Het Epstein-Barr virus & Ziekte van Pfeiffer & Cytomegalie

Het Epstein-Barr virus &  Ziekte van Pfeiffer & Cytomegalie   Het Epstein-Barr virus (EBV) behoort tot de herpesvirussen. Het veroorzaakt onder anderen de ziekte van Pfeiffer. Dat is een acute ziekte die voorkomt bij kinderen en jongvolwassenen. Kenmerken zijn koorts, een zere keel, opzwelling van de lymfklieren en in ernstige gevallen vergroting van de lever en de milt. Voordat deze specifieke symptomen beginnen kunnen klachten zoals vermoeidheid en een algemeen gevoel van zich slecht voelen (malaise) voorkomen. Het afweersysteem probeert het lichaam vrij te maken van virusdeeltjes, maar dat lukt niet compleet. Het hele leven lang zal het virus aanwezig blijven in het lichaam. Nog niet zo lang geleden konden wetenschappers aantonen dat iedereen die eenmaal geïnfecteerd is geweest met het virus ook tijdens zijn of haar hele leven besmettelijk blijft. Dit soort virussen doen dit onder andere door een zogenaamde latente infectie te geven- als het ware een slapende toestand. Dit betekent dat maar een beperkt aantal van de virale eiwitten tot expressie komt. Maar van tijd tot tijd wordt de infectie toch weer actief, waarbij weer alle viruseiwitten – en dat kunnen er wel 100 zijn –  aangemaakt worden,  en nieuwe virusdeeltjes ontstaan. Bekend voorbeeld is infectie met het herpes simplexvirus.  Aan een koortslip merkt men dan dat het virus weer actief is. Minder bekend is dat het waterpokkenvirus terug kan keren als gordelroos. Dit houdt ook in dat men dus zijn/haar hele leven last kan blijven houden van de symptomen zoals chronische vermoeidheid en keelpijn. Ook is men over het algemeen veel vatbaarder voor griepvirussen, infecties ed. De periode tussen het moment van besmetting en het verschijnen van symptomen, de incubatieperiode, is ongeveer vier tot zeven weken. 46 Procent van de jongeren die geïnfecteerd wordt in de leeftijd tussen 15 en 35 jaar ontwikkelt symptomen van de ziekte van Pfeiffer. Van die 46 procent krijgt 10 procent complicaties in de vorm van bijvoorbeeld hersenvliesontsteking. De ziekte van Pfeiffer heeft zelden een dodelijke afloop maar kan levenslang problemen opleveren. Het Epstein-Barr virus kan betrokken zijn bij het ontstaan van een aantal tumoren, waaronder lymfomen bij patiënten met een verzwakte afweer, zoals bij AIDS of na een transplantatie. In een onderzoeksgroep Experimentele microbiologie bestudeerde men hoe herpesvirussen in staat zijn zich goed schuil te houden voor de cellen van het afweersysteem. Een toename van het Epstein-Barr-Virus in het bloed zou een paar jaar later Multiple Sclerose (MS) veroorzaken. Deze vaststelling is afkomstig uit een Amerikaanse studie die werd uitgevoerd bij meer dan 3 miljoen Amerikaanse militairen bij wie tussen 1998 en 2000 bloedstalen werden genomen en bewaard. Nadien werden binnen een termijn van ongeveer 4 jaar 83 gevallen van MS opgespoord. De auteurs zochten in het bloed van de patiënten naar sporen van het Epstein-Barr-virus, met behulp van antilichamen die specifiek gericht zijn tegen dit virus. En wat bleek? De MS-patiënten hadden meer anti-Epstein-Barr-antilichamen in hun bloed dan de gezonde controlegroep. Ook de 4 jaar voordien genomen stalen bevatten meer antilichamen. Zo kan het risico om MS te krijgen 20 tot 34 keer hoger liggen, afhankelijk van het gehalte aan antilichamen. Het risico van MS, dat bepaald wordt op basis van een sterke concentratie van het Epstein-Barr-virus, zou dan ook geïdentificeerd kunnen worden lang vóór zich de eerste tekenen van de ziekte manifesteren.  Wat zijn de klachten? De Ziekte van Pfeiffer is een vermoeidheidsziekte. Meestal begint het met koorts met keelpijn of keelontsteking. De lymfeklieren (zuiveringsstations van het lichaam) gaan opzwellen en vaak is er verlies van eetlust terwijl men meer zin heeft in zoetigheden en bijvoorbeeld chips. De lever kan pijnlijk worden en gaan ontsteken en de milt gaat zich vaak vergroten. Er kunnen zich ook andere complicaties voordoen, zoals rode huiduitslag of uitslag op het mondslijmvlies. Hoe kan men Pfeiffer krijgen? De ziekte van Pfeiffer wordt ook wel ‘kissing disease’ genoemd. Het wordt veroorzaakt door het Epstein-Barr virus en dat virus is overdraagbaar via het speeksel. Men kan dus Pfeiffer krijgen als men iemand met Pfeiffer zoent, uit hetzelfde glas drinkt, hetzelfde bestek gebruikt, door aanhoesten, enz. Hoelang duurt de ziekte van Pfeiffer? De keelontsteking en de koorts duren meestal niet erg lang.  Maar de vermoeidheid kan daarentegen wel lang duren. Sommige mensen zijn een week heel erg moe hebben er maanden tot jaren last van. De nasleep kan soms wel een aantal jaar duren. Soms gaat dit met periodes en heeft men bijvoorbeeld  iedere herfst en lente heel erg last van moeheid. Het lastige is dat de vermoeidheid per persoon verschilt en dat men dus niet echt kan weten wanneer het ‘over’ is.  Wat kan men doen om te genezen? Dat is lastig bij de ziekte van Pfeiffer. Er is namelijk geen geneesmiddel. Wel zijn er ondersteunende middelen om het afweersysteem van het lichaam aan te zetten, het lichaam (zoals de lever) te reinigen en beter te activeren. Men moet in ieder geval goed ‘naar zichzelf luisteren’. Dat betekent dat men genoeg moet slapen en niet al te druk en fanatiek zijn.  Anders duurt alles alleen maar langer. Voor veel mensen is het moeilijk de grenzen van vermoeidheid te hanteren. Natuurlijk is veel fruit en groenten eten, vruchtensap en water drinken ook herstelbevorderend. Overigens is sowieso veel water drinken erg goed, omdat dat helpt de afvalstoffen uit je lichaam te ‘verwijderen’. Ook is het verstandig om, in verband met de lever, weinig of geen alcohol te drinken. Daarnaast geven we in de praktijk uitgebreide voedingsadviezen, meten we de te gebruiken medicatie door (door middel van EAV), richten ons op het afweersysteem en maken zo nodig gebruik van acupunctuur om het lichaam te versterken. Klopt het dat als men de ziekte van Pfeiffer eenmaal gehad hebt, dat men het dan niet nog een keer kan krijgen? Hierover verschillen de meningen nogal. Als men dit aan een arts vraagt, zal hij of zij waarschijnlijk zeggen dat men Pfeiffer inderdaad maar één keer kan krijgen. Maar sommige mensen hebben er andere ervaringen mee en bij hen is twee keer in hun bloed het virus aangetoond. Wanneer men denkt dat men  voor een tweede keer Pfeiffer hebt, zou het ook kunnen zijn dat men een aanverwant virus van de ziekte heeft. Dit is in de meeste gevallen Cytomegalie.  Wat is cytomegalie? Cytomegalie of CMV (cytomegalovirus) behoort ook tot de herpesvirussen. Na infectie zijn er wel een aantal maanden antistoffen (IgM-antistoffen) in het lichaam aanwezig. Kort na de IgM-antistoffen verschijnen er andere antistoffen (IgG- antistoffen), die levenslang aantoonbaar zijn. Maar de gevormde antistoffen beschermen niet tegen reactievatie van het cytomegalovirus. De incubatietijd  is drie tot twaalf weken. Soms komen de ziekteverschijnselen dus overeen met de ziekte van Pfeiffer: koorts, lymfkliervergroting, malaise, lymfocytose en leverfunctiestoornissen. Vrijwel iedereen komt in zijn leven in contact met het virus. Het virus wordt alleen via nauw contact overgebracht en buiten het lichaam is het virus al snel onwerkzaam. Cytomegalie gaat nooit meer over. Daarom is het raadzaam het lichaam alert, in balans en gezond te houden. In tijden van zwakte, stress ed. steekt Cytomegalie in 80% van een gehouden testcase de kop weer op.   Bloedwaarden Wanneer men een pfeiffer-infectie heeft, worden er door het afweersysteem anti- lichamen gemaakt. Deze anti-lichamen onderdrukken het virus en beschermen het lichaam tegen een eventuele nieuwe pfeiffer-infectie. Eerst worden antistoffen van de klasse M aangemaakt (IgM). Deze gaan ‘vechten’ tegen het virus. Het virus trekt zich op een gegeven moment terug, waardoor deze antistoffen (IgM) niet meer nodig zijn. De ziekteverschijnselen zijn dan in principe verdwenen. Het pfeiffer-virus blijft in het lichaam aanwezig, maar zal in principe niet meer actief worden. Als reactie op dit ‘slapende’ virus blijft het lichaam antistoffen produceren. Deze zijn van klasse G (IgG) en blijven veel langer (soms jaren) aanwezig. Bij een cytomegalie-infectie werkt het in principe hetzelfde, alleen is men niet beschermd tegen een nieuwe infectie. De antistoffen beschermen namelijk niet tegen het virus. Maar er worden in het eerste stadium wel IgM-antistoffen aangemaakt (alleen dan voor het cytomegalovirus, dit zijn dus niet dezelfde antistoffen als voor het pfeiffervirus, ze zijn alleen van hetzelfde type). Deze verdwijnen op een gegeven moment weer (na een aantal maanden). IgG-antistoffen verschijnen kort na de IgM- antistoffen en zijn levenslang aantoonbaar. Wanneer een pfeiffer- of cytomegalie-infectie dus actief is, zijn er antistoffen aanwezig van de klasse M (specifiek voor dat virus, dus de antistoffen tegen pfeiffer en tegen cytomegalie zijn niet hetzelfde) en wanneer er een infectie is geweest, maar niet meer actief is, zijn er antistoffen aanwezig van de klasse G.    Bron: Bon Sana 2010  Disclaimer info@bonsana.nl

 

Het cytomegalovirus, ofwel CMV, is een virus, dat wereldwijd veel voorkomt, veel mensen raken wel eens geïnfecteerd in hun leven.
Ongeveer 80% van de volwassenen in de VS is geïnfecteerd geweest door dit virus. De infectie heeft meestal geen gevolgen, maar bij mensen met een zwak afweersysteem kan het diverse ziekten veroorzaken.
Er is vooralsnog geen behandeling tegen CMV infectie. Heeft iemand eenmaal een infectie gehad, dan blijft het virus latent aanwezig en kan bij een verzwakking van het afweersysteem weer actief worden.
Het virus wordt verspreid door mensen. Het virus gaat van persoon tot persoon, een persoon met een CMV infectie kan het virus verspreiden, ook al heeft deze persoon geen symptomen van de infectie.
Het virus komt voor in veel lichaamsvloeistoffen, zoals urine, bloed, speeksel, tranen en moedermelk. Via deze lichaamsvloeistoffen kan het virus verspreid worden. CMV kan ook verspreid worden door seksueel kontakt, bloedtransfusies, orgaantransplantaties en borstvoeding.
Iedereen kan geïnfecteerd worden door CMV, bijna iedereen is wel eens blootgesteld aan CMV tegen de tijd dat hij volwassen is, maar niet iedereen wordt er ziek van. De tijd tussen blootstelling aan het virus en het eventueel ziek worden bedraagt 3 tot 12 weken.
Door een bloedonderzoek kan worden aangetoond of iemand in het verleden geïnfecteerd is geweest.

http://www.herpeschannel.nl/herpes/verschillendesoorten.html

http://www.diagned.nl/files_content/diagned%20magazine/Diagned10-3.pdf

Gerelateerde Berichten