30 september 2020

 

Hoogbegaafd zijn is niet leuk!

Hoogbegaafdheid werkt niet altijd goed.

Friederike de Raat

Hoogbegaafden zijn lang niet altijd succesvol. Ongeveer een derde heeft in meer of mindere mate problemen op het werk. Door hun bijzondere gaven raken ze geïsoleerd of hebben ze vaak conflicten. Loopbaanbegeleidingsbureaus hebben steeds meer aandacht voor deze specifieke groep werknemers.

Wat hebben een aantal succesvolle captains of industry en ruim 2 procent van de zwervers in Nederland met elkaar gemeen? Ze zijn hoogbegaafd, met dit verschil dat de ene groep daardoor zeer succesvol is geworden en de andere juist het spoor bijster is geraakt in het leven.

Hoogbegaafdheid leidt bij volwassenen nogal eens tot uitersten. Zo heeft circa een derde van alle hoogbegaafden nergens last van en groeit uit tot maatschappelijk grote hoogten. Weer een derde functioneert vaak goed, maar leidt een onopvallend bestaan. Soms krijgen ze op latere leeftijd alsnog problemen. Nog eens een derde heeft regelmatig problemen: deze mensen ervaren een ‘mismatch’ tussen hun omgeving en zichzelf. Vaak hebben ze wel een baan, maar vertonen ze moeilijk gedrag: ze hebben conflicten of bemoeien zich juist weinig met collega’s, ze doen taken heel goed of juist heel slecht, ze hebben moeite met autoriteit en leiden nogal eens aan faalangst. Deze groep kan in het ergste geval doorschieten en in de marge van de samenleving belanden.

De begeleiding van hoogbegaafden met problemen op de werkvloer verkeert nog in een pril stadium, volgens Willem Kuipers en Annelien van Kempen van loopbaanadviesbureau Kuipers en Van Kempen in Voorburg. Het bureau is gespecialiseerd in ‘extra intelligente mensen’, een neutralere term dan het enigszins beladen woord ‘hoogbegaafden’. ,,We komen regelmatig mensen tegen die al jaren problemen hebben op hun werk, die cursussen sociale vaardigheden en dat soort dingen doen, maar voor wie alles pas op zijn plaats valt als ze hier zijn geweest. Veel mensen weten namelijk helemaal niet van zichzelf dat ze extra intelligent zijn.”

Werkgevers onderschatten de problemen van hoogbegaafden, vindt ook Frans Corten van loopbaanbegeleidingsbureau Werk en Waarde in Delft, eveneens gespecialiseerd in hoogbegaafden. ,,Als je deze mensen op een verkeerde plek in een bedrijf zet, blijft er veel potentieel liggen. Ze worden ontevreden in hun werk en vertrekken, of worden stoorzenders op de werkvloer. Terwijl deze groep juist grote problemen kan oplossen en daarbij net zo waardevol kan zijn als dure externe adviseurs.”

Kenmerken
Voor oplettende managers is het niet zo heel moeilijk om hoogbegaafde werknemers te herkennen. Hun gedrag vertoont vaak een aantal karakteristieken die sterker ontwikkeld zijn dan bij normaal begaafden. Dat kan leiden tot ongerief. Zo denkt de hoogbegaafde werknemer zeer snel en is hij allergisch voor domheid van collega’s. Hij/zij denkt in te grote stappen en reageert weinig diplomatiek op onbegrip. Onder collega’s leidt dat tot irritatie en de houding ‘hij zal wel gelijk hebben, maar we geven het hem niet’. Met als gevolg dat de werknemer geïsoleerd raakt. Corten: ,,Naast hun hoge IQ hebben hoogbegaafden vaak een gewoon EQ (emotionele intelligentie) en dat is niet voldoende om hun ideeën weloverwogen, op het juiste moment en op de juiste toon aan de orde te stellen in een organisatie zonder irritatie te wekken.”
Een ander kenmerk van hoogbegaafden is hun nieuwsgierigheid. Kuipers en Van Kempen: ,,Ze zijn eindeloos in de weer met nieuwe dingen en vervelen zich bij routineklussen. Dan gaan ze fouten maken. Voor de omgeving is dat onbegrijpelijk: hoe is het mogelijk dat iemand die zo intelligent is fouten maakt bij eenvoudig werk? Maar een hoogbegaafde verliest zijn interesse op het moment dat hij iets onder de knie heeft.” Corten haalt het voorbeeld aan van een hoogbegaafde werkneemster die overspannen wordt. De bedrijfsarts geeft haar eenvoudig werk voor 20 uur per week. ,,Die 20 uur zijn prima, maar een overwerkte hoogbegaafde moet je geen eenvoudig werk laten doen. Je moet ze intellectueel uitdagen, maar emotioneel weinig belastend werk laten doen en dat betekent zo min mogelijk prikkels: geen muziek tijdens het werk, geen telefoon, geen mensen die in- en uitlopen.”

Wat ook nogal eens tot problemen leidt op het werk is de grote behoefte van hoogbegaafden aan autonomie. Een autoritaire baas die graag controle uitoefent gaat heel moeilijk samen met een hoogbegaafde. Kuipers en Van Kempen: ,,Hoogbegaafden zijn vaak kunstenaar, advocaat, journalist, adviseur, beroepen waar je relatief weinig gecontroleerd wordt. Wordt er te veel controle uitgeoefend, dan gaan ze vechten of vluchten. Daarbij kunnen ze wild om zich heen slaan. Daaraan ten grondslag ligt de existentiële vraag: hoor ik er wel bij, kan ik mezelf zijn?”

De moeite die hoogbegaafden hebben met autoriteit heeft ook te maken met het feit dat ze van jongs af aan niet gewend zijn om te luisteren, aldus Corten. ,,Al op de basisschool wisten ze het regelmatig beter dan de leerkracht.” Overigens geldt die voorsprong alleen voor kennisvragen, niet voor levensvragen. Want de hoogbegaafde heeft juist moeite met niet-kennisprocessen. Om de emotionele vaardigheden te vergroten, neemt Corten, die aangesloten is bij de organisatie ‘De Wandelende Coach’, zijn cliënten vaak mee naar buiten. ,,Ik laat ze dan bijvoorbeeld een kruising in het landschap zien en vraag ze de paden associatief te benoemen. Dus niet: ruiterpad, wandelpad, asfaltweg, maar bloemenpad, kabouterpad en enge weg. Daarna laat ik ze een relatie leggen met hun loopbaan. Laatst heb ik een cliënt als huiswerk vijf kinderboeken laten lezen, bedoeld om de kennis even opzij te zetten en het gevoel weer boven te laten komen. Over hoogbegaafdheid heb ik het meestal helemaal niet, daar kan ik toch niks aan doen. Wel aan het versterken van die emotionele kant. Ik leer ze minder nadruk te leggen op wat ze al dan niet kunnen en meer op wat ze leuk vinden.”

Begeleiding
Tegenover de intellectuele zekerheid van hoogbegaafden kan emotionele onzekerheid staan. Kuipers en Van Kempen: ,,Ze voorzien dingen die fout kunnen gaan. Dat leidt tot diepe onzekerheid. Als manager moet je daar vertrouwen tegenover stellen.” Hoogbegaafdheid gaat vaak gepaard met hooggevoeligheid: de hoogbegaafde neemt meer prikkels waar dan de normaal begaafde. En dat kan lastig zijn op de werkvloer: de werknemer kampt met keuzeproblemen, versnippert zijn aandacht, trekt zich te veel van alles aan.
De manager moet op een aantal signalen letten, aldus Corten. ,,Als iemand zijn werk goed doet, maar zonder enthousiasme, of als iemand veel verschillende dingen kan, maar nergens echt voor kiest, of vaak zonder aanleiding conflicten heeft, dan kán het gaan om een slecht in zijn vel zittende hoogbegaafde. Ook de combinatie van onder- en overpresteren is heel kenmerkend voor deze groep. Als een hoogbegaafde goed functioneert, scoort-ie een 9, doet-ie het niet goed, dan is het ook meteen een 3. Bij een normaal begaafde werknemer liggen die cijfers veel dichter bij elkaar.”

De manager moet voorkomen dat de hoogbegaafde zich isoleert in zijn werk. ,,Hij is ten slotte eindverantwoordelijk en heeft zicht op andere factoren dan de inhoud van het werk, zoals de wens van de klant en de presentatie. De hoogbegaafde stelt namelijk de inhoud boven alles en denkt dat iedereen dat het belangrijkste vindt.” Kuipers en Van Kempen: ,,Extra intelligenten zoeken alles tot op de bodem uit, ze doen meer dan ze moeten doen. De manager heeft daar vaak weinig begrip voor, want het kost meer tijd.” Maar, zeggen Kuipers en Van Kempen, gelukkig hebben deze mensen ook veel positieve kanten: ,,Je kunt ze zelfstandig op een klus zetten, ze zijn inventief en kunnen dus snel oplossingen verzinnen, ze hebben een scherp waarnemingsvermogen en kunnen behoorlijk vasthoudend zijn. Dus als je ze als manager vertrouwen schenkt, zijn het uitstekende werknemers. Het is niet erg als ze een taakomschrijving krijgen, als daarin maar voldoende rekening wordt gehouden met die drang naar autonomie en de andere karakteristieken van de extra intelligente werknemer.”

De loopbaanbegeleiders leren de hoogbegaafden om te gaan met hun talenten. Welke taken en rollen zijn geschikt of juist ongeschikt? Kuipers en Van Kempen: ,,We proberen te zorgen dat de extra intelligente werknemer niet doorschiet in zijn sterke kanten en binnen de bedrijfscultuur blijft passen.” Kleinere bedrijven met een hoogwaardige specialisatie, zoals architectenbureaus of reclamebureaus, waar de werknemer mede de koers kan bepalen, zijn vaak prettige werkomgevingen voor een hoogbegaafde, volgens Grethe van Geffen, directeur van Seba, een adviesbureau op het gebied van cultuur en diversiteit. ,,De hoogbegaafde past het beste in een taak- of persoonscultuur. Om teleurstellingen te voorkomen moeten ze dat in een sollicitatiegesprek duidelijk aangeven.”

Wat de hoogbegaafde vooral niet moet doen, volgens alle loopbaanbegeleiders, is zich volledig aanpassen aan de werkomgeving. Van Geffen: ,,Dat gaat ten koste van zijn kwaliteiten. Bedrijven moeten maar leren omgaan met diverse mensen en het beste uit hen naar boven te halen.”
Positief probleempje
De werkgever van Pim Bos, hoofd automatisering van Berk Accountants en Belastingadviseurs, schakelde loopbaanadviesbureau Kuipers en Van Kempen in toen het management vond dat hij een persoonlijk trainer nodig had in verband met een mogelijke functiewijziging. Het bedrijf stond voor grote veranderingen in de organisatie en Bos werd omschreven als `niet erg makkelijk in de omgang, maar waardevol voor de organisatie’: door het personeel werd hij afgeschilderd als iemand die moeilijk communiceerde en de klanten diende hij te ongezouten van repliek. Doorgroeien naar een andere functie zat er daardoor niet in en ook in zijn functie als hoofd automatisering viel het nodige te verbeteren.
Via Kuipers en Van Kempen werd hij op het spoor gezet van Mensa, de belangenvereniging voor zeer intelligente mensen. Willem Kuipers: ,,Hij bleek weerbarstig te worden door het onbegrip en de miskenning van collega’s, maar overigens een `warm mens’ te zijn.” Bos: ,,Voor mij werden veel dingen uit mijn verleden en in mijn werk helder. Ik kan mijn problemen nu beter hanteren. Ik zei altijd maar een deel van wat ik dacht, ik nam aan dat iedereen het dan wel begreep. Dat bleek niet zo te zijn.”

Bos werd lid van Mensa. ,,Ik ben nu zelfbewuster, omdat ik een niet al te vervelende verklaring heb voor mijn gedrag. Toen ook mijn omgeving wist dat ik een positief probleempje had, konden ze daar makkelijker mee omgaan. Ze doen er wel eens lacherig over, maar ze zien dat ik er nuchter mee omga en dat helpt. De werksfeer is aanzienlijk beter geworden en daardoor gaan de veranderingsprocessen in het bedrijf makkelijker.”
https://www.werkenwaarde.nl/artikelen/hoogbegaafdheidwerktnietaltijdgoed.html

https://www.ikbenanders.nl/pagina13.html

https://www.ieku.nl/2011/03/sociale-en-emotionele-problemen-bij-hoogbegaafde-kinderen/

https://andrefun.nl/problemen-bij-hoogbegaafdheid/

Hoogbegaafd, maar heel gewoontjes
BEWAAR
Door: redactie
17-10-08 – 12:15
Dennis Verschoor (31): ‘Ik dacht: nu weet ik eindelijk waar het aan ligt.’ FOTO JACQUELINE DE HAAS
Ze werden dom gevonden en hadden altijd al het het idee dat ze anders waren dan anderen. Na een test bleken ze hoogbegaafd.
Dennis Verschoor (31) voelt zich herboren. Sinds drie jaar weet hij dat hij hoogbegaafd is. De technicus bij een installatiebedrijf ontdekte dat na een test bij een loopbaanadviescentrum. ,,Ik was heel verbaasd, ik had niet zo’n hoge dunk van mezelf, zeker in die tijd niet,’’ vertelt hij.

,,Het is een gevoel van thuiskomen, zo omschrijft hij het. ,,Je hebt al die jaren helemaal geen referentiekader. Het is alsof je schoenmaat 46 hebt, maar omdat iedereen in maat 43 loopt, doe jij dat ook. Ondertussen denk je: ‘Die pijn in mijn tenen zal er wel bijhoren’.’’

Dennis functioneerde slecht in zijn werk bij zijn vorige werkgever en was – met behoud van salaris – vier stappen teruggeplaatst, in de functie van assistent-onderhoudsmonteur.

Daar bovenop kreeg hij last van versleten knieën en kwam hij binnen te zitten met administratief werk. Het resultaat van de intelligentietest gaf een opgelucht gevoel. ,,Ik dacht: nu weet ik eindelijk waar het aan ligt. Hoewel het de vraag opriep van: wat nu?’’

Dennis werd als jongetje vreselijk gepest. Hij voldeed, zoals hij het zelf verwoordt, ‘sterk aan het stereotype beeld van een nerd’.

Ondanks een bijzonder hoge Cito-score kreeg hij van zijn basisschool mavo-advies, omdat hij zich volgens zijn school niet kon concentreren. ,,Je gaat je jeugd anders bekijken, maar ik kijk er niet met wrok op terug. Mijn ouders voelen zich schuldig, maar ik verwijt hen niets. Ze kónden het niet weten.’’ Om na een korte pauze te vervolgen: ,,Ik ben blij dat ik het nu weet, vooral voor mijn kinderen. Hoogbegaafdheid kan erfelijk zijn.’’

Dennis werkt nu bij een ander installatiebureau dat hem alle kansen geeft. Zoals de hbo-opleiding technische bedrijfskunde. ,,Het moet je gegund worden om jezelf te ontplooien. Zonder mijn huidige baas zou ik niet zo ver zijn gekomen als ik nu ben.’’

Hoe kan het dat iemand, die tot de 2 procent intelligentsten behoort, niet automatisch veel bereikt. Leidt hoogbegaafdheid niet vanzelf tot een topfunctie?

Voor buitenstaanders valt die combinatie van hoogbegaafdheid en onderpresteren vaak niet te begrijpen. Veelvoorkomende vraag uit de directe omgeving: ‘Waarom ben je dan geen professor geworden?’.

Maar zo werkt het niet. Hoge intelligentie kan voor sommigen, paradoxaal genoeg, heel wat problemen opleveren, zegt Maud Kooijman, psychotherapeut en verbonden aan Mensa, de vereniging voor hoogbegaafden. Zij heeft van hoogbegaafdheid haar specialisme gemaakt. ,,De mensen waar we het over hebben, kampen vaak met onzekerheid en hebben nooit geleerd hóe ze moeten leren. Ze presteren vaak slechter dan ze volgens hun capaciteiten zouden moeten kunnen. Vaak zijn ze ook niet zo goed in samenwerken.’’

Lees ook:   Hacken van...

Een minderwaardigheidscomplex komt ook vaak voor bij hoogbegaafden, zegt de onderzoekster. ,,Dat komt dan doordat ze zijn gepest of doordat ze nooit werden begrepen. Ze denken dat ze dom zijn of niet sporen. Of ze stellen veel te hoge eisen aan zichzelf en krijgen het gevoel chronisch tekort te schieten. Dat maakt dat depressie bij deze mensen relatief vaak voorkomt.’’

De schatting is dat een derde van de ongeveer 250 duizend volwassen hoogbegaafden in Nederland regelmatig psychische problemen heeft. ,,Deze groep kan in het ergste geval doorschieten en in de marge van de samenleving terechtkomen.’’

Kooijman, die zelf tien jaar heeft gewerkt in een grote GGZ-instelling, ziet een groep die verpietert: ,,Naar mijn idee belanden relatief veel hoogintelligente mensen in de psychiatrie, meer dan de 2 procent die je zou verwachten. Als je ‘anders’ bent, is het begrijpelijk dat je het moeilijk kunt krijgen. Maar veel hoogbegaafden worden in de GGZ niet als zodanig herkend en begeleid.’’

Ria van der Velde was 38 jaar toen ze plotseling het stempel ‘zeer begaafd’ kreeg. Of beter gezegd: ze was al 38 jaar hoogbegaafd, en kreeg het toen pas te horen.

Ria, nu 50 jaar, kon eigenlijk niets met die boodschap. ,,Ik had mezelf nooit zo gezien. Ik zat er niet op te wachten, wist niet wat ik er mee aan moest. Ik was met heel andere dingen bezig. Ik zat in een conflict met mijn werkgever, ik had een klein kind thuis. En plots kreeg ik die mededeling, nadat mijn werkgever mij had laten testen of ik wel geschikt was voor mijn baan.’’

Tegelijkertijd vielen een heleboel zaken uit haar leven op hun plaats. ,,Ik ben positief ingesteld en kijk liever vooruit, maar na die test heb ik mijn jeugd nog eens de revue laten passeren. Ik heb me altijd een vreemde gevoeld ten opzichte van mijn omgeving. Ik was eenzaam en had weinig tot geen speelkameraadjes. Mijn ouders waren ongeschoold en we woonden op een boerderij. Dat was heerlijk met de dieren om me heen, maar bij ons thuis was geen sprake van een stimulerende, intellectuele omgeving.’’

Ria heeft dat eenzame gevoel altijd verklaard door het feit dat ze enig meisje is tussen zes broers. ,,Op school vonden docenten mij ongeïnteresseerd. Hadden ze maar geweten dat het geen desinteresse was, maar verveling.

Met dat inzicht had mijn leven een heel ander verloop gekregen. Nu ben ik na de havo meteen gaan werken. Uiteindelijk werd ik applicatiebeheerder in een ziekenhuis.’’

Maud Kooijman van Mensa vindt dat er meer aandacht moet komen voor volwassen hoogbegaafden. ,,Onlangs heeft staatssecretaris Dijksma (Onderwijs) aangekondigd 10 miljoen extra te investeren in de begeleiding van hoogbegaafde kinderen. Ik zou graag zien dat een dergelijke investering er ook komt voor volwassenen.’’

Hoogbegaafden kunnen zich nu wenden tot Mensa dat ruim 3000 leden telt. Om lid te worden van deze vereniging moeten mensen op één van meerdere IQ-tests bij de bovenste 2 procent van de bevolking scoren. Voor Ria van der Velde, die op één test een IQ van 164 scoorde, was de eerste ledenborrel ‘enorm bevrijdend’. ,,Ik ervoer hoe het voelt om ongeremd te zijn. Ik kon gesprekken voeren op hetzelfde intellectuele niveau. Ik voelde me eindelijk begrepen.’’

https://www.ad.nl/ad/nl/4560/Gezond/article/detail/2150620/2008/10/17/Hoogbegaafd-maar-heel-gewoontjes.dhtml

Typen hoogbegaafdheid

https://www.zobegaafd.nl/artikelen/is-hoogbegaafdheid-prettig-of-problematisch/

We zijn geneigd te denken dat het geweldig is om hoogbegaafd zijn en dat als je hoogbegaafd bent, je dan ook automatisch succesvol bent. Je bent (erg) slim, bent creatief, bent snel van begrip, bent goed in het oplossen van problemen, bent de beste op school of op het werk. Dit is ongeveer het standaardbeeld dat mensen hebben van hoogbegaafden. Dit klopt ook, echter zit er een keerzijde aan dit verhaal . Wie denk dat hoogbegaafdheid een zegen is, heeft het verkeerd. Is het eigenlijk wel prettig om hoogbegaafd te zijn?
Veel mensen denken dat hoogbegaafde mensen ook goed terechtkomen in de maatschappij. Hoogbegaafde mensen krijgen vaak te maken met problemen en vooral onbegrip. Dit laatste leidt vaak tot grote problemen. Logisch, want je bent anders dan de rest. Je kunt het vergelijken met een vrouw die leeft tussen allemaal mannen of een niet-sporter tussen allemaal sporters. Je bent anders dus je steekt af.

Uit onderzoek is gebleken dat slechts 20% van de hoogbegaafden een geschikte werk plek heeft. Daarnaast is bekend dat slechts 3 op de 100 hoogbegaafden (3%) erin slaagt om hun talenten volledig te benutten. Zonden, maar waar ligt dat aan?

-Waarom lach jij, er is niets om over te lachen.
Volwassene tegen kind van 7 jaar oud.
-Doe niet zo stom…
-Hoe kom je daar nu bij?
-Na uitleg; ik snap je nog niet?
-Wat een fantasie
-Ik snap niet wat je zegt
-Wat bedoel je?
-Hoe weet je dat?

_Speciale connecties met andere intelligente mensen
_Geen partner kunnen vinden die ook zo intelligent is
_Te diep nadenken
_Teveel inzicht in allerlei
_Door zien van anderen

Leukste opmerking:

Wat chat je nu op msn met nog 6 andere mensen?
Ik dus de hele avond alleen met jou?
Ja, en ik heb ook nog 5 vensters openstaan van websites en ik schrijf een artikel…
Doe je dit tegelijkertijd?
Ja…? Hoezo is dit raar dan?

De leraar die zegt, het kind kan het wel, maar het wil niet?
Intelligent ja, maar?

Geen Hiërarchie erkennen
Niet eens weten wat het is.

Zo logisch denken dat alle mensen gelijk zijn, behalve qua karakter en opvoeding

Slecht zijn in Frans omdat je de lerares niet mag, omdat ze je onheus behandelde in de klas en er dan met de pet naar gooien

Met de pet naar alles gaan gooien dat les heet

Niet tegen het strakke regime kunnen van op die en die tijd aanwezig moeten zijn op een school
Liever vrijheid ervaren
Opgesloten voelen in een systeem

 

Kenmerk 1 ‘Perfectionisme’
Onder perfectionisme verstaan we dat kinderen de lat voor zichzelf te hoog leggen. De vraag is: welk referentiepunt hanteert het kind voor zichzelf? Deze kinderen kunnen te maken hebben met een grote faalangst, omdat ze de norm die ze zichzelf opgelegd hebben niet kunnen halen. (Bijvoorbeeld: tekeningen worden verscheurd omdat de boom die ze tekenen niet lijkt op een echte boom. Het is nooit goed genoeg).

Kenmerk 2 ‘Rechtvaardigheidsgevoel’
Hoogbegaafde kinderen kunnen leven in de „ban van regels‟. Hun sterk ontwikkelde gevoel voor rechtvaardigheid lijkt op autisme. Hoogbegaafde kinderen kunnen erg rigide zijn. Het gevaar bestaat daardoor dat deze kinderen verkeerd gediagnosticeerd worden.

Kenmerk 3 ‘Hypergevoeligheid’
In samenhang met hypergevoeligheid kunnen deze kinderen erg zitten met de grote wereldproblemen.

Bob vertelt:” Ik ga later emigreren naar Italië.” De reden van deze gedachte is de gewoonste zaak van de wereld, volgens Bob, want met de huidige problematiek over de opwarming van de aarde is het zeker dat Nederland over 30 jaar onder water staat.

Kenmerk 4 ‘Kritische instelling’
De kritische houding van Bob kan positief, maar ook negatief uitpakken. Bij een eerste ontmoeting gaat hun scanner aan het werk: alles en iedereen wordt doorgelicht. Mensen, afspraken, systemen, waarden. Valt het positief uit dan is het geen probleem, maar als het negatief uitvalt, is het vaak definitief en onomkeerbaar. Bij bezoekjes bij vrienden/bekenden kunnen deze kinderen zich ook meteen helemaal, of helemaal niet, thuis voelen.

Het besef anders te zijn, kan verschillende gevolgen hebben. Sommige kinderen kunnen hier helemaal niet mee omgaan (non-coping) en krijgen problemen die erg kunnen variëren: psychosomatische klachten, depressie, haaruitval, papier opeten enz. Andere kinderen vinden wel een weg om met de stress om te gaan (coping) en doen dat op drie manieren:

(hoge) zichtbaarheid, (het kind mag zijn wie het is, zegt de omgeving)
onzichtbaarheid (aanpassen, onderpresteren, doe maar gewoon is het signaal van de omgeving). Hierdoor kan het kind steeds extremer worden in zijn gedrag in een poging zijn stress de baas te worden.
desidentifier (ontkennen, hangt de clown uit, het niet snuggere zielenpootje van de klas spelen). Hoogbegaafdheid wordt door omgeving niet als zodanig herkend. Vaak wordt het gezien als ADHD (veel symptomen komen overeen) of een contactstoornis.

https://www.choochem.nl/nl/267_Wat%20zijn%20problemen.htm

SLAAP EN HOOGBEGAAFDHEID
30 november 2012 – Wiebke
5 reacties
Hoogbegaafd zijn en slapen lijkt een speciale combinatie te zijn. Op lijstjes met kenmerken van hoogbegaafde kinderen staat vaak dat zij als baby’s minder slaap nodig hebben dan leeftijdgenoten. Wanneer je kijkt naar de biografieën van beroemde en slimme wetenschappers, kunstenaars, ontdekkers en intellectuelen kom je veel verhalen tegen over slapeloosheid. Zou er een verband zijn tussen intelligentie en slaap?
De Duitse schrijver Dietmar Bittrich heeft in zijn ‘Einschlafbuch für Hochbegabte’ verhalen verzameld over genieën die slecht sliepen. Hij geeft geniale gedachten de schuld en geeft daarvoor de volgende uitleg. Melatonine is een slaaphormoon dat normaal gesproken vrijkomt in je lichaam wanneer het donker is. Maar slimme en creatieve mensen hebben vaak last van ‘geistesblitze’, oftewel heldere ideeën. Vlak voordat we willen gaan slapen of midden in de nacht gaat er plotseling een lampje branden. In de taal zijn ook opvallend veel verbanden tussen intelligentie en licht te vinden. Denk maar aan ‘bright’ (slim in het Engels), ‘verlichting’ of het gezegde dat bij iemand ‘een lampje gaat branden’. Volgens Dietmar Bittrich is het dit innerlijke licht dat ervoor zorgt dat we meer moeite hebben met slapen dan mensen met een gemiddeld IQ.
Het Instituut Hoogbegaafdheid Volwassenen (IHBV) merkte blijkbaar ook op dat hoogbegaafden vaak last hebben van slaapproblemen. In 2011 werd door hen een onderzoek uitgevoerd onder hoogbegaafden via het internet. Hierbij kwam naar voren dat meer dan veertig procent van de geënquêteerden last had van slaapproblemen. Bij de totale bevolking ligt dit slechts op dertig procent . Het onderzoek was vooral bedoeld als voorbereiding op een subsidieaanvraag voor verder onderzoek. Er zijn tot nu toe namelijk nog maar weinig publicaties over slaap en hoogbegaafdheid.
De wetenschapper Satoshi Kanazawa heeft wel iets interessants ontdekt op dit gebied. Hij houdt zich bezig met evolutionaire psychologie en heeft op dit gebied ook een paar erg controversiële onderzoeken gedaan. In een studie die hij in 2010 publiceerde ging het onder ander over intelligentie, evolutie en slaappatronen. Hij en zijn collega’s vonden hierbij dat mensen met een hoger IQ vaker ‘nachtactief’ zijn dan anderen. Ze gaan later slapen en staan ook later weer op. Evolutionair gezien is dit een apart verschijnsel. Vroeger gingen mensen namelijk slapen zodra het te donker was om iets nuttigs te doen.
Vooral het onderzoek van Kanazawa vind ik persoonlijk erg herkenbaar. Dit artikel bijvoorbeeld schrijf ik ver na 22:00 uur en dat wordt niet veroorzaakt door tijdnood. Ik heb het ook wel eens over andere hoogbegaafden gehoord (René Descartes en Andy Warhol bijvoorbeeld!): inspiratie of een plotselinge drang om te werken komt vaak pas laat in de nacht. Of dit een voordeel of nadeel is kan ik eigenlijk niet zeggen. Wel denk ik dat ik nu maar eens moet gaan slapen. Als dat niet lukt kan ik altijd nog Koreaanse schrifttekens gaan bestuderen (Woody Allen’s tip) of jongleren (net als Charlie Chaplin).
– See more at: https://www.brightlights.nl/1647/magazine-sectie/mens-en-gezondheid/slaap-en-hoogbegaafdheid#sthash.oi36xbN2.dpuf

 https://www.mixed-media.info/hoogbegaafd/

 

Een trein raast in de richting van een ravijn. Aan boord bevindt zich, naast een stel wilde apen, een mens, die weet dat de brug is ingestort. Wanneer hij echter één stap in de richting van de noodrem zet, worden hem de beide benen gebroken.

Wanneer hij met gebaren de apen tracht over te halen aan de handgreep te trekken, breken ze hem de armen.

Wanneer hij pratend en schreeuwend uitlegt wat er aan de hand is, begrijpen ze hem niet, omdat apen immers geen mensentaal kennen, en proberen ze hem zelfs de tong uit te rukken.

En wanneer hij zichzelf de apentaal leert, blijkt die te arm te zijn om er het probleem en de oplossing in te kunnen uitdrukken, zodat hij zich voor de taak geplaatst ziet de apen en hun taal op te voeden en te verrijken tot het peil waarop het mogelijk zal zijn uit te leggen dat, willen ze het er levend van afbrengen, de apen aan de noodrem zullen moeten trekken. En dit in de korte tijd die nog rest.

https://www.ppcnpc.nl/?Theoretisch_Compendium_%231:Hoogbegaafdheid

https://www.volkskrant.nl/vk/nl/2844/Archief/archief/article/detail/673752/2003/08/16/Superslim-maar-eenzaam.dhtml

De getallen verschillen per test, maar ruwweg hebben de hoogbegaafden een IQ van 130 tot 180, waarbij 180 zeer zeldzaam is.

Begaafd, met een IQ van 115 tot 130, mag zich zo’n 14 procent van de bevolking noemen. Het gros van de bevolking (68 procent) is met een IQ van rond de 100 (85 tot 115) normaal begaafd. Aan de andere kant van het spectrum is ook 14 procent van de bevolking minder tot zwakbegaafd (IQ 70 tot 85) en 2 procent (met een IQ van minder dan 70) zwakzinnig.

Gerelateerde berichten