam ook niet onder dat vrijdaggebed uit, want als ze je daar niet zagen, kwam je later niet aan een baan en werd het vrijwel onmogelijk om een studie te gaan volgen. En niet alleen jij had een probleem, ook je familie. Feitelijk kon je niemand vertrouwen, want je had altijd klikkers en je wist nooit wie dat waren. Het konden zelfs familieleden van je zijn, want veel mensen hoopten dat ze door te klikken een mildere straf zouden krijgen in die ‘andere wereld’.
Die avond lukte het me niet om The Voice of America te pakken te krijgen, misschien wel gestuurd door mijn gedachten, die elders lagen. Ik kroop in bed en zag de dag aan me voorbijtrekken. Ik dacht aan Kami, die me had gered. En ook aan Roya. Hoe kon ik achterhalen waar zij was? Als zij en Armin in Europa of Amerika hadden gewoond, waren ze nooit in de problemen geraakt. Ik dacht ook aan Tiam. Wat zou me allemaal te wachten staan als ik met hem in contact kwam? Was ik wel goed bezig? Waarschijnlijk niet, maar ik ging het toch doen!
Uit het boek:
Gesluierde jaren
Shohreh Feshtali


